www.odemagazine.com

Marco Visscher | 72 december 2004 issue

Hiphop betekent vrijheid

Halverwege ons gesprek beginnen zijn ogen opeens te fonkelen. Begrijp je het niet?, lijken ze uit te drukken. ‘Voor ons is hiphop niet gewoon een muziekstijl’, legt hij geduldig uit. ‘Voor ons is hiphop een manier van leven. Hiphop is onze vrijheid, de enige manier om onze gedachten en gevoelens te uiten. Niemand vertelt ons wat we moeten doen; in de hiphop zijn we onze eigen meesters.’ Met ‘ons’ en ‘wij’ bedoelt Don Popo: kansarme hiphoppers uit de steden van Colombia. Zelf is Don Popo – artiestennaam van Jeyffer Rentería – meer dan het geslaagde voorbeeld van zo’n jongere die zijn weg omhoog rapt naar cd’s en internationale podia: Don Popo werkt met toewijding aan het creëren van kansen voor de Colombiaanse jeugd op een toekomst zonder drugs en criminaliteit. De 27-jarige Don Popo financiert onder meer workshops voor jongeren en jeugdige delinquenten waarin ze kunnen rappen en breakdancen, graffiti kunnen spuiten of waar ze leren hoe ze dj worden. Ook is hij geldschieter en fondswerver van festivals en concerten waar de jongeren hun talenten aan een groter publiek kunnen tonen. Zijn eigen cd’s – aanvankelijk verschenen bij Sony Music, maar inmiddels heeft Don Popo de keuze gemaakt voor kleine, onafhankelijke labels – deelt hij gratis uit in zijn oude woonwijk in Bogotá om de jeugd te inspireren: kijk jongens, zó kan het ook. Zijn droom is de heropening van een soort hiphopschool in één van Bogotá’s grootste sloppenwijken, waar ook voorlichting kan worden gegeven over onderwerpen als veilig vrijen en discriminatie. Eerder heeft hij dat initiatief moeten opdoeken wegens een tekort aan geld. De financiële toekomst is nu rooskleuriger met twee inkomstenbronnen. Eén is de bloeiende muzikale carrière van Don Popo, die met de formering van een akoestische set met gitaar, viool en contrabas een verrassend experiment betekent in de hiphopwereld. Zijn poëtische talenten zorgen voor teksten die zowel gevoelsleven bespreken als over de politieke situatie in zijn thuisland: ‘Ik wil niet vertellen over de overheid, de guerrilla’s of de paramilitaire troepen: ik wil vertellen over de kleine kinderen die hun vader vermoord zien worden, over de hopeloosheid, over het gevoel geen toekomst te hebben.’ Overigens is Don Popo zelf op zijn dertiende begonnen met muziek, twee jaar nadat zijn vader was vermoord: het was de enige manier waarop de stille jongen zijn emoties kon uiten. De andere inkomstenbron is het kledingbedrijf waaraan Don Popo leiding geeft: La Familia Ayara. Aan de andere kant van de tafel staat Don Popo op om de aandacht te vestigen op zijn broek: afgezakt en veel te wijd, typische kenmerken van de internationale subcultuur van hiphoppers. Broeken als deze worden gemaakt door Colombiaanse rappers en hun familie – thuis. Een aanbod om de kleding in massaproductie te maken in een grote fabriek heeft Don Popo afgeslagen: ‘Ik wil geen anonimiteit van werknemers. Ik wil kleinschaligheid, geen productie voor de massa.’ Voorheen waren Colombiaanse hiphoppers gedwongen ofwel hun broeken en shirts twee maten te ruim te kopen, of de gesmokkelde waar uit Noord-Amerika te kopen. Nu is er een eerlijk alternatief, te koop in de steden van Colombia en spoedig in Nederland en Spanje. Waarom die kleding zo belangrijk is? Opnieuw die fonkeling in de ogen: ‘Kleding geeft ons erkenning, een eigen identiteit.’


© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright)