|
Als bezit ballast is |
|
‘Kijk maar om je heen’, zegt Jeremy Rifkin, ‘bezit wordt steeds minder belangrijk.’ Het lijkt een onwaarschijnlijke bewering. Je kijkt om je heen en je ziet dat mensen juist steeds meer rijkdom hebben, steeds grotere huizen, grotere auto’s en luxueuzere levensstijlen. Het gaat goed met de economie en de consument laat het breed hangen. Het valt moeilijk vol te houden dat het materialisme op zijn retour is. Maar Rifkin, de Amerikaanse beroepsdenker, is zeker van zijn zaak. ‘Bezit’, zegt hij, ‘is veel te traag voor de nieuwe economie. Waarom zou iemand in een economie waar alles draait om snelheid nog iets in eigendom willen hebben dat meteen al weer is achterhaald door een nieuwer model of een upgrade?’ Materiële zaken laten ons niet koud, weet ook Rifkin, maar we hoeven ze niet per se meer zelf te bezitten. ‘Eigendom is gebaseerd op de gedachte dat het de moeite waard is om fysieke goederen voor langere tijd vast te houden’, schrijft hij in zijn boek The Age of Access: The New Culture of Hypercapitalism, Where All of Life Is a Paid-for Experience (Tarcher, 2000). ‘In het marktkapitalisme waren “hebben” en “vergaren” belangrijke en gekoesterde begrippen. Maar ze doen er steeds minder toe in een economie waarin verandering de enige constante is.’ We hoeven allerlei spullen niet meer te bezitten, als we ze maar kunnen gebruiken, als we er maar toegang toe hebben. In het Tijdperk van de Toegang willen we wel het plezier van mooie, nieuwe en handige dingen, maar niet de ballast van het eigendom. Dus kopen we steeds minder en kiezen we er steeds vaker voor om te huren, te leasen, een lidmaatschap of toegangsprijs te betalen om goederen te kunnen gebruiken wanneer het ons uitkomt. En dat heeft, volgens Rifkin, vérgaande gevolgen voor ons leven, onze relaties, onze manier van zaken doen en zelfs ons idee van persoonlijke vrijheid. Een gesprek op een doordeweekse ochtend in zijn kantoor in Washington, waar hij aan het hoofd staat van een kleine denktank, de Foundation of Economic Trends. Jeremy Rifkin: ‘Bedrijven is het niet meer in de eerste plaats te doen om een eenmalige transactie met hun klanten, om de verkoop van één of meer producten. Ze streven nu naar een continue en duurzame relatie met ons, hun klanten, bijvoorbeeld via lease-contracten en maandelijkse toegangsgelden, waardoor ze keer op keer aan ons kunnen verdienen. Ze willen zich permanent een plaats in ons leven verwerven. ‘Vroeger was een auto, na het eigen huis, het belangrijkste bezit dat mensen konden hebben. Tegenwoordig is eenderde van alle auto’s en vrachtauto’s op de Amerikaanse wegen geleased. Het gaat ons niet meer om het bezit, maar om de ervaring van het autorijden. Over twintig jaar heeft niemand meer een eigen auto. En Ford zou ook het liefst nooit meer een auto verkopen. Want als je er één verkoopt, is de relatie met de klant van korte duur. Terwijl ze je ten minste twee jaar in hun netwerk hebben als ze een lease-contract met je kunnen afsluiten. ‘Op dezelfde manier leasen steeds meer mensen hun verwarmingsinstallatie, hun airconditioning, meubels, software en computers. Boeren leasen de zaden voor hun genetisch gemanipuleerde gewassen. Er bestaan zelfs bedrijven die voor een vaste bijdrage zorgen voor alle wegwerpluiers die je baby in zijn leven nodig heeft. En je kunt ook een contract afsluiten voor je tapijt: het ligt in je zitkamer, maar blijft eigendom van de leverancier, die af en toe langskomt om het te reinigen en als het versleten is, zorgt hij ervoor dat het wordt vervangen – allemaal voor een vaste maandelijkse bijdrage. Het tapijt is niet meer het product waar het bedrijf al zijn geld aan verdient. Het is een platform geworden voor allerlei andere diensten en producten die winstgevend kunnen zijn. En we staan nog pas aan het begin van die ontwikkeling. ‘Als je vroeger naar een winkel voor huishoudelijke apparaten ging, bijvoorbeeld om een wasmachine te kopen, zei de verkoper: we geven u een gratis onderhoudscontract voor twee jaar als u deze machine koopt. Nu is het precies andersom. Ze geven de apparaten bijna cadeau als je bereid bent te betalen voor een dienstverleningscontract. Mobiele telefoons worden letterlijk weggegeven, als je maar tekent voor een abonnement op een bepaald telefoonnet.’ ‘Ik ben al dertig jaar heel kritisch over de manier waarop bedrijven omspringen met het milieu. Ik heb altijd geloofd dat ze schadelijke activiteiten niet zullen staken zolang het hen niets uitmaakt in hun winst. Het interessante van deze nieuwe “netwerkeconomie” is dat het voor bepaalde industrieën aantrekkelijk wordt zuinig om te springen met grondstoffen. ‘De leverancier van airconditioners probeerde zijn klanten vroeger zo’n groot mogelijk apparaat te verkopen, nodig of niet. Dat het ding energie verslond, de ozonlaag aantastte, het broeikaseffect versterkte, was zijn zorg niet. Hoe groter het apparaat, hoe meer geld het opbracht. Nu het bedrijf geen machines meer verkoopt, maar tegen een vast maandbedrag zorgt voor koude lucht bij zijn cliënten, is het opeens de moeite waard zo min mogelijk energie te gebruiken: zo houdt hij de winstmarge hoog. ‘Tegenover dat voordeel van deze nieuwe economie staat het gevaar dat je op een ochtend wakker wordt en ontdekt dat vrijwel iedere activiteit, buiten je directe gezinsleven, een commerciële ervaring is geworden. Dat je leven totaal is ingebed in de lease-contracten, lidmaatschappen, abonnementen en betaalde toegangsrechten. In een markteconomie is er een moment van rust als de koop eenmaal is gesloten; in de netwerkeconomie blijf je continu een potentiële klant. Er is geen tijd meer die niet gecommercialiseerd is. De mogelijkheid van ondernemers om nieuwe manieren te bedenken waarop hun band met ons te gelde gemaakt kan worden, is onbeperkt. Maar jij en ik hebben elke dag maar 24 uur. ‘Bedrijven zouden al die diensten echter niet aanbieden als er geen behoefte aan bestond. De dotcom-generatie wíl ingebed zijn in allerlei netwerken. Vrijheid zagen we vroeger als autonomie, en eigendom speelde daarbij een grote rol. Autonoom ben je als je niet afhankelijk bent, niets verschuldigd, als je verschillende opties hebt. Hoe word je autonoom? Door bezit te hebben, door op eigen benen te kunnen staan. Maar in het Tijdperk van Toegang is het niet meer genoeg om op eigen benen te staan. Autonomie betekent dat je geïsoleerd bent van het netwerk, dat je geen toegang hebt. Voor toekomstige generaties moeten we vrijheid daarom opnieuw definiëren.’ Met toestemming bewerkt en overgenomen van M (juli 2000), het maandblad van NRC Handelsblad, www.nrc.nl. |
© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright) |