www.odemagazine.com

Paulo Coelho | 87 juni 2006 issue

Aan het einde van de tunnel

God om doodgeschoten te worden.’ Andrea kust hem. Hij glimlacht. Hij vraagt of ik hier in dit café wil blijven, of dat we moeten verkassen naar de enige karaokebar van Sibiu. Ik breek liever het gesprek af. We kunnen maar beter samen wat zingen. Ons groepje staat op en als ik de rekening vraag, wil de cafébaas van geen rekening weten: het is op kosten van het huis, als eerbetoon aan de plaatselijke held, de man die ondanks alles nog altijd leeft. Onderweg naar de karaokebar denk ik aan de zwarte tunnel. Zonder zo’n tragische gebeurtenis te willen romantiseren, begrijp ik dat iedereen dit zal overkomen. Wanneer je tegenover iets staat wat werkelijk levensbedreigend is, kun je niet helder zien, niet logisch denken, geen informatie verzamelen die van nut kan zijn voor jou of anderen die je uit die situatie willen halen. In zaken van liefde en oorlog zijn we menselijk. Godzijdank. We komen bij de karaoke-tent, we drinken nog wat, we zingen liedjes van Elvis, Madonna, Ray Charles. Een interessante groep zijn we eigenlijk: Lacrima, die werd verlaten door haar moeder toen ze nog maar twee maanden was; Leonardo, die net een twee jaar durende depressie achter de rug heeft; Cristina, die onlangs zware tijden heeft gehad, maar overwonnen heeft; Sorin met zijn 25 dagen gevangenschap; Andrea die bijna haar geliefde had verloren; en ik, met littekens op mijn hele lijf en ziel. En toch drinken we, zingen we en vieren we het leven. Dat ik dit soort vrienden heb, geeft me hoop. Of nee, het is meer dan hoop. Het betekent voor mij dat ware overlevenden nooit slachtoffer van hun beulen zullen worden, omdat ze het allerbelangrijkste in de mens in leven weten te houden: plezier, vrolijkheid. En zolang er na een tragedie vrolijkheid is, zal er altijd een voorbeeld zijn dat gevolgd kan worden.


© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright)