www.odemagazine.com

Ton Maas | 69 augustus 2004 issue

Portret: Rokia Traoré

Bij de mannen kun je nog twisten over de vraag wie de grootste zanger van Afrika is: Youssou N’Dour of misschien toch Salif Keïta? Bij de vrouwen lijkt het een uitgemaakte zaak: Rokia Traoré wordt sinds haar tweede album Wanita wereldwijd de hemel in geprezen. Dat de jonge Malinese – tegenwoordig woonachtig in Frankrijk – er niet alleen qua stem en muzikale begaafdheid, maar ook qua uiterlijk mag wezen, is bij zo’n internationale carrière natuurlijk mooi meegenomen.

De glamoureuze foto’s op haar website lijken op gespannen voet te staan met haar muziek en haar ontwapenende persoonlijkheid. Maar misschien hebben ze wel een diepere, symbolische betekenis. Traoré ziet zichzelf namelijk niet in de eerste plaats als Afrikaanse, maar als muzikante die toevallig in dat werelddeel is geboren. Ze zal haar afkomst nooit verloochenen, maar ze wenst er niet toe veroordeeld te worden.

Haar muziek mag dan voor westerlingen typisch Afrikaans klinken, de traditionele muzikanten die haar op haar platen begeleiden, hebben vaak hard moeten studeren om deze, in hun oren vreemde muziek onder de knie te krijgen. Traoré haalt haar inspiratie namelijk uit de westerse popmuziek die ze via haar radio leerde kennen. Als zangeres en als gitariste is ze volledig autodidact. Net als bij miljoenen andere tieners overal ter wereld bestond haar leerschool uit het naspelen van de liedjes van haar idolen.

Anders dan Youssou N’Dour en Salif Keïta, die na hun uitstapjes richting westerse popmuziek terugkeerden naar de traditie waarin ze zo diep geworteld zijn, lijkt Rokia Traoré zich juist steeds meer los te zingen van haar wortels en uit te groeien tot een universeel talent. Het dynamiet van Traoré’s muzikale revolutie mag dan meer van het type ‘slow motion’ zijn, minder ingrijpend is ze daardoor niet. Van deze jongedame gaan we nog héél veel horen!


© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright)