
Ja maar, dat kan toch helemaal niet?
Het verrassende effect van de omdenk-techniek.
Volgens de grondlegger van de ja-maar filosofie, Berthold Gunster, breng je met ja-maar elk idee om zeep. De kunst is volgens hem juist om bij ideeën “Ja en” te denken, “Ja, en hoe gaan we er mee om dat we geen tijd hebben?” “Ja-en” betekent: zien wat er is en wat je er mee zou kunnen. “Ja-maar” betekent: bedenken wat er zou moeten zijn, maar niet is. Met “Ja-en” creëer je, met “Ja-maar” controleer je. Met “ja-en” kunnen we het file-probleem oplossen, maar ook de schooluitval van allochtonen terugbrengen. Al blijft een beetje “ja-maar” op zijn tijd wel nodig. Gunster: “Zeker voor boekhouders, controllers en accountants is het een hele gezonde kwaliteit.”
HEMA pikt het niet langer
Een mooi voorbeeld van ja-en denken biedt de winkeldieven-case van de HEMA. Jaarlijks liep het bedrijf een forse omzet mis door winkeldiefstal. Traditionele manieren om aandacht voor dit probleem te vragen werkten niet. De pers en met name het publiek waar het om ging, jongeren, leken op geen enkele manier geraakt te worden. Tot de HEMA koos voor een verrassend andere aanpak: een actie waarbij de top 5 meest gestolen artikelen tijdelijk 25% in prijs werden verlaagd. Onder de titel ‘Top 5 meest gejat’ werden speciale schappen geplaatst met deze vijf producten, overdreven zwaar bewaakt door extra camera’s. Het resultaat was landelijke publiciteit, en daarmee was het doel bereikt: aandacht voor het verschijnsel winkeldiefstal.
Volgens Berthold Gunster komen mensen privé en professioneel vaak niet tot dergelijke oplossingen, waarbij van een probleem een kans gemaakt wordt, omdat het ja-maar denken de overhand heeft. Daarom houdt hij met workshops, seminars en boeken, een vurig pleidooi voor ja-en. Zo kun je volgens hem problemen ‘omdenken’ tot kansen en gaat een wereld van mogelijkheden open.
Vergeet Meester Harry
Hoe zeer ja-maar ons in de weg zit, laat Berthold Gunster in zijn workshops zien aan de hand van een sketch met ‘Meester Harry’. Zijn rechterhand, acteur Tim Winkel, speelt daarbij een geloofwaardige 11-jarige scholier, die trots vertelt dat hij een ‘concours hiep hiep’ heeft gewonnen. Meester Harry verbetert deze verhaspeling van concours hippique direct. Ook in de rest van het gesprek met de leerling veroordeelt hij alles wat de jongen vertelt. Hij bekijk daarbij alles vanuit zijn eigen venster op de wereld, gebaseerd op zijn normen en waarden. De jongen druipt diep teleurgesteld af.
Natuurlijk is Meester Harry een karikatuur, maar volgens Berthold Gunster komen we hem in werkelijkheid vaak tegen. In anderen, maar (vooral) ook in onszelf. Vaak kijken we naar situaties met een verwachting van hoe iets ‘zou-moeten-zijn’, en zien daarbij niet ‘hoe-het-is’. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat 85% van wat opvoeders tegen kinderen zeggen vermaningen en correcties zijn. Niet zo gek dus, dat kinderen later meesters in ja-maar denken zijn. Volgens Gunster moeten we de stem van de Meester Harry in ons juist negeren als we problemen proberen op te lossen. Hoe? Door de feiten te accepteren zoals ze zijn en ons te concentreren op de kansen die ze bieden.
Neem William Kamkwamba. Als 14-jarige jongen woonde hij in het straatarme Malawi. Zijn ouders hadden geen geld voor een opleiding. Hij moest daarom helpen op de boerderij van zijn vader. In zijn dorp was niets, behalve wind en afval. “Een kansloze situatie”, zou Meester Harry zeggen. Maar William zag dat anders.
Geïnspireerd door een boek over energie dat hij had geleend bij de kleine schoolbibliotheek van zijn dorp, bouwde hij een windmolen van alle bruikbare afvalmaterialen die hij kon vinden zoals een oude fiets en weggegooid plastic. Zo hielp hij zijn dorp aan elektriciteit, in een land waar slechts 2% van de bevolking toegang heeft tot het stroomnet.
Dit voorbeeld illustreert precies hoe je een probleem kunt ‘omdenken’ zoals Berthold Gunster dat noemt. William Kamkwamba zag wat er was en wat hij er mee zou kunnen. Zo maakte hij van zijn probleem een kans.
Veel minder scepsis dan 14 jaar geleden
Toen Berthold Gunster in 1996 zijn ‘ja-maar’-filosofie introduceerde bij workshops aan bedrijven en organisaties, onmoette hij veel weerstand. Mensen zagen het nut van trainingen niet direct in, hadden het gevoel dat ze ‘moesten’ van de baas, ze kenden Gunster niet, of informeerden argwanend naar de wetenschappelijke onderbouwing van zijn verhaal. Gunster probeerde deze weerstand te overwinnen met een programma rond het begrip ‘ja-maar’, waarbij hij inzicht en humor combineerde, in een mengeling van cabaret, theater en interactie met het publiek. Deze aanpak had succes.
Tegenwoordig is de training zo populair dat trainers en acteurs zijn opgeleid om hem in binnen- en buitenland te verzorgen. Ook de basishouding waarmee cursisten de filosofie tegemoet treden is sterk veranderd. Gunster: 'Mensen komen nu totaal anders binnen dan toen. Ze zijn veel opener, pragmatischer en praktischer geworden. Ze zien vrij snel in wat ze met de training kunnen en ze zijn bijna direct enthousiast. Zelfs toen ik deze zomer om tien uur ’s morgens op Lowlands stond, had ik nog een volle tent. De festivalgangers hadden zich voor de workshop uit hun bed getrokken. Op de achtergrond hoorde je een harde drum beat, maar het publiek deed geweldig mee. Snel, humoristisch. We gaan dit jaar weer.'
Maakbaarheidsgeloof maakt plaats voor ja-maar filosofie
Gunster verklaart de verandering in opstelling van bezoekers aan zijn seminars door te wijzen op het verdwijnen van het maakbaarheidsgeloof. De opvatting dat je een samenleving kunt inrichten als communistische staat was al verdwenen na de val van de muur, maar ook onze verzorginsstaat blijkt veel minder maakbaar dan we dachten. Bovendien maakte de kredietcrisis een einde aan veel kapitalistische illusies. Gunster: “We ontdekken langzamerhand dat er geen eenduidig stelsel blijkt te creëren. De wereld is te complex en onderling te afhankelijk. Alles gaat ook steeds sneller. Vroeger duurde de opkomst en ondergang van een hele industriële sector zo’n 50 tot 70 jaar, tegenwoordig nog maar tien jaar.”
We voelen volgens Gunster intuïtief aan dat verstandige beslissingen nemen op basis van alle informatie vaak niet meer mogelijk is. De kunst lijkt nu meer dan ooit om jezelf over te geven aan de stroom van het leven en tegelijkertijd het gevoel te behouden van controle en beheersing. Een juiste balans tussen een ‘ja-maar’- en ‘ja-en’-houding maakt dit mogelijk. Vandaar het snel toenemende succces van Gunster’s boeken, trainingen en seminars.
Ja-maar… dat werkt toch niet voor armoede?
Naast bedrijven zien ook overheden en andere organisaties nu de kansen die de techniek van het omdenken kan brengen voor het oplossen van maatschappelijke problemen. Gunster is bijvoorbeeld benaderd om mee te denken over oplossingen voor het bestrijden van de armoede in Utrecht en de schooluitval van allochtonen op de ‘brede school’. Gunster: “Dat zijn zogenaamde ‘wicked problems’, complexe problemen, die je niet kunt oplossen met één maatregel. Minder files? Meer treinen! Dat werkt niet. Het is de uitdaging van deze tijd instabiele complexe systemen met een serie maatregelen te transformeren tot een nieuw complex systeem op hoger niveau met een relatieve stabiliteit.
Daarbij moeten we beseffen dat ook op dit hogere niveau er al enige instabiliteit in het systeem kan zijn ingesloten. Dat hoeft op dat moment geen probleem te zijn. Complexe systemen zijn altijd enigszins instabiel. Als je de structuur en werking van het systeem echter ook op de langere termijn wilt behouden, dan is het na verloop van tijd als vanzelf nodig een volgende transformatie te realiseren. Doe je dit niet, dan is de kans groot dat het systeem terugvalt tot een lager niveau of uiteindelijk in chaos uiteenvalt.”
Zelf enorm ja-maar
Hoewel hij zijn pleidooi voor ‘ja-en’ na 14 jaar nog steeds enthousiast houdt, heeft de succesvolle omdenk-filosoof zelf naast een ‘ja-en’ ook een echte ‘ja-maar’-persoonlijkheid. Gunster: “Ik ben een controlfreak, een ja-maar-denker. Juist omdat ik dat ben, kan ik ook heel erg ja-en zijn. Begrijp me niet verkeerd: ja-maar is niet fout! De twee posities hebben elkaar nodig. Zonder begrenzing is er ook geen ruimte. Zoals er geen wit is zonder zwart. Alle mensen hebben een ‘ja-maar’ en een ‘ja-en’-kant. De kunst is om de juiste balans te vinden tussen ja-maar en ja-en.” Ja-en-mensen vinden het vliegtuig uit, ja-maar-mensen de parachute.
Balans tussen ja-maar en ja-en
De vraag is dan natuurlijk hoe je de balans vindt tussen een ‘ja-maar’- en een ‘ja-en’-houding. Wanneer voer je typische ‘ja-maar’-activiteiten als ‘verwachten’, ‘beslissen’ en ‘evalueren’ uit en wanneer typische ‘ja-en’-activiteiten als ‘waarnemen’ en ‘doen’? Volgens Gunster is het belangrijk om bewust op de juiste momenten de juiste accenten te zetten. Spreek vooraf af wat je gaat doen en hoe lang. Ook moet je relatief langer de ‘ja-en’ basishouding aannemen en kort maar krachtig de ‘ja-maar’-houding. Als je te lang blijft hangen in de ‘ja-maar’-houding ga je namelijk te veel denken óver de werkelijkheid in plaats van deze waar te nemen. Piekeren in plaats van doen. Twijfelen in plaats van besluiten. Probleem is dan dat je belangrijke kansen over het hoofd gaat zien en erger nog, je gaat situaties ‘vastdenken’ zodat een probleem onoplosbaar lijkt.
Onze intuïtie is de beste PC die we hebben
Naast een goede balans tussen ja-maar en ja-en onderstreept Gunster ook het belang van onze intuïtie. Gunster: “Grote doorbraken in de ontwikkeling van de mensheid zijn altijd een combinatie van diepgaande kennis en intuïtie”, zegt hij in zijn ruime, lichte werkkamer, met uitzicht over een besneeuwd park. “Om je intuïtie te benutten is het wel belangrijk om jezelf een doel te stellen, om goed te weten wat je wilt bereiken: bijvoorbeeld de armoede in Utrecht bestrijden. Dan is het eerst belangrijk om heel veel over dit onderwerp te weten. Vervolgens kom je op een punt dat je zeer goed op de hoogte bent en dan is het de kunst om er op te vertrouwen dat ons onderbewuste het antwoord weet. Ons onderbewuste is namelijk geen donkere kelder vol beangstigende geheimen, nee, er zit een geweldige PC in. Volgens hoogleraar Ap Dijksterhuis is de verhouding tussen ons bewuste en onderbewuste denken 1 staat tot 200.000. In afstand uitgedrukt: als ons bewuste een meter is, dan is ons onderbewuste gelijk aan de afstand Utrecht-Groningen.”
Ambitie? Bij de Shell liggen...
Het omdenken van problemen zoals Gunster voorstelt, wijkt sterk af van de vastdenk-manier waarop mensen gewoonlijk met problemen omgaan. De juiste balans vinden tussen ‘ja-en’ en ‘ja-maar’ is al niet makkelijk, laat staan dat mensen, bedrijven of overheden durven te vertrouwen op hun intuïtie. Toch vreest Gunster niet dat zijn boodschap alleen zal aanslaan bij een kleine elite. Integendeel, hij ziet ja-maar als een filosofie voor een breed publiek. “Meteen toen ik begon, wilde ik bij de Shell liggen. ‘Ja-maar’ is een Hema-merk.”
En hij lijkt in die missie te slagen. Zijn eerste boek “Ja maar wat als alles lukt?” werd een bestseller, met meer dan 30 duizend verkochte exemplaren. Ook de opvolgers ‘Huh?! De techniek van het omdenken’ en ‘Omdenken’ verkochten met samen 40 duizend exemplaren uitstekend. Daarnaast volgden al 350 duizend mensen, uiteenlopend van ambtenaren bij de gemeente Den Haag tot medewerkers van de ABN AMRO-bank, een ja-maar workshop. Zij beoordeelden de workshop op de website bedrijfsuitje.nl met gemiddeld bijna een negen.
Deze cijfers in combinatie met de veranderde houding waarmee deelnemers de ja-maar workshop tegemoet treden, lijken er op te wijzen dat het grote publiek klaar is voor de ja-maar filosofie. Wanneer dit het geval is, zal de wereld van mogelijkheden heel groot worden. Als William Kamkwamba in zijn eentje al electriciteit naar zijn dorp kon brengen, stel je dan eens voor wat er gebeurt als de meerderheid van de Nederlandse bevolking problemen omdenkt? Oplossingen voor de economische crisis, de klimaatcrisis en de energiecrisis lijken ineens een stukje dichterbij.
Zo kun je problemen ‘omdenken’
Plaats van handeling: een vergadering ergens in Nederland. Een project-team heeft zojuist enthousiast de plannen voor het komende jaar gepresenteerd. Er wordt instemmend geknikt, tot de marketing manager het woord neemt: “Ja, maar daar hebben we helemaal geen tijd voor?” En: “Ja, maar daar hebben we geen budget voor!” De positieve energie die het enthousiasme van het project-team met zich mee bracht, is op slag verdwenen. Ja-maar was here.
Herkenbaar? Zo denk je zelf situaties om en houd je de creatieve energie in een sessie.
1) Ga van probleem naar feit, van ja-maar naar ja. Deconstrueer een probleem tot feiten: haal-er-af-wat-er-zou-moeten-zijn en houdt-wat-er-over-is. Dit valt niet altijd mee, want we zijn sterk geneigd om vast te houden aan onze vastgeroeste meningen en oordelen.
2) Van ja naar ja-en. Je bekijkt de kale feiten en onderzoekt wat je ermee kunt doen. In zijn boek ‘Huh?! De techniek van het omdenken’ bespreekt Berthold Gunster 15 strategieën waarmee je problemen in deze fase kunt kantelen tot kansen. Deze lopen uiteen van wachten tot focussen. En van verleiden tot omkeren.
Daarnaast is een goede balans tussen ja-maar en ja-en van belang. Bepaal vooraf welke positie je inneemt, en voer relatief kort ‘ja-maar’-activiteiten als ‘verwachten’, ‘beslissen’ en ‘evalueren’ uit en besteed meer tijd aan ‘ja-en’-activiteiten als ‘waarnemen’ en ‘doen’.
Meer lezen over Berthold Gunster?
> Stoomcursus oplossingen bedenken
> De ambitie van omdenkfilosoof Berthold Gunster
> 3 manieren om je problemen om te denken
Of neem een proefabonnement op het meest optimistische maandblad van Nederland, voor slechts €3,33 per maand.


