|
(Uit)gesproken gedichten |
|
De DJ draait kalm aan de knoppen, terwijl de muziek uit de boxen dendert en een volle zaal wacht op wat komen gaat. Welkom bij een avondje poëzie. Welkom bij het World Poetry Slampionship, om precies te zijn, waar in de Rotterdamse Schouwburg acht dichters uit evenzoveel landen een woordenstrijd aangaan. Zodra de eerste dichter het podium betreedt, wordt het doodstil. Vergeten zijn de jury, de tijdslimiet en andere regels, want op het podium regeert dichter na dichter alleen de poëzie. Deze spoken word-artiesten dichten met hun (uit)gesproken poëzie een scala aan beelden tevoorschijn. Ze laten hun luisteraars in gedachten achter, bieden hen afleiding en vermaak. Ze zijn de tegenpool van het vleesgeworden cliché van de dichter die als een kluizenaar leeft en huis, haard, gevoelens en gedachten hooguit verlaat om de vruchten van de ziel op gedempte toon met een select groepje luisteraars te delen. De poetry slam – een mix van poëzie, competitie en interactie met het publiek – is juist in het leven geroepen om de poëzievoordracht uit dit keurslijf te halen. Het slam-concept dat twintig jaar geleden in Chicago door de dichter en bouwvakker Marc Smith werd bedacht, is inmiddels geglobaliseerd. Tegenwoordig zijn er van Londen tot Kaapstad slam-podia te vinden en zijn ook de Poetry World Slampionships en de National Poetry Slam een begrip geworden. Wereldwijd zijn er duizenden jonge dichters die internet en regionale kranten afstruinen, op zoek naar open podia en poëzieavonden waarop ze hun gedichten tot leven kunnen wekken. De gedichten van velen van hen zullen waarschijnlijk nooit gepubliceerd worden in bundels als Listen Up! (One World Books, 1999) en Bum Rush the Page (Three Rivers Press, 2001), al is de ambitie misschien wel aanwezig. Echter, een gedicht dat gehoord is, waarvoor geklapt is en dat onder regie van de dichter zelf een beeld heeft gecreëerd bij de luisteraar, heeft zich eveneens een plekje in de geschiedenis toegeëigend, ook al is het dan niet gedocumenteerd. Spoken word – het schemergebied tussen traditionele poëzie en rap – is vaak de stem van hen die geen grote politieke of economische invloed hebben. Dit zijn meestal jongeren uit grote steden met verschillende culturele achtergronden die hun stem en pen gebruiken om de ruimte tussen gepropageerde droom en harde werkelijkheid te beschrijven. Of je nu in het Nuyorican café in New York zit, Festina Lente in Amsterdam of in een populair spoken word-café in Canada, Hawaï, Mexico of Zweden: je zult in verschillende woorden dezelfde geluiden horen over globalisering, overconsumptie, oorlog, onderdrukking en hebzucht. Hoewel deze onderwerpen een donker wereldbeeld schetsen, proberen veel spoken word-artiesten een meer kleurrijke tekening te maken door in hun vrije tijd actief te zijn in de gemeenschap. Zo proberen ze hun passie en inspiratie door middel van creatieve vrijwilligersprojecten over te dragen aan jongeren en kanslozen. De Palestijns-Amerikaanse dichteres Suheir Hammad bijvoorbeeld, bezoekt geregeld Palestina om kunstworkshops te geven aan jonge, vaak gehandicapte kinderen om hen een beetje afleiding te bezorgen. Spoken word gaat dus niet alleen om jezelf uiten en de verbeelding van de luisteraar prikkelen, maar ook om positief activisme en vooral doen wat je zegt. Critici en puriteinse poëzieliefhebbers trekken vaak hun wenkbrauwen op bij het competitieve karakter van een poetry slam. Maar de wedstrijdvorm is, evenals de aankleding, bedoeld om toegankelijker te zijn. Het is een spel waarbij iedere dichter een winnaar is, omdat zij het luisterende oor krijgt dat zij verdient. Uiteraard is de kwaliteit niet altijd hoogstaand, omdat hier vaak op wordt ingeleverd om de begrijpelijkheid te vergroten. Maar dat is wat spoken word is: soms bloemig, vaak niet, maar wel raak en echt. Websites over spoken word: www.poetryslam.com, www.livepoets.net, www.slampapi.com. |
© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright) |