www.odemagazine.com

Elbrich Fennema | 36 januari/februari 2001 issue

Tijdloze principes rondom het eeuwig strijdtoneel

De eerste keer dat dit ik deze klassieker zag, was in de handen van een vriend die midden in echtscheidingsperikelen zat. Later zag ik Sun Tzu terug op de boekenplankjes van managers met ambities in Azië. Strijd heeft tenslotte niet alleen plaats op het slagveld. De inzichten van de Chinese meester-strateeg blijken van alle tijden en voor alle gelegenheden. 'Ken uzelf en uw vijand en zelfs in honderd gevechten bent u nog niet in gevaar. Wanneer u de vijand niet kent, maar uzelf wel, zijn de kansen om te winnen of verliezen gelijk. Als je jezelf noch de vijand kent, zul je in elk gevecht in gevaar zijn.' Daar kan iedereen zijn voordeel mee doen. Sun Tzu's meest geciteerde inzicht - 'Winnen zonder strijd is de hoogste vorm van krijgskunst' - getuigt van zijn filosofische kwaliteiten.

Ten onrechte zou de indruk kunnen ontstaan, dat we hier met een overtuigd pacifist te maken hebben. Sun Tzu's naslagwerk was echter wel degelijk bedoeld voor de praktijk van het oorlogvoeren. Er rollen dan ook heel wat hoofden van verraders, afvalligen en domoren. Toen Sun Tzu zijn exposé schreef - of preciezer gezegd: toen zijn inzichten werden opgetekend - werd in China het oorlogvoeren net uitgevonden. Was het tot die tijd een vaak rituele krachtmeting van gelegenheidslegers die pas tot de aanval overgingen nadat priesters de kronkels van schapendarmen hadden geïnterpreteerd, met de introductie van legers van dienstplichtigen in dienst van ambitieuze heersers kwam het meer en meer aan op strategie.
Sun Tzu bedient hen op hun wenken. En net als in een modern managershandboek lardeert hij zijn betoog met talloze praktijkvoorbeelden. Die praktijkvoorbeelden zijn uiteraard gedateerd, maar de achterliggende wijsheid is dat geenszins. Sun Tzu werd in ieder geval niet belemmerd door de hokjesgeest die onze tijd kenmerkt en die voor elk probleem een specialist voorschrijft. Sun Tzu bekommert zich in zijn traktaat om alles, en misschien is dat wel wat hem tot zo'n groot strateeg maakte. Geen detail is te onbetekenend en geen grote lijn ontgaat hem. Dat levert soms komisch aandoende opsommingen op, zoals de 'vijf fundamentele factoren' die in overweging genomen moeten: morele invloed, het weer, het terrein, het commando en de doctrine. Hij geeft zich rekenschap van de impact van een oorlog op de dorpen die mannen moeten missen voor de dienstplicht, maar ook van het belang van de mentale toestand van de manschappen: 'Het geschikte seizoen is niet zo belangrijk als de voordelen van het terrein. En die zijn weer minder belangrijk dan harmonieuze menselijke relaties.'

De zachte kant komt vaker aan bod: 'Bij het toewijzen van taken moeten de durfal en de domme, de wijze en de moedige elk benut worden en verantwoordelijkheden krijgen die ze aankunnen en bij de situatie passen.' Geen wonder dat The Art of War favoriet is bij managers, want Sun Tzu beschrijft hierin in feite de kunst van het leidinggeven. Als een goed leider verliest hij zijn doel niet uit het oog: de overwinning. 'Een goede commandant ontleent de overwinning aan de situatie en vereist hem niet van zijn manschappen.' Sun Tzu is er goed van doordrongen, dat winnen zonder strijd niet voor elke leider is weggelegd. Als er dan toch strijd geleverd moet worden, dan moet de overwinning snel komen. 'Er is nog nooit een voortslepende oorlog geweest waar een land van heeft geprofiteerd.' Dat The Art of War al vierentwintig eeuwen wordt geraadpleegd, geeft aan dat je geen koning, commandant of generaal hoeft te zijn om er je voordeel mee te kunnen doen. Het moderne strijdtoneel is nu wellicht de markt, de beursvloer of je relatie; de principes zijn echter onveranderd gebleven.


© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright)