Muziek: Wanhopige schoonheid

Ode's muziekexpert Ton Maas deelt hier maandelijks zijn muzikale vondsten. Deze maand: De indringende klanken van de cello-achtige shah kaman van componist Kayhan Kalhor

Voor luchtige kost moet je bij de Iraanse kemenchespeler en componist ­Kayhan ­Kalhor niet zijn. Zijn werk heeft altijd een weemoedige ondertoon, van het meeslepende conceptalbum Night ­silent desert tot het aangrijpende Silent city, een muzikaal eerbetoon aan de slachtoffers van de gifgasaanval op het Koerdische stadje Halabja in het noorden van Irak. In de hoestekst van zijn nieuwste plaat I will not stand alone bekent Kalhor dat de composities in eerste instantie voortkwamen uit wanhoop over de chaotische en uitzichtloze situatie waarin zijn vaderland belandde tijdens en na de laatste presidentsverkiezingen. Maar vervolgens hielp diezelfde muziek hem de zaken in perspectief te zien, waardoor hij tot de conclusie kwam die uiteindelijk de titel van de plaat werd: niet zijn volk in de steek laten, maar voor de mensen in Iran blijven optreden en ze daarmee troost en hoop bieden.

De plaat markeert bovendien de geboorte van een nieuw instrument. In 2002 ­ontmoette Kalhor de Australische instrumentbouwer Peter Biffin, die bezig was met de ontwikkeling van een instrument dat hij tarhu had gedoopt, omdat hij het zag als een kruising tussen de klassieke Ottomaanse langhalsluit tanbur en de Chinese knievedel erhu. Biffins ideeën spraken Kalhor zo aan, dat hij voorstelde om voor hem een instrument te ontwerpen met een vollere en lager reikende klank dan zijn traditionele Perzische penvedel, de kemenche. De sonore, cello-achtige toon van deze shah kaman, zoals het instrument werd gedoopt, laat de muziek nog indringender klinken dan ze toch al was.

Van begrafenis tot ochtendgloren
My halo at half-light van Snakefarm
Twaalf jaar geleden zette het duo Snakefarm, bestaande uit echtgenoten Anna Domino en Michel Delory, de wereldmuziekwereld op z’n kop met hun debuutplaat Songs from my funeral. Het idee achter de cd is zo voor de hand liggend dat het onvoorstelbaar leek dat niemand er eerder aan had gedacht: neem een aantal overbekende Amerikaanse traditionals als House of the rising sun en Tom Dooley en voorzie die van hippe dancebeats.

Maar elk idee, hoe goed ook, valt of staat uiteindelijk met de realisatie ervan en die was in dit geval briljant. Want Domino beschikt over een gloedvolle stem, die in de verte doet denken aan Susan Vega, maar dan dieper en warmer. En Delory is een snarentovenaar die zich evenzeer thuis voelt op gitaar als op banjo, mandoline, dobro en bas.

De aanpak van Snakefarm doet oppervlakkig bezien denken aan de moderne remixpraktijk, en het duo bedient zich inderdaad van stijlmiddelen als elektronische beats en gelaagde instrumentaties, maar niet als vernislaag of toefje slagroom maar als integraal deel van de muziek. De oude liedjes worden letterlijk herschapen als eigentijdse popsongs.

Wereldwijd keken fans reikhalzend uit naar een volgende plaat van Snakefarm, pas nu komt het duo terug met een tweede verzameling bijdetijdse Amerikaanse volksliedjes. Gelukkig hebben Domino en Delory niets aan hun ijzersterke concept veranderd. In veel andere gevallen zou dat aanleiding vormen tot pittige kritiek, maar de begrafenismuziek van Snakefarm was zo goed dat ze ook bij het krieken van een nieuwe dag nog altijd staat als een huis.

Meer dan blauwe ogen
Follow me down - Sarah Jarosz
Is het rijtje studiomuzikanten dat op de plaat van een onbekende -artiest vermeld staat een betrouwbare indicatie van de kwaliteit? Van de namen die opduiken in de hoestekst van Follow me down, een cd van de twintigjarige Amerikaanse zangeres Sarah Jarosz, springt die van Chris Thile meteen in het oog. Deze uiterst getalenteerde mandolinespeler, zanger en componist werkt weliswaar graag samen, maar nooit zie je hem als een van vele gastmusici.

Ook de rest van het rijtje is eigenlijk best indrukwekkend: banjovirtuoos Béla Fleck is van de partij, net als meesterbassist Edgar Meyer, slide-gitaarwonder Jerry Douglas en zangeres Shawn Colvin. De eerste maten van het openingsnummer Run away maken al meteen duidelijk waar deze artiesten voor vielen: behalve prachtige blauwe ogen beschikt Jarosz over de gave om de stijlkamer van de Amerikaanse rootsmuziek om te bouwen tot een eigenzinnig en bovendien volstrekt origineel idioom. Alleen al de manier waarop banjo en elektrische gitaar worden gecombineerd, is een geniale vondst.

En zo gaat het elf nummers lang door. Bijna alles schreef ze zelf en twee liedjes eigende ze zichzelf op onnavolgbare wijze toe, waaronder het lastige The tourist van Radiohead.

Een lied voor de crisis van Martin Simpson.

Meestal houdt gitarist en zanger Martin Simpson zich ver van de actualiteit, maar de huidige financiële crisis mocht op zijn nieuwe cd Purpose + Grace niet ontbreken. Als folkartiest dook hij de archieven in, op zoek naar een passende ballade. Maar in plaats van een lied uit de orale traditie kwam hij uit bij Brother can you spare a dime, een song van Yip Harburg, door velen beschouwd als de meest treffende poëtische verbeelding van de Grote Depressie uit de jaren dertig. Roem en royalties voor de uitvoerende artiesten, onder wie Bing Crosby, maar niet voor de componist, die juist vanwege deze song vervolgd werd door communistenjager Joe McCarthy.

Bij de presentatie van Purpose + Grace liet Simpson onlangs weten toch niet helemaal tevreden te zijn met zijn keus, omdat Brother eigenlijk alleen de gevolgen van de crisis voor de gewone man schetst en geen melding maakt van de hoge heren die er altijd weer in slagen zichzelf aan de nare gevolgen van hun manipulaties te onttrekken. Dus zong hij als aanvulling op de cd het indringende Palaces of gold, een nummer van Leon Rosselson.

Voor de zeer fraaie cd van Simpson kwam dit inzicht te laat, maar hij nam het nummer alsnog op met folkveteraan Roy Bailey als zanger, die hij op meesterlijke wijze begeleidt op slidegitaar.

Beluister Palaces of Gold hier:



Meer lezen?
Muziek uit de favela
Muziek: een nieuwe klaagzang over Jeruzalem
Jazz zoals het is bedoeld


Volg Ode ook op Twitter of Facebook, via de digitale nieuwsbrief, of neem een proefabonnement op Ode voor slechts €3,33 per maand

 

Van onze adverteerders:

   
Abonnement
Geef Ode cadeau
Nieuwsbrief