www.odemagazine.com

Manuel Bauer | 39 juli/augustus 2001 issue

De reis van Yangdol

Een week later, na net zo'n tocht, overleed een dertien jaar oud Tibetaans jongetje aan bevriezing in een ziekenhuis in Katmandu. In november 1998 werd een vijftienjarige Tibetaanse jongen bij de grens met Nepal neergeschoten door de Chinese politie. Hij bezweek in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Deze drie kinderen maakten deel uit van groepen Tibetaanse vluchtelingen die probeerden de grens met Nepal over te steken om aan de Chinese overheersing te ontkomen.
Jaarlijks zoeken meer dan tweeduizend Tibetaanse vluchtelingen in India en Nepal asiel. Bijna de helft van hen zijn kinderen. De meesten worden niet vergezeld door hun ouders, maar zijn toevertrouwd aan gidsen en andere vluchtelingen, in de hoop dat zij hen bij de Tibetaanse autoriteiten in ballingschap zullen brengen. Als ze door de Chinese grenspolitie worden gepakt, worden ze naar Tibet teruggestuurd en lopen ze kans op gevangenisstraf.
Duizenden kinderen hebben Tibet op die manier verlaten sinds de Chinese bezetting in de jaren vijftig begon. Velen van hen hebben op een van de vele Tibetaanse scholen in India hun traditionele Tibetaanse opleiding kunnen afmaken, een opleiding die in Tibet volgens het systeem van patriottisch onderwijs voor middelbare scholen in heel China aan banden is gelegd. De Tibetaanse natie in ballingschap heeft als hoofdstad Dharamsala in India, waar de veertiende dalai lama, die zelf in 1959 uit Tibet ontsnapte, zijn hoofdkwartier heeft en waar zijn zuster aan het hoofd staat van een school voor Tibetaanse kinderen.
In 1995 kwam de Zwitserse fotograaf Bauer in contact met een Tibetaan die voorbereidingen trof om met zijn dochtertje van zes te voet door de Himalaya te trekken. Bauer, die tevens bergbeklimmer is, mocht mee. Wat hier volgt, zijn fragmenten uit het dagboek dat Bauer op die tocht bijhield.

Tekst: Manuel Bauer


Dag 1: Ik zit in mijn hotelkamer in Lhasa. Ik ben net terug uit Bayi, een belangrijke militaire basis van de Chinezen in Centraal-Tibet. Bayi staat voor 1 augustus, de dag van de oprichting van het Volksleger in 1927. In die grote betonnen stad bleek overduidelijk, dat het behoud van de Tibetaanse culturele identiteit in Tibet een hopeloze zaak is. De Chinezen in Lhasa worden duidelijk bevoordeeld met betere scholen en huizen en hogere inkomens.

Dag 3: Ik ben in contact gekomen met een Tibetaan die van plan is samen met zijn dochter in India in ballingschap te gaan. Het plan dat ik nu al vijf jaar heb, begint eindelijk concreter te worden.

Dag 4: Ik heb mijn eerste ontmoeting met Kelsang gehad in een Chinees winkelcentrum in Lhasa. Hij zocht schoenen voor de reis. Stevige schoenen zijn van groot belang om bevriezing - met de kans op geamputeerde voeten aan het eind van de reis - te voorkomen. Een paar schoenen dat er degelijk uitzag, liet hij liggen omdat de zolen van karton bleken en hij kocht een paar sneakers, die licht en redelijk duurzaam zijn.

Dag 7: Ik ben met Kelsang mee geweest om kennis te maken met zijn familie in het oude deel van de stad. We gingen 's avonds. Het was stil op straat. De klokken in Lhasa zijn aangepast aan de Chinese tijd en de Chinezen gaan vroeg naar bed. Zijn vrouw en zijn moeder verwelkomden me met enige argwaan. Er kwam een klein meisje binnen met een blad waarop kopjes boterthee stonden. Dat was Yangdol. Ik vroeg me af of ze er enig idee van had wat haar te wachten stond. Haar ouders legden in gebarentaal uit dat al hun hoop was gevestigd op het meisje, dat hun tradities buiten Tibet moest bewaren.

Dag 9: Omdat Kelsang timmerman is, doe ik me nu voor als antiekhandelaar, zodat mijn bezoeken aan hem geen argwaan wekken. De Chinezen willen niet dat er negatieve berichten uit Tibet komen, daarom worden contacten met buitenlanders tot een minimum beperkt. Vanavond laat klopte Kelsang bij me aan. Hij was een beetje aangeschoten. Hij had een hogere ambtenaar overgehaald hem en zijn dochter een reisvergunning te geven voor een pelgrimage naar het meer Manasarovar. Hij moest er veel voor drinken en veel geld voor betalen, maar het is gelukt. Ik heb een vergunning voor de weg naar Katmandu gekregen, wat voldoende is voor het eerste deel van de reis.

Dag 10: We zijn vanmorgen achter in een vrachtauto uit Lhasa vertrokken. 's Avonds, bij onze eerste halteplaats, kregen we te horen dat we een paar dagen oponthoud hadden vanwege het slechte weer. Het sneeuwseizoen duurt dit jaar tot ver in de lente. Yangdol en Kelsang gingen in een nabijgelegen klooster bidden voor een voorspoedige reis. Ik besloot ter voorbereiding in de omliggende heuvels te gaan klimmen. Ik zag gieren boven een Tibetaanse begraafplaats cirkelen. De Tibetanen snijden hun doden in stukken en laten ze in de openlucht liggen, zodat het lichaam de levenscyclus in overeenstemming met de wetten der natuur kan voltooien.

Dag 15: Mijn enige contact met Kelsang de afgelopen dagen bestond uit tekens in het stof bij het hotel, waaruit ik elke keer kon opmaken dat de tocht weer een dag was uitgesteld. Het hotelpersoneel begint me argwanend aan te kijken.

Dag 17: Eindelijk zijn we per vrachtauto vertrokken en we zijn aan de voet van de Himalaya aangekomen. In de verte zien we Mount Everest en Cho Oyu, beide boven de 8.000 meter.

Dag 18: Vanmorgen kregen we een lift naar een uitgestrekte hoogvlakte. We kwamen langs een militair kamp aan de rand van een stadje en besloten te voet verder te gaan. We vielen erg op; we hadden elk moment door een militaire jeep kunnen worden meegenomen. Zodra we iets zagen bewegen, lieten we ons in een kuil op de grond vallen. Gelukkig bleek het telkens om yaks of herders te gaan. We staken bevroren rivieren over, met krakend ijs onder onze voeten. 's Avonds hielden we stil in een dorpje. Het dorpshoofd was niet gerust op mijn aanwezigheid en nam onze vergunningen mee om ze te laten controleren. We sliepen bij een familie in het dorp. Yangdol raakte bevriend met de kat.

Dag 19: We hebben een pony met wagen en menner gehuurd voor de eerste pas. We stopten om uit te rusten en aten gedroogd geitenvlees en tsampa, het traditionele Tibetaanse gerecht van gerst. De eigenaar van de kar bood ons tschang aan, het bier uit de Himalaya. Later bleek een brug te zijn ingestort en moesten we te voet verder door deze steenwoestijn. Elke verstapping kon een verstuikte enkel en het eind van de reis betekenen. We moesten voortmaken, omdat er in dit gebied regelmatig grenswachten patrouilleren. En de sterke tegenwind dwong ons om ons diep naar de grond te buigen, anders werden we weggeblazen. Tegen zonsondergang bereikten we een verzameling stenen muren van ongeveer een halve meter hoog, die beschutting moest bieden tegen de wind. We besloten daar de nacht door te brengen en persten ons met z'n drieën in mijn eenpersoonstent.

Dag 20: Vandaag mooi weer, maar het waaide nog hard. Yangdol ziet er niet zo blij uit als drie dagen geleden. Op deze hoogte moet je ten minste vijf liter vocht per dag drinken om niet uit te drogen. Water is nu ons voornaamste probleem. Mijn campinggasstel doet het niet door gebrek aan zuurstof en de plastic zakken met drinkwater zijn bevroren. Ik had verwacht dat ik met een grotere groep zou meegaan, die de zaken beter zou hebben georganiseerd, maar nu we met ons drieën zijn, zijn we op elkaar aangewezen om in leven te blijven.

Dag 21: Vanmorgen moest Kelsang Yangdol op zijn rug nemen. Ze had het ijskoud. De wind was aangewakkerd en het sneeuwde, zodat het zicht slecht was en we niet veel opschoten. Toen we rond het middaguur de eerste gletsjer bereikten, kwam de zon tevoorschijn. Yangdol liep naast haar vader. Hij smeerde haar gezicht in met yakboter tegen de zon. De twintig minuten die we nodig hadden om onze spullen in te pakken, bleken funest voor onze voeten, waar we zelfs door te wrijven geen gevoel meer in terugkregen. De lucht wordt ijler en we moeten vaak stilhouden om op adem te komen. Maar er staat tenminste niet meer zo'n harde wind dat de sneeuw ons in het gezicht waait, anders zouden we - zoals sommige andere vluchtelingen - door verstikking omkomen. Opeens zagen we drie stippen van de pas naar beneden komen. Het bleek een groep smokkelaars te zijn die uit Nepal terugkwam. Kelsang vroeg hun hoe het weer verderop was. Ze verzekerden ons dat we geen slecht weer zouden treffen.
Eindelijk bereikten we hongerig, dorstig en met bevroren voeten de pas en de grens met Nepal. Kelsang schreeuwde: 'Lha Gyallo!' in de ijskoude wind, wat 'Triomf voor de goden' betekent. Hij legde een khata, een witte sjaal, op het altaar van opgestapelde stenen. Voor ons strekte zich een woeste vlakte van sneeuw en ijs uit. Op weg naar beneden gleed Yangdol uit en ze zeilde over het ijs, maar kwam gelukkig op een heuveltje tot stilstand. Ze leek haar enkel te hebben verstuikt, maar weigerde zich door haar vader te laten dragen. We liepen verder in de schemering, toen het begon te sneeuwen. Eindelijk kwamen we bij iets dat in het licht van mijn kleine zaklantaarn leek op een verzameling kleine stallen. Ernstig uitgedroogd, uitgeput en bijna hallucinerend vielen we in slaap.

Dag 22: Ik werd ijskoud wakker. Het sneeuwde niet meer. We groeven een klein gat en vonden onderin water. 's Middags kwamen we een herder met zijn zoon tegen die tegen ons zei dat er in het volgende dorp een grenspatrouille was. We liepen langzaam in het donker langs de oever van een rivier. Kelsang keerde Yangdols jasje binnenstebuiten, zodat ze minder opviel. Opeens scheen een schijnwerper in onze richting. We doken achter een muurtje weg. We hadden geluk. We hadden zo vroeg geen grenspatrouille verwacht. We staken de rivier over en zochten een schuilplaats voor de nacht.

Dag 24: We zijn vanmorgen met zonsopgang opgestaan en door een dicht bos afgedaald naar een bij toeristen geliefde uitvalsbasis voor bergtochten. We hielden halt bij een plaatselijk klooster, waar Yangdol in bad mocht en door een van de nonnen op vlooien werd gecontroleerd.

Dag 25: Yangdols enkel is pijnlijk en nog steeds gezwollen. Ze zal de tocht van twaalf dagen naar Katmandu niet te voet kunnen afleggen, daarom heeft Kelsang besloten per helikopter verder te gaan. Omdat vluchtelingen geen kaartjes mogen kopen, vroeg ik er drie, een voor mezelf en twee voor mijn Nepalese gidsen. We gaan overmorgen, zodat we even kunnen uitrusten.

Dag 26: De vlucht is uitgesteld. In het hotel bestelde Kelsang een fles whisky die hij mee naar boven nam. Ik vroeg me af waarom hij zo nodig moest drinken. Ik ging hem achterna. Toen hij zijn schoenen uittrok, zag ik wat er aan de hand was. Eén teen was zwart bevroren. Hij ging hem amputeren vanwege de pijn en de kans op infectie. De tranen en het zweet dropen van zijn gezicht toen ik hem in mijn armen hield. Ik haalde hem over te wachten tot ik pijnstillers had gevonden. Geleidelijk kalmeerde hij en besloot hij af te zien van de drastische maatregel.

Dag 27: De helikopter kwam eindelijk en een uur later landden we in Katmandu. De Tibetanen in ballingschap hebben in Nepal en India een goede infrastructuur opgezet voor vluchtelingen. Er zijn opvangcentra in beide landen, waar de Tibetanen worden ingeënt, officiële documenten en financiële steun krijgen voor de reis naar Dharamsala. De opvangcentra krijgen steun van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR), die ook de benodigde vergunningen voor India verstrekt. Maar de kans is altijd aanwezig dat Tibetaanse vluchtelingen door Nepalese beambten weer over de grens met China worden gezet.

Dag 30: We zijn met de bus in Delhi aangekomen op weg naar Dharamsala. De bus was overvol, zodat de grenspatrouille niet ieders documenten controleerde, ook de mijne niet. Maar er werd wel een extra 'grenstoeslag' geheven voor passagiers die eruitzagen als Tibetanen, en zij moesten wel betalen. Er was zo vaak oponthoud bij allerhande politieversperringen, waar 'toeslagen' werden gevraagd, dat we aan de rand van de stad uitstapten en een riksja namen naar het centrum voor Tibetaanse vluchtelingen. Yangdol is niet gewend aan het klimaat van de vlakte van de Ganges en haar gezicht en lichaam zijn gezwollen van de vochtigheid en de insectenbeten.

Dag 31: Vanmorgen hebben Kelsang en Yangdol zich opnieuw opgegeven en betaald voor de reis naar Dharamsala. We kwamen vanmorgen vroeg in de stromende regen aan en gingen regelrecht naar het Tibetaanse instituut voor uitvoerende kunsten, waar de dalai Llama werd verwacht. We stonden in onze natte kleren in de rij, totdat Yangdol voor het eerst van haar leven de dalai lama in levenden lijve kon zien.

Dag 32: Een stuk of vijftig pas gearriveerde vluchtelingen, onder wie Kelsang en Yangdol, zaten op de grond bij de receptie te wachten op audiëntie bij de dalai lama. Toen hij arriveerde, konden ze hun tranen niet meer inhouden. De dalai lama sprak met iedereen over zijn toekomst in ballingschap en stelde vragen over de huidige situatie in Tibet. Voor hij vertrok, zegende hij iedereen.

Drie dagen later ging Yangdol naar de kostschool in Dharamsala die wordt geleid door de zuster van de dalai lama. Ze is nu een van de vijfentwintighonderd gevluchte kinderen die Tibetaans, Engels, Hindi en het plaatselijke dialect leren. Nadat Yangdols vader haar op de school had afgeleverd, nam hij afscheid. Ze heeft hem sindsdien niet meer gezien. Maar kort na haar aankomst in Dharamsala ontdekte Yangdol dat een tante van haar in India woont, bij wie Yangdol in de vakantie mag komen en die haar ook op school opzoekt.

Met toestemming bewerkt en overgenomen van Granta (lente 2001). Voor informatie over abonnementen: Granta, 2-3 Hanover Yard, Noel Road, London N1 8BE, UK, of e-mail: subs@granta.com. Zie ook: www.granta.com


© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright)