www.odemagazine.com

Sting | 69 augustus 2004 issue

Sting & zijn gitaar

Wanneer ik verdrietig was, zocht ik altijd mijn toevlucht in de muziek. De gitaar die ik van mijn oom John had geërfd, heeft inmiddels fatsoenlijke snaren en ik speel niet meer de chaotische muziek die mijn grootmoeder altijd zo van streek maakte. Sterker nog, ik ga flink vooruit. Het zijn nu de beperkingen van mijn eerste gitaar die me parten spelen. Er zijn dingen die ik gewoonweg niet kán met dit primitieve erfstuk.

Ik heb genoeg geld gespaard – verdiend met melk lopen – om een nieuwe akoestische gitaar te kopen waar ik een tijdje geleden mijn oog op heb laten vallen. Hij hangt al drie maanden aan de muur in de muziekhandel van Braidford. Elke avond als ik uit school kom, ga ik even kijken. Elke keer bid ik dat niemand hem heeft gekocht. Het is een schitterend instrument met metalen snaren en een lichte lakkleur, een ebbenhouten hals en subtiel inlegwerk rond het klankgat. Hij kost me zestien gienjes, een rib uit mijn lijf, maar het is de allereerst keer dat ik echt verliefd ben.

Ik heb The Beatles voor het eerst gehoord in het laatste jaar van de lagere school. Ik herinner me nog dat we in de kleedkamer van het zwembad stonden. Meester Law had net een van onze chaotische en rumoerige uitstapjes naar het zwembad begeleid – met ‘begeleid’ bedoel ik dat er niemand was verdronken – en we stonden ons af te drogen Zoals gewoonlijk stonden we met handdoeken naar elkaars piemel te meppen. Op dat moment hoorde ik de eerste akkoorden van Love Me Do uit een transistorradio in de hoek.

Het trof me als een bliksemstraal. Er was iets in dat ijle geluid dat een abrupt einde maakte aan onze stoeipartij. De eenzame harmonica van John en de bas van Paul speelden ‘twee per maat’, en vervolgens bewoog de vocale harmonie in modale kwinten omhoog naar kleine tertsen en weer terug naar een solozang bij het refrein. Niet dat ik daar destijds ook maar iets van onder woorden kon brengen, maar ik herkende iets belangrijks, zelfs revolutionairs, in het spaarzame gebruik van klanken. En het interessante was dat iedereen dat deed.

Tegen de tijd dat She Loves You nummer één in de hitparade stond, zat ik al op het atheneum, maar het was niet het zelfverzekerde primitivisme van dat ‘yeah yeah yeah’-refrein dat mij zozeer opwond, als wel het G-majeur akkoord met een toegevoegde sext die er aan het eind van de coda kleur aan gaf. Een oud dansorkestcliché, maar toen de Beatles het gebruikten, leek er een subtiele ironie in door te klinken.

Ook dit zou ik toen niet onder woorden hebben kunnen brengen, maar ik wist gevoelsmatig dat dit wees op een zekere verfijning in de popmuziek waar ik mij tot dan toe niet bewust van was geweest. The Beatles zouden erin slagen in bijna iedere song weer een andere muzikale vorm te verwerken – of het nu ging om klassiek, folk, rock-’n-roll, blues, Indiase raga of vaudeville – in een duizelingwekkende en naadloze pastiche van ideeën en culturele verwijzingen. Het was muziek zonder grenzen en de alomtegenwoordige soundtrack voor een generatie die dacht dat ze de wereld kon veranderen.

De invloed die The Beatles op mijn vroege leven hadden, kan onmogelijk te veel worden benadrukt. Het feit dat ze van een soortgelijke achtergrond kwamen als ik, was van fundamenteel belang voor de vage plannen om te ontsnappen en roem te verwerven, die ik in mijn verbeelding aan het uitbroeden was. Lennon en McCartney hadden beiden op het atheneum gezeten en waren beiden van eenvoudige komaf uit Liverpool, een stad die best te vergelijken was met ‘mijn’ Newcastle. Na hun eerste successen in de hitparade gingen ze verder op de ingeslagen weg en veroverden de wereld met songs die ze zelf schreven. Dit gaf een hele generatie muzikanten het vertrouwen en de toestemming om althans te proberen hetzelfde huzarenstukje te leveren.

Ik bestudeer de lp’s van The Beatles met een obsessieve nauwgezetheid. Ik heb zowaar een instrument waarop ik de magie van de akkoordenstructuren en het netwerk van riffs waarop hun songs gebaseerd zijn, kan reproduceren. En wat voor songs, de een na de ander, de ene lp na de andere. Ik leer ze allemaal spelen, óók de liedjes die ik níet meteen kan meespelen, in het vertrouwen dat zij hun geheim vanzelf zullen prijsgeven als ik maar lang genoeg doorga en volhoud. Steeds opnieuw zet ik de naald van de grammofoon op de maten die ik nog niet geanalyseerd heb, als een dief die een kluis probeert te kraken, tot de buit binnen is.
Geen schoolvak heeft ooit zoveel van mijn tijd en energie gevergd. Ik wil niet beweren dat hier een soort vooruitziende blik aan het werk is, maar er is iets in het gedrevene, het dwangmatige van mijn obsessie wat ongebruikelijk is – iets in het onbewuste wat zegt: zo kun je ontsnappen, zo kun je ontsnappen.

Elke donderdagavond om half acht zat ik met religieuze toewijding naar Top of the Pops te kijken. Ik was helemaal verzot op dat programma. Bijna veertig jaar later zie ik nog Jimmy Savile, de dj, voor me, staand voor een groot overzicht van de top-20 – zo rond 1966 – en ik kan nog van elk nummer een regel zingen. Maar zelfs een dergelijke bekendheid met de muziek van die tijd kon mij bij lange na niet voorbereiden op de wervelwind, de vloedgolf, de aardbeving, de natuurkracht die Jimi Hendrix was.

The Jimi Hendrix Experience verscheen in december 1966 in Top of the Pops en maakte alles anders. Hendrix had Hey Joe, een oud folkliedje, in een nieuw jasje gestoken en dit met de stuwende, maar altijd elegante kracht van zijn gitaar omgezet in een pittig, bluesachtig vehikel met een ontzagwekkende power. Zijn stem was zowel traag en ruw als hartstochtelijk en openlijk seksueel. En terwijl zijn driemansformatie door de drie minuten lange song heen stormde, stelde ik me voor dat iedereen in het hele land recht overeind in zijn stoel voor de televisie zat.
Wauw! Godsamme, wat was dit?!

In mijn herinnering was het slechts enkele dagen later dat hij kwam spelen in de Club A Go-Go, oorspronkelijk een jazzclub in Percy Street waar het publiek met verfijnde smaak werd bediend. De opwinding in de stad is voelbaar. Ik ben eigenlijk te jong om te worden toegelaten in een nachtclub, maar dankzij mijn lengte kan ik gemakkelijk voor achttien doorgaan. Ik heb een ander stel kleren meegenomen in mijn schooltas om me te verkleden: een spijkerbroek en een wit overhemd met een stijve kraag. Dat zijn de ‘coolste’ kleren die ik heb – en ze zien er best tof uit onder mijn schooljas.

Ik kleed me om in het toilet van het Centraal Station en probeer intussen mijn adem in te houden. Het toilet is smerig en er hangt een doordringende geur van pis en tranen. Als gehypnotiseerd trek ik mijn uniform uit en mijn andere kleren aan; ik wil niet dat een kledingstuk op die vieze vloer valt. Aan de muur hangt een oude poster van het ministerie van Volksgezondheid die op de gevaren van geslachtsziekten wijst. (Alsof ik daar wat aan heb! Ik heb nog bij lange na geen seks gehad. Er zitten geen meisjes op school en de meeste avonden worden in beslag genomen door het reizen met bus en trein. Als ik thuiskom, heb ik meestal massa’s huiswerk te maken. En bij de zeldzame gelegenheden dat ik inderdaad meisjes ontmoet, ben ik pijnlijk verlegen en weet ik absoluut niet wat ik moet zeggen. Maar de andere reden is muziek. Ik heb mijn hartstocht al gevonden.) Ik zet mijn tas in een kluis op het station en loop met gezwinde pas naar Percy Street. Gulzig en dankbaar adem ik de tintelende avondlucht in en verheug me op een heel bijzondere ervaring.

Er staat een lange rij, tot helemaal om de hoek. Ik sluit achter aan. Ik krijg de indruk dat ik een van de jongsten hier ben, hoewel mijn lengte mij enige anonimiteit verschaft. Het zijn vooral jongens, veelal net zo gekleed als ik, hoewel een paar fraai uitgedoste ‘exotieken’ erin geslaagd zijn een Afghaanse jas op de kop te tikken en de aandacht trekken met hangsnorren en prachtige cowboylaarzen. De meisjes dragen allemaal dezelfde stijl, hun haar in een strakke middenscheiding, met sluike lokken tot op de schouders van hun zwartleren jasjes.

Toch hangt er een ernstige sfeer. De hele rij is ervan doordrongen – alsof we op het punt staan getuige te zijn van een evenement van groot cultureel belang. Hendrix zal twee sets spelen. Het lukt me voor de eerste binnen te komen, en dat is maar goed ook, want als ik tot de tweede moest wachten, zou ik wel een heel goede smoes moeten verzinnen om nog zo laat thuis te komen. Mijn ouders hebben geen idee waar ik ben en ik heb geen enkele behoefte het ze te vertellen. Een van de voordelen van mijn vervreemding van thuis is dat ik niet veel hoef uit te leggen en tot op zekere hoogte aan mijn lot word overgelaten.

De club is heel klein en ik weet een plekje te bemachtigen ergens halverwege, tussen het podium en de muur achterin. Mij zal vanavond niets ontgaan. De band is natuurlijk laat. De meute wacht geduldig.

Ze zeggen dat wanneer je je de jaren zestig kunt herinneren, je er niet bij bent geweest. Nou, van dit optreden zou je ongeveer hetzelfde kunnen zeggen. The Jimi Hendrix Experience was een overweldigende, oorverdovende golf van geluid die elke poging tot analyse in de kiem smoorde. Ik meen me flarden te herinneren van Hey Joe en Foxy Lady, maar de hele gebeurtenis blijft een vlekkerig geheel van lawaai en adembenemende virtuositeit, van afrokapsels, excentrieke kleding en op elkaar gestapelde Marshallversterkers. Het was ook voor het eerst dat ik een zwarte zag. Ik herinner me dat Hendrix met de kop van zijn gitaar een gat in het gestucte plafond boven het podium maakte. En toen was het voorbij.

Die avond lag ik met suizende oren in bed. Mijn wereldbeeld was voor altijd veranderd.

Met toestemming bewerkt en overgenomen van Sting: Broken Music, de compositie van een leven (The House of Books, ISBN 9044309315), Stings indrukwekkende terugblik op zijn jonge jaren.

Sting was de zanger, bassist en tekstschrijver van punkgroep The Police, dat grote hits voortbracht als ‘Every Breath You Take’, ‘Roxanne’ en ‘Message In a Bottle’. Halverwege de jaren tachtig begon hij aan een solocarrière. Zijn laatst verschenen cd heet Sacred Love.


© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright)