Nog meer over Ode

Ode is een onafhankelijk opinietijdschrift over mensen en ideeën die de wereld veranderen. Verschijnt maandelijks in het Nederlands en Engels.

Het begin
De eerste jaren
Staat van dienst
Marketing met toestemming
Meer dan een tijdschrift
Internationaal avontuur

Het begin

Toen het eerste nummer van Ode in het voorjaar van 1995 verscheen, werd de cover gesierd door een stralend lachende vrouw. Het was een treffende verbeelding van de spontaniteit waarmee de redactie naar de wereld om haar kijkt. De makers van Ode weigerden mee te doen aan het cynisme en pessimisme van gevestigde media. Ze wilden een nieuw geluid laten horen: voorbij de waan van de dag, op zoek naar de mogelijkheden van morgen. Ode is dan ook een onafhankelijk tijdschrift zonder banden met een grote uitgeverij.

Ode is een initiatief van Jurriaan Kamp en Hélène de Puy. Zij waren daarvoor de motor achter de Club van Schier, een geruchtmakende denktank die streefde naar ‘een samenleving waar ruimte is voor de inbreng van elk individu, zonder dat de alom aanwezig bureaucratie elk initiatief in de kiem smoort’. Kamp was journalist bij NRC Handelsblad, waarvoor hij onder meer vier jaar correspondent in India was en later de economieredactie leidde.

Maar liever nog wilde het echtpaar een tijdschrift waarop het zélf onmiddellijk een abonnement zou nemen als het zou bestaan. Een tijdschrift dat zich laat leiden door een drang naar vernieuwing. Een tijdschrift dat zich laat inspireren door een stroom van vaak minder bekende, internationale tijdschriften en publicaties, op zoek naar de beste ideeën en artikelen. Een tijdschrift dat deze parels zou oppikken, bundelen en van commentaar zou voorzien. Dat tijdschrift werd Ode. Om het blad uit te geven, richtten Kamp en De Puy een kleine, zelfstandige uitgeverij op: Bentota, vernoemd naar een paradijselijk dorp op Sri Lanka, waar ze met hun kinderen enige tijd hadden gewoond.

De eerste jaren

De aanvankelijke werkplek van de redactie van Ode leek met gevoel voor symboliek te zijn gekozen. De vier medewerkers zetelden in een voormalige directiekamer van de Holland-Amerikalijn in Hotel New York, op de toen bepaald niet levendige Kop van Zuid in Rotterdam. Vanuit deze locatie zijn in eerdere jaren tienduizenden Nederlanders en andere Europeanen vertrokken naar de ‘Nieuwe Wereld’, werkend aan een betere toekomst. Die droom werd gedeeld door de makers van Ode – met één verschil: zíj richtten zich niet op de andere kant van de oceaan, maar op de vernieuwende ideeën en initiatieven die overal in de wereld vorm werden gegeven.

Velen die met Ode kennismaakten, beschouwden het blad als een verademing, een fris en volkomen nieuw geluid dat de geest prikkelde als geen ander blad. Maar in de gevestigde media werd Ode minder hartelijk welkom geheten. Journalisten wisten het tijdschrift moeilijk te plaatsen: was het politiek nu links of juist extreem liberaal, dus rechts, georiënteerd? Was de openheid waarmee Ode nieuwe initiatieven onder de aandacht wel journalistiek verantwoord? Moest de toon niet wat kritischer zijn – of liever nog: cynischer? En wat betekende de ondertitel toch: ‘Kroniek van de onderstroom’?

Ode kende de eerste jaren een onstuimige groeiend lezerspubliek dat afkwam op de bijzondere bijdragen in het blad. In de beginjaren plaatste Ode onder meer interviews met mensen als clown-arts Patch Adams, goeroe Deepak Chopra en arts Andrew Weil, die destijds nog niet bij een groot publiek bekend waren. Er waren ook stukken van mensen als ‘ecopsycholoog’ Theodore Roszak, toenmalig president van Tjechië Václav Havel en socioloog Zygmunt Bauman. Maar ook verraste Ode met historische of juist vergeten bijdragen van Plato, Martin Luther King en Seattle, opperhoofd van de Dwamish-indianen.

Staat van dienst

Inmiddels heeft Ode zich ontpopt als hét tijdschrift dat het nieuwe denken bundelt en bijdragen van gerenommeerde auteurs publiceert. Het blad loopt voorop in het signaleren van nieuwe ontwikkelingen op het maatschappelijke én het persoonlijke terrein. Ode is daarnaast ook visueel een hoogstandje dankzij de uitstekende art direction van Eric Siry en de ruime aandacht voor opvallende, goede fotografie.

In Ode kwamen onder meer aan het woord: zanger Leonard Cohen, criticus Ivan Illich, astronaut Edgar Mitchell, andersglobaliste Noreena Hertz en schrijver Ben Okri. Er waren verrassende bijdragen van popmusicus Sting (over de kracht van stilte), schrijfster Naomi Wolf (over haar mystieke ervaringen), visionair Kevin Kelly (over de regels voor de nieuwe economie), U2-zanger Bono (over de psalm als blues), econoom Paul Hawken (als ooggetuige in Seattle bij de WTO-top in 1999), acteur Robert Redford (over het hervormen van een bedrijfstak) en – meerdere keren – schrijfster Arundhati Roy (over de kernwapenwedloop, over de dramatische gevolgen van de bouw van grote stuwdammen in India, over Amerikaans imperialisme). Maandelijks publiceren we column van de Braziliaanse schrijver Paulo Coelho, de Franse psychiater David Servan-Schreiber en Amy Domini, de Amerikaanse pionier van verantwoord investeren.

Marketing met toestemming

Voor de verspreiding van Ode is gekozen voor een vernieuwende manier van marketing. Immers, er zijn al zoveel tijdschriften, zoveel advertenties. Wie zit er op te wachten dat weer een verkoper zich aan je opdringt? Daar wilden de makers van Ode niet aan meedoen. Het eerste nummer werd in een oplage van 40 duizend stuks aangebOden bij persoonlijke relaties, vrienden van vrienden, en organisaties met gelijke idealen. Dat idee is nog steeds de grootste motor achter de huidige lezersgroei. Nog steeds hebben alle abonnees de mogelijkheid om Ode gratis te introduceren bij vrienden. Zij krijgen een brief waarin vermeld staat wie hen dit cadeau heeft aangebOden. Zo belandt Ode nooit zonder duidelijke afzender bij iemand in de brievenbus.

Ode brengt bovendien in praktijk wat Seth Godin ‘permission marketing’ noemde in zijn gelijknamige boek. Iedereen een gratis proefnummer aanvragen via de website. De makers van Ode geloven in de ‘weggeefeconomie’ omdat het cadeautje, Ode, zo mooi is. Ode, merkte een lezer eens op, is als een goed restaurant dat je een keer bij toeval in een zijstraat hebt ontdekt. Je wilt erover praten, je wilt het aanraden bij vrienden. En daarom is het geen toeval, dat de meeste lezers van Ode het blad hebben ontdekt via een vriend of vriendin die hen er op wees.

Meer dan een tijdschrift

Voor de abonnees in Nederland organiseert Ode ook bijeenkomsten met inspirerende denkers en doeners die in het blad aan het woord komen. Dat kunnen bijvoorbeeld lezingen, workshops, voorstellingen of muziekoptredens zijn. Ode is namelijk meer dan een tijdschrift. Zoals Benjamin Zander, dirigent van het Boston Filharmonisch Orkest, zei: ‘Ode is not just a magazine, it’s a way of life’. Een tijdschrift is immers maar één manier om mensen te inspireren; hen bij elkaar brengen is een andere. Lezers genieten van de mogelijkheid elkaar en de makers van Ode te ontmoeten.

Ook heeft Ode tweemaal een omvangrijke internationale conferentie belegd. In 2000 was Ode initiatiefnemer voor het Verdrag van Noordwijk aan Zee, een verklaring op weg naar een economie ‘waarin mensen ertoe doen’. Twee jaar later volgde een congres waarin artsen uit binnen- en buitenland vertelden over alternatieve behandelingen van kanker.

Ook werkt de redactie met regelmaat aan boeken. Soms betreft dat een bundeling van spraakmakende artikelen (Het kan wèl uit 1998, De stem van Ode met politieke commentaren, uit 2001), maar andere keren groeit een artikel uit tot een boek. Zo verscheen in 2000 Omdat mensen ertoe doen, waarin hoofdredacteur Jurriaan Kamp schreef over een economie waarin niet geld, maar mens en natuur centraal staan. Het boek is vertaald als Because People Matter, waarover econoom en politiek adviseur Jeff Gates zei: ‘A powerfully persuasive chronicle of why opposition to the current brand of globalization is certain to grow.’

Ook Kamps nieuwste boek, Klein geld – bij uitgeverij Lemniscaat verschenen in een populaire serie over globalisering – is in het Engels verschenen: Small Change. Hierin beschrijft Kamp het succes van microkrediet ter bestrijding van de armoede in de Derde Wereld.

Internationaal avontuur

Hoewel Ode in de eerste jaren alleen in Nederland verscheen, is het altijd de bedoeling geweest om Ode wereldwijd te verspreiden. Immers, nieuwe ideeën houden zich niet aan grensposten. Een Italiaanse school met een vernieuwende aanpak kan een voorbeeld zijn voor een school in Amsterdam, maar ook voor een school in Californië of in Nairobi. Een Duitse autofabrikant die een mOdel maakt dat op waterstof rijdt, kan een uitvinder in Japan inspireren.

Het was de droom van de oprichters om van Ode een internationaal tijdschrift te maken, dat in verschillende talen gelezen kon worden. Daarom is destijds gekozen voor een titel die in vele talen hetzelfde betekent: ‘Ode’ is een lofzang. En het tijdschrift is een Ode aan nieuwe gedachten en moedige visies die bekende vraagstukken van een ander perspectief voorzien.

Die droom is in januari 2003 werkelijkheid geworden: Ode verschijnt sindsdien in het Engels. In een oplage van enkele tienduizenden is Ode gelanceerd in Porto Alegre, Brazilië, op het World Social Forum, de jaarlijkse bijeenkomst van mensen die het opnemen voor menselijke en sociale waarden in het proces van globalisering. Later dat jaar is Ode een joint venture aangegaan met een Braziliaanse uitgeverij om Portugese edities in Brazilië te verspreiden. En er zijn gesprekken gaande met andere landen…

Ook voor de Engelse edities ervoor gekozen Ode te verspreiden via een netwerk: liefhebbers van Ode kunnen het blad introduceren bij hun organisatie, klanten- of vriendenkring. Zo hopen de makers van Ode dat meer mensen in de wereld geïnspireerd raken door het blad. Want het is duidelijk, dat steeds meer mensen die verhalen willen lezen ‘die anders zijn dan het nieuws dat wij geacht worden te geloven’, zoals Arundhati Roy het zegt. Inspiratie voor verandering – is dat niet wat iedereen nodig heeft?