
De grond raakt op!
John Jeavons staat voor de klas van Ecology Action, de experimentele boerderij die hij heeft gevestigd op een berg boven het stadje Willits, in noordelijk Californië, en hij doet iets met appelmoes. Voor iedere lepel appelmoes schept hij theatraal, één voor één, zes eetlepels aarde op, die hij in een andere kom doet. De vijfendertig mensen die uit heel Amerika naar zijn boerderij zijn gekomen voor een rondleiding, krijgen een duidelijke boodschap mee: voor iedere hoeveelheid geconsumeerd voedsel dat met de huidige conventionele landbouwmethoden wordt geproduceerd, gaat maar liefst zes keer zoveel bovengrond verloren. Aangezien een mens gemiddeld per jaar een ton voedsel inneemt, komt dat neer op een verlies van ruim vijfduizend kilo bovengrond. Jeavons heeft berekend dat we met de huidige landbouwpraktijken nog voor veertig tot tachtig jaar aan landbouwgrond overhebben.
Jeavons gaat van de vooronderstelling uit dat landbouw , of die nu biologisch of conventioneel is en in de eerste of de derde wereld plaatsvindt, meer verbruikt dan oplevert. Bij biologische landbouw wordt bijvoorbeeld in de meeste gevallen bodemvruchtbaarheid geleend in de vorm van compost of mest die elders zijn geproduceerd. Jeavons’ norm voor duurzaam bodembeheer biedt een simpel, voor de hand liggend ijkpunt: de hoeveelheid opgeleverde bovengrond moet minstens even groot zijn als de verbruikte hoeveelheid. En aangezien de wereld steeds kleiner wordt en elk stukje bouwland kostbaarder wordt, betoogt hij, verschuif je het probleem alleen maar als je vruchtbaarheid van elders leent.
Jeavons’ systeem bestaat vooral uit monomaan composteren. Maar met composteren bedoelt hij niet alleen het schilderachtige hergebruik van etensrestjes. Jeavons raadt elke tuinder aan zeker zestig procent van de beschikbare grond te reserveren voor gewassen die voornamelijk tot doel hebben biomassa toe te voegen aan de composthoop. Granen, doorgeschoten rettich en twee meter hoge kardoen zijn voorbeelden van planten die worden geboren om ongeproefd te sterven en te vergaan, te worden afgesneden en weer in de kringloop te worden gebracht om met elke generatie meer koolstof vast te leggen. Gemiddeld doet de natuur er tweehonderd jaar over om één centimeter bovengrond te produceren. Volgens berekeningen gaat door de moderne landbouwtechnieken de bodemerosie tien tot veertig keer sneller dan in de natuur. Jeavons heeft uitgekiend hoe hij met zijn systeem, als het optimaal werkt, voedsel kan produceren en tegelijk de bovengrond met zestig maal het natuurlijke tempo kan vermeerderen.
Terwijl ik tussen de gigantische regels door wandel, heb ik een gesprek met Bob Shaffer, een composteergoeroe en adviseur. Shaffer legt uit dat het niet louter en alleen om de hoeveelheid grond gaat, maar ook om de kwaliteit ervan. Ik krijg ter plekke een spoedcursus grondmechanica. ‘Planten produceren samen met microben in de bodem zogeheten polysachariden. Die polysachariden zijn ruwweg te omschrijven als gom, lijm en gels. Ze zorgen dat de grond samenkleeft, zodat die niet gemakkelijk onder invloed van water en wind kan wegspoelen.’ Het verborgen geheim van de landbouw is volgens Shaffer de achteruitgang van de algehele gezondheid van de grond. ‘Het is een cumulatief effect van jaren dat uitmondt in bodemerosie’, doceert hij geduldig. ‘Zo ontstond de Dust Bowl, een periode in de jaren dertig van de vorige eeuw waarin het midden van de Verenigde Staten werd getroffen door een reeks zware stofstormen die de vruchtbare bovenlaag wegblies. Hoe verder het humusgehalte afneemt, hoe lager de polysacharide-inhoud, en uiteindelijk verliest de grond haar kleefkracht en blijft niet meer liggen, ook al proberen we dat met mulchen en andere maatregelen te voorkomen.’
De methode van Jeavons om dit tegen te gaan vormt een schoolvoorbeeld van biologische landbouw, zo wordt mij verteld: bodembedekkers planten, geen zware machines gebruiken (om inklinken te voorkomen) en kippen door de akkers laten lopen. Hoe dieper de structuur van de bovengrond reikt, hoe meer wortels er in de grond kunnen groeien, hoe meer water de bodem kan vasthouden en hoe minder er overblijft om te worden weggespoeld. ‘Sinds dat eerste jaar is er geen druppel water meer van dit land gestroomd’, vertelt Walker trots.
Foto: Nicky Varkevisser via Flickr.com
Dit is een deel van het verslag van Larry Gallagher, die voor Ode verslag deed vanaf de boerderij van Jeavons.
Lees hier hoe het gesteld is met de grond in Nederland.
Luister hier naar een radio interview met John Jeavons.
Meer inspirerende verhalen? Neem nu een proefabonnement op Ode.


