|
Het goede nieuws over de olieramp |
|
Wetenschappers rapporteren dat de olievlek in de Golf van Mexico sneller lijkt op te lossen dan verwacht. Volgens The New York Times zagen verslaggevers uit een vliegtuig boven het gebied maar een paar plekken met een oliefilm en hier en daar een streep dikkere olie. De BBC meldt dat volgens Jane Lubchenko, hoofd van de National Oceanic and Atmospheric Administration, de olie grotendeels biologisch is afgebroken door natuurlijke bacteriën. In beide verslagen toont men zich verrast: ‘De vraag is waar alle olie is gebleven en wat we eraan kunnen doen?’ Eigenlijk is het niet zo verrassend. Telkens weer onderschatten we de kracht van de natuur. Bacteriën kunnen olie veel efficiënter oplossen en absorberen dan chemicaliën. Ik herinner me een bezoek dat ik jaren geleden bracht aan een olieraffinaderij in Rotterdam, waar een wetenschapper me liet zien dat bacteriën alles opruimden in de vervuilde, van olie doordrenkte grond van de raffinaderij. Hij zei toen: ‘Wanneer de raffinaderij wordt gesloten en we na een jaar of tien terugkomen, zal je aan de bodem niet kunnen zien dat er olie in is gelekt.’ Na ieder optreden van de mens begint de natuur alles weer schoon te maken en te herstellen. En toch kunnen we maar moeilijk op die reactie vertrouwen. In 2000 gingen verslaggevers van het Duitse tijdschrift Natur op onderzoek uit op de stranden van Bretagne, die in maart 1978 ernstig waren vervuild door de olieramp met de tanker Amoco Cadiz. De Amoco Cadiz was voor dit gedeelte van de Franse kust gezonken en er was tweehonderddertigduizend ton ruwe olie naar de stranden gestroomd. Ruim twintig jaar later stonden de verslaggevers van Natur samen met Duitse wetenschappers uren in het zand te graven zonder ook maar een spoor van olie aan te treffen! Een Franse bioloog zei: ‘Ten tijde van het ongeluk dachten we dat de natuur voor -tientallen jaren verpest was. Maar een half jaar later was er al bijna geen olie meer te vinden.’ De rommel was opgeruimd door miljarden bacteriën, geholpen door de warmte van de zon. Na de ramp met de Amoco Cadiz werd in Brest het Centre de documentation, de recherche et d’expérimentations sur les pollutions accidentelles des eaux (CEDRE) opgericht. De afgelopen dertig jaar zijn veel kleine en grote olielekken door het instituut onderzocht. De conclusie was dat schoonmaakacties meer kwaad dan goed doen. De kracht en effectiviteit van in de natuur voorkomende bacteriën worden door de gebruikte chemicaliën aangetast. Verder is het van belang dat een olievlek niet wordt verspreid, aangezien de bacteriën hun werk beter kunnen doen als de oliedeeltjes dicht bij elkaar blijven. Volgens het CEDRE kan de menselijke bijdrage aan schoonmaakacties het best beperkt blijven tot vervuild zand van de stranden scheppen. Het team van Natur bracht ook een bezoek aan Alaska, waar de Exxon Valdez in 1989 een ramp veroorzaakte. Er stroomde veertigduizend ton ruwe olie uit de Exxon Valdez. Ruim tien jaar na de ramp, kwam het team van Natur tot de slotsom dat het water en de bodem in het gebied schoon waren. Er werden alleen oliesporen gevonden onder stenen op de zeebodem. Volgens de wetenschappers hadden de bacteriën vanwege het koude water bij Alaska meer tijd nodig voor de schoonmaak. En dat is goed nieuws voor de Golf van Mexico, die bekendstaat om zijn warme, orkanen voortbrengende wateren. De olievlek in de Golf is verschrikkelijk en is een waarschuwing tegen offshoreboren. Er zijn veel betere, duurzame alternatieven. Maar intussen mogen we blij zijn dat de natuur onze rommel snel zal opruimen. Jurriaan Kamp is mede-oprichter en hoofdredacteur van Ode. |
© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright) |