Publieke steun is ook controversieel
Barendrecht, Bergen, Borsele, Urk, of Noord-Oost Groningen, steeds meer regio's komen in de publiciteit omdat er draagvlak ontbreekt. Bewoners zijn tegen de komst van CO2 opslag, windmolens of gas onder de grond. Ze vertrouwen niet - zo lijkt althans de uitleg - dat het veilig is of geen hinder zal veroorzaken, hoe uitgebreid de rapporten van deskundigen ook zijn. Nog meer voorlichting helpt niet meer. Ook de noodzaak wordt in twijfel getrokken: wie zegt dat het klimaat door menselijk toedoen verandert?
Tot nu toe was het verkrijgen van publieke steun gekoppeld aan een Not in My BackYard (NIMBY) vraagstuk: Schiphol, de HSL, de Betuwelijn enzovoort. Mensen voelen er niet voor om onder of naast hun huis voorzieningen te krijgen die de leefomgeving aantasten. Bestuurders, en ook veel communicatieprofessionals, hebben inmiddels met dergelijke situaties uitgebreid ervaring opgedaan.
NIMBY vraagstukken worden veelal opgelost met het 'voor wat hoort wat' beginsel: de veroorzaker komt de bewoners of milieuorganisaties met inpassing en compensatie maatregelen tegemoet, en betaalt een vergoeding voor geleden schade. En daarmee is de weerstand grotendeels afgekocht. Dat werkt vooral goed wanneer de hinder volledig is weg te nemen.
Zeggenschap Als er voor het algemeen belang toch iets substantieels van mensen wordt gevraagd, blijkt de behoefte aan draagvlak veel fundamenteler. Bestuurders en bedrijven moeten zich realiseren dat we niet meer in een volgzame samenleving leven. Een groot deel van de Nederlanders laat het eigen belang en de eigen welvaart prevaleren. Burgers twijfelen openlijk over democratisch gekozen leiderschap en verenigen zich snel via internet. De kiezer of klant wil duidelijk meer zeggenschap, meer rechten, meer macht. Dat verhoudt zich soms niet of nauwelijks meer met het algemeen belang. Wat nu te doen in dit krachtenveld?
Voor het funderen van publieke steun zijn vier peilers nodig:
1. Steek voldoende tijd en energie aan nut en noodzaak: belangen kunnen wel uiteenlopen, meningen over oplossingen kunnen verschillen, maar het gedeelde gevoel dat er ‘iets’ moet gebeuren moet ten minste aanwezig zijn. Maak allereerst analyses van stakeholders, leg je oor te luister. Kom dan pas met informatie. Verwerk daarin ook onzekerheden, kritische noten. Meet regelmatig de gevoelde nut en noodzaak, en kom pas met voorstellen zodra een ruime meerderheid in beginsel positief is.
2. Toon leiderschap door consistent optreden, het etaleren van visie, en het tonen van empathie. Zet sterke leiders in, mensen die als geen ander contact maken door te luisteren, mee te voelen, een boodschap overtuigend overbrengen en hun gehoor terug op het spoor kunnen brengen.
3. Erken en geef ruimte voor ieders belang. Schep voor burgers mogelijkheden voor inbreng, dialoog en invloed in de procesgang. Liever zelf georganiseerd dan te moeten omgaan met onberekenbare krachten. Maak invloed van burgers ook zichtbaar. Erkenning en gehoord worden neemt vaak al de meeste negatieve energie weg. Geef daarom juist burgers zelf de positie van waaruit ze invloed kunnen hebben op de besluitvorming, en veronderstel niet dat dit is afgedekt door de politiek of milieuorganisaties.
4. Blijf respectvol omgaan met burgers, ook al vragen ze veel geduld. Vermijd alleen aandacht te geven aan de meest mondige burgers. Met name ook zwijgende groepen hebben recht op tijdige en volledige informatie, en duidelijkheid over onzekerheden. Hun stem kan de doorslag geven. Dat vereist perfecte concrete gepersonaliseerde communicatie, zodat kwesties begrijpelijk worden, in de goede proporties zijn geplaatst. Dan pas kunnen alle burgers een afweging maken.
Met het leggen van een fundament is bij grote maatschappelijke kwesties veel tijd gemoeid. Vergelijk de discussie over rekeningrijden. Er zijn nog genoeg andere voornemens waarvan de betrokken bestuurders niet snel genoeg kunnen beginnen met dat fundament. Zonder draagvlak begin je tegenwoordig niets. Ook de burger is goed in staat een kwestie controversieel te verklaren.


