|
Wij zijn een familie van Mormonen die zich vanaf 1847 in Utah (Amerikaanse deelstaat red.) heeft gevestigd. 'Wijze gezegden' in onze familie zorgden ervoor dat we ons beperkten tot gezonde voeding - geen koffie, geen thee, tabak of alcohol. Het merendeel van de vrouwen bij ons was op haar dertigste klaar met het krijgen van baby's. En slechts een van hen moest voor 1960 de strijd aangaan met borstkanker. Als bevolkingsgroep vertonen de Mormonen traditioneel een laag percentage kankergevallen.
Is onze familie dan een medisch-cultureel buitenbeentje? Eerlijk gezegd, dachten we daar niet bij na. Degenen die dat wel deden, en dat waren vaak de mannen, hielden het simpelweg op 'slechte genen'. De houding van de vrouwen was stoïcijns. Kanker hoorde bij het leven. Op 16 februari 1971, de avond voordat mijn moeder werd geopereerd, pakte ik bij toeval de telefoon op en hoorde zo dat ze aan mijn oma vroeg wat haar te wachten stond. 'Diane, dit is een van de meest spirituele ervaringen die je ooit zult meemaken.' Ik legde zachtjes de hoorn weer neer. Mijn vader nam mij twee dagen later met mijn broers mee naar het ziekenhuis om haar op te zoeken. Ze kwam ons in de hal tegemoet met haar rolstoel. Verband was nergens te zien. Ik zal nooit haar stralende verschijning vergeten, de houding die ze had in haar violette fluwelen ochtendjas en hoe ze ons bij zich nam. 'Kinderen, alles is goed met mij. Ik wil jullie vertellen dat ik Gods armen om me heen heb gevoeld.' We geloofden haar. Mijn vader moest huilen. Onze moeder, zijn vrouw, was 38 jaar oud.
Iets meer dan een jaar na moeders overlijden zaten papa en ik aan het avondeten. Bij het toetje deed ik hem verslag van een droom die ik al vaker had gehad. Ik vertelde mijn vader dat ik al vele jaren een lichtflits zag in de nachtelijke woestijn - dat dit beeld zo diep in me was doorgedrongen dat ik nooit naar het zuiden kon afreizen zonder het weer te zien, aan de einder, waar het de rotsplateaus en dorre vlakten in zijn schijnsel ving. 'Je hebt hem ook gezien,' zei hij. 'Wie gezien?' 'De bom. De wolk. We reden naar huis vanuit Riverside in Californië. Jij zat bij Diane op schoot. Ze was zwanger. Ik weet zelfs precies de dag nog, 7 september 1957. Ik was net uit dienst ontslagen. We reden naar het noorden, langs Las Vegas. Het was zo'n uur voor zonsopgang toen er een ontploffing kwam. We hoorden hem niet alleen, we voelden hem ook. Ik dacht dat de tankwagen die voor ons reed, in de lucht vloog. We stopten langs de kant en ineens zagen we dat ding opstijgen van de woestijnbodem, duidelijk zichtbaar, een wolk op een kolom van goud, de paddenstoel. Het leek of de lucht overal ging trillen, met een onwezenlijke roze gloed. Binnen een paar minuten regende er een licht soort as op de auto.' Ik staarde mijn vader aan. 'Ik dacht dat je dat wel wist,' zei hij. 'In de jaren vijftig gebeurde zoiets wel vaker.' Op dat moment drong het bedrog tot me door dat mijn leven had getekend. Kinderen die opgroeiden in het zuid-westen van Amerika, ze dronken besmette melk van besmette koeien, zelfs uit de besmette borsten van hun moeders, mijn moeder - en gingen, jaren later, bij de dynastie van de 'Vrouwen Met Maar Een Borst' horen.
Het is een bekend verhaal in het westelijk woestijngebied, 'de Dag van de Bom in Utah', of om precies te zijn de jaren dat we in Utah bommen lieten ontploffen: de bovengrondse atoomproeven in Nevada hadden plaats tussen 27 januari 1951 en 11 juli 1962. Niet alleen waaide er meestal een noordenwind die op 'weinig productieve segmenten van de bevolking' fall-out deed neerkomen en een spoor van dode schapen achterliet, maar ook was het politieke klimaat er rijp voor. In de Verenigde Staten van de vijftiger jaren wapperde de nationale vlag fier en onverschrokken. De Koreaanse Oorlog woedde in alle hevigheid. McCarthy waardde rond. Ike was onze man en de Koude Oorlog was een heet hangijzer. Als je je verzette tegen atoomproeven, was je voor communistische heerschappij. Er is al veel geschreven over deze 'Amerikaanse atoomramp'. De volksgezondheid was ondergeschikt gemaakt aan de nationale veiligheid. Thomas Murray, lid van de Raad voor Atoomenergie, zei: 'Heren, we mogen deze serie proefnemingen door niets laten verstoren, door helemaal niets.' Keer op keer kreeg de Amerikaanse bevolking van zijn regering te horen, niettegenstaande gevallen van een verbrande huid, blaren en misselijkheid: 'Er is vastgesteld dat de proeven kunnen worden uitgevoerd binnen toereikende veiligheidsnormen, gezien de heersende condities op de bomlocaties.' Het sussen van angstgevoelens bij het publiek was simpelweg een kwestie van public relations. 'Wat u het allerbeste kunt doen,' stond er in een voorlichtingsfolder van de Commissie voor Atoomenergie, 'is u geen zorgen maken over fall-out.' In een persbericht dat typerend is voor die dagen stond de mededeling: 'Wij vinden geen grond voor de bewering dat enig individu schade heeft ondervonden van radioactieve fall-out.'
In de wereld van de Mormonen wordt het gezag gerespecteerd, gehoorzaamheid staat in hoog aanzien, en vrijdenken zeker niet. Als jong meisje werd mij voorgehouden om geen 'toestanden te maken' of 'dwars te liggen'. 'Laat nou maar,' zei Moeder dan. 'Je weet wat je er zelf van denkt, dat is het belangrijkste.' En vele jaren lang heb ik dat inderdaad gedaan - luisteren, waarnemen, en in stilte mijn eigen mening vormen, in een cultuur die slechts zelden vragen stelt, omdat alle antwoorden al bekend zijn. Maar ik heb moeten toezien hoe de vrouwen in mijn familie stuk voor stuk op een veel voorkomende en toch heldhaftige manier gestorven zijn. We zaten in wachtkamers te hopen op goed nieuws, maar het bleek altijd slecht. Ik bekommerde me om hen, waste hun lijven vol littekens, en vertelde hun geheimen niet verder. Ik zag hoe prachtige vrouwen kaal werden toen er cytoxan, cisplatine en adriamycine in hun aderen werd gespoten. Ik hield hun voorhoofd vast als ze groen-zwarte gal moesten spugen, en gaf ze injecties met morfine als de pijn onmenselijk werd. En aan het slot was ik getuige van hun laatste vredige ademtocht, en werd ik de vroedvrouw bij de wedergeboorte van hun ziel. De prijs van de gehoorzaamheid is te hoog geworden. De angst en het onvermogen tot een kritische houding tegenover het gezag, waardoor uiteindelijk de dood kon toeslaan in de dorpen op het platteland van Utah, is dezelfde angst die ik terugzag in het lichaam van mijn moeder. Schapen. Dode schapen. Het bewijsmateriaal hebben ze begraven.
Wat mijn vader zich herinnerde, klopte. De ontploffing waar wij in september 1957 doorheen reden, maakte deel uit van de Operatie Plumbbob, die tot de series proeven met de hoogste intensiteit behoorde. Die lichtflits in de nachtelijke woestijn, die ik altijd als een droom had opgevat, groeide uit tot een nachtmerrie binnen onze familie. Het duurde veertien jaar, van 1957 tot 1971, voordat de kanker zich bij mijn moeder manifesteerde - wat overeenkomt met de tijdsduur die Howard L. Andrews, specialist op het gebied van radioactieve neerslag aan het Nationale Gezondsheidsinstituut, gemiddeld aanhoudt voor de ontwikkeling van kanker ten gevolge van straling. Hoe meer ik leer over de betekenis van 'in de wind hebben gestaan', des te meer vragen er overblijven om in te verdrinken. Maar ik weet in ieder geval wel dat ik als Mormoonse in de vijfde generatie van de Heiligen der Laatste Dagen niets meer klakkeloos kan aannemen, zelfs als dat betekent dat ik mijn geloof zou kwijtraken, zelfs als dat inhoudt dat ik voor wat mijn eigen mensen betreft bij een splintergroep ga horen. Als we ons neerleggen bij blinde gehoorzaamheid in de naam van vaderlandsliefde of het geloof, verliezen we daar in laatste instantie het leven mee.
Verhuld door de duisternis slopen tien vrouwen onder het prikkeldraad door, en liepen het besmette terrein op. Ze waren op verboden gebied. Ze liepen in het maanlicht naar het stadje Mercury, met vocale begeleiding van coyotes, jonge vosjes, antilopen, eekhoorns en kwartels. Ze bewogen zich rustig en vastberaden door de doolhof van yuca's. Toen er een glimp van de dageraad zichtbaar werd, rustten ze wat, dronken thee en deelden het eten dat ze bij zich hadden. De vrouwen deden hun ogen dicht. De tijd was gekomen om vanuit het hart te protesteren. Als je nu je verwantschap met de aarde verloochende, pleegde je verraad tegen je eigen ziel. Toen de zon opkwam, tooiden de vrouwen zichzelf met mylar, een flinterdunne synthetische stof. Ze wikkelden de lange stroken zilverachtig plastic om hun armen, zodat die in de zachte bries konden wapperen. Ze droegen glasheldere maskers, die het gezicht van de mensheid werden. En toen ze aankwamen bij de stadsgrens van Mercury, droegen ze alle vlinders van een zomerdag in hun baarmoeder. Ze stopten even en gaven hun moed de gelegenheid om weer in evenwicht te komen. Het stadje dat zwangere vrouwen en kinderen de toegang verbiedt vanwege het gevaar van straling, sliep nog. De vrouwen zweefden door de straten als gevleugelde boodschappers, draaiden met vertraagde bewegingen om elkaar heen, keken door de ramen naar binnen en zagen hoe mannen en vrouwen daar simpelweg lagen te slapen. Ze stonden versteld van zoveel stilte, en stieten nu en dan een schril gekrijs of een doffe kreet uit, alleen om te weten dat er nog iemand in leven was. De inwoners werden eindelijk wakker en zagen deze wonderlijke verschijningen. Sommige van hen staarden ze alleen maar aan. Anderen waarschuwden het gezag, en na een tijdje werden de vrouwen opgepakt door wantrouwige soldaten in woestijnuniform. Ze werden meegenomen naar een wit vierkant gebouw aan de andere kant van Mercury. Toen hen werd gevraagd wie ze waren en wat ze daar deden, antwoordden de vrouwen: 'Wij zijn moeders, en we zijn gekomen om de woestijn terug eisen in het belang van onze kinderen.' De soldaten arresteerden hen, en de tien vrouwen werden geblinddoekt en kregen handboeien om. Ik hoor bij degenen die het proefterrein in Nevada binnendrongen, en werd tezamen met negen andere vrouwen uit Utah gearresteerd wegens het illegaal betreden van militair gebied. Ze testen nog steeds kernladingen in de woestijn. Wij namen onze toevlucht tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Maar toen ik op het stadje Mercury afliep, was dat meer dan een gebaar voor de vrede. Het was mijn gebaar ter ere van de Dynastie van de Vrouwen Met Maar Een Borst. Een agent klikte de handboeien om mijn polsen, terwijl een collega mij op het lichaam fouilleerde. Ze vond een pen en een bloknootje, die ik in mijn linkerlaars had gestoken. 'Waar is dit voor?' vroeg ze streng. 'Dat zijn wapens,' was mijn antwoord. Onze blikken ontmoetten elkaar. Ik moest glimlachen. Ze trok mijn broekspijp weer over de laars. 'Komt u maar naar voren,' zei ze en pakte me bij de arm. Ons proces-verbaal werd opgemaakt terwijl de middagzon scheen, en we werden per bus naar Tonopah in Nevada gebracht. De rit duurde twee uur. Dit was vertrouwd gebied voor me. De yuca's, die in Amerika Joshua trees worden genoemd, stonden nog steeds onverzettelijk in de grond. Ze hadden hun naam ontvangen van mijn voorouders, die vonden dat ze op profeten leken die naar het westen wezen, richting het Beloofde Land. Dit waren precies de bomen die elk voorjaar in bloei stonden, wanneer hun bloemen als witte vlammen in de Mojave-woestijn opgloeiden. En ik moest denken aan een volle maan in mei, toen ik met moeder tussen die yuca's had gewandeld, en we treurduiven en uilen deden opvliegen. De bus stopte even buiten het dorp. We werden vrijgelaten. De gezagdragers dachten dat ze ons mooi te pakken hadden door ons midden in de woestijn achter te laten, zonder vervoer naar huis. Ze beseften niet dat we daar thuis waren, sterk en met onze ziel verankerd, vrouwen die de zoete geur van salie opsnoven als krachtbron voor de geest.
|