www.odemagazine.com

Muhammad Yunus | 103 januari/februari 2008 issue

Een goede zaak

Veel problemen in de wereld blijven onopgelost doordat we het kapitalisme te beperkt interpreteren. Binnen die nauwe interpretatie scheppen we een eendimensionaal beeld van de mens als ondernemer. Hij wordt losgekoppeld van andere aspecten van het leven, zoals de religieuze, emotionele en politieke dimensies. Hij wijdt zich in zijn zakelijke bestaan aan één taak: winstmaximalisering. En hij wordt gesteund door massa’s eendimensionale mensen die hem met hun investeringen helpen die ene taak te realiseren.

Dit spel van de vrije markt werkt prima met eendimensionale investeerders en ondernemers. We zijn zo gehypnotiseerd door het succes, dat we er haast niet aan durven twijfelen. Maar al houden we ons trouw aan deze strategie, iedereen vraagt zich wel eens af of we op de goede weg zijn. De economische theorie stelt immers dat de samenleving en de wereld er het meest bij gebaat zijn als we altijd proberen voor onszelf overal het maximale uit te halen. Twijfel naar aanleiding van de dingen die we om ons heen mis zien gaan (milieuschade, ongelijkheid, gebrek aan gezondheid, werkloosheid, getto’s, misdaad enzovoort), schuiven we snel terzijde en schrijven we op het conto van een ‘gebrekkige marktwerking’.

Er is, denk ik, iets fundamentelers mis. Laten we zo moedig zijn te erkennen dat het komt doordat de theorie geen rekening houdt met het wezen van de mens. De meeste mensen vinden het fijn anderen te helpen. Deze menselijke eigenschap wordt in alle godsdiensten aangemoedigd en door overheden met belastingvoordelen beloond.

Stel nu dat iemand zijn sociale doel wil bereiken door een duurzame zakelijke onderneming op te richten of te ondersteunen – niet omdat hij zijn winst wil maximaliseren, maar omdat hij iets wil doen voor de wereld. De onderneming maakt misschien geen winst, maar mag ook geen verlies maken, net zomin als andere bedrijven. Zo ontstaat een nieuw type onderneming dat we ‘non-loss-bedrijf’ kunnen noemen.

Bestaan er echt zulke mensen? Ja. De ‘weldoener’ is immers een bekend fenomeen. Weldoeners zijn dezelfde mensen die officieel ‘sociale ondernemers’ (SO’s) worden genoemd. Sommige sociale ondernemers proberen hun doelstellingen te verwezenlijken door geld te investeren; anderen schenken hun tijd, hun arbeid, talent, vaardigheden of iets anders dat anderen van nut is. Wie geld heeft ingezet, kan misschien een deel of het hele bedrag dat hij of zij in het werk heeft gestoken, proberen terug te verdienen door een honorarium of een prijs te bedingen.

Als een sociale ondernemer honderd procent of meer terugkrijgt, is hij de zakelijke wereld van onbegrensde mogelijkheden binnengekomen. Dat is een gedenkwaardig moment. Hij heeft de aantrekkingskracht van financiële afhankelijkheid overwonnen en is klaar voor de ruimtevlucht! Dat is een belangrijke institutionele overgang. Hij heeft de kritische grens overschreden tussen de wereld van de liefdadigheid en de zakelijke wereld. We zullen hem een ‘sociaal-zakelijke ondernemer’ (SZO) noemen.

De activa van alle SZO’s ter wereld bij elkaar opgeteld vormen nog niet eens een flintertje van de wereldeconomie. Dat komt niet doordat ze geen groeipotentieel hebben, maar doordat we ze negeren: we worden verblind door de theorieën die we op school leren. Zodra SZO’s worden erkend, zullen er ondersteunende instanties, beleidsplannen, regelingen, normen en regels komen om ze op te stoten in de vaart der volkeren en kunnen ze een invloedrijke factor worden in nationale en internationale economieën.

Hoe kunnen we de oprichting van SZO’s stimuleren? Eerst moeten de SZO’s in de gangbare economische theorie worden erkend. Studenten moeten leren dat er twee soorten bedrijven zijn: bedrijven die winst maken en bedrijven die iets voor anderen doen. Studenten moeten leren dat ze kunnen kiezen wat voor soort ondernemer ze willen worden. Op opleidingen Bedrijfskunde kunnen we sociale MBA’s samenstellen die aan de eisen van de SZO’s voldoen, en we kunnen jonge mensen voorbereiden op het sociaal-zakelijke ondernemerschap zelf.

Ten tweede moeten de SZO’s en investeerders in sociale bedrijven in de markt zichtbaar worden. Zolang SZO’s binnen de culturele sfeer van de huidige effectenbeurzen blijven opereren, worden ze ingeperkt door de bestaande normen en begrippen van de handel. SZO’s moeten hun eigen normen, principes, ijkpunten, waarderingscriteria en terminologie ontwikkelen. Dat kan alleen als we een aparte aandelenmarkt inrichten voor SZO’s en hun investeerders. We kunnen die de sociale effectenbeurs noemen. Investeerders beleggen hun geld in een doel dat ze willen steunen en in het bedrijf dat er naar hun mening het best in slaagt dat specifieke doel te bereiken. Sommige bedrijven op deze sociale effectenbeurs zullen uitstekend presteren en tegelijkertijd een aantrekkelijke winst maken. Die ondernemingen zullen vanzelfsprekend beide soorten investeerders aantrekken, zowel degenen die uit zijn op eigen gewin als degenen met een sociaal doel.

Naast de sociale effectenbeurs moeten er rating agencies geschikte instrumenten voor het meten van effectiviteit en indexen die aangeven welke sociale zakelijke ondernemingen het succesvolst zijn worden ontwikkeld om de sociale investeerders goede richtlijnen te geven. We zullen financiering voor SZO’s moeten regelen. Er zullen nieuwe bankafdelingen moeten komen die gespecialiseerd zijn in de financiering van risicodragende sociale ondernemingen. Ook zullen er nieuwe sponsors moeten komen. Sociale verschaffers van risicodragend kapitaal zullen moeten samenwerken met de SZO’s.

Als we de juiste omgeving weten te scheppen, kunnen SZO’s een aanzienlijk marktaandeel krijgen en wordt de markt een boeiend toneel voor een sociale strijd die steeds innovatiever en effectiever wordt geleverd.

Nu de economie onverwacht snel groeit, particuliere rijkdom een onvoorstelbare omvang bereikt, en de zwakke economieën en de armen van de economische kaart dreigen te worden geveegd door de globalisering, wordt het tijd om SZO’s serieus te nemen.Het is niet alleen onnodig om de markt over te laten aan de mensen die uit zijn op eigen gewin, maar dat is bovendien rampzalig voor de mensheid als geheel.

Het wordt tijd om de enge interpretatie van het kapitalisme te verlaten en ruimte te maken voor de volledige erkenning van SZO’s. Dan kunnen de SZO’s de markt overstromen en deze net zo efficiënt laten werken voor sociale doelstellingen als voor particuliere doelstellingen.

Muhammad Yunus is oprichter en directeur van de Grameen Bank, een instelling voor microkredieten, en ontving in 2006 de Nobelprijs voor de vrede. Dit artikel is een bewerking van het rapport Social Business Entrepreneurs Are the Solution. Yunus’ boek over hetzelfde onderwerp, Creating a World Without Poverty, komt in januari uit bij PublicAffairsrial.


© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright)