|
En veel - ondanks alle ontmantelingsverdragen.Op allerlei plaatsen in de chaos die Rusland thans kenmerkt, liggen deze angstaanjagende overblijfselen van een ander verleden. Niemand weet wanneer een onverlaat zijn handen op die bommen weet te leggen. Er is in elk geval veel handel voor atoombommen. Dat bewezen India en Pakistan eerder dit jaar. De Koude Oorlog is niet voorbij, het strijdtoneel is verplaatst. En Zuid-Azië is niet de enige plek waar politici kernwapens gebruiken in hun machtsspel.Misschien zijn de kernwapens tegenwoordig wel gevaarlijker dan ooit. In 'onze' Koude Oorlog stonden twee goedgeorganiseerde systemen tegenover elkaar. In die context werkte 'afschrikking'. Als ik mocht kiezen, geef ik de atoomknop liever in handen van Breznjev en Ford dan in de handen van staatshoofden die voortdurend onder de invloed staan van miljoenenmassa's van hongerige analfabeten. En het probleem met de kernwapens is nu eenmaal: plaatselijke bommen bestaan niet.We kunnen ons niet veroorloven om India en Pakistan en - wie weet nog meer - gevaarlijke machtsspelletjes te laten spelen. De atoomwapens verdienen nog steeds alle aandacht. Ook van ons. Het goede nieuws is, dat in India - naast alle uitzinnige, nationalistische reacties - ook sprake is van gezond verstand. Bijvoorbeeld bij Arundhati Roy, een jonge schrijfster, die recentelijk wereldfaam verwierf met haar boek The God of Small Things. Roy publiceerde onlangs een felle aanklacht tegen de politici in haar land die opdracht gaven tot de kernproeven. Haar artikel werd gepubliceerd in de Indiase tijdschriften Outlook en Frontline en Ode neemt haar verhaal hierbij integraal over. Het is een stuk over Indiase wapens en Indiase omstandigheden, maar de boodschap rijkt ver voorbij nationale grenzen. 'Neem het uiterst persoonlijk op', schrijft Roy. Die oproep tot verzet tegen de vernietigingswapens geldt wereldwijd. Het gaat er niet om opnieuw de schrik op het lijf te jagen, maar om nog een keer te beseffen dat het het verzet van mensen was - inderdaad, ook de marsen van het IKV - die de Koude Oorlog uit het Westen heeft verdreven. Maar daarmee is de bom nog niet gebannen. In de middag kwam er een windstilte over Pokhran. Het tijdmechanisme liet de drie bommen om 15.45 uur ontploffen. De hitte die tussen tweehonderd en driehonderd meter diep in de aarde vrijkwam, deed de temperatuur stijgen tot een miljoen graden - even heet als het op de zon is. In een flits verdampten rotsen van wel duizend ton, kleine ondergrondse bergen. Door de schokgolven van de explosie werd een plak aarde ter grootte van een voetbalveld verschillende meters opgetild. Bij de aanblik hiervan zei een wetenschapper: 'Nu geloof ik het verhaal van Krishna die een heuvel optilde.'
Mei 1998. Dit komt in de geschiedenisboekjes te staan, gesteld natuurlijk dat we nog geschiedenisboekjes zullen hebben om dingen in te zetten. Gesteld natuurlijk dat we nog een toekomst hebben. Er is niets nieuws of origineels meer op te merken over atoomwapens. Niets is vernederender voor een romanschrijver dan de plicht om een betoog te herhalen dat al door andere mensen in andere delen van de wereld is afgestoken, op een gedreven, welsprekende en gefundeerde manier. Ik ben bereid om mezelf te kleineren. Ik wil mezelf best vreselijk vernederen, omdat zwijgen onder deze omstandigheden onvergeeflijk zou zijn. Dus zeg ik tegen diegenen onder jullie die bereid zijn: laten we de rollen verdelen, de afgedankte kostuums weer aantrekken, en onze tweedehands tekst opzeggen in dit droevige tweedehands toneelstuk. Maar laten we intussen niet vergeten, dat de inzet waarvoor we spelen gigantisch is. Uitputting of schaamte kan ons definitieve einde betekenen. Het einde van onze kinderen en hun kinderen ook. Van alles dat ons dierbaar is. We moeten in onszelf afdalen en de kracht zoeken om goed na te denken. En te vechten. Voor de zoveelste keer lopen we weer jammerlijk achter de feiten aan - niet alleen wetenschappelijk en technologisch, maar bij uitstek qua vermogen om de ware aard van kernwapens te doorgronden. Ons inzicht in het Gruwel Ministerie is hopeloos achterhaald. Daar zitten we dan met z'n allen in India en in Pakistan de subtielste nuances in de politiek en in ons buitenlands beleid te debatteren, terwijl we rustig blijven doen alsof onze regeringen niet meer dan een nieuw, zwaarder model bom hebben ontworpen, een soort enorme handgranaat waarmee ze de vijand zullen wegblazen - elkaar dus - en ons allemaal voor elk kwaad zullen behoeden.
Wat willen we dat uit alle macht geloven. Wat zijn we uiteindelijk geweldige, volgzame, welopgevoede, goedgelovige onderdanen geworden. Misschien dat de rest van de mensheid het ons nooit vergeeft, maar dat komt ook omdat de rest van de mensheid - afhankelijk van degene die de beeldvorming controleert - misschien wel niet weet wat een uitgeput, moedeloos, in het hart getroffen volk we eigenlijk zijn. Misschien beseft die rest niet hoe erg we verlegen zitten om een wonder. Hoe hartstochtelijk we hunkeren naar toverkracht. Was het maar zo, was het maar zo, dat een kernoorlog een alledaags soort oorlog was. Was het maar zo, dat het om de gebruikelijke dingen draaide - volkeren en grondgebied, goden en historische strijdpunten. Was het maar zo, dat degenen onder ons die ervoor sidderen, waardeloze lafbekken zijn, niet bereid om te sterven bij de verdediging van onze overtuiging. Was het maar zo, dat in een kernoorlog het ene land tegen het andere vecht, en mannen strijden tegen andere mannen. Maar dat is niet zo. Als er een atoomoorlog komt, zijn onze vijanden niet China of Amerika of zelfs maar elkaar. Onze tegenstander is dan de aarde zelf. Onze steden en bossen, onze akkers en dorpen zullen dagenlang branden. Rivieren zullen in gifstromen veranderen. De lucht wordt van vuur. De wind zal de vlammen verspreiden. Als alles wat kan branden is verbrand, zal de rook opstijgen en de zon verbergen. De aarde zal in duisternis gehuld zijn. Er zal geen dag meer zijn. Niets dan een eindeloze nacht. Wat zullen we dan moeten beginnen, de paar van ons die nog leven? Waar moeten we naartoe, geschroeid en blind, kaal en ziek, met de verkankerde karkassen van onze kinderen in onze armen? Wat moeten we eten? Wat moeten we drinken? Wat moeten we inademen? Het hoofd van de sector volksgezondheid, milieu en veiligheid van het Bhabha Centrum voor atoomonderzoek in Bombay heeft een plan. Hij heeft gezegd dat India een kernoorlog kan overleven. Hij adviseert ons in het geval van een atoomaanval dezelfde veiligheidsmaatregelen te nemen die de wetenschap voorschrijft bij ongelukken met een kernreactor.
Slik vooral jodiumpillen, raadt hij aan. En neem andere maatregelen zoals niet de deur uitgaan, eet en drink uitsluitend dingen die verpakt zijn, en consumeer geen melk. Aan kinderen moet poedermelk worden verstrekt. 'Mensen die in de gevarenzone verblijven, dienen onmiddellijk naar de begane grond te gaan, en liefst naar de kelder.' Wat kun je beginnen tegen een dergelijke vorm van waanzin? Wat kun je beginnen als je vastzit in een gekkenhuis en alle dokters gevaarlijke idioten zijn? Let er maar niet op, het is maar de kinderlijke blik van een romanschrijver, zullen ze zeggen, de overdrijving van een onheilsprofeet. Zover zal het nooit komen. Er komt geen oorlog. Kernwapens zijn er voor de vrede, niet voor de oorlog. 'Afschrikking' is het paradepaardje van de mensen die zichzelf graag als haviken beschouwen. (Fijne vogels, haviken. Strak. Hebben stijl. Roofdieren. Jammer dat er na de oorlog niet veel meer van over zijn. Uitroeiing is een term waarmee we vertrouwd zullen moeten raken.) Afschrikking is een oud concept dat weer van stal is gehaald, en nu nieuw leven krijgt ingepompt met een snufje couleur locale. De theorie van de afschrikking eiste de eer opdat daarmee werd voorkomen dat de Koude Oorlog tot een Derde Wereldoorlog werd. Maar er is - wat de Derde Wereldoorlog betreft - slechts één feit dat overtuigend vaststaat: als hij op een dag komt, zal hij woeden na de Tweede Wereldoorlog. Met andere woorden: de dienstregeling ligt niet van tevoren vast. De theorie van de afschrikking kent fundamentele tekortkomingen. Fout nummer één is, dat hij uitgaat van een volledig, haarscherp begrip van de manier waarop de vijand denkt. Hij veronderstelt, dat wat jou afschrikt - de angst voor totale vernietiging - hem ook doet terugdeinzen. Maar hoe zit het met mensen die zoiets niet afschrikt? De psyche van de zelfmoordcommando - de school van 'als ik ga, gaan jullie mee' - is dat zo'n vergezocht idee? Hoe heeft Rajiv Gandhi de dood gevonden? En wie is trouwens de 'jou' en wie de 'vijand'? Beide niets meer dan regeringen. Regeringen wisselen. Ze dragen maskers over hun masker. Ze vervellen en herscheppen zichzelf aan de lopende band. De ministers die wij op dit moment hebben, kunnen bijvoorbeeld niet eens op genoeg zetels rekenen om de volledige termijn uit te dienen, maar eisen wel ons blinde vertrouwen bij hun pirouetjes en machtsspelletjes met atoombommen om een poot aan de grond en een meerderheid in het parlement te krijgen. Fout nummer twee is, dat afschrikking afhankelijk is van angst. Maar angst moet het hebben van kennis. Van een inzicht in de ware omvang en enormiteit van de verwoesting die een kernoorlog zal aanrichten. Het is geen ingebouwde, mystieke eigenschap van kernwapens dat ze automatisch tot vredelievende gedachten leiden. Integendeel, die komen van de eindeloze, onvermoeibare, confronterende inspanningen van de mensen die de moed opbrachten om ze aan de kaak te stellen, de marsen, de demonstraties, de films, de publieke woede - daardoor is een kernoorlog voorkomen, of misschien alleen maar uitgesteld. Afschrikking kan en zal niet werken, gegeven de mate waarin onwetendheid en analfabetisme als een dikke, ondoordringbare sluier over onze twee landen hangt.
India en Pakistan hebben nu kernwapens, en voelen zich wat dat betreft volledig in hun recht staan. Dat zal spoedig ook voor anderen gelden. Israël, Iran, Irak, Saudi-Arabië, Noorwegen, Libanon, Sri Lanka, Birma, Bosnië, Singapore, Noord-Korea, Zweden, Zuid-Korea, Vietnam, Cuba, Afganistan, Oezbekistan... en waarom ook niet? Elk land in de wereld heeft wel een specifiek argument voorhanden. Iedereen heeft grenzen en ideologieën. Als al onze arsenalen uit hun voegen barsten van de glimmende bommen en onze maag leeg is - afschrikking is een zeer hongerig beest - kunnen we bommen gaan ruilen voor voedsel. En als de nucleaire technologie op de vrije markt komt, als die echt commercieel wordt en de prijzen gaan zakken, kan niet alleen een regering, maar iedereen die het geld ervoor heeft zijn hoogstpersoonlijke wapenvoorraad opbouwen - zakenlieden, terroristen. Het zal op onze planeet krioelen van de indrukwekkende raketten. Er zal een nieuwe wereldorde ontstaan. De dictatuur van de atoomlievende elite. Maar laten we even de tijd nemen om de ware helden te bewieroken. Wie moeten we voor dit alles dankbaar zijn? De mannen die het mogelijk hebben gemaakt. De Masters of the Universe. Dames en heren, de Verenigde Staten van Amerika! Kom eens naar boven, jongens, ga hier eens staan en laat je toejuichen. Bedankt dat jullie dit de wereld hebben gegeven. Bedankt voor deze omwenteling. Bedankt dat jullie ons de weg hebben gewezen. Bedankt, want jullie hebben het wezen van ons bestaan volslagen veranderd. Vanaf nu moeten we niet de dood vrezen, maar het leven. Ik kan maar één ding zeggen tegen elke man, elke vrouw en elk kind dat dit al kan bevatten in India, en daarachter - een klein eindje verderop - in Pakistan: vat het persoonlijk op. Wat je ook bent - hindoe, moslim, stedeling, plattelander - dat doet er niet toe. Het enige goede aan een kernoorlog is dit: het is de meest ultieme vorm van gelijkberechtiging die de mens ooit verzon. Op de dag des oordeels zal er niet naar je cv worden gevraagd. De vernietiging zal zonder enig persoonlijk onderscheid plaatshebben. De bom ligt niet in je achtertuin. Hij zit in je lichaam. En in dat van mij. Niemand, geen land, geen regering, geen mens, geen godheid heeft het recht om hem daar te stoppen. We zijn nu al radioactief, en de oorlog is nog niet eens begonnen. Sta dus op en zeg iets. Het maakt niet uit of het al eerder is gezegd. Verhef je stem in je eigen belang. Neem het uiterst persoonlijk op.
Begin mei - voor de bom - ben ik drie weken van huis geweest. Ik dacht dat ik weer terug zou gaan. Ik was vast van plan om terug te keren. Maar natuurlijk is het niet gelopen zoals ik het had bedoeld. Toen ik op reis was, kwam ik een vriendin tegen van wie ik ondermeer hou omdat ze een diepe genegenheid weet te combineren met een openhartigheid die grenst aan het bloeddorstige. 'Ik heb over je na lopen denken', zei ze. 'Over The God of Small Things - wat er in zit, er bovenuit gaat, eronder steekt, er omheen hangt, erachter schuilt...' Ze viel even stil. Ik voelde me weinig op mijn gemak, en hunkerde niet bepaald naar wat ze verder zou gaan zeggen. Zij daarentegen had een sterke drang om door te gaan. 'Dit afgelopen jaar heb je van alles te veel gehad - roem, geld, prijzen, bewondering, kritiek, veroordeling, bespotting, liefde, haat, woede, afgunst, vrijgevigheid - alles. In sommige opzichten is het een volmaakt verhaal. Volmaakt barok in zijn overdaad. Het probleem is, dat het maar één einde kent, of kan kennen.' Haar ogen waren op mij gericht, helder met een schuine, doordringende fonkeling. Zij wist, dat ik wist wat ze zou gaan zeggen. Ze was krankzinnig. Ze ging zeggen dat niets wat me ooit in de toekomst ging overkomen, ooit de kick hiervan zou kunnen evenaren. Dat de hele rest van mijn leven een tikkeltje onbevredigend zou blijven. En dat zodoende het enige volmaakte einde aan dit verhaal de dood kon zijn. Mijn dood. Die gedachte was ook bij me opgekomen. Natuurlijk wel. Het feit dat dit alles, deze wereldwijde glittering - de spotlights in mijn ogen, het applaus, de bloemen, de fotografen, de journalisten die deden alsof ze enorm geïnteresseerd waren in mijn leven (maar zich erg moesten inspannen om één gegeven eruit foutloos te citeren), de mannen in pakken die me vertroetelden, de smetteloze badkamers met een oneindige hoeveelheid handdoeken - dat zou allemaal vast nooit meer terugkomen. Zou ik het gaan missen? Was ik ervan afhankelijk geworden? Was ik nu een roemjunk? Zou ik zwaar moeten afkicken? Hoe langer ik erover nadacht, hoe duidelijker ik inzag dat de roem mijn dood zou worden als die fase niet tijdelijk zou blijken te zijn. Ik zou doodgeknuppeld worden met goeie manieren en hygiëne. Ik geef toe, dat ik van mijn persoonlijke vijf minuten van glorie intens heb genoten, maar met name omdat het maar vijf minuten duurde. Omdat ik wist - of dacht te weten - dat ik naar huis kon gaan als het me verveelde, en een beetje gaan lopen giechelen. Lekker oud worden, en grillig. Mango's eten in het maanlicht. Misschien een paar mislukte boeken schrijven - worstsellers - om eens te weten hoe dat is. Een vol jaar lang heb ik radslagen over de hele wereld gemaakt, met als veilig anker de gedachte aan thuis en het leven waarnaar ik kon terugkeren. Niettegenstaande alle vragen en voorspellingen over mijn spoedige emigratie was dat de bron waar ik water haalde. Dat was mijn lijfsbehoud. Mijn kracht. Ik zei tegen mijn vriendin, dat een volmaakt verhaal helemaal niet bestaat. Ik zei, dat haar visie hoe dan ook die van een buitenstaander was, de veronderstelling dat de curve van iemands levensgeluk of, laten we zeggen, vervulling zijn top had bereikt - en nu moest wegzakken - omdat ze toevallig tegen 'succes' was aangelopen. Dat ging uit van de weinig speelse opvatting dat rijkdom en roem onmisbare bouwstenen waren in de dromen van ons allen.
Je hebt te lang in New York gewoond, zei ik tegen haar. Er zijn nog andere werelden. Andere soorten dromen. Dromen waarin persoonlijk falen reëel is. Eervol. Soms zelfs de moeite waard om na te streven. Werelden waarin erkenning niet de enige barometer is van een sprankelende geest of menselijke waarde. Ik ken en hou van vele strijders die elke dag het gevecht aangaan en van tevoren weten dat ze zullen verliezen. Ze zijn vanzelfsprekend minder 'succesvol' in de meest platte betekenis, maar hun leven kent zeker niet minder vervulling. De enige droom die de moeite van het dromen waard is, zei ik tegen haar, is de droom dat je zult leven zolang je in leven bent, en pas sterft als je doodgaat. (Voorgevoel? Wie weet.) 'En dat wil concreet zeggen?' (Gefronste wenkbrauwen, een beetje geïrriteerd.) Ik probeerde het uit te leggen, maar ik bakte er niet zoveel van. Soms moet ik schrijven om goed na te denken. Dus schreef ik het voor haar uit op een papieren servetje. Ik schreef het volgende. Liefhebben. Geliefd zijn. Nooit je eigen nietigheid vergeten. Nooit wennen aan het verachtelijke geweld en de platvloerse ongelijkheid in het leven dat je omringt. Zoeken naar vreugde op de meest trieste plekken. Schoonheid najagen waar die zich verstopt. Nooit versimpelen wat ingewikkeld is, of moeilijk maken wat eenvoudig is. Ontzag voelen voor kracht, niet voor macht. En bovenal waarnemen. Proberen te begrijpen. Nooit wegkijken. En nooit, nooit vergeten. Ik ken haar al jaren, die vriendin. Ze is architect. Ze keek wantrouwend, niet erg overtuigd door mijn preek op het servetje. Ik voelde dat in termen van structuur - gewoon vanwege de soepele, verhaaltechnische symmetrie der dingen - haar opwinding over mijn 'succes' zo uitbundig, zo gemeend was, dat die even zwaar woog als haar (voorvoelde) afschuw bij de gedachte aan mijn sterven. Ik zag dat het niet persoonlijk bedoeld was... Meer een kwestie van een ontwerp.
Hoe dan ook, twee weken na dit gesprek keerde ik terug naar India. Naar wat ik als mijn thuis zie/zag. Er was iets gestorven, maar ik was het niet. Het was iets van oneindig meer waarde. Het was een wereld die al een tijd lag te zieltogen, en nu dan toch de geest had gegeven. Hij is inmiddels gecremeerd. De lucht is zwanger van lelijkheid, en de wind voert de onmiskenbare stank van fascisme aan. Dag na dag maken mensen op wier instincten je dacht te kunnen leunen - schrijvers, schilders, journalisten - de oversteek, in krantenartikelen, op de radio, in praatprogramma's op de televisie, op MTV nota bene. Er kruipt een kilte mijn botten binnen, want de lessen uit het leven van alledag maken nu pijnlijk duidelijk, dat je in de geschiedenisboeken de waarheid leest. Dat fascisme inderdaad net zo goed voortkomt uit de mensen zelf als uit regeringen. Dat het thuis begint. In woonkamers. In slaapkamers. In bed. 'Explosie van zelfrespect', 'Wij tellen weer mee', 'Een trots moment', luidden enkele krantenkoppen in de dagen na de atoomproeven. 'We hebben laten zien dat we vanaf heden geen eunuch meer zijn', sprak de heer Thackeray van de fundamentalistische hindoepartij Shiv Sena - heeft iemand dat dan ooit beweerd? Ik geef toe, dat er een flink aantal vrouwen onder ons is, maar voorzover ik weet, is dat niet hetzelfde. Als je de krant las, kon je vaak moeilijk bepalen of ze het over Viagra hadden - dat vaak de tweede plaats op de voorpagina wist te bevechten - of dat ze de bom bespraken. 'Onze kracht en potentie blijven superieur.' (Dit was de minister van defensie nadat Pakistan zijn proeven had voltooid.) 'Dit zijn niet alleen maar kernproeven, ook ons nationalisme wordt getest', kregen we regelmatig te horen. Dit werd er bij je ingeramd, keer op keer. De bom is India. India is de bom. En niet zomaar India, hindoe-India. Pas daarom heel goed op, kritiek op de bom is niet alleen onvaderlandslievend, maar ook anti-hindoe. (Uiteraard is de Pakistaanse bom islamitisch. Los daarvan spelen zich op politiek vlak dezelfde mechanismen af.) Dit is een van de onverwachte cadeautjes als je de bom in bezit hebt. De regering kan hem niet alleen gebruiken om de vijand angst aan te jagen, hij is ook geschikt om het eigen volk de oorlog te verklaren. Ons.
Toen ik mijn vrienden vertelde dat ik aan dit artikel bezig was, waarschuwden ze me. 'Doe het gerust,' zeiden ze, 'maar zorg er eerst voor dat je niet kwetsbaar bent. Zorg ervoor dat je papieren in orde zijn. Kijk na of al je belasting is betaald.' Mijn papieren zijn in orde. Ik heb mijn belasting betaald. Maar hoe kun je in een klimaat als het huidige niet kwetsbaar zijn? Iedereen is kwetsbaar. Ongelukken gebeuren nu eenmaal. Je voelt je alleen veilig als je overal in berust. Terwijl ik dit opschrijf, voel ik het onheil naderen. Ik heb in dit land tastbaar ervaren wat het is om als schrijver geliefd te zijn - en in sommige gevallen ook gehaat. Vorig jaar was ik een van de onderwerpen in de Parade van Eigen Kweek, waarmee de media eind december komen. Tot mijn ontsteltenis hoorden daar ook een ontwerper van de bom en een topmodel bij. Telkens als ik op straat staande werd gehouden door iemand die stralend zei: 'India kan trots op u zijn' (wat sloeg op de prijs die ik heb gekregen, niet op mijn boek), voelde ik me een beetje ongemakkelijk. Ik was er toen bang voor - en inmiddels doodsbang - want ik weet hoe simpel zo'n jubelstemming, zo'n golf van emotie zich tegen mij kan keren. Misschien is het moment daarvoor nu aangebroken. Ik loop weg vanonder de flonkerlichtjes en ga zeggen wat ik te zeggen heb. En dat is dit: als een protest tegen het inbouwen van een kernbom in mijn hersenen anti-hindoe en anti-India is, dan scheid ik mij af. Ik roep mijzelf bij dezen uit tot een onafhankelijke, loslopende republiek. Ik ben een burger van deze aarde. Ik bezit geen grondgebied. Ik heb geen vlag. Ik ben een vrouw, maar ik heb niets tegen eunuchs. Mijn politiek programma is simpel. Ik ben bereid elk verdrag tegen verspreiding van kernwapens en verbod op atoomproeven dat er maar is, te tekenen. Asielzoekers welkom. Die kunnen me helpen om een vlag te ontwerpen. Mijn wereld is dood. En ik schrijf om zijn einde te bewenen.
De kernproeven van India, de manier waarop ze werden uitgevoerd, de uitzinnige vreugde waarmee ze werden begroet (door ons) zijn niet goed te praten. Wat mij betreft duiden ze op iets vreselijks. Het einde van de verbeelding. Op 15 augustus vorig jaar vierden we, dat India vijftig jaar onafhankelijk was. Volgend jaar mei kunnen we de eerste verjaardag van onze nucleaire slavernij gedenken. Waarom hebben ze dit gedaan? Het voor de hand liggende, cynische antwoord is 'uit politieke motieven', maar dat lokt alleen maar de volgende - elementairdere - vraag uit: waarom zou dit politiek gunstig zijn geweest? De drie 'officiële' argumenten die je daarvoor krijgt, zijn: China, Pakistan en 'de Westerse hypocrisie blootleggen'. Op het eerste gezicht - en stuk voor stuk bekeken - zijn ze nogal wonderlijk. Ik wil geen moment suggereren, dat dit geen heuse problemen zijn. Alleen dat ze niet bepaald nieuw zijn. Het enige nieuwe aan de oude horizon is de regering van India. In zijn weerzinwekkend hooghartige brief aan de president van Amerika zegt onze premier dat India's beslissing om de kernproeven daadwerkelijk uit te voeren te wijten was aan 'de ondermijning van de veiligheidsvoorwaarden'. Vervolgens refereert hij aan de oorlog met China in 1962 en de 'drie agressieve aanvallen die we de laatste vijftig jaar te verduren hadden (van Pakistan). En de afgelopen tien jaar zijn we het slachtoffer geweest van genadeloos terrorisme en militaire groeperingen die daardoor worden gesteund ... met name in Jammu en Kashmir.' De oorlog met China is inmiddels 35 jaar geleden. Tenzij er een uiterst belangrijk staatsgeheim is waarvan wij niets weten, lijkt het er toch echt op dat de lucht tussen ons een beetje is opgeklaard. De meest recente oorlog met Pakistan dateert van 27 jaar terug. Zeer zeker blijft Kashmir een uiterst onrustige regio, en Pakistan wakkert ongetwijfeld met groot genoegen de vlammen aan. Maar dan moeten er toch in eerste instantie vlammen zijn? En wat het derde argument betreft: 'De Westerse hypocrisie blootleggen' - hoe bloot moet die nog gelegd worden? Welk fatsoenlijk mens in deze wereld koestert dienaangaande nog enige illusie? De historie van deze westerlingen is verzadigd met het bloed van anderen. Kolonialisme, apartheid, slavernij, etnische zuiveringen, biologische oorlogvoering, chemische wapens, ze hebben het ongeveer allemaal uitgevonden. Ze hebben hele naties leeggeplunderd, beschavingen de nek omgedraaid, bevolkingen tot de laatste man uitgeroeid. Ze staan poedelnaakt op het wereldpodium, maar zonder een spoor van gêne, omdat ze weten dat ze meer geld hebben, meer voedsel en zwaardere bommen dan wie dan ook. Ze weten dat ze ons zonder zich overmatig in te spannen kunnen wegvagen. Persoonlijk vind ik het eerder arrogantie dan hypocrisie.
Wij hebben minder geld, minder voedsel en lichtere bommen. Daarentegen hebben we - of hadden we - allerlei andere soorten rijkdom. Verrukkelijk en niet te becijferen. Wat we daarmee hebben gedaan, is het omgekeerde van wat we denken gedaan te hebben. We hebben het allemaal naar de lommerd gebracht. We hebben het verruild. En waarvoor? Om een deal te sluiten met precies de mensen die we zeggen te verachten. Al met al kunnen we, geloof ik, rustig stellen dat wij hier hypocriet zijn. Wij zijn het, die een moreel wellicht superieur standpunt hebben verlaten - oftewel: we hebben de technologie in huis, we kunnen de bom maken als we willen, maar we doen het niet. We geloven er niet in. Wij zijn het, die nu lafhartig aan de weg timmeren om bij de club van supermachten te mogen horen. De status van supermacht opeisen voor India is net zo belachelijk als per se in de finale van de wereldbeker willen staan omdat we toevallig een voetbal hebben. Geeft niet, dat we niet door de voorronden kwamen, of dat we maar weinig voetballen en niet eens een nationaal team hebben. Wij zijn een natie van bijna een miljard mensen. Qua beschavingspeil staan we op nummer 138 van de 175 landen op de index van nationale ontwikkeling van de Verenigde Naties - zelfs Ghana en Sri Lanka staan nog boven ons. Meer dan vierhonderd miljoen mensen zijn bij ons analfabeet en leven in volslagen armoede, meer dan zeshonderd miljoen hebben niet eens de meest primaire voorzieningen, en meer dan tweehonderd miljoen hebben geen veilig drinkwater.
De atoombom is een akelig bijproduct van India's zoektocht naar zichzelf. De poging van dit land om een nationale identiteit op te bouwen. Hoe armer een land is, hoe groter het aantal analfabeten en corrupter de politieke leiders, des te onbesuisder en gevaarlijker de opvatting over wat die identiteit is of zou moeten zijn. De dagen na de kernproeven stonden de kranten vol met foto's van joelende, kreten slakende jongeren. Ze gingen de straat op om India's atoombom te vieren en tegelijk 'de Westerse Cultuur te veroordelen' door kratten met Coke en Pepsi in het riool te laten leeglopen. Hun logica ontgaat me enigszins: Cola is westerse cultuur, maar stamt de bom dan uit een oude Indiase traditie? Ja, ik heb het ook gehoord - de bom staat al in de Veda's (oeroude hindoegeschriften). Dat kan zijn, maar als je goed genoeg zoekt, vind je Cola eveneens in de Veda's. Dat is het geweldige van alle religieuze teksten. Je kan er alles in vinden wat je zoekt - zolang je maar weet wat je wil vinden. Maar om terug te keren naar het onderwerp van de niet-vedische jaren negentig: we dringen door in het hart van het blanke bestaan, we omhelzen de meest duivelse schepping van de westerse wetenschap, en die is nu van ons. Maar we verzetten ons tegen hun muziek, hun eten, hun kleren, hun films en hun literatuur. Dat is geen hypocrisie. Dat is humor. Je zou er een schedel mee aan het lachen kunnen krijgen. We zitten weer op het oude vertrouwde schip, ss Het Ware India. Als we ons dan toch storten in een wedstrijdje oorspronkelijke cultuur tegen de moederlandhaters, is het misschien wel handig als de regering stopt met het verdraaien van de geschiedenis en de feiten. Als ze het dan toch doen, laten ze het dan tenminste zo doen, dat het klopt. Ten eerste waren de oorspronkelijke inwoners van dit land geen hindoes. Ook al is het nog zo'n oude religie, er liepen al mensen rond op aarde voor het hindoeïsme ontstond. De volken in India die nog in stamverband leven, hebben meer recht op de status van oerbewoners dan wie dan ook, en kijk eens hoe die worden behandeld door de staat en zijn dienaren. Onderdrukt, bedrogen, van hun land beroofd, heen en weer geschoven als dumpgoederen. Misschien zou het een goed beginpunt zijn om hen de waardigheid terug te geven die ze ooit bezaten. Wellicht zou de regering zich er publiekelijk op kunnen vastleggen, dat er niet meer van dergelijke stuwdammen gebouwd zullen worden, dat er niet nog meer mensen ontheemd zullen raken. Maar dat zou natuurlijk ondenkbaar zijn, nietwaar? Waarom? Omdat het onpraktisch is. Omdat oervolkeren er niet echt toe doen. We kunnen hun geschiedenis, hun gebruiken en hun godheden missen. Ze moeten leren om deze dingen op te offeren voor het algemeen welzijn van de natie - die hen alles heeft ontstolen wat ze ooit bezaten. Okee, dus dat doen we niet. Voor de rest kan ik een handig lijstje opstellen van dingen die verboden en gebouwen die gesloopt moeten worden. Er zal wat research in gaan zitten, maar voor de vuist weg hierbij alvast een paar suggesties. Ze zouden kunnen beginnen met een flink aantal ingrediënten uit de Indiase keuken te verbannen: rode pepers (Mexico), tomaten (Peru), aardappelen (Bolivia), koffie (Marokko), thee, witte suiker, kaneel (China)... En dan door naar de recepten. Thee met melk en suiker, bijvoorbeeld (Engeland). Van roken kan geen sprake meer zijn. De tabak kwam uit Noord-Amerika. Cricket, de Engelse taal en democratie moeten verboden worden. Kabaddi dan wel kho-kho dienen voor het cricket in de plaats te komen. Ik wil niet meteen een volksopstand ontketenen, dus ik aarzel bij de keuze van wat het Engels moet vervangen. Italiaans? Dat is tot ons weten te komen via een wat vriendelijker route: huwelijken in plaats van imperialisme. (De vrouw van de Indiase vermoorde premier Rajiv Gandhi is Italiaanse en zij speelt thans een vooraanstaande rol in de Congrespartij - red.) Elk ziekenhuis waar westerse geneeskunst wordt toegepast of voorgeschreven, dient onmiddellijk te worden gesloten. Alle landelijke kranten worden opgeheven. De spoorwegen ontmanteld. Vliegvelden gesloten. En wat doen we met ons nieuwste speeltje - de mobiele telefoon? Kunnen we nog leven zonder zo'n ding, of moet ik voorstellen dat we daar een uitzondering voor maken? Ze zouden hem in de rubriek 'universeel' kunnen zetten. (Daar mogen alleen onmisbare voorzieningen in worden opgenomen. Geen muziek, beeldende kunst of literatuur.) Onnodig te vermelden, dat het sturen van kinderen naar Amerikaanse universiteiten en zelf daar halsoverkop heenreizen voor een prostaatoperatie vanaf nu een strafbaar feit oplevert. Het wordt een lange, lange lijst. Dat gaat jaren werk kosten. Ik mag geen computer gebruiken, want dat zou natuurlijk niet erg oorspronkelijk van me zijn. Ik probeer niet lollig te doen, ik wil alleen laten zien, dat dit de kortste route naar een hel op aarde is. Het oorspronkelijke of ware India bestaat helemaal niet. Er is geen 'bovenaards comité' benoemd met het mandaat om één enkele, officieel goedgekeurde versie vast te stellen van wat India is of zou moeten zijn.
Woede over het verleden zal onze natie niet genezen. De geschiedenis is ligt vast. Het is voorbij en afgelopen. We kunnen slechts proberen de loop ervan bij te sturen door wat we liefhebben te stimuleren, niet door te verwoesten wat we haten. Er schuilt nog een hoop moois in deze keiharde, beschadigde wereld van ons. Verborgen, intens, grandioos. Mooie dingen die exclusief van onszelf zijn, en dingen die we in vriendschap van anderen hebben gekregen, hebben uitgewerkt, herbouwd en ons eigen hebben gemaakt. Dat moeten we opzoeken, koesteren, liefhebben. Bommen maken zal ons alleen maar vernietigen. Maakt niet uit of we ze gebruiken of niet. Ze zullen ons hoe dan ook vernietigen. De Indiase bom is het definitieve verraad van een heersende klasse die zijn volk in de kou laat staan. Hoeveel lauwerkransen we ook over onze wetenschappers uitstrooien, hoeveel medailles we hen ook op de borst spelden, het blijft een feit, dat het veel makkelijker is om een kernbom te maken dan om vierhonderd miljoen mensen goed onderwijs te geven. Volgens de opinieonderzoeken worden we geacht te geloven, dat er in dit land een grote consensus bestaat over dit onderwerp. Dat is nu officieel vastgesteld. Iedereen is dol op de bom - daarom is de bom iets goeds. Is het mogelijk, dat een man die niet eens zijn eigen naam kan schrijven zelfs maar de simpelste, meest elementaire feiten over de aard van atoomwapens begrijpt? Heeft iemand hem uitgelegd dat een kernoorlog absoluut niets te maken heeft met het gangbare beeld van een oorlog zoals hij dat kent? Niets te maken met eer, niets te maken met trots. Heeft iemand de moeite genomen hem iets uit te leggen over schokgolven en extreme temperaturen, radioactieve neerslag en de nucleaire winter? Bestaan er zelfs maar woorden in zijn taal om het begrip 'verrijkt uranium' te verklaren, 'splijtstof' en 'kritische massa'? Of is zijn taal zelf inmiddels achterhaald? Zit hij gevangen in een tijdcapsule, toekijkend hoe de wereld langs hem heentrekt, en niet in staat om iets te begrijpen of ermee te communiceren, omdat zijn taal nooit rekening had gehouden met de gruwelen die de mensensoort zoal wist te verzinnen? Doet hij er in het geheel niets toe, deze man? Ik heb het uiteraard niet over één man, ik doel op miljoenen en nog eens miljoenen mensen die in dit land wonen. Dit is namelijk ook hún land. Zij hebben het recht om een weloverwogen besluit te nemen over de toekomst ervan, en daartoe heeft - voorzover ik kan nagaan - nog niemand hen ook maar enige informatie verschaft. Het tragische is, dat niemand dat ook kan, zelfs al zouden ze willen. Er bestaat letterlijk echt geen taal waarin je dat zou kunnen doen. Dit is de echte horreur van India. De planetenbanen waarin de machtige en de machteloze zich bewegen, wentelen steeds verder en verder van elkaar af, kruisen elkaar nooit, delen niets met elkaar. Geen taal. Niet eens een land.
Wie heeft verdomme die opinieonderzoeken uitgevoerd? Wie denkt de minister-president verdomme wel dat hij is, om te bepalen wiens vinger op de atoomknop gaat rusten waardoor alles wat we liefhebben - onze aarde, onze luchten, onze bergen, onze vlakten, onze rivieren, onze steden en dorpen - in een flits tot as kan worden? Hoe denkt hij ons verdomme gerust te stellen dat er geen ongelukken zullen gebeuren? Hoe weet hij dat? Waarom zouden we hem vertrouwen? Wat heeft hij ooit gedaan om ons vertrouwen te verdienen? Wat hebben ze met z'n allen ooit gedaan om ons vertrouwen te verdienen? De atoombom is de meest anti-democratische, anti-nationale, anti-menselijke, onverbloemd satanische uitvinding die de mens ooit heeft gedaan. Als je religieus bent, bedenk dan dat de mens met deze bom God uitdaagt. En wel met eenvoudige woorden: 'Wij hebben nu de macht om alles te verwoesten wat U hebt gemaakt.' Als je niet religieus bent, bekijk het dan op deze manier. Deze wereld van ons is 4600 miljoen jaar oud. Hij kan in een middag verdwenen zijn.
|