www.odemagazine.com

Mark Baal, van | 122 december 2009 issue

Eneco vindt zichzelf opnieuw uit

Decentraal en duurzaam: zo zal energie worden opgewekt in de toekomst. Nederlands derde energieleverancier treft maatregelen. Ode sprak met medewerkers en onafhankelijke experts over de ambities van Eneco.

Door Mark van Baal

Kees-Jan Rameau, raad van Bestuur Eneco.

Op bezoek in de twee-onder-een-kapwoning van de familie Eijpe, aan de Nieuwlandseweg in Amersfoort, doet niets vermoeden dat we hier een glimp kunnen opvangen van de toekomst van de energiehuishouding. Er is vloerverwarming, de keuken heeft elektrische kookplaten en een manshoge koelkast, in de garage staat boven op de wasmachine zelfs een wasdroger, voor milieubewuste mensen het symbool van energieverspilling. Terwijl Herman Eijpe, een 58-jarige energieadviseur bij Eneco, met een afstandsbediening zestien zonweringen voor zijn dakramen wegschuift en de ochtendzon de vide binnenkomt, verklapt hij het geheim: ‘Alle energie die we gebruiken, is duurzaam -opgewekt.’

De 48 zonnepanelen op het dak en de twee meter hoge warmtepomp in de garage – die bodemwater gebruikt om water voor de kraan en de cv te verwarmen – leveren bijna driekwart van de energie die hij en zijn vrouw nodig hebben. De rest komt via de meterkast het huis binnen. Om te zorgen dat ook deze energie duurzaam is, heeft Eijpe met Eneco een contract afgesloten, zodat zijn verbruik door het energieconcern met windturbines wordt opgewekt.

Deze zogeheten energiebalanswoning in Amersfoort moet voor energieconcerns klinken als een nachtmerrie. Immers, waar komen de inkomsten vandaan wanneer woningen vanwege decentralisatie steeds minder behoefte hebben aan traditionele energieleveranciers? Nu stroomt energie nog in één richting: van grote elektriciteitscentrales via hoogspanningsmasten naar huizen en bedrijven. In de toekomst zal energie daarentegen alle kanten op stromen. Het is een scenario dat de potentie heeft de industrie te veranderen. Eneco, dat nu simpelweg kilowatturen levert en daarvoor een factuur stuurt, heeft een eigenzinnig plan opgesteld, waarin bovendien zowel energiebesparing als duurzame energiebronnen een cruciale rol spelen: in 2030 moet alle energie die het levert duurzaam zijn opgewekt.

‘Zijn we niet als een slager die tegen zijn klanten zegt dat ze minder vlees moeten eten?’, vraagt Kees-Jan Rameau van Eneco’s Raad van Bestuur zich verwonderd af. ‘De volumes aan elektriciteit en gas die wij leveren, zal je zien teruglopen. Dat is de consequentie als gebruikers decentraal gaan opwekken, misschien zelfs leverancier van hun buren worden. Dan verandert onze rol drastisch.’

In de Amersfoortse wijk Nieuwland heeft Eneco talrijke daken belegd met zonnepanelen.

Binnen de Raad van Bestuur is Kees-Jan Rameau verantwoordelijk voor deze ambitieuze toekomststrategie. De natuurkundig ingenieur, sinds 2004 werkzaam bij Eneco, heeft geen twijfels over de trend die nu al is waar te nemen. ‘De komende tien, twintig, dertig jaar zal energie steeds meer lokaal, kleinschalig en duurzaam worden opgewekt, heel dicht bij waar het verbruik is’, vertelt hij, terwijl hij wegrijdt van het hoofdkantoor in Rotterdam naar zijn huis in België. ‘Huizen zullen eigen duurzame energiebronnen hebben met zonnepanelen, zonneboilers en warmtepompen.’

Volgens Rameau is de energiebalanswoning van de familie Eijpe een voorbeeld van hoe Eneco-klanten dan aan hun energie komen. Dat heeft niet alleen grote gevolgen voor de energierekening, die lager zal uitvallen. ‘Het gebruik van gas in nieuwe woonwijken is in de toekomst niet meer vanzelfsprekend’, weet Rameau. Eneco, dat stroom en gas levert aan ruim twee van de zeven miljoen huishoudens in Nederland, zal het verlies aan energieverkoop op andere terreinen moeten compenseren. Een van de manieren is door het plaatsen van duurzame installaties. Een afdeling met zo’n duizend installateurs heeft nu ook kennis over de installatie van zonnepanelen en warmtepompen. Rameau: ‘Voor ons verschuift de business van geld verdienen aan het leveren van elektriciteit en gas naar geld verdienen met het installeren, onderhouden en administreren van decentrale duurzame installaties.’

Het zal nog ‘een vrij complexe functie’ zijn om al die energiestromen te regisseren, meent Rameau. ‘Het zal nooit zo zijn dat iedereen precies opwekt wat hij gebruikt. Wij zijn er goed in om die stromen te balanceren en te administreren. Iemand moet bijhouden wat Dorpsstraat 4 levert aan Dorpsstraat 9.’

Die nieuwe rol vereist decentrale en kleinschalige opwekking – en dat is een van de redenen waarom Eneco zich weigert te laten overnemen door een buitenlandse energiereus, zoals is gebeurd met Nuon en Essent. Terwijl de twee nutsbedrijven menen dat alleen grote energiebedrijven de toekomst hebben, gelooft Eneco juist niet in schaalgrootte. In een gesprek met Het Financieele Dagblad zei bestuursvoorzitter Jeroen de Haas eerder: ‘Grootschalige en centrale energieopwekking heeft zijn beste tijd gehad.’


Met duurzame installaties in huizen alleen haalt Eneco zijn doelstellingen voor 2030 niet. Er zal, net als in de energiebalanswoning in Amersfoort, ook duurzame energie moeten worden geleverd. In Eneco’s jaarverslag, waarin saaie pagina’s met financiële resultaten worden afgewisseld met foto’s van vrolijke kinderen met kleurrijke tekeningen tegen een achtergrond van windturbineparken en zonnepanelen, staat te lezen: ‘Eneco wil de meest duurzame energieonderneming in Noordwest-Europa zijn.’ Inderdaad zijn de ambities hoog. Terwijl het Nederlandse kabinet over 10 jaar 20 procent van alle energie duurzaam wil zien, wil Eneco het snelste jongetje van de klas zijn, door dan al op 70 procent te zitten.

Daarvoor is er nog wel wat werk te verrichten. Op dit moment is slechts 7 procent van alle energie die Eneco levert, duurzaam opgewekt. Concurrent Nuon zit op 14 procent, Essent op 34 procent, overigens vooral dankzij het bijstoken van biomassa in kolencentrales. Eneco zet zijn kaarten op windenergie. ‘Nederland is een land van wind en water’, zegt Rameau. ‘Een belangrijk deel van de grootschalige duurzame energievoorziening in Nederland zal komen van windparken op zee, waar ze niemand in de weg staan.’

Hiermee heeft Eneco een begin gemaakt. Vanaf het strand van IJmuiden zijn bij helder weer aan de horizon zestig windturbines te zien. Via een dikke kabel in de zeebodem gaat die energie naar land om te worden ingevoerd in het elektriciteitsnet. Dit Prinses Amalia Windpark, waarvan Eneco voor de helft eigenaar is, levert jaarlijks ruim vierhonderd miljoen kilowattuur, voldoende om alle huizen in de stad Utrecht van energie te voorzien. Toch is het slechts anderhalve procent van de totale hoeveelheid energie die Eneco jaarlijks levert. Eneco zal tientallen Amalia’s moeten bouwen om zijn ambitie waar te maken.

Harry Droog, voorzitter Platform Duurzame Elektricteitsvoorziening.

Een veelgehoord kritiekpunt op een zee vol windmolens is de wisselvalligheid van de productie. Een kolencentrale kan immers dag en nacht kolen verbranden, terwijl een windturbinepark alleen draait als het waait. Bovendien kan elektriciteit – in tegenstelling tot bijvoorbeeld benzine – niet grootschalig worden opgeslagen. Je zou thuis de kelder vol met tientallen accu’s moeten leggen, alleen al om het energieverbruik voor een dag te kunnen opslaan. Voor elektriciteit geldt: use it or loose it.

Tot Rameaus chagrijn doen tegenstanders daarom vaak denigrerend over windenergie. ‘Je hoort dan: haha, als het niet waait, gaat het licht uit. Je hoort het vooral uit de hoek van de kolencentrales. Die draaien het liefst continu.’ Eneco lost dit probleem op door gascentrales te bouwen; de meeste andere energiebedrijven bouwen nieuwe kolencentrales. Bij een kolencentrale duurt het – net als bij een barbecue met briketten – lang voordat hij heet is en lang voordat hij weer is afgekoeld. Een gascentrale kan, net als een gasbarbecue, in korte tijd opwarmen en afkoelen. ‘We combineren windturbines daarom met flexibele gascentrales, die heel snel te regelen zijn. We hebben er twee tot onze beschikking en hebben er één in aanbouw. Die kan binnen een half uur van nul naar honderd procent.’


Het is niet verwonderlijk dat er onder de zevenduizend medewerkers van Eneco ook reserves bestaan over de eigenwijze strategie van decentralisatie, besparing en duurzame bronnen. Vooral werknemers die al tientallen jaren in dienst zijn bij het energiebedrijf – Eneco ontstond uit fusies tussen gemeentelijke energiebedrijven – moeten wennen. ‘We hebben geen klanten, we hebben aansluitingen’, luidde het adagium in vroeger tijden. Toen kregen ze de privatisering over zich heen. Waren ze net aan het idee gewend dat ze voor een commercieel bedrijf werken – waarin zoveel mogelijk verkopen centraal staat – moet het weer anders.

Volgens Willem Hofman, voorzitter van Eneco’s ondernemingsraad, was dan ook niet iedereen in de organisatie direct overtuigd. ‘Helpen met besparen en duurzaam opwekken in plaats van zoveel mogelijk verkopen, voelde in het begin onnatuurlijk aan’, zegt hij. ‘Sommigen zeiden: hoezo energie besparen? We moeten onze klanten een plasmascherm geven.’ Vanuit de ondernemingsraad moet Hofman de top van het bedrijf dan ook wel eens vragen om achterom te kijken. ‘Zij hebben het helder,’ zegt Hofman op de 28e verdieping van een wolkenkrabber op de Rotterdamse Wilhelminapier, ‘maar niet iedereen begrijpt dat direct. Bij grote veranderingen moet je niet alleen vooruitkijken, maar ook omkijken.’

In het kantorencomplex in Rotterdam Alexanderpolder, aan de snelweg van Rotterdam naar Gouda, geeft Martijn Verbeek leiding aan een commercieel team. Hij ziet inderdaad collega’s met scepsis om zich heen, met name omdat het nu nog moeilijk is om te verdienen aan duurzame energie. ‘Maar iedereen ziet dat de huidige manier van energievoorziening zo niet kan -doorgaan’, zegt Verbeek. Fossiele brandstoffen raken immers op en stoten het broeikas CO2 uit.

Bang dat Eneco geen geld meer kan verdienen als het huishoudens en bedrijven helpt te besparen en duurzame energie gebruikt, is hij niet. ‘De marges op elektriciteit en gas zijn zo minimaal’, zegt Verbeek. ‘Op een rekening van tweeduizend euro verdienen we maar een paar tientjes per klant. Dat bedrag kunnen we dan als service fee rekenen.’

Admar van Meer, directeur van Eneco’s installatiebedrijven, is niet bang dat zijn bijna duizend medewerkers niet met de omslag kunnen omgaan. In zijn kantoor in het centrum van Rotterdam zegt Van Meer: ‘Wij zijn al bij de klanten binnen. Als er straks meer installaties in een huis staan, kunnen we meer geld verdienen met advies, installatie en onderhoud.’


Deskundigen zijn het erover eens: Eneco heeft prachtige ambities, maar nu is het tijd om ze waar te maken. Harry Droog, voorzitter van het Platform Duurzame Elektriciteitsvoorziening, wijst erop dat het Amalia-windpark economisch alleen haalbaar werd door honderden miljoenen euro’s overheidssubsidie. ‘Eneco is tot 2020 afhankelijk van de stimuleringsmaatregelen van de overheid’, beweert Droog. Daarna zullen windturbineparken massaproducten zijn geworden en zal windenergie volgens hem in prijs kunnen concurreren met energie uit kolen of gas.

Net als andere buitenstaanders is Droog – oud-directeur van -Elektriciteits-Productiemaatschappij Zuid-Nederland, de eigenaar van kerncentrale Borssele – voorzichtig, maar positief. ‘Een honderd procent duurzame energievoorziening voor heel Nederland is pas in de tweede helft van deze eeuw mogelijk, maar we hebben koplopers nodig. Eneco heeft duidelijk afscheid genomen van kolen en -kernenergie. Nu moeten ze het waarmaken met -investeringen.’

En recente investeringen is precies waar Rameau graag mee pronkt. ‘We realiseren ons dat de vreugde maar van zeer korte duur is als je roept dat je duurzaam bent en het niet waarmaakt’, zegt hij. ‘We weten heel goed dat de manier waarop we ons positioneren, betekent dat we er met onze investeringen voor moeten zorgen dat ons percentage duurzaam steeds hoger wordt.’

Na het faillissement van Econcern, het duurzame energieconcern dat dit jaar ten onder ging, nam Eneco voor 29 miljoen euro delen van het duurzame -energieconcern over en haalde op die manier veel experts op het gebied van duurzame energie binnen. Maar Rameau noemt nog een paar voorbeelden: ‘We financieren de helft van een nieuwe gascentrale op de Maasvlakte van 700 miljoen euro, we investeren ruim 200 miljoen euro in gasopslag en ruim 100 miljoen in een nieuw stadsverwarmingsnet voor 20 duizend woningequivalenten in Delft.’

Het zal niet meevallen om Eneco’s bijdrage aan duurzaamheid uit te drukken in cijfers, meent Rameau. Immers, hoe duurzamer de klanten worden, hoe minder Eneco hen kan leveren. ‘Een groot deel van onze inspanningen gaat zitten in het helpen van bedrijven, particulieren en gemeentes om zelfvoorzienend te worden’, zegt Rameau. ‘Als we dat perfect doen, leveren we daar niets meer en zie je daarvan niets terug in onze cijfers.’

Het huis van de familie Eijpe in Amersfoort illustreert dat dilemma. Eneco kan slechts voor een kwart van de kilowatturen die het huishouden gebruikt, een rekening sturen; driekwart wekt het huis immers zelf op. Wel haalt het huis de doelstelling van Eneco voor 2030: het gebruikt louter duurzame energie en heeft geen kubieke meter aardgas nodig. De Eijpes hebben niet eens een gasaansluiting.


© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright)