www.odemagazine.com

Robert Hirschfield | 83 januari 2006 issue

Je kunt ook nee zeggen

In Israël proberen nog steeds veel mensen erachter te komen wat Yonatan Shapira bezielt, de Israëlische piloot van een Black Hawk-helikopter die in september 2003 ‘de pilotenbrief’ publiceerde waarin hij een dienstbevel weigerde. Shapira schreef de brief en zesentwintig anderen tekenden mee. ‘Wij weigeren deel te nemen aan aanvallen op de burgerbevolking door de Luchtmacht en we weigeren onschuldige burgers te doden of te verwonden. Dit zijn onwettige en immorele acties en ze zijn het directe gevolg van de voortdurende bezetting die de Israëlische samenleving steeds verder ondermijnt.’ Deze breuk met de vaderlandsliefde was voor hun meerderen onaanvaardbaar. Ook al verklaarden Shapira en zijn mede-ondertekenaars zich bereid om aan defensieve missies te blijven deelnemen, ze werden op staande voet uit het Israëlische leger ontslagen. Shapira was al zionist toen hij nog in de wieg lag. Hij geloofde – zoals hij het uitdrukte – in ‘de eenzijdige geschiedenislessen, het witwassen van de woorden,’ maar raakte nooit verlost van zijn twijfels over Israëls militaire avonturen buiten haar grenzen. Hij was het oneens met Israëls bezetting van Zuid-Libanon, de Westelijke Jordaanoever en de Gaza-strook en gaf zijn verzet de vorm van demonsteren en stemmen op links. Voor het haast heilige militaire opperbevel moest hij echter toch buigen en hij bleef commandotroepen naar de bezette gebieden vliegen. ‘Pas na een tijdje besefte ik dat ik verantwoordelijk was voor wat de commando’s daar deden. Ze gingen er geen bloemetjes plukken.’ Pas tijdens de tweede intifada, met zijn geweldsspiraal van Palestijnse zelfmoordacties en Israëlische tegenaanvallen, bereikte de onvrede van Shapira een nieuwe fase. Twee gebeurtenissen veranderden zijn leven. De eerste speelde zich af in Itamar, een Israëlische nederzetting in de buurt van Nabloes. Een Palestijnse terrorist was de nederzetting binnengedrongen en had veel kinderen gedood of verwond. Shapira bracht de gewonde kinderen met zijn helikopter over naar een ziekenhuis bij Tel Aviv. Bij het aanvliegen, zag hij beneden zich een joodse bruiloft in volle gang. Mensen stonden te eten en te dansen. Op de grond stond de bruidstent onschuldig te wapperen, één niveau lager dan de bloedende kinderen. ‘De bruiloftsgasten waren zich niet bewust van de gewonde kinderen recht boven hun hoofd, van het slagveld net ten oosten van hen. En ook ik was me veel te weinig bewust van wat zich afspeelde.’ Shapira begon allerlei dingen opnieuw te overdenken – waaronder het op de man gerichte moorden door het Israëlische leger. ‘In begin leek mij dat wel juist. Ik was woedend op de mensen die zichzelf opbliezen in restaurants en bussen. Maar toen werd het moorden uit vergelding een soort routine. Eerst was het een zelfmoordterrorist. Toen was het een Hamas-leider. Daarna een gewoon lid van de Hamas, of een woordvoerder. En toen maakte iemand een vergissing en werd een heel gezin uitgemoord.’ Het tweede voorval speelde zich af op 22 juli 2002. Toen werd laat in de nacht – en dit was zeker geen vergissing – door een Israëlische F16 een bom van duizend kilo gegooid op het huis van Hamas-commandant Salah Shehadeh, in een dichtbevolkte buurt van Gaza. Zo’n veertien mensen werden gedood, waaronder Shehadeh zelf. Onder de doden ware negen kinderen. ‘Die kinderen waren net als de kinderen die een paar weken eerder stierven in Itamar. Alleen waren dit Palestijnse kinderen. Ik had het gevoel dat die bom midden in mijn hart was ontploft.’ Shapira ervoer de luchtaanval als een vergeldingsactie tegen burgers, een oorlogsmisdaad. Mensen vragen hem: stel nu dat orthodox-joodse soldaten net zo zouden doen als jij en op morele gronden orders zouden negeren om thans Israëlische kolonisten te ontruimen uit de bezette gebieden? Shapira glimlacht. ‘Mijn lievelingsvraag. Ik zeg dan tegen die mensen: “Ik ken de Tien Geboden. Ik weet dat een van de geboden luidt: gij zult niet doden. Ik ken geen gebod dat luidt: gij zult niet ontruimen. Of: gij zult geen mensen van hier naar daar verplaatsen.” Onze weigering, de weigering van soldaten om in de bezette gebieden te dienen,’ gaat hij verder, ‘is gebaseerd op ons geloof in menselijke normen, in de menselijke waardigheid. Als de andere partij weigert om orders op te volgen, is hun doel te voorkomen dat er een einde aan de misdaad komt. Deze bezetting is een langdurige, niet aflatende misdaad.’ Met toestemming bewerkt en overgenomen van Sojourners (augustus 2005) Voor informatie en abonnementen: www.sojo.net


© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright)