|
Een rampencultus |
|
Wegkwijnende kranten met vergrijzende lezers? Televisiezenders met louter amusement? De mediadeskundigen zaten er helemaal naast. Nieuws is een exploderende industrie geworden. Toegegeven, de tijd zit mee. Oorlog in Kosovo, de Bijlmer-enquête, de val van het kabinet. Dagelijks biedt de Nederlandse televisie zo'n zestien uur nieuws en actualiteiten, in de zomer verschijnen Metro en Spits, en steeds meer kranten worden ook elektronisch gepubliceerd. Dat zal nog wat worden, als de oorlog voorbij is, als er weer een nieuw kabinet is aangetreden. Waarmee verdienen al die nieuwsjagers dan hun brood? Ongetwijfeld nog steeds met het brengen van onheilspellend nieuws. Journalisten hebben gekozen voor ongeluk, schandaal en catastrofe, schrijft de Duitse filosoof Peter Sloterdijk in zijn essaybundel Mediatijd, die binnenkort verschijnt en een voorpublicatie beleefde in Filosofie Magazine (mei 1999). Een buitenaardse bezoeker zou, volgens Sloterdijk, kunnen denken, dat onze religie bestaat uit 'een rampencultus waaraan de leden van de soort zich eenmaal of meermalen per dag thuis voor hun flikkerend rechthoekig huisaltaar overgeven'. De mensheid zou zich hebben verenigd in een 'gemeenschappelijke, bezorgde extase bij het zien van de openbaringen van het erge, gewelddadige en mislukte'. Zo'n bewustzijnsvorming van de massa moet wel gevolgen hebben, meent Sloterdijk. Een dagelijkse dosis slecht nieuws is ongezond en heeft een nog onbekend effect, maar Sloterdijk vreest voor een cultuur met een voortdurende dreiging van mondiale paniek. In zijn eigen woorden: 'In een synchrone wereld, waarvan de coherentie door de betrokkenheid van reusachtige populaties bij actualiteiten verregaand wordt gegarandeerd, is te voorzien dat een bepaald type van uitgesproken slecht nieuws juist deze populaties met angstaanjagend gemak tot panische reacties zal kunnen brengen'. |
© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright) |