
Douglas Coupland
| MY MAGAZINE ARTICLES: |
In de welgestelde voorstad waar we onze jeugd doorbrachten, dreven we 's avonds rond in zwembaden met de temperatuur van bloed; zwembaden in de kleur van de aarde bezien van buiten de dampkring. We zwommen naakt, mijn vrienden en ik - Stacey, de hippe chick met haar lange gele haar en haar lichaam als een 'Beach-Barbie'; Mark, onze zwijgzame sterke man; Kristy, onze van top tot teen besproete roodharige grapjas; de Stem van de Rede, Julie, met haar statistisch-gemiddelde figuur, de honingkleurig gebronsde skiër Dana, overal bruin en altijd verdacht goed bij kas, en de preutse Todd, die altijd de laatste was die zich uitkleedde en zelfs dan nog zijn ondergoed onder water uittrok. We dreven rond en waren naakt - we deden alsof we embryo's waren, foetussen - in doodse stilte, afgezien van het zoemen van het waterfilter. We dachten aan niets en dreven met gesloten ogen in het warme water, waarbij het onderscheid tussen lichaam en geest tot nul werd gereduceerd - we baadden in chloorwater en werden verlicht door de puur blauwe verlichting die onder de duikplank was aangelegd. Soms pakten we elkaar bij de hand en vormden een kring, als astronauten in de ruimte; soms, als we totaal geïsoleerd waren in onze embryonale lethargie, botsten we tegen elkaar op in het diepe, als tweelingbroers of -zussen van wie we niet eens wisten dat we dezelfde baarmoeder met hen deelden.

