
Heleen Crul
| MY MAGAZINE ARTICLES: |
Natuurlijk heb ik als kind geprobeerd mij God voor te stellen. Ik zag hem als een soort verlicht despoot, een keizer van een wereld en het heelal, die zon, maan, planeten en sterren in hun baan hield en de mensheid in het gareel. Het mysterie van zijn bestaan, zijn verbond met de mensheid, zijn oneindige goedheid, zijn omnipotentie, dat alles fascineerde mij. Kerkbezoek werd in mijn rk-jeugd aangemoedigd en ik hoopte dat spoedig het moment daar zou zijn dat ik nog meer in Gods nabijheid kon zijn, namelijk als misdienaar op het altaar. Op een kwade dag werd deze mogelijkheid mij echter ontzegd op basis van mijn sekse. Vrouwen waren ook in de rk kerk onreine, inferieure wezens, het altaar mocht slechts betreden worden door mannen die daadwerkelijk geschapen waren naar het beeld en gelijkenis van God. Die mededeling verdreef mij uit het aartsparadijs van mijn jeugd, ik voelde een vlijmende pijn: Mijn God, waarom heeft u mij verlaten? Een wereld vol slagbomen voor meisjes doemde op.
Sinds de jaren zestig vervrouwelijkt het wereldbewustzijn. Er is sprake van een omwenteling in onze cultuur die plaatsheeft door een grotere gevoeligheid voor vrouwelijke kwaliteiten als intuïtie, gevoel, fantasie, lichamelijkheid, synthese en gemeenschapszin. Het besef van de aarde als een gedeelde plek, de democratisering, de milieu- en vredesbeweging en ook het feminisme zijn daar uitdrukking van. De strijd van de vrouwenbeweging is veel universeler dan algemeen wordt erkend, want de onderdrukking van de vrouw zegt iets over de onderdrukking van het vrouwelijke in onszelf. De onderdrukking van de natuur en van ons lichaam zegt iets over de onderdrukking van onze menselijke natuur.

