|
De crisis-op-het-werk is een symptoom van iets dat veel dieper gaat: een crisis in onze verhouding tot ons werk en de uitdaging aan de mens van nu om die opnieuw uit te vinden. We moeten leren spreken van onze baan en ons werk als twee verschillende dingen. Iemand kan zich gedwongen zien een slecht betaalde baan als serveerster bij een cafetaria te nemen om zo haar rekeningen te kunnen betalen maar werk is iets anders. Werk komt van binnenuit: in werk komt onze ziel tot uiting, ons innigste wezen. Werk is voor elk van ons uniek: het is creatief. Werk is de wijze waarop de Geest via ons werkzaam is in de wereld. Werk is wat ons in aanraking brengt met anderen, niet zozeer op het niveau van persoonlijke omgang als wel op het niveau van de gemeenschap waarin we ons nuttig maken.
De essentie van werk is niet dat we ervoor betaald krijgen. Voor heel veel werk in onze cultuur wordt immers niet betaald: kinderen opvoeden bij voorbeeld, thuis koken, het organiseren van activiteiten voor jongeren, zingen in een koor, klussen in huis, het schoonhouden van de straat, luisteren naar een buur of vriend die een traumatische ervaring heeft gehad, het creëren van genezingsrituelen en vieringen. Het is ook niet de bedoeling om met het onderscheid tussen 'baan' en 'werk' een onnodig dualisme te creëren - mits er sprake is van voldoende diepgang kan men ook in een baan werk verrichten. Waarom het in wezen gaat, is dat we aandacht schenken aan het werk dat het ondernemingsmodel praktisch geheel veronachtzaamt: ons innerlijke werk. Zoals de econoom E.F. Schumacher in de epiloog bij zijn klassieke boek Small is Beautiful stelt: 'Overal vragen mensen: "Wat kan ik nu eigenlijk doen?" Het antwoord is even simpel als onthutsend: We kunnen elk werken aan onszelf, door innerlijk orde op zaken te stellen.' Door innerlijk orde op zaken te stellen, zullen we in staat blijken opnieuw te leren werken voor het mensdom. En we kunnen niet alleen in ons eigen innerlijk orde op zaken stellen; ook onze gemeenschap, onze kerk of synagoge, ons economische en politieke stelsel; onze buurt en onze familiebetrekkingen - allemaal hebben ze op dit kritieke ogenblik in de geschiedenis van de mensheid en de aarde onze aandacht nodig.
Waaruit bestaat dat nieuwe werk? Naar mijn overtuiging gaat het om werk aan de mens zelf - wat we zouden kunnen noemen 'innerlijk werk'. We hebben ons besef van ons innerlijk leven verloren; we zijn door het werken in het industriële tijdperk zo van onszelf vervreemd geraakt dat misbruik van alcohol of drugs, of een andere verslaving, vaak nog het beste surrogaat voor een innerlijk leven vormt.
Innerlijk werk is zo dringend nodig omdat wij het probleem zijn: wij zijn het die ons eigen leefmilieu en dat van andere biologische soorten vernietigen door nietsziende hebzucht, afgunst, gewelddadigheid en roofzucht. Deze spirituele zonden verwoesten onze planeet. Daarom hebben we behoefte aan spiritueel werk - en aan spirituele werkers. Er is behoefte aan enorme investeringen in talent en discipline in ons innerlijk leven. Doen we die investeringen, dan zullen we oplossingen vinden voor de overweldigende problemen van vandaag: geweld en zelfdestructie, seksisme, racisme, homofobie en angst die de mensheid in hun greep houden en die van generatie tot generatie worden afgewenteld door middel van geweld - fysiek, emotioneel, seksueel en religieus geweld. Het onrecht in de wereld komt niet alleen voort uit politieke systemen. Onze weerstand tegen gerechtigheid heeft te maken met onze psyche. Als we werken vanuit een spiritueel centrum, kan ons werk nooit meer vervreemdend zijn. Ook de afwas en vloeren schrobben, kan gewijde arbeid zijn. Zo is het in kloosters altijd geweest. We loven God door ons werk. En dat geeft ons werk dan weer glans en zin. Bij ieder werk hoort ook sleur, maar de essentie is dat het betekenis heeft. Als we ons werk doen vanuit onze Oorsprong, zal het altijd betekenis hebben. Die betekenis zelf zal misschien slechts af en toe bij ons 'doorbreken' maar ze zal altijd bij ons aanwezig zijn. Dat is het mysterie van de roeping. Op een of andere manier roept de Maker van het heelal ons op om deel te nemen - op ons niveau - aan het werk in het universum. Het is een oproep om risico's te nemen, onze levensstijl te veranderen, het materiele los te laten.
De thans van ons verwachte rol moet niet beginnen met doen maar met zijn. Werk als wijze van zijn moet voorafgaan aan werk als handelingswijze. De overgang van doen naar zijn is een van de grote winstpunten van de nieuwe spiritualiteit in ons werk. Kijken naar werk uit het oogpunt van ons zijn, plaatst onze discussie over werk in een heel nieuwe context; het veroorlooft ons een nieuwe, fantasievolle kijk op wat werk is en wat niet. We kunnen werk anders zien. Wat doet ons werken met ons zijn? Wat doet het met het zijn van anderen? En met dat van andere biologische soorten? Wat voor eisen stellen andere wezens aan ons werk? Welke vragen stellen regenwouden, walvissen en vogels ons in deze tijd over ons werk? Wat voor werk zullen de kinderen ons vragen te doen in deze tijd. Wat voor werk verlangt mijn diepste wezen te doen?
|