|
Weet u wel wat u zegt? |
|
Die zaterdagavond had mijn 14-jarige dochter toch echt beloofd dat ze om twaalf uur zou worden thuisgebracht. Om half twee ’s nachts nam ze nog steeds haar mobieltje niet op. Een onredelijk kalme politieagent vertelde me dat ik maar rustig moest blijven wachten. Om kwart over twee hoorde ik de voordeur pas. Ik zie mezelf graag als een redelijk mens. Maar tot mijn spijt moet ik erkennen dat er een bloeddorstig, scherpgetand monster in mij woont die op deze zaterdagavond opeens klaarwakker was. ‘Rotmeid! Jíj komt deze maand de deur niet meer uit!’ slingerde ik mijn dochter naar het hoofd. En dat was nog maar één van de minst pijnlijke opmerkingen, verwijten en beledigingen die ik over haar uitstortte. Waarop zij beledigd ging doen en zich ging verdedigen (terwijl er helemaal niets te verdedigen viel!) en ze eigenlijk alleen maar ‘sorry mama’ had mogen lispelen, heel zachtjes, heel schuldbewust. Maar dat ging zij niet doen. Geweld is niets voor mij, denk ik in mijn betere momenten. Maar dat grommende monster laat zich vaker zien dan ik zou willen. Niet altijd komt hij tevoorschijn met zoveel drama en emotie, vaker is hij vermomd en doemt hij op in alledaagse gesprekjes met mijn partner, mijn kinderen, collega’s, vriendinnen. Het zit in kleine, terloopse zinnetjes: Heb je geen boodschappen gedaan? Jíj wilde toch zo graag... Dat is raar. Iedereen doet dat toch zo! Dat zal wel. Dat hád je kunnen weten. Het spijt me, máár... Jazeker, ook wanneer de emoties niet zo hoog oplopen als met een verlate dochter in het weekend, communiceren wij – u net als ik, vermoed ik – met geweld. We doen het niet met opzet, en anders hebben we wel een arsenaal aan excuses: je moet niet over je heen laten lopen, soms moet je nu eenmaal van je afbijten, je hoeft niet alles te pikken van je partner, grenzen stellen schept alleen maar duidelijkheid. Toch? Het kan anders. We kunnen oefenen met ‘geweldloze communicatie’, een techniek om geweld te voorkomen, maar ook om de diepe wonden van geweld – op welke manier dan ook veroorzaakt – weer te helen. De techniek is ontwikkeld door de Amerikaanse psychotherapeut Marshall Rosenberg (zie het interview met hem in Ode 35, november/december 2000). ‘Als ik hoor wat mensen tegen elkaar zeggen, kun je vaak al op je klompen aanvoelen komen dat er geweld uit voort gaat komen’, zegt Rosenberg. In zijn praktijk werkt hij onder andere met moordenaars en verkrachters, met slachtoffers van seksueel geweld en aanslagen, slechts gewapend met de eenvoudige principes van geweldloze communicatie. Als het onder zulke extreme omstandigheden werkt bij geweldsplegers en hun slachtoffers, dan werkt het zeker ook heel dichtbij: op het werk, in het buurtoverleg, in intieme relaties. ‘Geweld begint al bij het uitgangspunt dat er iets als “rechtvaardigheid” bestaat’, stelt Rosenberg, die meer dan 200 trainers heeft opgeleid en trainingen geeft in 30 landen op vijf continenten. ‘We leven in een cultuur waarin de mythe van de good guys tegen de bad guys bepalend is. Als er goede mensen zijn, dan hebben zij kennelijk het recht om de slechteriken af te straffen. Als je gelooft in een concept van rechtvaardigheid – gebaseerd op goed en kwaad, waarbij mensen het verdienen om te lijden voor wat ze hebben gedaan – dan voelt geweld aan als heel bevredigend.’ Dat wil niet zeggen dat u nooit zou mogen oordelen. Rosenberg: ‘Beoordeel levensondersteunende zaken – welk eten goed voor je is, wat je nodig hebt om je verlangens en behoeften te vervullen – maar oordeel niet vanuit een idee over goed en kwaad. Probeer je te verbinden met de wezenlijke motivatie van jezelf en je gesprekspartner.’ Misschien herkent u zich niet in de extreme gevallen waarmee Marshall Rosenberg werkt, maar in ons dagelijkse taalgebruik zijn er talrijke aanwijzingen te vinden voor onze ‘gewelddadige’ communicatie. In elke vergadering en tijdens ieder familieoverleg dansen we even rond een aantal van die valkuilen: de diagnose (‘Op deze manier kom je er niet’), de ontkenning van verantwoordelijkheid (‘Zo zijn hier nu eenmaal de regels’), de eisen (‘Je mag niet oordelen’), of het rechtvaardigheidsdenken (‘Dat komt er nou van’). Al deze principes zijn belemmeringen voor een verbinding met uw gesprekspartner en voor empathisch luisteren. Ze belemmeren geweldloze communicatie. Het vierstappenplan van Rosenberg kan u veel ruzies, misverstanden en gekwetste zielen besparen. U kunt het toepassen in uiteenlopende situaties: van de keuze van de vakantiebestemming of de vraag wie zaterdag de boodschappen zal doen. Deze vier stappen maken het mogelijk om empathisch te luisteren: het begin van begrip en verbinding. Stap 1. Waarnemen Wat is er feitelijk aan de hand? Observeer de situatie en oordeel er niet over. Mijn dochter is twee uur later thuis dan we hadden afgesproken. Als ik zou constateren dat ze ‘te laat’ is, geef ik al een oordeel en dan is het geen pure waarneming meer. Stap 2.Voelen Emoties dienen zich aan, vaak in een combinatie. Woede over haar gebrek aan begrip voor haar moeder die zich zo ongerust maakt. Opluchting dat ze nu eindelijk thuis is. Een restje angst dat haar toch iets overkomen zou zijn. Zeggen wat je voelt, mag ongemakkelijk zijn en kan u kwetsbaar maken. Toch is dat gevoel het meest persoonlijke dat we hebben, en daardoor ook het meest universele en herkenbare. Bedenk dat een zin als ‘Ze doet het om mij uit te dagen!’ een gedachte weergeeft, niet een gevoel. Stap 3. Behoefte Maak contact met uw werkelijke behoefte. Ik had de behoefte te weten dat mijn dochter veilig is, of op zijn minst te weten waar ze uithangt. Voor u zo’n behoefte kunt ontdekken, zult u graag willen weten dat uw sterke emoties zijn erkend en gehoord door de ander. Pas als mijn dochter tegen mij zou zeggen dat ik heel erg ongerust was, zou ik nieuwsgierig worden naar háár behoefte, naar haar redenen voor de late thuiskomst. Als ik haar vervolgens vraag waarom ze eigenlijk niet eerder is thuisgekomen, moet ik ook bereid zijn haar antwoord te horen en te begrijpen. ‘Het was zó leuk! We hebben gezoend en hij zei dat ik mooie ogen heb!’ Aha, dát verklaart waarom ze later was dan ze met mij had afgesproken... Stap 4. Verzoek Als u tijdens de eerste twee stappen al ‘sorry’ zegt – ‘Het spijt me, ik zal het niet meer doen’ – dreigt u uw gevoelens te verdoezelen. Het zal dan moeilijk worden om uw werkelijke behoefte, verstopt achter uw gevoel, te ontdekken. Rosenberg waarschuwt tegen de goedbedoelde hulpverlenersadviezen om daders te vergeven: snel sorry zeggen is – evenals snel excuses accepteren en vergeving bieden – makkelijker en oppervlakkiger dan meevoelen wat u veroorzaakt heeft bij de ander en echt te doorvoelen wat uw eigen emoties zijn. Pas zodra er empathie is bij beide kanten ontstaat spontaan zorg voor elkaar. Dan volgt zelfs de bereidheid te voldoen aan een verzoek van de gekwetste partij om de wonden te verzachten. Dan kan, zonder te eisen, gezocht worden naar de oplossingen die heling bieden. En dan, als ik al die vier stappen heb doorlopen, zal ik tegen mijn dochter voortaan zeggen: ‘Wil je me alsjeblieft even bellen tussen het zoenen door, om me te laten weten dat je nog springlevend en veilig bent, maar dat het wel wat later gaat worden?’ Rosenberg geeft op donderdag 30 novemberi 2006 een lezing voor Ode-lezers. Klik hier om u voor de lezing in te schrijven. |
© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright) |