www.odemagazine.com

Diederik ter Haar | 22 september/oktober 1998 issue

Digitaal overleven

INHEEMSE VOLKEREN ONTDEKKEN het nut van Internet. Steeds vaker bedienen ze zich van moderne technologieën om hun eigen cultuur te beschermen of te versterken. En met resultaat. De Mexicaanse Zapatistas, bij voorbeeld, danken de bekendheid voor hun strijd voor een belangrijk deel aan hun tientallen websites. Voor veel Hawaianen is het Internet een laatste redmiddel gebleken om hun taal en geschiedenis levend te houden. En voor de miljoenen zigeuners die over de wereld verspreid zijn, is het de ideale manier om onderling contact te houden. Veel van deze volkeren opereerden zelfs al op het Internet voordat het zijn westerse gebruikersvriendelijkheid kreeg. Oneida-indiaan Dale Rood verspreidde het verhaal van zijn volk al in 1993. 'Indianen zijn altijd vooruitstrevend bezig geweest en een onderdeel daarvan was om bij te blijven met nieuwe technologieën', zegt hij in Cultural Survival Quarterly (Winter 1998). Inmiddels wordt zijn website dagelijks vanuit de hele wereld duizenden keren bezocht. Gesteund door de vele aandacht voor zijn volk stelt hij zelfs dat, 'Internet voor ons indianen van onschatbare waarde is geweest bij het redden van onze geschiedenis.'

MET HET INTERNET hebben inheemse volkeren een belangrijk wapen gevonden in hun strijd voor het beschermen van hun cultuur. Zij gebruiken het om historische, toeristische en commerciële informatie te publiceren, om in hun eigen taal te communiceren, maar het belangrijkst: om informatie te verspreiden die anders nooit de pers zou hebben gehaald. Vrij van censuur en voor iedereen bereikbaar, is het een belangrijk verzetsmiddel geworden. Zo was de stijgende populariteit van Internet voor het Birmese militaire bewind in 1996 aanleiding om het vrije gebruik van fax-apparaten en modems te verbieden. Verzetsstrijders van de verschillende Birmese bevolkingsgroepen die zich in het buitenland bevonden, reageerden meteen. Zij zetten elektronische nieuwsbrieven op waardoor buitenlandse ambassades, niet-gouvernementele organisaties en journalisten toch op de hoogte bleven van de situatie in hun land. Ook werden in de relatief veilige grensgebieden van Birma computerapparatuur en geheime Internetlessen aan verzetsgroepen gegeven.

BEHALVE ALS ELEKTRONISCH VERZETSMIDDEL, draagt het Internet voor veel landloze volkeren bij aan het versterken van een nationale identiteit. Zoals voor de Assyriërs; de directe afstammelingen van het machtige rijk dat zeven eeuwen voor Christus ten onder ging en die nu over de hele wereld verspreid zijn. 'Ondanks onze drieduizendjarige geschiedenis is het Internet ons enige huis', zegt een van hen in Cultural Survival Quarterly. Voor volkeren uit Latijns Amerika is er onder andere Native Web. Net als vele andere websites, is deze opgezet met de hulp van universiteiten en andere groepen in het westen die zich sterk maken voor het intact houden van inheemse culturen. Het belangrijkse argument voor deze hulp is om inheemse volkeren in staat te stellen onderling in hun eigen taal te laten communiceren. Met een Engelse versie van zo'n site kan ook het andere publiek worden benaderd.

ONDANKS dat veel gebieden ter wereld nog verstoken zijn van de benodigde apparatuur en telecommunicatie-netwerken, blijft het aantal niet-Westerse Internetgebruikers toenemen. In Afrika zijn Internet-aanbieders inmiddels actief in veertig van de 54 landen. Maar het is nog maar een kleine groep die van dat aanbod gebruikmaakt. 'Hoewel het aantal toeneemt, blijft de elektronische kennissnelweg in Afrika het exclusieve domein van de elite', schrijft De Volkskrant (4 april 1998) 'Van democratisering van kennis waarmee sommige Internet-adepten in het Westen schermen, is in Afrika daarom vooralsnog geen sprake.' Internet-expert John Perry Barlow deelt een andere mening. Hij reisde door Afrika om te kijken of het continent de snelle elektronische ontwikkelingen kan bijhouden. Zijn vooraf skeptische mening bleek ongegrond. 'Ik ben nergens mensen tegengekomen die zo snel leren om met een computer om te gaan', zegt hij in Wired (januari 1998). 'Afrika zou, met de nodige investeringen en vertrouwen, probleemloos het nieuwe Bangalore - de Indiase variant van Silicon Valley - van de software kunnen worden.'

ER KLINKT OOK KRITIEK. Zo zou de ontmoeting met de moderne wereld van het Internet traditionele inheemse culturen juist ondermijnen. Inheemse volkeren zoeken immers een delicate balans tussen deelneming aan de internationale gemeenschap en hun wens om een eigen cultuur te houden. Maar zulke kritiek komt voornamelijk uit westerse hoek. Ian Hancock - Amerikaans professor en als zigeuner oprichter van de drukbezochte email discussiegroep voor zijn volk, Romnet - weerspreekt de opvatting in The Economist (28 maart 1998). Voor hem is het Internet juist een welkome stap richting de moderne wereld: 'Waarom werd het vooruitgang genoemd toen niet-zigeuners hun paard en wagen inruilden voor de auto, maar een schande toen ons volk dat deed?'


© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright)