www.odemagazine.com

Blaine Greteman | 109 september 2008 issue

Nog even over mijn generatie

Photo: istockphoto.com/zamanyahre; Illustration: istockphoto.com/moltovcoketail

In de jaren twintig van de vorige eeuw kwamen miljoenen Amerikanen op het platteland op dezelfde manier aan hun stroom als aan hun boter – ze maakten hem zelf. Offgrid gaan – je huishouden loskoppelen van het bestaande elektriciteitsnet en zelf in duurzame energie voorzien – was toen nog absoluut niet cool, maar ze gebruikten wel 600 duizend windmolens voor hun radio’s en elektriciteit. Hun flakkerende peertjes hielden ze gaande met door de prairiewind geleverde stroom, die soms zwakker werd en weer opleefde of gewoon uitviel. Wel negentig procent van die windmolens verdween binnen één generatie, toen zelfs de meest geïsoleerde boeren zich gretig aansloten op het nieuwe, gecentraliseerde elektriciteitsnetwerk.

Tegenwoordig zorgen nieuwe technologieën echter voor een opleving van de stroomproductie op microschaal – denk aan schone energie die mensen zelf genereren – door huishoudens te koppelen aan een uitgebreid netwerk dat gewoon blijft functioneren, zelfs als de wind gaat liggen. Slaat de YouTubegeneratie straks zelf aan het genereren?

‘Power to the people krijgt een heel nieuwe betekenis!’, jubelt Jeremy Rifkin, voorvechter van groene energie en adviseur van de Europese Unie en vele Europese overheden. Die windmolenparken en zonneenergiecentra­les van de conventionele voorzieningsbedrijven moeten we vergeten, vindt hij. ‘In het nieuwe energiebestel moet je de voorziening zoeken bij de mensen zelf en is hun huis de krachtcentrale.’

Vanuit Rifkins perspectief was het probleem bij die eerste windmolens niet alleen de technologie, die primitief was, maar ook de tijdgeest, die een totaal andere richting was ingeslagen. Er stond een wereldwijde industriële revolutie te gebeuren met als ethos geen plattelandse zelfvoorziening, maar centralisatie.

Volgens Hermann Scheer, lid van de Duitse Bundestag en voorzitter van de European Association for Renewable Energy, ‘deed de route naar de moderniteit denken aan de Olympische beginselen “sneller, hoger, sterker”: óp naar de gecentraliseerde technologieën en samenlevingen.’ Steeds meer nationale overheden bouwden krachtcentrales die golden als de grootste bouwwerken die de mens ooit had gecreëerd en die in hoog tempo alles van stroom voorzagen, van grote nieuwe fabrieken en steeds ruimere nieuwe woningen tot mediagiganten, die een gestage stroom van informatie pompten naar alle gebruikers van het inmiddels sterk uitgebreide elektriciteitsnet. Eenrichtingsverkeer, dat was het model voor zowel de energievoorziening als de informatiestroom.

Maar tegenwoordig herscheppen de pioniers van de groene energie het energienetwerk naar het evenbeeld van internet. ‘Kun je je de generatie die is opgegroeid met filesharing, Wikipedia en MySpace voorstellen met steenkool of kerncentrales om zich heen?’, vraagt Rifkin. ‘Dat slaat toch nergens op? Het is gewoon ouderwetse, gecentraliseerde, van bovenaf opgelegde technologie.’

‘Kun je je de generatie die is opgegroeid met file-sharing, Wikipedia en MySpace voorstellen met steenkool- of kerncentrales om zich heen?’, vraagt EU-adviseur Jeremy Rifkin. ‘Dat slaat toch nergens op!’
Photo: Reuters/John Kolesidis

Het ontluikende alternatief, stelt hij, gaat niet alleen de manier waarop we onze stroom opwekken reconstrueren, maar vertegenwoordigt een zo totale paradigmaverschuiving, dat het ook het menselijk bewustzijn en de sociale verhoudingen gaat veranderen. ‘Wanneer energierevoluties samenvallen met communicatierevoluties, krijg je omslagpunten in de geschiedenis die het menselijk systeem veranderen.’

De hoeksteen van dit nieuwe netwerk zijn gebouwen die energie produceren in plaats van haar alleen maar te consumeren. (Zie ‘Een huis vol spanning’, op pag. 34) In plaats van energie te slurpen uit krachtcentrales, zetten deze woonhuizen en kantoorgebouwen zonneenergie, wind en biomassa om in stroom, die ze verbruiken, als waterstof opslaan voor later of uploaden naar het netwerk. Die technologie schiet vooruit in hetzelfde tempo als waarmee de pc binnen tien jaar van een curiosum voor nerds veranderde in onmisbare basisapparatuur in ieder huishouden – sterker nog, hij wordt ontwikkeld en gefinancierd door dezelfde hightechgiganten die indertijd de troepen aanvoerden. (Zie ‘De mannen van zes biljoen’ op pag. 28)

Je kunt die toekomstvisie werkelijkheid zien worden in een bedrijvenpark vlak buiten Parijs. Daar heeft de Franse projectontwikkelaar Bouygues Immobilier onlangs de eerste steen gelegd voor een van ’s werelds eerste grote energiepositieve gebouwen. Ook oliegigant Abu Dhabi is een voorloper met het gebouw dat als hoofdkwartier gaat dienen voor zijn geplande uitstootvrije stad Masdar. Wanneer het begin 2010 voltooid is, genereert het 23.300 vierkante meter grote complex 69.900 kilowatt meer per jaar dan het verbruikt – voldoende om veertien Europese huishoudens draaiend te houden.

Experts als Rifkin en Scheer stellen dat onze stroom binnenkort afkomstig kan zijn uit tientallen miljoenen van dergelijke gebouwen – grote en kleine, die hun eigen energie genereren, plus een beetje extra om terug te verkopen aan het netwerk. Dezelfde technologie die de internetrevolutie voedde, zou ze aan elkaar kunnen koppelen, zodat zonneenergiewoningen in Brussel bij bewolkt weer hun stroom kunnen betrekken van strandhuizen aan de Costa del Sol of kantoorparken in voorsteden van Parijs.

Bovendien, legt Rifkin uit, ‘zullen sensoren en software alle apparatuur over het hele continent – elke wasmachine, elke broodrooster – met elkaar verbinden, zodat de software, als er in een bepaald gebied eens te veel vraag is, honderdduizend wasmachines op een lager toerental kan laten centrifugeren of vijftigduizend thermostaten een graadje lager kan zetten.’ De consument kan zelf zijn verbruikslimiet instellen, zodat hij nooit bang hoeft te zijn voor een onbedoelde koude douche omdat zijn limiet is overschreden – tenzij hij er natuurlijk best een koude douche voor over heeft om zijn stroom met een flinke piekurentoeslag te kunnen terugverkopen aan het netwerk. Rifkin mag dit soort netwerk graag een ‘internetwerk’ noemen, anderen spreken van smartgrid of ‘intelligent energienetwerk’.

De verandering naar microgeneratie ‘kan net zo snel gaan als de overstap naar de mobiele telefoon’, zegt Hermann Scheer, Duits parlementslid. ‘De maatschappij begint zich te reorganiseren rond de reorganisatie van energie.’
Photo: Reuters/Larry Downing

Dit onderling verbonden, gedecentraliseerde netwerk ondervangt de voornaamste reden dat duurzame energie zo lang het stiefkind van de grote energiefamilie is gebleven. Duurzame vormen van energie fluctueren en zijn per definitie verspreid over de hele wereld. Je kunt dus niet genoeg grote centrales bouwen om hun energie te verzamelen en er een nationale – laat staan mondiale – economie op te laten drijven, ook al is er per uur genoeg zonlicht op de wereld om ons allemaal van energie te voorzien. Fossiele brandstoffen zijn daarentegen geconcentreerd, klaar om gewonnen en in grote krachtcentrales verwerkt te worden.

Maar het internet heeft ons een en ander geleerd over de toepassing van energiedistributie: door duizenden kleine pc’s gezamenlijk aan een netwerk te koppelen kun je een rekenkracht genereren van een omvang waar de grootste mainframesupercomputer niet aan kan tippen. Velen kennen dit verschijnsel van het sharen van muziek op internet: met programma’s als LimeWire kunnen honderden mensen ? door zorgvuldige herverdeling van de load ? één enkel bestand downloaden zonder dat iemands systeem crasht of er teveel bandbreedte wordt verbruikt. Zo kunnen we, aldus Rifkin, ‘IT eveneens toepassen op het elektriciteitsnetwerk en dat gaat alles te boven wat je met steenkool of kerncentrales zou kunnen produceren’.

Een IBMonderzoek naar 1900 huishoudens over de hele wereld heeft een verrassende ontdekking aan het licht gebracht: bij de keuze voor het smartgrid was de mogelijkheid om ‘meer op gelijke voet met de energieleverancier te komen’ een belangrijker drijfveer dan kostenbesparing of milieuoverwegingen. Toen ze de kans kregen de traditionele machtsverhouding op zijn kop te zetten door energie terug te verkopen aan het nutsbedrijf, wilde 62 procent van de huishoudens dolgraag van hun huis een krachtcentrale maken – kennelijk wogen ethische motieven zwaarder dan economische. Hermann Scheer, ontwerper van de grensverleggende Duurzame Energiewet in Duitsland, heeft de kracht van dit model ingezien. ‘De Wet van Scheer’, zoals hij wel wordt genoemd, bood mensen die hun duurzame stroom terugverkochten aan het netwerk gegarandeerde tarieven en joeg zo de productie van groene stroom omhoog. Duitsland krijgt er nu elk jaar 3000 megawatt groene energie bij. ‘Het kan net zo snel gaan als de overstap naar de mobiele telefoon’, zegt Scheer. ‘De maatschappij begint zich te reorganiseren rond de reorganisatie van energie.’

Dit biedt vooral grote mogelijk­heden voor ontwikkelingslanden. Toegang tot energie is misschien wel de grootste kloof tussen het rijke noorden en het achtergestelde zuiden. Op dit moment heeft een kwart van de wereldbevolking helemaal geen toegang tot elektriciteit en die 1,6 miljard mensen behoren tot de economisch en politiek zwaksten van de wereld. Wat deze cijfers zo verontrustend maakt, is dat de Verenigde Naties er allang op wijzen dat toegang tot energie cruciaal is om haar breed opgezette MillenniumDoelstellingen mogelijk te maken, van verbetering van het onderwijs tot de terugdringing van kindersterfte en hiv/aids. In feite blijkt uit studies naar het grootschalige elektrificatieprogramma dat werd opgezet na de apartheid in ZuidAfrika, dat er op elke honderd huishoudens die worden aangesloten, tien tot twintig bedrijfjes worden opgestart. Vooral vrouwen, die vroeger een groot deel van hun dag bezig waren brandstof te verzamelen om te koken, hebben grote vooruitgang geboekt wat betreft werk en gezondheid.

Ondertussen laten ontwikkelingsactivisten de hoop varen ooit een centrale infrastructuur te kunnen aanleggen die het probleem zou kunnen oplossen. Scheer redeneert juist dat de gecentraliseerde energienetwerken hebben bijgedragen aan het probleem: ‘We hebben een zeer gecentraliseerd energiesysteem dat zich bij ons in de loop van honderd jaar heeft ontwikkeld, plompverloren overgeheveld naar deze plattelandsgemeenschappen. Voor die beschavingen was het een ramp.’ Bij gebrek aan geld om het centrale netwerk uit te breiden naar de buitengebieden, zijn alleen de steden aangesloten ? die al gauw te kampen kregen met een immigratiegolf die de infrastructuur overbelastte ? en zijn de plattelandsgebieden vergeten.’

De mobiele telefoon heeft echter al laten zien hoe nieuwe technologie de oude infrastructuur in ontwikkelingslanden razendsnel kan ontgroeien. Afrika heeft bijvoorbeeld in totaal slechts 35 miljoen vaste lijnen, maar heeft er in de afgelopen twaalf maanden zeventig miljoen mobiele aansluitingen bij gekregen. Smartgridtechnologieën zouden hetzelfde potentieel kunnen hebben.

In feite heeft Iqbal Quadir, pionier van de mobieletelefoonrevolutie in ontwikkelingslanden, de handschoen al opgenomen. In amper tien jaar heeft Quadirs bedrijf, GrameenPhone, een revolutie ontketend in zijn geboorteland Bangladesh; hij heeft in een van de armste landen ter wereld voor twintig miljoen abonnees gezorgd en honderdduizenden phoneladies geïnspireerd om een eigen bedrijfje te beginnen waarbij ze ? dankzij een microkrediet bij de Grameen Bank ? een mobiele gesprekkenservice aanbieden aan hun buren. GrameenPhone heeft in zijn recentste jaaroverzicht een nettowinst van 137 miljoen dollar kunnen noteren, wat verklaart waarom Quadir gelooft dat zijn nieuwe waagstuk, Emergency Energy, niet alleen levens gaat redden en armoede zal uitroeien, maar zeker winst gaat opleveren.

Het plan voor Emergency Energy is om door het hele land kleine, door biogas aangedreven generators uit te zetten bij plattelandsondernemers. Elke generator kan zo’n twintig huizen van stroom voorzien. Dergelijke voorbeelden zijn niet slechts een goede optie voor gebieden die zijn vergeten door de globalisering, zegt Scheer, ze zijn ‘hun enige kans’. Rifkin is het daarmee eens. ‘We moeten alleen de technologie goedkoop genoeg zien te maken, dan kunnen we een revolutie aan potentieel ontketenen die ons globalisering oplevert van beneden af.’

Scheer brengt critici van de DuurzameEnergiewet in herinnering die vastbesloten waren het wetsvoorstel te laten stranden onder het mom van: ‘Jullie zijn dromers, jullie illusies brengen de economie in gevaar.’ Inmiddels heeft zelfs bondskanselier Angela Merkel, een conservatief wier verkiezing sommigen in het duurzaamheidskamp behoorlijk schrik aanjoeg, Rifkin in de arm genomen voor de formulering en uitvoering van een plan dat ’s werelds op twee na grootste economie nieuw elan moet geven.

In feite kon de timing voor een paradigmaverschuiving niet beter, deels omdat het met de zaken in de traditionele energiesector bijna niet erger kan. Toen Frito Lay in 2007 zijn Casa Grandeproject aankondigde, lagen de olieprijzen ver onder de honderd dollar per vat en sommige waarnemers zagen het meer als een publiciteitsstunt dan als een slim bedrijfsbesluit, omdat het pas na 25 jaar zou renderen. Op dit moment, nu de olieprijs hard op weg is naar de 150 dollar per vat, maken zulke besluiten zelfs nog een betere indruk op de winst en verliesrekening dan in de media.

Jeremy Leggett, directeur van Solar Century, het grootste zonnepanelenbedrijf van GrootBrittannië, noemt de recente onverwachte uitputting van Cantarell in Mexico, het op een na grootste olieveld ter wereld, een teken aan de wand. ‘Als de wereldvoorraad aan olie begint te Cantarellen, zullen we heel snel keuzes moeten maken en is dit debat van korte duur’, zegt hij. Dat wil niet zeggen dat het gemakkelijk wordt. ‘We hebben te maken met ongelooflijk krachtige entiteiten, met een enorme weerstand tegen verandering, en dat geldt niet alleen voor de energieindustrie, maar ook voor regeringsleiders die op de oude manier denken’, zegt Leggett. ‘Die denkwijze kan potentieel een heleboel schade aanrichten.’ Scheer voegt eraan toe: ‘Optimisme is goed, maar je moet niet naïef zijn. Door die nieuwe vormen van energie voelen ze zich kwetsbaar. En terecht. Hun bedrijfsmodel gaat verdwijnen.’

Misschien is het niet voor niets dat de mensen die ons YouTube, Google en MySpace hebben gegeven ook wel de Generatie Nu worden genoemd.


© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright)