Jeroen Duijvesteijn

Last updated 8/ 7/2008 7:04 am

MY MAGAZINE ARTICLES:
4 september/oktober 1995 issue

Onlangs verkocht de computerfabrikant Nintendo zijn miljoenste spelcomputer in Nederland. Videospelletjes zijn dan ook het meest geliefde speelgoed van Nederlandse jongeren tussen de negen en zestien jaar. Niet voor niets wordt wel van de ‘Nintendo-generatie’ gesproken. De opmars van het videospel begon in 1978 met Pong, een primitief soort tennis. Twintig jaar later razen op het scherm zestig driedimensionale beelden per seconde voorbij en heeft het spel meestal een simpel doel: slechteriken verslaan, monsters doden, prinsessen redden of schatten vinden. De markt van videospelletjes – jaaromzet wereldwijd ruim 25 miljard gulden – wordt gedomineerd door twee Japanse bedrijven, Nintendo en Sega. De concurrentie is moordend en geen middel wordt dan ook geschuwd om de zinnen van de vaak jeugdige spelers te prikkelen. In menig spel moordt de speler er lustig op los, gewapend met pistool, mes of kettingzaag. Protesten van vele kanten. Maar de experts hebben een andere mening.