|
Het eten van aarde - met een duur woord: geofagie - is een wereldwijd fenomeen. Je doet het op een gecultiveerde manier wanneer je een middeltje als Norit slikt. In wezen blijft dankzij diarree en maagzuur een honger naar aarde actueel die verder binnen onze beschaving een verborgen bestaan moet leiden. In dergelijke producten zijn de werkzame bestanddelen van klei of bepaalde aardlagen (gips) uit de aardmassa geïsoleerd, maar dat glijdende aardegevoel blijft in je mond herkenbaar. Geofagie omspant het hele spectrum van volledig fysieke tot zuiver spirituele behoefte. Mensen die zich inzetten voor de streekgebonden biotoop waren dol geweest op een bepaalde stam in Siberië, die vroeger kleine balletjes aarde van thuis meenam op zijn zwerftochten. Daar knabbelden ze dan onderweg aan en de smaak was als een souvenir van hun geboorteplek. Voor grote groepen Maya's (en tegenwoordig mestiezen) in Midden-Amerika betekent het eten van plakjes klei een combinatie van brokjes heilzame, religieuze symboliek, zegeningen van Onze Lieve Heer van Esquipulas (de Zwarte Christus), gunstige vooruitzichten, godsvrucht en bijvoeding bij zwangerschap. Al zestigduizend jaar wordt op Sri Lanka verteld dat Brahma, de oervader van al het bestaande, niets anders nuttigde dan de aarde zelf.
In Zweden en Finland vertellen grootouders nog steeds verhaaltjes over hoe tijdens een hongersnood een reep klei werd gebruikt om het brood extra volume - en misschien ook wel voedingswaarde - te geven. Het inheemse volk van de Ainu in Japan had een speciaal recept voor soep met kleiballetjes, waarschijnlijk een voedingssupplement, iets dat de honger verdreef en nog goed smaakte ook. Vooral in Afrika, maar eigenlijk over de hele wereld vragen vrouwen tijdens de zwangerschap naar speciale soorten aarde om te zorgen voor extra mineralen - met name kalk. Vrouwen van de Mende en Kissi in West-Afrika zoeken bijzondere aardesoorten die zijn bewerkt en bijeengebracht door termieten. Op Java, maar ook in Zweden is er een speciaal soort klei uit moerasgebieden, dat vol zit met haast microscopisch kleine weekdiertjes (Infusoria), en een zeer gewaardeerde snack is. De Aymara in Peru bestrijden allerlei giftige stoffen door een neutraliserende dipsaus van klei samen te stellen, waar ze wilde aardappelen in dopen die horen bij de giftige nachtschadefamilie. Het 'eikenvolk', dat grote hoeveelheden eikels consumeert, heeft de keuze om ze uit te logen, of ze met klei te vermengen om het taninezuur te neutraliseren. Van Californië tot op Sardinië worden er nog steeds broden van eikeltjesmeel en klei gebakken.
Niet elke soort aarde is fantastisch om in te slikken. Het kan de honger stillen zonder de behoefte aan voedingsstoffen tegemoet te komen. Het kan uiteindelijk een laag op de darmwand vormen, waardoor bepaalde noodzakelijke stoffen niet kunnen worden opgenomen. Het kan een verslaving worden en een vorm van zelfdoding via anorexia. Bij overmatig gebruik kan het de kaliumbalans verstoren. Maar een lange en eerbiedwaardige traditie zorgt ervoor, dat het streven naar verzachting of voeding door het eten van aarde over de hele wereld van groot cultureel belang is.
Kort samengevat vervult het eten van aarde een werelwijd menselijk verlangen naar voedsel bij hongersnood, geneesmiddelen, extra voedingsstoffen, een schild tegen vergiftiging of een spiritueel symbool. Elk los klompje klei heeft al deze toepassingen tegelijk niet nodig. Eén vervuld verlangen is genoeg beloning door middel van een willekeurig brokje dat de goede aarde aan ons uitdeelt.
|