|
Voorwoord |
|
Bij het voorbereiden van het omslagverhaal van dit nummer over eigendom, verdiepten wij ons ook in het onderwerp open source. Dit begrip verwijst naar het gebruik in de software-industrie om de broncodes van computerprogramma’s voor iedereen toegankelijk te maken. Dit ‘gedeelde eigendom’ maakt het mogelijk de programma’s collectief verder te ontwikkelen en verbeteren (zie verder pagina XX). Wij overwogen om dit onderwerp nader toe te lichten met de publicatie van een artikel dat eerder in het technologietijdschrift Wired was verschenen. Bij navraag bleek de Amerikaanse uitgever niet bereid ons de auteursrechten voor dit artikel over open source te verlenen. Een mooie paradox: auteursrechten voor open source... Jonathan Rowe staat in dit nummer stil bij de privatiseringsdrift die de wereld in zijn greep heeft. Particulier bezit is heilig en steeds meer publieke belangen moeten daarvoor wijken. Ik heb altijd het voordeel van eigendom gezien. Als eigenaar zorg je goed voor je huis, omdat je op die manier spaart voor je toekomst. De huurder heeft dat belang niet en heeft dus de neiging minder zorgvuldig te zijn. Toen begin jaren negentig de lease-auto cultuur doorbrak, viel het me op dat auto’s achtelozer werden behandeld: de lease-maatschappij zou toch wel voor herstel van de schade of zelfs een nieuwe auto zorgen. Eigendom is beter, zou ik destijds hebben gezegd. Trouwens, de ‘alles is van eidereen filosofie’ van het communisme heeft bepaald niet tot inspirerende voorbeelden geleid. Toch zijn er grenzen aan eigendom. Op het moment dat farmaceutische bedrijven de wildernis gaan privatiseren op zoek naar nieuwe medicijnen, of als boeren in India multinationale ondernemingen moeten gaan betalen voor zaden die vroeger gewoon van henzelf waren, of als arme mensen in ontwikkelingslanden moeten gaan betalen voor het water uit hun pomp, krab je je toch even achter de oren. En dan hebben we het nog niet over de merkwaardige trend om openbare ruimten en publieke instellingen in particuliere handen te brengen. Het lijkt allemaal meer op hebzucht dan op verstandig economisch beleid. Dat is wel eens anders geweest. Rowe citeert onder meer Benjamin Franklin, founding father van de Verenigde Staten, maar vooral ook bekend als uitvinder. ‘Aangezien we in hoge mate profiteren van de uitvindingen van anderen,’ schreef Franklin een kleine driehonderd jaar geleden, ‘zouden we blij moeten zijn anderen van dienst te zijn met een uitvinding van onszelf.’ Een ander van dienst willen zijn. Dat is een heel andere inspiratie dan iets willen bezitten om eraan te kunnen verdienen. Als wij u van dienst kunnen zijn: dit stukje mag u met een gerust hart overnemen en publiceren. Er zit geen auteursrecht op. |
© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright) |