|
Drookbreek de code van cool |
|
Gisteren een ritje gemaakt in de metro, waar ik tussen een groep jongens van een jaar of zestien zat. Nu woon ik toch al heel wat jaartjes in Amsterdam, maar ik kon vrijwel niets van hun conversatie verstaan. Het was ook niet echt een gesprek, maar meer het uitstoten van klanken. De paar woorden die ik wél kon verstaan, waren cool en chill. Ze gaven goed weer hoe ze met elkaar omgingen: zo afstandelijk en ongeïnteresseerd mogelijk. Die koele houding wordt ook gereflecteerd in de enorme opkomst van zogenaamde ‘koude ziekten’, die typisch schijnen te zijn voor ons tijdsgewricht. Dit type ziekte verstijft, verkoelt, verkrampt en verhardt en is chronisch, in tegenstelling tot veel ‘ouderwetse’ ziekten. In vorige eeuwen waren de meeste ziekten niet chronisch en ‘koud’, maar acuut en heet. Geen burn-outs, verkalkingen en depressies, maar ontstekingen en koortsaanvallen waren aan de orde van de dag. Om koude ziekten te genezen, is – logisch – warmte nodig. Kanker bijvoorbeeld, verdwijnt in de meeste gevallen als patiënten hoge koorts ontwikkelen. De Amerikaanse arts William Coley ontdekte dat al eind 1800. Ook psychologische warmte heeft een genezend effect. Mensen die zich geliefd voelen en zich openstellen voor hun medemens, leven niet alleen langer, maar herstellen ook sneller van geestelijke of lichamelijke aandoeningen. Om kankerpatiënten weer in contact te brengen met hun eigen warmte – of het gebrek hieraan – vraagt een bevriend arts zijn patiënten steevast: ‘Wanneer heeft u voor het laatst iets voor een ander gedaan?’ Het antwoordt luidt vaak: ‘Hoe bedoelt u?’ Het ritje in de metro duurde te kort om mijn favoriete experiment te doen: de code van cool doorbreken. Ik doe dan net alsof ik niets merk van de kille, afstandelijke houding van medepassagiers en treed iedereen met een glimlach en vriendelijke woorden tegemoet. De meeste mensen reageren daar heel goed op en ontdooien. Zelfs mensen die openlijk vijandig zijn, hebben er niet van terug, getuige mijn ervaring in een trein vol voetbalsupporters. Terwijl een kale man in Ajax tenue bier over mijn shirt morste, vroeg hij pesterig: ‘Ben jij een gozer of een wijf?’ Een mooiere gelegenheid om de code van cool te doorbreken, kon ik niet krijgen. ‘Ik ben een ziel,’ zei ik zo vriendelijk mogelijk. ‘Een ziel?’ herhaalde hij, terwijl hij terugdeinsde, ‘wat is nou een ziel?’ Voor ik er erg in had, was er een levendig gesprek ontstaan over de ziel, reïncarnatie, vorige levens en nog veel meer dingen waar je normaal gesproken niet met voetbalsupporters over praat. Cool, toch? |
© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2008 (further information in Privacy & Copyright) |