|
Ondanks recente hoopgevende berichten met betrekking tot nieuwe geneesmiddelen moeten we constateren, dat Amerika de war against cancer, die Richard Nixon in 1971 met veel bravoure ontketende, heeft verloren. De ziekte is alleen maar toegenomen - sinds 1950 met 54 procent - en treft tegenwoordig alle leeftijdsgroepen, ook jonge kinderen. Kinderleukemie en borstkanker nemen epidemische vormen aan. Het aantal borstkankerslachtoffers overtreft de hoeveelheid gesneuvelde Amerikanen in de Eerste en Tweede Wereldoorlog, de Koreaanse en de Vietnamese oorlog bij elkaar. Vanaf 1940 stijgt het aantal gevallen gestaag met een procent per jaar. Dit heeft niets te maken met betere onderzoeksmethoden of vergrijzing van de bevolking. Integendeel. Veel van de gebruikte onderzoek en geneesmethoden maken de problemen alleen maar groter. Chemotherapie verwoest niet alleen kankercellen, maar álle cellen, het beenmerg en het immuunsysteem. De gebruikte medicijnen zijn bovendien vaak zélf kankerverwekkend. Sedert dokter Hardin Jones van de universiteit van Californië na jaren onderzoek concludeerde dat 'behandeling de meeste gevallen alleen maar erger maakt' en dat 'patiënten net zo goed of zelfs beter af zijn zonder behandeling', is zijn bewering nooit weerlegd. Sterker nog: drie andere onderzoeken onderschrijven Jones' bevindingen. De 300.000 Amerikaanse vrouwen die jaarlijks een mammografie laten maken, hebben twintig procent meer kans op borstkanker dan 'normaal'. Gelukkig ontdekt negentig procent van de vrouwen hun kanker zelf, want de mammograaf blijkt er in vijftien procent van de gevallen naast te zitten.
De American Cancer Society en het National Cancer Institute zwijgen hierover, zoals wel meer onder druk van de machtige farmaceutische industrie in de doofpot verdwijnt. Er staat dan ook heel wat op het spel. Het ontwikkelen van nieuwe therapieën en medische apparatuur is big business. Het voorkómen van kanker zou een regelrechte ramp zijn voor de grote groep mensen die volledig afhankelijk is geworden van de 'genezing' van de ziekte. Belangengroepen van borstkanker survivors zijn hevig teleurgesteld in het beleid en de aanpak van de grote Amerikaanse kankerorganisaties. Onlangs werd zelfs opgeroepen tot een boycot van een groot medisch congres met maar liefst zevenenzestig borstkankerspecialisten. De muitende vrouwen hadden geen zin meer om nieuwe 'snij-, verbrandings- en vergiftigingstechnieken' aan te horen. Zij stellen bovendien vragen die niemand kan of wil beantwoorden, zoals: hoe komt het dat één op de acht Amerikaanse vrouwen borstkanker krijgt, terwijl dat in 1940 nog één op de twintig was? En waarom worden bij traditionele Afrikaanse en Eskimovrouwen nooit knobbeltjes in de borst gevonden? Waarom krijgen westerse vrouwen vijf keer vaker borstkanker dan Aziatische vrouwen, behalve als deze naar het Westen emigreren? Maar wat de vrouwen vooral willen weten is, waarom de ware oorzaken van kanker worden verzwegen.
In de jaren zeventig nam kanker op de meeste plaatsen in de wereld explosief toe. Aangezien het bekend is, dat er vijftien tot twintig jaar zit tussen het in aanraking komen met schadelijke stoffen en het uitbreken van de ziekte, is het interessant na te gaan wat er eind jaren vijftig precies gebeurde. Dat is bekend: van 1955 tot 1963 werd ondermeer in Kazakhstan in de voormaluge Sovjet-Unie, in de Amerikaanse staat Nevada en in de Stille Oceaan op grote schaal geëxperimenteerd met atoombommen. Door de enorme kracht van de explosies werden grote hoeveelheden radioactief materiaal de lucht ingeblazen. Dit circuleerde om de aarde en viel met name op plekken waar het veel regent weer neer. Zo komt er in natte gebieden in Engeland 54 procent meer kanker voor dan in drogere streken. Wereldwijd zijn er inmiddels 2049 atoomtests uitgevoerd, waarvan 1031 in de VS. Op het hoogtepunt van de nucleaire proeven - tussen 1961 en 1963 - uitten artsen voor het eerst hun bezorgdheid. Daar was alle reden toe. Men ontdekte strontium 90 in koeien- en moedermelk en zag de zuigelingensterfte toenemen. Ondanks sussende geluiden van het medische establishment werden de proeven in 1963 door president Kennedy stopgezet. Maar kinderen stierven en de moeders die hen voedden, hadden de strontium 90 in hun borsten opgeslagen. Het is deze groep moeders die de grootste toename in borstkanker vertoont.
Al in de jaren vijftig werd het duidelijk, dat het ontstaan van kanker voor een belangrijk deel is terug te voeren op milieufactoren. Naast onze drank en voeding zijn de lucht die we inademen en onze woon- en werkomgeving cruciaal. Kanker wordt veroorzaakt door een genetische mutatie in de cel, waardoor het controlesysteem verandert en de cel zich ongeremd gaat vermenigvuldigen. Deze celmutaties kunnen ontstaan door chemicaliën - zoals agrarische bestrijdingsmiddelen -medicijnen, voedingssupplementen en natuurlijk radioactief materiaal. De in het DNA opgeslagen celmutaties worden vervolgens doorgegeven aan volgende generaties. Desondanks is de chemische en elektromagnetische vervuiling in hoog tempo toegenomen. Volgens Greenpeace is er op aarde geen levend organisme meer te vinden dat vrij is van chemische vervuiling. Dat met name bestrijdingsmiddelen een grote rol spelen bij de toename van kanker, werd in 1978 duidelijk toen de Israëlische regering drie van de gemeenste bestrijdingsmiddelen verbood. Er werden dramatisch hoge concentraties gif in moeder- en koeienmelk gevonden en het percentage borstkankergevallen nam hand over hand toe. Tien jaar na de harde maatregelen was het aantal borstkankergevallen in Israël weer met acht procent gedaald.
'Specialisten' willen hier echter niets van weten en wijten kanker aan onze levensstijl. We eten te vet, roken en drinken teveel, en zitten te veel in de zon. Kortom, als je kanker hebt, dan is het je eigen schuld en moet je je levensstijl aanpassen. Dus: meer bewegen en vooral veel verse groente en fruit eten. Wat ze er alleen niet bij vertellen is, dat groenten en fruit worden volgespoten met bestrijdingsmiddelen. In Nieuw-Zeeland vond men onlangs in 56 procent van de 521 meest geconsumeerde voedingsmiddelen overblijfselen van pesticiden. In Engeland was 33 procent besmet, in de Verenigde Staten 35 procent. Vooral fruit, sla, aardappelen en tomaten zitten onder. Wassen en schillen helpt nauwelijks. Ook tarweproducten als brood en pasta zijn besmet. En natuurlijk vlees: tachtig procent bevat DDE, een afvalproduct van DDT.
Vooral de kleintjes zijn letterlijk 'het kind van de rekening'. Zij krijgen meer bestrijdingsmiddelen binnen dan welke andere bevolkingsgroep dan ook, bijvoorbeeld het dubbele van een volwassen man. Dit komt doordat ze relatief meer voeding tot zich nemen en doordat dat soort voedsel - fruit en melk - relatief meer landbouwgif bevat. Vooral de groep van één tot drie jaar is zeer kwetsbaar. Hun cellen delen zich in deze periode snel. Bovendien kruipen kinderen over de grond. Verschillende onderzoeken laten een duidelijk verband zien tussen leukemie en bestrijdingsmiddelen die in de tuin worden gebruikt. Ook boeren - traditioneel de meest gezonde bevolkingsgroep - blijken de laatste jaren steeds vatbaarder te zijn voor verschillende typen kanker. En dan hebben we het nog niet gehad over de dierenwereld. Toen onlangs grote groepen dolfijnen stierven, liet bloedonderzoek hoge concentraties landbouwgif zien. Ze waren aan een virus gestorven waar ze normaal resistent tegen zijn. De pesticiden hadden hun immuunsysteem kapotgemaakt.
Van de 70.000 middelen die ons milieu inmiddels vervuilen, is slechts een fractie getest. Jaarlijks komen er zeker duizend bij. Als - áls - een middel wordt getest, dan is dat op korte- termijneffecten, terwijl kanker juist op langere termijn toeslaat. Chemicaliën worden ook vrijwel altijd afzonderlijk getest, terwijl het bekend is dat juist cocktails honderd tot duizend keer giftiger kunnen zijn dan de afzonderlijke producten. De proeven worden bovendien uitgevoerd op ratten, muizen en andere beklagenswaardige dieren, waarvan al lang bekend is, dat ze vaak heel anders reageren dan mensen. Om met Richard Klausner, directeur van het Amerikaanse nationale kankerinstituut te spreken: 'De geschiedenis van kankeronderzoek is de geschiedenis van het proberen te genezen van muizen.'
Er bestaat een enorme belangenverstrengeling tussen de grote kankerinstituten - die letterlijk leven van de alsmaar toenemende kanker - en de farmaceutische industrie, die steeds weer nieuwe middelen en medische apparatuur op de markt brengt. En het zijn deze chemische concerns die de wereld vervuilen met bestrijdingsmiddelen en ander kankerverwekkend chemisch afval... Een typisch voorbeeld is Bristol Myers; in de Verenigde Staten de grootste leverancier van chemotherapeutische geneesmiddelen met een groot aandeel in een van Amerika's vooraanstaande kankerorganisaties, het Sloan Kettering Cancer Centre. Dit bedrijf werd onlangs beboet door de Amerikaanse voedingsraad omdat het zes niet geteste kankerbestrijders op grote schaal aan de man bracht. Het is ironisch, dat de kankerindustrie precies hetzelfde gedrag vertoont als de ziekte die zij bestrijdt: slechts uit op eigen vermenigvuldiging, verstikt en verziekt zij alles om zich heen. Totdat haar omgeving uiteindelijk zo is verkankerd, dat het hele organisme sterft. Wat deze kankercellen echter niet besteffen is, dat zij daarmee ook hun eigen doodvonnis tekenen. Om enigszins vat te krijgen op de toenemende berg chemicaliën, besloot de Amerikaanse regering in 1991 tijdelijk amnestie te verlenen aan chemische concerns die - tegen beter weten in - levensbedreigende producten op de markt hadden gebracht. Dat jaar kwamen er 11.000 onderzoeksrapporten van 120 verschillende bedrijven boven tafel, waaruit bleek dat er grote risico's waren verbonden aan middelen die inmiddels al jaren op de markt waren.
Dat geld blijkbaar belangrijker is dan onze gezondheid, werd onlangs pijnlijk zichtbaar, toen Mark Skolnik van de medische faculteit van de universiteit van Utah trots aankondigde dat hij hét borstkanker-gen had gevonden: BRCA1. Een defect in dit gen zou borstkanker veroorzaken. Het gen werd onmiddellijk gepatenteerd door Myriad Genetics, een biotechnologisch bedrijf uit Salt Lake City en... onderdeel van meneer Skolnik's team. Het bedrijf is van plan een lucratieve test te ontwikkelen om het defecte gen bij vrouwen op te sporen. Vijftien maanden later vonden Richard Wooster en Michael Stratton van het Institute of Cancer Research in Sutton in Engeland een tweede borstkanker-gen: BRCA2. Onmiddellijk vroeg CRC Technology - inderdaad: het bedrijf dat de Britten sponsorde - patent aan op dit gen, waarna een onverkwikkelijke rechtszaak volgde, omdat Myriad Genetics beweerde het gen ook al te hebben gevonden. Terwijl de advocaten elkaar nog in de haren vliegen, vragen vrouwen zich af wat ze hier nu eigenlijk mee opschieten. Volgens Claudio Stern, bioloog van Columbia universiteit in New York, is het vinden van een gen namelijk te vergelijken met het leren van een vreemde taal met behulp van een woordenboek; je leert woorden uit je hoofd, maar hebt geen idee van de context waarin de woorden worden gebruikt. Dus wanneer een test zou aantonen dat een vrouw een defect gen heeft, dan is daar verder weinig aan te doen. Daar komt nog eens bij dat slechts in vijf tot tien procent van alle gevallen borstkanker erfelijk is.
Pas in 1994 gaf het National Cancer Institute onder zware druk officieel toe dat, men de oorlog tegen kanker aan het verliezen was. Uiteraard kwam dat niet door zijn eigen wanbeleid, maar 'door een gebrek aan fondsen en te weinig directe vertegenwoordiging op regeringsniveau'. Dit gebrek aan inzicht en minachting voor de volksgezondheid uit zich ook in het systematisch ontkennen en zelfs actief tegenwerken van 'alternatieve geneeswijzen', die niet alleen vaak blijken te werken, maar bovendien veel minder schade aanrichten dan bijvoorbeeld chemotherapie en bestraling. Het zal de vooruitziende blik van de schrijver Roald Amundsen zijn geweest, die hem in 1908 over zijn Eskimovrienden deed opmerken dat hij 'oprecht hoopte dat de moderne beschaving hen nooit zou bereiken'.
Sinds de start van de 'oorlog tegen kanker' in 1971 is er tweehonderd miljard dollar uitgegeven aan het vinden van hét geneesmiddel. Het jaarlijkse budget bedraagt momenteel 2,6 miljard dollar, maar kankerinstituurdirecteur Klausner vindt dat niet genoeg. Onlangs stuurde hij het Congres een memo met het plan om in 1999 3,2 miljard dollar uit te geven. In een dringende oproep vroeg hij om meer geld om het genetisch onderzoek uit te breiden. Inspelend op de groeiende angstgevoelens werd de mythe dat meer onderzoek de enige oplossing is om kanker te genezen, weer nieuw leven ingeblazen. Over kankerpreventie was in zijn memo geen woord terug te vinden. Het meest recente initiatief van de op geld beluste kankerlobby is The March. Vele honderden lokale evenementen - uiteraard gesponsord door de farmaceutische industrie - moeten in september 1999 uitmonden in 'een historische optocht naar Washington DC om de regering aan te moedigen de droevig lage en volkomen inadequate fondsen voor kankeronderzoek te verhogen'. Hopelijk is het handjevol muitende vrouwen dat indertijd de moed had deze schertsvertoningen aan de kaak te stellen, dan in omvang toegenomen. En wie weet doen de mannen dit keer ook mee.
|