|
Tibetaanse artsen hebben geen röntgenapparatuur, CAT-scan of laboratoriumonderzoek nodig om een correcte diagnose te stellen. Zij voelen de pols, bestuderen de urine en luisteren naar de patiënt. Zo weet de Tibetaanse dokter feilloos de algemene gezondheid van een patiënt vast te stellen en de toestand van de twaalf orgaansystemen te bepalen. 'In enkele minuten wist een Tibetaanse geneesheer een diagnose te stellen die ik alleen met behulp van diverse wetenschappelijke onderzoeken en röntgenopnamen kon maken', zegt de Zwitserse immunoloog Alfred Hassig in de onlangs verschenen videodocumentaire Kennis van helen. Westerse artsen kijken verbaasd, nieuwsgierig, voorzichtig en vooral ook sceptisch naar de onthulling van deze eeuwenoude geneeswijze, die de ziekte aids voorspelde en omschreef, toen Europa zich nog wentelde in de donkere Middeleeuwen. Toch worden tot op de dag van vandaag duizenden mensen behandeld volgens Tibetaanse methoden en op wonderlijke wijze genezen. Met behulp van medicijnen, gebaseerd op een complexe samenstelling van natuurlijke kruiden, planten, mineralen en metalen, wordt het genezingsproces van de patiënten gestimuleerd. Elektronische apparatuur of chemische middelen komen er niet aan te pas. Mensen met kanker of met dichtgeslibde aderen en zelfs slachtoffers van de radioactieve straling van Tsjernobyl ervaren een wonderbaarlijke verbetering of volledige heling dankzij deze traditionele geneeswijze uit de Himalaya (zie kader).
Door de film Kennis van helen van Franz Reichle en het gelijknamige en een recent internationaal congres in de Verenigde Staten staat de Tibetaanse geneeskunde plotseling internationaal in de schijnwerpers. Daarbij komen de contouren van een bruggenhoofd tussen twee medische tradities in zicht. 'Het zou zeer nuttig zijn voor de mensheid als de westerse en Tibetaanse geneeskunst naast elkaar worden beoefend', meent de spirituele en politieke leider van Tibet, de dalai lama. 'Soms is de westerse geneeswijze effectiever en soms de Tibetaanse, al vergt die meer tijd.' Wat het Tibetaanse medische systeem onderscheidt van andere - inclusief het wetenschappelijke westerse - is het fundament in het boeddhisme. Het zou vooral ons geestelijk gif - zoals boosheid, trots, onwetendheid, angst en frustratie - zijn, dat de werkelijke oorzaak is van onze ziekten. 'Tibetaanse en eesterse geneesheren beginnen dan ook vanuit een compleet tegenovergesteld standpunt', vertelt Yshi Dhonden, geneesheer en oprichter van het Tibetaanse Medische Instituut in het Indiase Dharamsala in New Age Journal (september/oktober 1998). 'Westerse wetenschappers kijken door een microscoop om het ziekmakende element te vinden. Tibetaanse geneesheren beschouwen eerst de algemene gezindheid van de patiënt. We hebben veel te leren van elkaar.'
De taal van de Tibetaanse geneeskunst is compleet anders dan we gewend zijn van onze vertrouwde doktoren in witte jassen. Tibetaanse artsen spreken niet over virussen en bacillen, maar over levensessenties en de elementen aarde, water, vuur, wind en ruimte in de mens. Ziek worden is een gevolg van een onbalans tussen die essenties en elementen. En die moet worden gecorrigeerd. Tenzin Chodrak, de lijfarts van de dalai lama, legt het als volgt uit: 'Als mensen kwaad worden op elkaar, kunnen ze slaags raken. Als elementen in de mensen zelf slaags raken, dan worden ze ziek. De dokter moet die ziekte genezen. De oorzaken van de ziekten moeten echter ook worden bedwongen. De patiënt is verantwoordelijk voor de oorzaken.' De wortels van de Tibetaanse geneeswijze gaan terug tot ver voor de geboorte van Christus, zo blijkt uit een interessant historisch overzicht in Oosterse Geneeskunde (Lemniscaat, 1997). Gautama Boeddha had tijdens zijn meditaties vier belangrijke inzichten gekregen, waarin de spirituele basis van de geneeskunst werd aangereikt. Deze inzichten vermengden zich in de loop der eeuwen met de praktische kennis van Tibetaanse natuurartsen. In de periode 742 tot 798 na Christus onderging de Tibetaanse geneeskunst een grote verrijking. Artsen uit China, Nepal, Mongolië, Afghanistan, India, en Perzië kwamen naar Tibet voor een medische conventie. De belangrijkste geneeswijzen van de verschillende oosterse culturen werden vergeleken, geïntegreerd en vastgelegd. Rond 1200 werd de Ghyu Shi, een groot Tibetaanse medisch naslagwerk geschreven. In dit meesterwerk werden maar liefst 1600 ziekten genoteerd en bijna 3000 verschillende recepten voor medicijnen beschreven. Opvallend detail, waarvoor alleen een mystieke verklaring bestaat: achttien van de 1600 definities van ziekten betroffen toekomstige kwalen, die verband hielden met het veranderend milieu.
Anno 1998 blijken de diagnoses van Tibetaanse artsen met behulp van het voelen van de pols verbluffend correct, constateren artsen en professoren in Israël, Duitsland, Rusland en Zwitserland. De behandeling van ziekten met behulp van complexe recepturen, samengesteld uit tientallen natuurlijke ingrediënten, blijkt effectief. De bijwerkingen van deze natuurlijke medicijnen zijn minimaal in vergelijking met de westerse chemische varianten. De eeuwenoude Tibetaanse kennis staat op het punt een wereldwijd publiek te bereiken. En dat mag ook van de dalai lama: 'Het bereik van de Tibetaanse geneeskunst staat los van het boeddhisme. Ook de niet-boeddhistische dokter of patiënt kan er gebruik van maken voor de geneeskunst.' Het Tibetaanse medicijn Padma 28 bijvoorbeeld - een geneesmiddel dat het dichtslibben van aderen tegengaat - ligt binnenkort zelfs mogelijk in de schappen van uw drogist.
|