www.odemagazine.com

Jay Walljasper | 106 mei 2008 issue

Proeven is geloven

Ik heb wel een beetje verstand van het boerenbedrijf. Zowel in mijn eigen familie als in die van mijn vrouw komen veehouders en akkerbouwers voor. Als journalist heb ik biologische boerderijen bezocht in Europa, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika. Maar ik blijf een stadsmens. Vandaar dat ik instinctief mijn neus dichtknijp als ik een koeienstal op de landbouwschool Warmonderhof in Dronten binnenkom.

Maar wat een verrassing: het stinkt er niet! Het mengsel van mest, stro, klaver en hooi ruikt eigenlijk best lekker. Ik moet verbaasd hebben gekeken, want Jan Saal, directeur van de Stichting Warmonderhof, die de school beheert, zegt glimlachend: ‘Ja, de mest ruikt anders: niet zo’n ammoniakgeur.’ Hij vertelt dat de biologisch-dynamische landbouw – een manier van boeren waarbij veel aandacht wordt besteed aan de samenstelling van de grond – een lager stikstofgehalte oplevert in het voedsel en de mest van dieren, wat de aangename geur in de stallen verklaart.

Op deze landbouwschool Warmonderhof wil ik meer te weten komen over de biologisch-dynamische landbouw, een milieuvriendelijke landbouwmethode die me intrigeert. Volgens sommigen gaat het zelfs een stap verder dan de biologische landbouw. Toch sta ik sceptisch tegenover esoterische praktijken die het boerenbedrijf een spiritueel aura geven: gewassen worden in overeenstemming met de maancyclus gepoot; er wordt mest in koehoorns begraven en hertenblazen worden gevuld met duizendbladbloemen, om de compost bijzondere eigenschappen te geven; er wordt vermalen kiezel over akkers uitgestrooid, maar de hoeveelheden zijn zo miniem dat er nauwelijks enige werking vanuit lijkt te kunnen gaan. Wat moet ik daarvan denken?

Aan de andere kant: hoe valt dat gebrek aan stank in de stal te verklaren?

Overal is door de nieuwe aandacht voor het milieu en de opleving in natuurproducten een groeiende belangstelling ontstaan voor de biologisch-dynamisch landbouw. Deels komt dat voort uit de gedachte dat de bedrijfstak van biologische voedingsmiddelen soms meer geÔnteresseerd lijkt in hoge winsten dan in kwaliteitsvoedsel en een zorgvuldig beheer van de vruchtbare grond.

In Duitsland is tien procent van het totale biologisch bewerkte landbouwareaal biologisch-dynamisch, vertelt landbouwkundige Martin Kern van het Duitse instituut voor biologisch-dynamisch onderzoek (IBDF). In AustraliÎ is het aantal leden van de groep Biodynamic Agriculture Australia de afgelopen zeven jaar gegroeid van vierhonderd naar twaalfhonderd, aldus voorzitter Hamish Mackay. Hij stelt dat naar schatting 50 duizend hectare grond in Australië biologisch-dynamisch wordt bebouwd. Demeter, de handelsorganisatie die boerderijen en andere voedingsmiddelenbedrijven certificeert, meldt dat het aantal biologisch-dynamische bedrijven in de VS sinds 2004 is verdrievoudigd.

Waarschijnlijk zijn er meer biologisch-dynamische boerderijen in de wereld dan uit de officiële statistieken blijkt; certificering is nu eenmaal een bewerkelijk, kostbaar proces en op dit moment wordt voor biologisch-dynamische producten geen hogere prijs betaald dan voor biologische, waardoor lang niet alle boeren zich laten certificeren. Katrina Frey van de Frey Vineyards in Californië, directielid van Demeter, merkt op: ‘Er is een grote groei in de Verenigde Staten. Zoveel mensen willen verdergaan dan louter biologische landbouw, en sommigen vinden dat de biologische landbouw toe is aan een nieuwe fase.’

In de wijnsector grijpt biologisch-dynamische productie om zich heen, nu wijnmakers in Europa en aan de Amerikaanse westkust ontdekken dat deze methode de smaak van hun wijnen ten goede komt. ‘Door de trend van biologisch eten groeit ook de belangstelling voor biologische wijn’, stelt Elizabeth Candelario, gepokt en gemazeld in de wijnsector en sinds kort de eerste marketingdirecteur van Demeter. ‘Tegelijk wakkert biologisch-dynamische productie in de wijnindustrie de belangstelling voor voedingsmiddelen aan.’

Thee is nog zo’n product waarmee de biologisch-dynamische landbouw hoge ogen gooit. Ambootia, een van de vele Indiase theeproducenten die in de jaren tachtig overschakelde op biologisch-dynamische verbouw, heeft nu meer dan zesduizend hectare in beheer op twaalf plantages in Darjeeling en Assam. Shashank Goel, oprichter van het beginnende bedrijf Ineeka Teas, behoort tot de familie achter Ambootia. Hij vertelt: ‘In Parijs wordt er nu wel 1500 euro per kilo betaald voor onze thee. Niemand telt zulke bedragen neer als je geen uitstekend product hebt. De omschakeling was voor ons niet moeilijk, want landbouwmethoden in India zijn al eeuwenlang biologisch-dynamisch. De spirituele benadering van landbouw kent hier een lange traditie.’

De eerste biologisch-dynamische boerderij ter wereld werd in 1926 in het Nederlandse Loverendale gevestigd, maar het idee komt voort uit een eeuwenlange traditie die gericht is op de beste manier om de bodem te beheren en gezond voedsel te produceren. De biologisch-dynamische principes werden oorspronkelijk in 1924 in een lezingenserie voor boeren bij Breslau in Duitsland - het huidige Wroclaw in Polen - geformuleerd door Rudolf Steiner.

Steiner, de Oostenrijkse filosoof, schrijver, architect en pedagoog, met trouwe volgelingen in heel Europa, was de grondlegger van de antroposofie en introduceerde hiermee een aantal praktische sociale vernieuwingen die het nog steeds goed doen: de vrije scholen waarin kinderen in hun eigen tempo mogen leren; Camphill-gemeenschappen waar verstandelijk gehandicapte volwassenen in een grotere gemeenschap worden verzorgd; de antroposofische geneeskunst, die mede de toon heeft gezet voor de huidige interesse in de holistische benadering van gezondheid; en experimenten in alternatieve economie, die onder meer hebben geleid tot de oprichting van Triodos Bank in Nederland, BelgiÎ, Groot-Brittannië en Spanje en van de GLS-bank in Duitsland.

Veel mensen hebben moeite met de spirituele theorieÎn achter Steiners werk en kunnen zich niet in alle aspecten van zijn filosofie vinden, bijvoorbeeld de nadruk op de krachtige eigenschappen van bepaalde waterverfkleuren en het geloof in de oude beschaving van Atlantis. Ook veel trouwe aanhangers van de biologisch-dynamische landbouwmethoden wijzen sommige leerstellingen van Steiner af. Hartmut Spiess, een van de meest vooraanstaande onderzoekers van de biologisch-dynamische landbouw, schrijft: ‘Steiner heeft zelf gezegd dat zijn uitspraken in reÎle situaties moeten worden getest, en dat opvattingen die niet werken, onzin zijn. Hij zei dat we de spirituele wetenschap moeten blijven ontwikkelen en dat zijn werk slechts het begin is.’

Spiess kon in zijn eigen onderzoek voor het Duitse IBDF geen enkele wetenschappelijke grond vinden voor de opvattingen van Steiner en zijn vroege aanhangers over de invloed van astrologische planeetstanden op de groei van gewassen. Maar onder het middageten in de eetzaal van Dottenfelderhof – het oude klooster buiten Frankfurt waar het instituut is gevestigd, samen met een boerderij, veestapel, natuurvoedingswinkel, bakkerij, kaasmakerij en honderd bewoners – vertelt Spiess dat er wel degelijk bewijs is voor de invloed van de maancyclus op planten. Hij wijst naar de stoofschotel op tafel en legt uit dat de oogst groter is als wortels enkele dagen voor volle maan zijn gepoot. Met aardappelen is het precies omgekeerd: die groeien het best als ze bij nieuwe maan zijn gepoot. Opeens herinner ik me weer dat mijn vrouw eens vertelde over haar grootvader, die de aardappelen altijd bij een bepaalde stand van de maan pootte.

Zo gek is het niet, stelt Spiess, dat de aantrekkingskracht van de maan invloed heeft op het leven van planten: de getijden van de zee worden immers ook beheerst door de maancyclus. Hij verwijst naar een artikel uit 1998 in Nature waarin werd aangetoond dat boomstammen onder invloed van de maan uitdijen en krimpen. Gepubliceerde onderzoeken uit Oostenrijk en Cuba wijzen uit dat hout van dennen en sparren die voor volle maan zijn gekapt, meer te lijden heeft van schorskevers, vertelt hij. Uit zijn eigen onderzoek met wortelen bleek dat ze minder snel bederven als ze voor volle maan zijn gezaaid – wat klopt met de meldingen van veel biologisch-dynamische tuiniers die merken dat hun wortelen langer goed blijven dan die uit de conventionele of gewone biologische landbouw.

De gegevens waarop Spiess zich baseert, lijken overtuigend, maar ÈÈn ding is in elk geval zeker: door de onverwacht volle smaak van de stoofschotel begin ik voor het eerst het sensuele, smaakvolle karakter van de gewassen te waarderen. Penen, aardappels en pompoen hebben me nog nooit zo goed gesmaakt.

Terwijl sommige principes van de biologisch-dynamische landbouw te verklaren zijn op basis van aloude boerenkennis of moderne ecologische inzichten – zoals het idee om tien procent van het gehele areaal te laten verwilderen of om wisselbouw toe te passen in een cyclus van vijf tot zeven jaar – vergen andere principes wel veel van mensen voor wie de Westerse rationaliteit heilig is. Het moeilijkst te verteren is de speciale manier waarop bodem en gewassen moeten worden voorbereid, wat de kern is van de biologisch-dynamische landbouw. Steiner schreef voor dat alle akkers eenmaal per jaar moeten worden besproeid met minieme hoeveelheden dierlijke mest, bewaard in een koehoorn die een hele winter ingegraven heeft gelegen, en nog eenmaal met in een koehoorn bewaarde kiezel die een hele zomer in de grond ingegraven heeft gelegen...

Dit soort ongebruikelijke methoden is geworteld in het geloof dat de aarde een levend organisme is. Net als het menselijk lichaam heeft de bodem behoefte aan kleine hoeveelheden sporenelementen, aldus Steiner. Het principe van de homeopathie – een Westerse geneeswijze waarin microscopische hoeveelheden van een kruid of ander heilzaam middel effectiever worden geacht dan een grotere dosis – speelt ook een rol in biologisch-dynamische methoden, samen met de spirituele krachten die in Steiners hele denken voorkomen.
In een koehoorn begraven mest krijgt volgens biologisch-dynamische onderzoekers speciale eigenschappen die bepaalde biochemische processen in de grond beïnvloeden, waardoor planten beter wortelen en de voedingsstoffen beter opnemen. Het kiezelpreparaat – van vijf gram verpulverde kiezel, opgelost in zestig liter water per hectare – zou de planten sterker maken en bevorderlijk zijn voor de smaak, geur en houdbaarheid.

Steiner heeft ook zeven speciale procedures aanbevolen voor het maken van compost op basis van medicinale kruiden, zoals duizendblad, brandnetel of kamille vermengd met water, turf, hertenblazen of runderdarmen. ‘Dit is de kunst van het composteren’, verklaart Saal van de Warmonderhof, die van huis uit ingenieur is.

Terwijl hij me rondleidt op de 85 hectare grote boerderij, waar meer dan tachtig jongeren van zestien tot negentien jaar (en een paar oudere studenten) biologisch-dynamische landbouwtechnieken leren op een school die gesubsidieerd wordt door het ministerie van Onderwijs, benadrukt Saal dat het doel van deze exotische, spiritueel getinte praktijken is de bodem te verbeteren. Dierlijke organen, hoorns, medicinale kruiden, mest, wisselbouw met een lange cyclus en inachtneming van de maancyclus helpen – samen met andere biologisch-dynamische principes, zoals het voederen van wilde dieren, bijen houden en minimaal van gebruik van niet lokaal geproduceerde stoffen – de grond zo gezond mogelijk te maken, stelt hij, ook al kan wetenschappelijk niet exact worden verklaard hoe dat werkt.

De beweringen over de kwaliteit van de bodem worden bevestigd door enkele landbouwonderzoekers. Uit een in 1993 in Science gepubliceerde studie waarin zestien aan elkaar grenzende conventionele en biologisch-dynamische boerderijen in Nieuw-Zeeland met elkaar werden vergeleken, bleek dat de bodem van ‘biologisch-dynamische boerderijen bij de meeste ondernemingen een hoge biologische en natuurkundige kwaliteit had: een significant hoger aandeel aan biologisch materiaal en bacteriologische activiteit, meer aardwormen, betere bodemstructuur, lager soortelijk gewicht, betere doorlaatbaarheid en dikkere bovengrond.’ Een rijkere bovengrond leidt volgens aanhangers van het biologisch-dynamisch boeren tot sterkere gewassen: resistenter tegen ziekten en ongedierte, voedzamer, beter houdbaar en smaakvoller.

Saal merkt op dat naburige boeren zich vrolijk maakten over biologisch-dynamische landbouw, toen de in 1947 opgerichte school Warmonderhof in 1993 naar Flevoland verhuisde. Maar nu vragen ze zich af waarom er op de biologisch-dynamische akkers geen problemen met wortelvlieg zijn en bij hen wel. Thieu Verdonschot, die al elf jaar pompoen, uien, kool en andere biologisch-dynamische gewassen op het land van Warmonderhof verbouwt, vertelt: ‘Pas als conventionele boeren zien dat iets werkt, krijgen ze er belangstelling voor. Gisteren vroeg een boer me nog naar mijn mosterdplanten, omdat die veel hoger worden dan de zijne. En vorige week zei een andere dat ik vast met conventionele methoden werkte, want er zat geen onkruid tussen mijn penen.’

Terwijl de term ‘biologisch-dynamisch’ ouder is dan ‘biologisch’ - een begrip dat pas in 1945 werd geïntroduceerd door sir Albert Howard, een Engelse botanicus die traditionele landbouwmethoden in India en Europa had bestudeerd - zijn de meeste biologisch-dynamische boeren en klanten oorspronkelijk liefhebbers van biologische producten. ‘Ik had al jaren biologisch getuinierd’, zegt John Schaeffer, oprichter van Real Goods, een producent van zonnecellen en duurzame producten. Maar toen hij besloot om 130 hectare grond in Noord-CaliforniÎ te beplanten met olijfbomen en wijnstokken, koos hij voor biologisch-dynamische verbouw. ‘Dat is de volgende trend’, stelt hij. ‘Bij biologisch wordt minder aan de bodem teruggegeven.’

De opkomst van grote biologische boerenbedrijven met een monocultuur van onafzienbare rijen gewassen, waar soms dieren niet buiten komen en slechtbetaalde arbeiders het werk doen, roept de vraag op of de biologische landbouw werkelijk een verbetering is ten opzichte van het conventionele boerenbedrijf. ‘Op veel biologische boerderijen wordt nog conventioneel gedacht’, merkt Saal op. ‘De biologische meststoffen en pesticiden worden op dezelfde manier toegepast als op een gewone boerderij. Hun manier van denken is niet veranderd. Ze zien de boerderij niet als een levend organisme.’

Candelario van Demeter voegt eraan toe: ‘De enige eis die aan een biologische boerderij wordt gesteld, is dat er geen kunstmest, synthetische pesticiden en genetisch gemodificeerde organismen worden toegepast. Biologische landbouw heeft niets te maken met wisselbouw, biodiversiteit, bovengrond, dieren in de natuur, composteren of de productiewijze van voedingsmiddelen.’

Martin Kleinschmit, veehouder in Bow Valley in Nebraska, schakelde vijftien jaar geleden over op biologische landbouw, toen hij inzag dat dit lucratiever was en beter voor het land. Nu verdiept hij zich in de biologisch-dynamische landbouw. ‘Het lijkt wel voodoo en veel dingen snap ik niet’, vertelt hij. ‘Maar ik geloof wel dat het meer is dan biologisch en een stap verder gaat. Dat blijkt uit veel onderzoek.’ Voorlopig is Kleinschmit niet van plan over te gaan op biologisch-dynamische veehouderij, want het kost een hoop tijd om een nieuwe manier van werken te leren en hij betwijfelt of hij voor biologisch-dynamisch vlees een hogere prijs dan voor biologisch vlees kan krijgen.

Jonathan Smith, een Engelse biologische akkerbouwer van zesentwintig, heeft onlangs een biologisch-dynamisch congres gehouden op zijn boerderijtje op de Scilly-eilanden, vijftig kilometer voor de zuidwestkust van Engeland. ‘Wat me weerhoudt, zijn de onflexibele, strenge regels voor biologisch-dynamische landbouw’, vertelt hij. ‘Het valt niet mee om te beginnen. Je kunt niet een beetje proberen en kijken of je er echt mee door wilt gaan. En het lijkt erop dat het meer werk en tijd kost en ik weet niet of je hogere prijzen kunt krijgen dan voor biologische producten.’

Smith geeft echter toe dat een deel van zijn twijfel over biologisch-dynamische landbouw verdween toen hij zag hoe het werkte. Tijdens het congres op zijn boerderij werd een van de voorgeschreven preparaten van Steiner op zijn composthoop toegepast en hij is benieuwd wat er gaat gebeuren. ‘Wie weet? Als de resultaten goed zijn, begin ik er misschien wel aan.’

Het problematische aan overschakelen is de reden dat er in de meeste supermarkten en zelfs in natuurvoedingswinkels zo weinig biologisch-dynamische producten worden aangeboden. De meeste Noord-Amerikanen halen biologisch-dynamische groente en fruit uit hun eigen tuin of rechtstreeks van de boerderij, via gesubsidieerde landbouwprojecten die mede door biologisch-dynamische kwekers zijn opgezet. Verna Kragnes en Rick Hall leveren al achttien jaar biologisch-dynamische groentepakketten van hun Philadelphia Community Farm in Osceola, Wisconsin, aan gezinnen in de stad. ‘We doen het zowel uit een soort sociaal gevoel – om mensen goed eten te geven – als vanuit een landbouwkundig perspectief – om goed voor de aarde te zorgen’, zegt Kragnes, terwijl we langs een terras vol stoelen en banken lopen, die klaar staan voor een bezoek van een schoolklas uit de stad.

Voor wijnbouwers is het veel gemakkelijker om over te stappen op biologisch-dynamische verbouw, omdat wijngaarden zelden groter zijn dan een hectare en omdat het financiÎle voordeel van druiven waarvan men een betere smaak verwacht, flink kan oplopen. Bij wijn heb je te maken met het begrip ‘terroir’ – de smaak van de grond – dat goed past bij de biologisch-dynamische nadruk op de bodem. Dat verklaart waarom wijn verreweg de snelstgroeiende sector in de biologisch-dynamische landbouw is.

De wijnindustrie is zelfs de enige sector waarin de biologisch-dynamische verbouw groei vertoont in Noord-Europa, waar de wieg van de biologisch-dynamische beweging ooit stond. Het aantal biologisch-dynamische boeren groeit in Duitsland maar langzaam, volgens Kern van het IBDF, en was in Nederland zelfs jarenlang gedaald, totdat het aantal in 2005 stabiel rond de 120 bleef, aldus Saal. En dat ondanks alle enthousiaste studenten in rubberlaarzen die mest staan te scheppen op zijn landbouwschool, die toch nog duidelijk een succes is, terwijl een nabijgelegen gewone landbouwschool onlangs moest sluiten.

Hoe valt die stagnatie te verklaren in een tijd waarin de biologisch-dynamische werkwijze in Noord-Amerika, AustraliÎ, Nieuw-Zeeland, India, BraziliÎ en zelfs Egypte terrein wint?
Saal wijt het aan de hoge aanloopkosten, vooral voor biologisch-dynamische akkerbouw. Volgens hem is het voor leerlingen van de Warmonderhof vrijwel onmogelijk een boerderij te kopen, zelfs van biologisch-dynamische kwekers die in de jaren zestig zijn begonnen en nu met pensioen willen. ‘Veel van onze leerlingen gaan naar Frankrijk of Oost-Europa,’ legt hij uit, ‘omdat de grond daar goedkoper is.’ Een andere factor is misschien het spirituele karakter van de biologisch-dynamische aanpak, dat mogelijk afschrikwekkend werkt op aspirant-boeren die wel gewassen willen verbouwen, maar geen nieuwe gebieden van de geest willen verkennen.

Candelario, die tot taak heeft de belangstelling voor de biologisch-dynamische landbouw in Amerika te stimuleren, zegt daarom: ‘Ik richt me op de kwaliteit van het eten en de gezonde bodemgesteldheid – het voorbeeld dat de biologisch-dynamische landbouw kan vormen voor duurzaamheid. Niet op de meer spirituele kant van het boerenbedrijf. Ik zie het als yoga. De kans dat iemand eraan begint, is groter als de nadruk ligt op grotere soepelheid en het voorkomen van hart- en vaatziekten dan op spirituele verkenning. Later kun je dan geÔnteresseerd raken in de spirituele kant ervan.’

Ik denk aan mijn eigen argwaan jegens het magische, mystieke karakter van de biologisch-dynamisch principes, terwijl ik een grote rode appel van een boom in de boomgaard van de Warmonderhof pluk en een hap neem. Ik heb toevallig een beetje verstand van biologische appels, zo van de boom, omdat ik er de nodige van heb gegeten uit de boomgaard achter het huis van mijn schoonvader, dus ik ben benieuwd... ‘Wauw! Zo’n appel als deze heb ik nog nooit geproefd!’, roep ik uit tegen Saal, want hij proeft voller en complexer en lijkt meer dan ÈÈn smaak te hebben. ‘Dat is precies wat wij ook zeggen’, antwoordt hij, terwijl hij zelf ook zijn tanden in een appel zet.

Gulzig neem ik nog een hap en ik kom tot de slotsom dat koehoorns, hertenblazen, kiezels, kamillebloesem, brandnetels, ingewikkelde mestvoorschriften, de volle maan en alle andere spirituele aspecten van de landbouw me koud laten. Als het zÛ’n lekkere appel oplevert, dan deugt het gewoon.


© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2008 (further information in Privacy & Copyright)