|
Eindelijk wordt het oude devies uit de jaren zestig begrepen: Make love, not war. Jammer, maar de verstandige wezens die het in de praktijk hebben gebracht, zijn geen mensen maar apen. Apen die op het gebied van de erotiek bijzonder gedrag vertonen: ze gebruiken seks als een niet-agressieve intimidatiemethode die uiterst doeltreffend is. Het gaat om bonobo’s of dwergchimpansees, verwanten van de gewone chimpansee. Ze leven in het hart van Afrika, in de bossen ten zuiden van de rivier de Zaïre. De groep zou op het ogenblik uit niet meer dan 10.000 individuen bestaan. Zonder de gewone chimpansees te willen beledigen, kunnen we – zoals de Nederlandse primatoloog Frans de Waal – zeggen dat de bonobo’s ‘veel meer allure hebben’. Ze zijn slanker, hebben langere armen en benen, een kleine kop met een platter en minder behaard gezicht, een breder voorhoofd en loshangend haar met een scheiding in het midden. Kortom, je zou kunnen zeggen dat ze iets ‘menselijkers’ hebben dan de gewone chimpansees. Het zijn inderdaad onze meest nabije voorouders, en niet alleen omdat we vanuit genetisch oogpunt maar twee procent verschillen – de overige 98 procent van het DNA is identiek. Volgens Angelo Tartabini, specialist op het gebied van de dierpsychologie aan de universiteit van Parma, hebben de bonobo’s een scala van seksuele gedragingen die door hun verscheidenheid vergelijkbaar zijn met die van de mens. Er komen bij hen homoseksuele, heteroseksuele en biseksuele verhoudingen voor. ‘Hun liefdesdrang openbaart zich in wederzijdse verzorging, onderzoek van de geslachtsorganen, omhelzingen, kussen, handdrukken, strelingen, het tonen van de geslachtsdelen, een erectie, mutuele masturbatie en orale seks’, verklaart Tartabini. Maar het meest opmerkelijke is dat bij heteroseksuele betrekkingen de penetratie in zijligging kan plaatshebben, in buik-rug-houding en, in een derde van de gevallen, in buik-buikhouding, dat wil zeggen met het gezicht naar elkaar gekeerd. Dat is de missionarishouding, waarvan men dacht dat die uitsluitend door de mens werd aangenomen. Het aanzien van een mannetje in de groep is afhankelijk van de rang die zijn moeder bekleedt. In tegenstelling tot de wijfjes van de gewone chimpansees, zijn de bonobowijfjes een groot deel van het jaar ontvankelijk (hun beschikbaarheid blijkt uit de roze kleur en de zwelling van hun geslachtsdelen) en ‘gaan’ ze zoveel mogelijk ‘tekeer’ zonder duidelijk voortplantingsmotief. Het geboortecijfer is bij de bonobo’s inderdaad heel laag: niet meer dan één jong in de drie à vijf jaar. Maar waarom dan zoveel seks? De verklaring hiervoor is dat seks bij de bonobo’s fundamenteel een belangrijke rol speelt, niet alleen voor het handhaven van de vrede en de eensgezindheid, maar ook bij het vormen van de sociale structuur, die eerder door de wijfjes wordt bepaald en beheerd dan door de mannetjes – zoals bij de gewone chimpansees. De macht is bij de bonobo’s in handen van groepen moeders die goed in staat zijn onderling vreedzame banden te creëren dankzij homoseksuele verhoudingen. Een van de meest bijzondere vormen van gedrag, die tot nu toe alleen bij de bonobo’s is waargenomen, is het tegen elkaar wrijven van de geslachtsorganen bij wijfjes van dezelfde familie. Wanneer er voedsel aanwezig is – suikerriet bijvoorbeeld – pakt een van de meest dominante vrouwtjes van de groep een ander vrouwtje vast en bootst seksueel contact na – met het gezicht naar elkaar gericht. Onderzoekers hebben opgemerkt dat de twee vrouwtjes bij deze handeling grimassen maken en kreetjes slaken. Onmiddellijk na dit erotisch intermezzo gaan ze allebei zitten om in alle rust hun stukje suikerriet op te peuzelen. Terwijl bij vele dieren de aanwezigheid van voedsel agressief gedrag uitlokt, is dit bij de bonobo’s juist andersom. Juist de aanwezigheid van voedsel heeft tot gevolg dat de dieren collectief veel zin krijgen om op alle mogelijke manieren de liefde te bedrijven. Op die manier nemen de spanningen af, is er geen sprake meer van agressiviteit en kan iedereen hartstochtelijk feestvieren.
|