www.odemagazine.com

Marisa Taylor | 110 oktober 2008 issue

Het nut van mislukken

J.K. Rowling houdt een speech op Harvard over falen.

Afstudeerspeeches worden geacht een inspirerende, verheffende aangelegenheid te zijn, waarbij de jongeren wat wijze woorden meekrijgen nu ze op het punt staan de wereld te veroveren. Dus uit de vele onderwerpen die de Britse auteur J.K. Rowling op 5 juni had kunnen aansnijden in haar toespraak voor de kersverse academici die in 2008 aan Harvard waren afgestudeerd, was ‘falen’ beslist een onconventionele keus. Wat wist zij, schrijver van de waanzinnig populaire Harry Potter-serie, nu helemaal van mislukken? En bovendien, hoe kon het relevant zijn voor deze toehoorders, die immers behoorden tot de besten en meest veelbelovenden van hun generatie?

Maar in haar speech, getiteld De meerwaarde van falen en het belang van verbeelding, vertelde Rowling haar gehoor: ‘Wat ik op jullie leeftijd voor mezelf het meest vreesde, was niet armoede, maar mislukking – en ik was naar alle maatstaven de grootste mislukkeling die ik kende.’

Al Rowlings succes ten spijt - over de hele wereld zijn bijna vierhonderd miljoen exemplaren van haar boeken verkocht en haar vermogen wordt geschat op 1,1 miljard dollar - haar jonge jaren en haar eerste schrijfpogingen waren aanzienlijk bescheidener. Haar jeugddroom was romans schrijven, maar haar ouders, die uit een achterstandsmilieu kwamen, waren bezorgd dat je er geen droog brood mee kon verdienen en stimuleerden haar een technisch of ander financieel praktisch vak te leren. Ze vond een middenweg door klassieke talen te gaan studeren en werkte daarna als onderzoeker bij Amnesty International. Maar pas toen ze scheidde van haar man en er als jonge bijstandsmoeder alleen voor stond, bereikte ze ‘een absoluut dieptepunt’, zoals ze het noemde.

‘Ik was een alleenstaande ouder met een uitkering - nog net niet dakloos, maar verder zo arm als je in het moderne Engeland maar kunt zijn’, vertelde Rowling haar toehoorders, die weldra Harvard-alumni zouden zijn. Maar juist tijdens deze donkere periode, vertelde ze, lukte het haar zich te richten op haar doel - fictie schrijven - omdat ze voor haar gevoel niets te verliezen had. ‘Falen betekende het afpellen van wat niet wezenlijk was. Ik deed niet meer alsof ik iets anders was dan ik was en begon al mijn energie te steken in het afmaken van het enige werk dat iets voor me betekende. Was ik echt succesvol geweest in iets anders, dan had ik misschien nooit die vastberadenheid gevonden om te slagen in het enige gebied waarin ik dacht werkelijk thuis te horen.’

Haar falen werd dus uiteindelijk de katalysator voor haar overweldigende succes. ‘De wetenschap dat je wijzer en sterker uit tegenslagen bent gekomen, betekent dat je daarna voorgoed zeker bent van je vermogen tot overleven’, zei ze in haar speech. ‘Je zult jezelf en de kracht van je relaties nooit werkelijk kennen, zolang ze niet op de proef zijn gesteld door tegenslag.’

Dat klinkt eerlijk gezegd niet echt leuk, een tikje deprimerend zelfs. Per slot van rekening staan de meeste afgestudeerden niet te popelen om zoiets als mislukkingen op hun cv te zetten. In feite is falen een ervaring die de meeste mensen eerder tot elke prijs willen vermijden dan omhelzen.

De houding tegenover falen verschilt per cultuur. In Azië is het iets om je voor te schamen, om te verbergen voor familie en vrienden. Veel Europese landen hebben geprobeerd zich er met wetten tegen in te dekken, door middel van een sociaal verzekeringsstelsel dat de burgers tegen de zwaarste financiële rampen beschermt. In de Verenigde Staten kan het soms een ereteken zijn, maar alleen als de mislukking onmiddellijke populariteit oplevert, zoals verliezer zijn bij Idols, waar dan weer wel jouw vijftien minuten roem tegenover staan. Natuurlijk is falen geen ervaring die je opzoekt en je beschermen tegen de ergste klappen is alleen maar verstandig. Maar falen is evenmin iets wat schaamte of minachting verdient, zoals J.K. Rowling vervolgens in haar toespraak zei: ‘Falen heeft me een innerlijke zekerheid gegeven die ik nooit zou hebben verworven door examens te halen. Falen geeft je misschien een rotgevoel, maar het kan in wezen goed voor je zijn.’

Dat is geen boodschap die we tegenwoordig vaak horen. Loop maar eens door de boekhandel: daar wordt duidelijk hoe geobsedeerd we zijn door succes. De kasten puilen uit van de boeken die - in bloemrijke taal en pasteltinten -beloven te onthullen hoe we kunnen afslanken, geld verdienen, een groener leven, persoonlijke groei en betere relaties met betere seks kunnen krijgen – en dat allemaal met een minimum aan inspanning en tegenslag.

Toch zijn een aantal van de meest imposante successen ter wereld voortgekomen uit formidabele fiasco’s. De leraar van Ludwig van Beethoven zei tegen de jonge musicus dat hij een waardeloze componist was; later werd Beethoven zelfs doof, maar toch slaagde hij erin een aantal van de meest betoverende composities ooit te maken. Abraham Lincoln leed aan zenuwinzinkingen en trachtte meermaals tevergeefs een congreszetel te veroveren, voordat hij president van de Verenigde Staten werd en de slavernij afschafte. Zakenvrouw Carly Fiorina stelde haar ouders teleur door haar rechtenstudie na een semester voor gezien te houden, maar werd wel vice-president van telefoonbedrijf AT&T en directeur van technologiegigant Hewlett-Packard. De Britse premier Winston Churchill, die op school een keer bleef zitten, leed een reeks rampzalige nederlagen tegen de nazi’s en na de oorlog een smadelijke verkiezingsnederlaag; toch wordt hij beschouwd als Engelands grootste leider in oorlogstijd. Hij vatte zijn filosofie als volgt samen: ‘Succes is het vermogen om van mislukking naar mislukking te gaan zonder aan enthousiasme in te boeten.’

De verhalen van de succesvolste mislukkelingen ter wereld doen vermoeden dat het er niet om gaat of je slaagt of faalt, maar hoe je faalt.

Dat is een les die basketbal-ster Michael Jordan ter harte heeft genomen. Jordan, die vaak wordt omschreven als de beste basketballer aller tijden, werd na zijn eerste selectiewedstrijd uit het schoolteam gezet. Later zou hij de Chicago Bulls zes keer kampioen van de NBA maken. In een reclamespot voor Nike - dat met zijn beroemde slogan Just do it uitstraalt dat falen geen optie is - zegt Jordan: ‘Ik heb in mijn carrière meer dan negenduizend shots gemist. Ik heb bijna driehonderd wedstrijden verloren. Van de keren dat mij het nemen van het winnende schot werd toevertrouwd, heb ik zesentwintig maal gemist. Ik heb in mijn leven keer op keer op keer gefaald en daarom ben ik succesvol.’

Michael Jordan.
Foto: Wikipedia

Je zou verwachten dat sport een terrein is waarop geen plaats is voor mislukkingen, maar de ervaring van Billy Beane doet anders vermoeden. Als tiener was Beane dé grote belofte: knap en atletisch, de ster van het football-, basketbal- en baseballteam. Maar toen in 1980 zijn carrière bij de New York Mets begon, ging het bergafwaarts. Hij had een armzalig slaggemiddelde van 219, met slechts drie homeruns. En dat ging wel tien jaar zo door.

Maar in 1990, toen Beane eindelijk stopte als speler en scout werd, werd alles anders. Na enkele jaren tekende hij als algemeen manager bij de Oakland Athletics en prompt sleepte het team een reeks overwinningen in de wacht, hoewel het spelersbudget een van de krapste in de major league was. Alom werd Beane gezien als een onwaarschijnlijk goede manager.

Hoe speelde Beane het klaar om een spelerscarrière die schijnbaar niet stuk kon te verknallen en daarna als manager een schitterende staat van dienst te verwerven? ‘De ervaring van het eerste bracht Beane op de oplossingen die hij gebruikte om het tweede te bereiken’, schrijft voormalig cricket-ster Ed Smith in zijn boek What Sport Tells Us About Life. ‘Beanes terugblik op zijn eigen carrière had hem geleerd prestatie te respecteren -voornamelijk omdat dat van hem, als opkomend speler, nooit was verwacht. (...) Talent ontwikkelt zich pas volledig wanneer het onder controle wordt gebracht binnen een persoonlijkheid die in staat is zich te verbeteren. En talent heeft - ironisch genoeg - de nare eigenschap om getalenteerden te beschermen tegen de drang tot zelfverbetering.’

Het belang van deze les wordt bevestigd door onderzoek van psycholoog Carol Dweck van Stanford University. Uit haar studies blijkt dat falen, bezien als leerervaring - met andere woorden, als kans voor zelfverbetering - nieuwe zenuwbanen in de hersenen kan vormen en versterken.

Dwecks specialisme is de bestudering van intelligentie, en haar bevinding is dat de visie van mensen op hun eigen intelligentie sterk doorwerkt in hun hantering van tegenslag. Haar interesseerde de manier waarop mensen met falen omgaan en uit haar onderzoek bleek dat sommige mensen die een vraagstuk of taak kregen opgelegd waar ze niet uitkwamen, geneigd waren zichzelf de schuld te geven, ontmoedigd te raken of extreem in de verdediging te schieten.

Anderen werden door dezelfde mislukking gestimuleerd en meldden dat ze genoten van de uitdaging. ‘In plaats van te denken dat ze voorgoed hadden afgedaan, geloofden ze dat dit een signaal was om meer hun best te doen, om iets nieuws te proberen, dat het een kans was om iets te leren’, legt Dweck uit. ‘Ik was vastbesloten erachter te komen wat de kernovertuigingen waren achter die twee totaal verschillende reacties op falen.’

Dweck denkt dat mensen in de eerste categorie de theorie hebben dat intelligentie vast ligt: ze geloven dat ze zijn geboren met een eíndige aanleg om te leren. Ze zijn geneigd zich meer te richten op taken waarin ze al goed zijn en zijn bang om dingen te proberen waarbij ze misschien fouten maken of dom overkomen. De tweede groep, die gemotiveerd raakte door mislukkingen, hanteert de ‘expansie-theorie’ over intelligentie: zij geloven dat ze hun talent kunnen laten groeien door zich meer in te spannen, en zijn geneigd uitdagingen te verwelkomen, ook al faalt hun eerste poging.

Of mensen ‘vastdenkers’ of ‘expansiedenkers’ zijn, kan hun prestaties aanzienlijk beïnvloeden, zelfs binnen korte tijd. In haar nieuwste studie, het in 2007 gepubliceerde boek Mindset: The New Psychology of Success, heeft Dweck bijna vierhonderd jonge middelbare scholieren in New York twee jaar gevolgd en onderzocht hoe hun houding tegenover hun intelligentie hun wiskundecijfers beïnvloedde. De vastdenkers zagen hun wiskundecijfers afglijden. Hun reactie op falen was het voornemen minder tijd aan wiskunde te besteden of zelfs te gaan spieken. De expansiedenkers zagen hun wiskundige vaardigheden toenemen. Hun reactie op falen was het voornemen meer hun best te doen en meer tijd aan wiskunde te besteden. In het tweede deel van de studie leidde Dweck acht weken lang een cursus, bedoeld om de vastdenkende leerlingen te leren dat zij hun denken konden expanderen, dat ze het brein konden zien als een spier die sterker wordt naarmate hij meer wordt gebruikt. Na de cursus, zegt Dweck, liet de groep een opvallende verbetering in hun wiskundecijfers en studiegewoonten zien. ‘Hun faalangst verminderde’, zegt ze. ‘Het gaf hun de mogelijkheid om met hun hele inzet te werken en zich niet meer in te dekken tegen de mogelijkheid van zinvol falen.’

Na afloop van de werkgroep werd de leerlingen gevraagd of ze anders over sommige dingen waren gaan denken. Commentaar van Dweck: ‘Veel leerlingen zeiden dat ze -wanneer ze iets moeilijk vinden - toch volhouden, omdat ze weten dat ze daardoor hun neuronen laten groeien.’ En dat is in feite precies wat er in de hersenen gebeurt wanneer er een leerproces plaatsvindt. De synaptische verbindingen - die signalen overbrengen van cel naar cel -worden sterker naarmate het leerproces vaker wordt herhaald. En elke keer dat de hersenen iets nieuws aanleren, worden er nieuwe synaptische verbindingen gevormd. Dus falen is niet alleen een geweldige leermeester, maar ook een geweldig expansiemiddel voor het brein.

Hoe nu wordt iemand een vastdenker, zelfs al zo jong? Dweck herinnert zich dat een lerares van haar openbare school in Brooklyn de klas indeelde naar IQ, waarbij de leerlingen die het laagst scoorden, werden genegeerd als het ging om bepaalde privileges als bordenwissers uitkloppen of de vlag dragen naar de schoolbijeenkomst. Hoewel Dweck plaats nummer één kreeg toebedeeld, merkte ze dat ‘het plezier van het leren eraf ging, omdat je het gevoel had dat je voortdurend werd beoordeeld’.

Haar onderzoek laat zien dat een kind, wanneer je het prijst om intelligentie of aanleg, falen gaat voelen als iets wat ondermijnend werkt en dat het kind zó bang wordt om fouten te maken, dat het gedemotiveerd raakt. Maar leg je de nadruk op het proces zelf of op de inspanning die het kind levert, dan leert het flexibel op tegenslag te reageren en staat het open voor het zoeken van uitdagingen.

Mislukkingen als leermogelijkheden zien is ook buiten het schoollokaal van cruciaal belang. In het zakenleven is de bereidheid om risico’s te nemen - en wellicht te falen - onontbeerlijk voor succes. Dweck noemt als voorbeeld bedrijven als Apple en Xerox, die van oudsher worden geleid door een directie die inzet en innovatie stimuleert: doen zich tegenslagen voor, dan worden die beschouwd als springplank naar iets beters.

Die filosofie werd een kwart eeuw geleden al in de praktijk gebracht door Davidson & Associates, een bedrijf in educatieve software; oprichtster Jan Davidson, lerares in Los Angeles, kwam op het idee de computer te gebruiken om kinderen wiskunde te leren. Ze bedacht in de jaren ’80 het uiterst succesvolle computerspel Math Blaster, waar ze nog een aantal andere educatieve computerspellen van afleidde, en al doende verdiende ze er miljoenen aan. Toch stond ze eigenlijk net zo aan het hoofd van haar bedrijf als ze voor de klas had gestaan, want haar boodschap aan haar werknemers luidde: ‘Dit is een plek waar je massa’s fouten moet maken. We willen niet dat je bang bent om risico’s te nemen.’ Ze vertelt: ‘Vroeger had ik in mijn klas een bordje hangen waarop stond: “Als je geen tien fouten per dag maakt, doe je niet genoeg je best”.’ Zij en haar man Bob hebben het softwarebedrijf inmiddels verkocht en het Davidson Institute for Talent Development opgericht, dat hoogbegaafde leerlingen studiebeurzen en educatieve programma’s biedt.

Mislukkingen komen in het bedrijfsleven trouwens vaker voor dan successen. Meer dan de helft van de dotcom-bedrijven die in 1999 met durfkapitaal waren gefinancierd, haalden de eerste vijf jaar niet, zo blijkt uit een studie van de universiteit van Maryland en de business-school van de universiteit van Virginia. Bij het kapitalisme draait het, net als in de evolutie, allemaal om het overleven van de sterkste. Waarin deze overlevenden onderling afwijken, is hun toepassing van de kennis die ze door hun mislukkingen hebben verworven. Om een lesje van autofabrikant Henry Ford te citeren, die meermaals failliet ging voor hij de Ford Motor Company van de grond kreeg: ‘Falen is eenvoudigweg de kans opnieuw te beginnen, maar ditmaal intelligenter.’

Henry Ford
Foto: Wikipedia

In casestudies van bedrijven worden mislukte ondernemingen doorgaans volkomen genegeerd. In plaats daarvan worden echt succesvolle bedrijven vergeleken met middelmatige. Michael Raynor, professor aan de Richard Ivey School of Business in London (Canada) en eminent partner van Deloitte Research in Boston, vroeg zich af waarom. ‘Ik heb geen psychologische data om dit te staven, maar falen is deprimerend’, zegt Raynor. ‘We vinden falen niet interessant; succes vinden we interessant. Ik vind het veelbetekenend dat we het woord ‘dinosaurus’ gebruiken als metafoor voor wat achterhaald of mislukt is, terwijl de dinosaurus zelfs een van de succesvolste levensvormen is die zich ooit heeft ontwikkeld.’ Uit Raynors research blijkt dat bedrijven die uiterst succesvol zijn en bedrijven die hopeloos falen identieke strategieën hebben: ze nemen grote risico’s.’

De Britse satiricus Max Beerbohm zei spottend: ‘Alleen de middelmaat is het toevertrouwd altijd op zijn best te zijn.’ Raynors onderzoek van casestudies bevestigt dit commentaar. Typerend voor bedrijven die een bescheiden lowrisk-strategie volgen, is dat ze slechts bescheiden successen boeken. Zowel ondernemingen die het helemaal maken als die welke failliet gaan, durven grote risico’s aan waar andere bedrijven voor terugdeinzen. ‘Wat ons is ontgaan, is dat succesvolle en falende bedrijven vaak min of meer dezelfde strategieën hebben’, legt Raynor uit.

Uit de flop van Sony's Betamax-videorecorder blijkt dat het tegenovergestelde van slagen niet falen is, maar middelmatigheid
Foto: Wikipedia

In zijn boek The Strategy Paradox kijkt Raynor bijvoorbeeld naar het Japanse elektronicabedrijf Sony en de spectaculaire flop van zijn Betamax-videorecorder. Begin jaren ’70 van de vorige eeuw ontwikkelde Sony de VHS-technologie, maar werkte daarbij samen met Matsushita - een veel groter concern, dat zijn eigen technologie had ontwikkeld - om niet te hoeven concurreren. Uiteindelijk ging Sony zijn eigen weg met het Betamax-systeem, waarbij prijs ondergeschikt was aan kwaliteit en het bedrijf een ijzeren greep op de technologielicentie hield. Matsushita ontwikkelde zijn VHS met gebruikmaking van de tegenovergestelde strategie en wist de videomarkt te veroveren, waardoor de Betamax in de vergetelheid raakte. Beide bedrijven volgden een strategie die grote langetermijninvesteringen en grote risico’s inhield. Maar Sony faalde.

Spoelen we door naar begin jaren ’90, dan zien we Sony zijn MiniDisc uitbrengen. Na het Betamax-fiasco, trad het concern in de voetsporen van Matsushita: het maakte zijn apparaat betaalbaar en ging wat losser om met de licenties. Maar doordat de MiniDisc net verscheen toen internet de downloadmarkt op gang bracht, hield de behoefte aan zo’n apparaatje op te bestaan. Opnieuw faalde Sony, ook al nam het de strategie over van het bedrijf waardoor het eerder verslagen was.

Toch zouden slechts weinigen Sony zien als een falend bedrijf. Voor Raynor is dit de les: niet mislukking is het tegenovergestelde van succes, maar middelmatigheid. Om grote successen te behalen moet je grote risico’s nemen; neem je kleine tot geen risico’s, dan is middelmatigheid gegarandeerd. De sleutel is volgens Raynor dat je een áántal highrisk-strategieën achter de hand moet hebben, voor het geval een ervan niet goed uitpakt. ‘Dit is een aanklacht tegen wat wij als noodzakelijke voorwaarden voor succes zijn gaan zien’, zegt hij. ‘Falen kan heilzaam zijn, alleen moet je er de juiste lessen uit leren.’ Met andere woorden, je kunt geen baanbreker zijn in de zakenwereld als je je niet waagt aan iets riskants dat heel goed op een mislukking zou kunnen uitdraaien.

Hetzelfde ‘succesvooroordeel’ vinden we in de wetenschap. Aangezien wetenschappelijk onderzoek vaak wordt gefinancierd door grote concerns of grote universiteitsbudgets, kan de druk om bevindingen te produceren die positief of dramatisch zijn verpletterend worden. Wetenschappelijke bladen kunnen er dus voor terugdeinzen studies te publiceren die geen positief verband of resultaat te zien geven, zoals bijvoorbeeld het idee dat worteltjes eten geen verband zou houden met een verbeterd gezichtsvermogen. Het Journal of Negative Results in Biomedicine is opgericht om de open discussie van negatieve of onverwachte resultaten te propageren en is volgens zijn website ‘bereid artikelen te ontvangen over alle aspecten van onverwachte, controversiële, provocerende en/of negatieve resultaten/conclusies (...) die wetenschappers en artsen voorzien van verantwoorde en evenwichtige informatie ter ondersteuning van vakkundige experimentele en klinische beslissingen’.

Niet-gerapporteerde wetenschappelijke bevindingen, zowel positief als negatief, kunnen verder onderzoek vertekenen en een belemmering zijn voor financiering van belangrijke studies, wellicht ingegeven door negatieve resultaten. ‘Publicatie van goed gedocumenteerde mislukkingen kan fundamentele gebreken en obstakels in veelgebruikte methoden aan het licht brengen (...) uiteindelijk leidend tot verbeteringen in de opzet van experimenten en in klinische beslissingen’, schreef de redactie van het blad.

Een aantal significante wetenschappelijke missers heeft daadwerkelijk positieve ontwikkelingen opgeleverd. Al rond 1830 zag wetenschapper Charles Goodyear voor zich hoe hij van rubber het materiaal van de toekomst zou maken. Meer dan tien jaar werkte hij aan het vulcanisatieproces, waarbij hij de hulp inriep van familie, vrienden en iedereen die maar wilde luisteren en financieren. Goodyear werd uitgelachen door potentiële investeerders en zelfs verscheidene keren vanwege schulden in de gevangenis gegooid (sommige experimenten deed hij vanuit zijn cel). Pas toen hij per ongeluk een mengsel van rubber en andere stoffen op een hete kachel liet vallen, bleek hij een samenstelling te hebben die extreme temperaturen kon doorstaan; die werd uiteindelijk de basis van de banden van het bedrijf Goodyear, dat als eerbetoon zijn naam droeg, hoewel hij er niet aan verbonden was.

Zelfs Viagra, ongetwijfeld een van de succesvolste geneesmiddelen aller tijden, begon als misser. In 1992 deed farmaceutisch concern Pfizer proeven met het middel Sildenafil voor verlichting van angina pectoris, beklemming op de borst veroorzaakt door een hartkwaal. De mannen die deelnamen aan de klinische tests merkten dat het middel hun pijn op de borst weliswaar niet verminderde, maar wel een opvallend effect op hun libido had. Pfizers misser riep een miljardenindustrie in het leven.

‘Ontdekkingen die volgens zeggen het resultaat zijn van onderzoek zijn in hoge mate toevalstreffers’, schrijft Nassim Nicholas Taleb in The Black Swan: the Impact of the Highly Improbable. ‘Ze zijn het product van lukraak gepruts dat naderhand leuk wordt aangekleed en gebracht als gecontroleerd onderzoek. Het hoge mislukkingscijfer in het wetenschappelijk onderzoek zou voldoende moeten zijn om ons ervan te overtuigen dat de opzet van experimenten ondoelmatig is. (...)De weg naar succes is aanrommelen.’

Jason Zasky, die vroeger voor het blad Musician Magazine schreef, heeft het potentieel van lukraak prutsen met een excentriek ideetje uit de eerste hand ervaren. Toen het blad in 1999 ter ziele ging en hij en zijn collega’s zonder baan zaten, liep hij doelloos door de straten van New York met zijn neef, die hem aanraadde een blad over mislukkingen te beginnen. Zasky, inmiddels medeoprichter en redacteur van het online blad Failure Magazine , dat zojuist zijn achtste verjaardag heeft gevierd, zegt gekscherend: ‘Zodra ik die twee woorden samen hoorde, wist ik dat er toekomst in mislukken zat.’

Het blad heeft een rubriek over historische missers, getiteld ‘This Day in Failure’, en brengt zelfs een Failure-kledinglijn, een collectie mokken, T-shirts, koerierstassen en baseballpetten met het Failure-logo. Mislukkingen leveren Zasky nu een heel aardige boterham op.

En uiteraard heeft hij na acht jaar schrijven over missers aardig veel kijk op het onderwerp. Falen is volgens Zasky voornamelijk een kwestie van hoe je ertegenaan kijkt. ‘Succes is eigenlijk saai’, zegt hij. ‘Mislukkingen zijn veel interessanter om te bestuderen, over te lezen en zeker om mee te werken. Het is een universele ervaring waarin we ons allemaal herkennen.’ Vaak, zegt hij, is succes louter een toevalstreffer en gebaseerd op iets wat aanvankelijk als mislukking werd gezien. Neem nu Buckley’s, de Canadese producent van hoestsiroop, die munt heeft geslagen uit een mislukking - in dit geval de mislukte pogingen een hoestdrankje te fabriceren dat te pruimen was.

Al twintig jaar werkt de succesvolste hoestdrankproducent van Canada met deze slogan: ‘Het smaakt afschuwelijk. En het werkt.’ Onder vermelding van de unieke kruidensamenstelling die het product zo effectief maken - en zo afschuwelijk om in te nemen - lanceerde Buckley zelfs een Vieze Smaak-tournee, waarbij medewerkers van het bedrijf door het land reisden om de reacties van de consumenten op het product op te nemen. De winnaar kwam - met gepaste weerzin op zijn gezicht - in een reclamespotje van Buckley’s, en op de website waren meer foto’s van walgende klanten te zien. De campagne werkte kennelijk, want het marktaandeel van Buckley’s steeg met tien procent.

Volgens Zasky de meest memorabele mislukkeling is Moe Norman, ‘de grootste golfer die de wereld nooit heeft gekend’. Norman, geboren in Canada, maakte in 1959 zijn debuut in het Profesional Golfers Association-toernooi en stopte binnen twee seizoenen. Zijn swing was onberispelijk, maar zijn persoonlijkheid was niet geschikt voor de golfwereld. ‘Je kent Rainman wel, met Dustin Hoffman? Nou, Norman was de Dustin Hoffman van het golfen’, stelt Zasky.

Als Norman zich verveelde, in de gedempte sfeer van een traag verlopend toernooi, ging hij soms gewoon op de green liggen terwijl de andere spelers bezig waren. Hij zag er meestal verwaarloosd uit en mensen die hem kenden, vermoedden dat hij misschien een autist met een bijzondere gave was. Al heeft hij dan niet de roem en erkenning bereikt die hij wellicht met een conventionelere persoonlijkheid wel had gekregen, toch is hij opgenomen in de Canadese Golf Hall of Fame. Zijn unieke swing - nu bekend als de ‘Norman-swing’, bestaande uit een korte backswing en een korte doorzwaai - was onorthodox, uitermate nauwkeurig en volslagen uniek. Tiger Woods heeft eens gezegd dat maar twee golfers in de geschiedenis hun ‘eigen swing’ hadden: Ben Hogan en Moe Norman.

Leerzame nederlagen zijn gewoonlijk een rode draad in het verhaal van elke succesvolle sporter, omdat falen nu eenmaal in het script van vrijwel elke atleet is opgenomen, zo schrijft Ed Smith in What Sport Tells Us About Life. ‘De belangrijkste vraag is niet of je zult falen, maar wanneer en bovenal: wat er daarna gebeurt.’

Vroeg of laat is falen zo goed als onvermijdelijk. Eigenlijk is een leven gespeend van elke mislukking in veel opzichten geen interessant leven. Zoals J.K. Rowling tegen de afgestudeerden van Harvard zei: ‘Je kunt onmogelijk leven zonder ergens in te falen, tenzij je zo behoedzaam leeft, dat je net zo goed niet had kunnen leven – en in dat geval faal je door nalatigheid.’

Dus als het de eerste keer niet lukt, probeer het dan nog eens en nog eens - maar faal op een betere manier.

Marisa Taylor schreef over de stilte van de dode kamer in het juli/augustusnummer van 2008.


© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright)