www.odemagazine.com

Binyavanga Wainaina | 85 april 2006 issue

O Afrika

Gebruik altijd het woord ‘Afrika’ of ‘duister’ of ‘safari’ in uw titel. Ondertitels mogen woorden bevatten als ‘Zanzibar’, ‘Masai’, ‘Zoeloe’, ‘Zambezi’, ‘Congo’, ‘Nijl’, ‘groot’, ‘hemel’, ‘schaduw’, ‘trommel’, ‘zon’ of ‘vervlogen’. Ook heel bruikbaar zijn woorden als ‘guerrilla’s’, ‘tijdloos’, ‘oer-’ en ‘stam’. Zet nooit een foto van een geciviliseerde Afrikaan op de omslag van uw boek, of in het boek, tenzij die Afrikaan de Nobelprijs heeft gewonnen. Een AK-47, uitstekende ribben, blote borsten: die kunt u gebruiken. Als er per se een Afrikaan bij moet, zorg er dan voor dat u een exemplaar gebruikt in de klederdracht van de Masai, de Zoeloe of de Dogon. Schrijf over Afrika alsof het één land is. Het is er heet en stoffig, met golvende graslanden en enorm grote kuddes en lange, magere mensen die hongerlijden. Vermoei uzelf niet met nauwkeurige beschrijvingen. Afrika is groot: 54 landen, 900 miljoen mensen die het te druk hebben met hongerlijden, doodgaan, oorlog voeren en emigreren om uw boek te lezen. Het continent barst van de woestijnen, oerwouden, hooglanden, savannes en nog veel meer, maar uw lezer geeft daar niets om, dus houd uw beschrijvingen romantisch, suggestief en vaag. Zorg ervoor dat u laat zien hoe bij Afrikanen muziek en ritme diep in hun ziel verankerd zit, en dat ze dingen eten die geen ander mens eet. Schrijf niet over rijst en rundvlees en tarwe; apenhersenen zijn een lekkernij voor de Afrikaan, evenals geit, slang, wormen en maden, en allerlei soorten wild en vlees. Beschrijf hoe u dergelijk voedsel zonder een spier te vertrekken tot u neemt en hoe u het zelfs lekker gaat vinden. Omdat u zo betrokken bent. Taboeonderwerpen: gewone huiselijke taferelen, liefde tussen Afrikanen (tenzij er een sterfgeval plaatsheeft), en verwijzingen naar Afrikaanse schrijvers of intellectuelen. Vermeld vooral geen schoolgaande kinderen die niet lijden aan framboesia of ebolakoorts of die niet genitaal zijn verminkt. Uw Afrikaanse personages mogen naakte krijgers zijn, trouwe bedienden, waarzeggers en zieners, oude wijze mannen die als echte kluizenaars leven. Of corrupte politici, onbeholpen, polygame gidsen en prostituees met wie u naar bed bent geweest. De Oude Wijze Man is altijd afkomstig van een edele stam. Hij heeft waterige ogen en leeft dicht bij de natuur. De Moderne Afrikaan is een dikke man die steelt en op het visumkantoor werkt, waar hij weigert werkvergunningen te geven aan gekwalificeerde westerlingen die echt hart hebben voor Afrika. Onder uw personages moet zich ook de Hongerlijdende Afrikaanse bevinden, die halfnaakt door het vluchtelingenkamp doolt en wacht op de vrijgevigheid van het Westen. Haar kinderen hebben vliegen op hun oogleden en opgezette buikjes, en haar borsten zijn plat en leeg. Ze moet er volkomen hulpeloos uitzien. Ze kan geen verleden hebben, geen geschiedenis; dat leidt af van het dramatische moment. Geweeklaag is goed. Ze vertelt nooit iets over zichzelf in een gesprek, behalve als het gaat over haar (onbeschrijfelijke) lijden. Onthoud: al uw werk waarin mensen er smerig en ellendig uitzien, zal worden beschouwd als ‘het echte Afrika’, en dát wilt u op de omslag van uw boek. Doe hier niet te teergevoelig over; u helpt hen tenslotte om hulp uit het Westen te krijgen. Besluit uw boek altijd met Nelson Mandela die iets zegt over regenbogen of heroplevingen. Omdat u zo betrokken bent. Binyavanga Wainaina is een bekroonde schrijver uit Kenia en oprichter van het gerespecteerde Afrikaanse literaire tijdschrift Kwani? (www.kwaniorg). Met toestemming bewerkt en overgenomen van Granta (nummer 92, winter 2005), een Brits kwartaalblad met korte verhalen en beschouwingen, www.granta.com.


© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright)