www.odemagazine.com

Adelheid Roosen | 5 november/december 1995 issue

Directeur van de stroom

Vrouw: Ik ben gekomen met een verwijt. Ik zeg het u maar zodat u weet waar u zich op kan voorbereiden. Ik ben gekomen met een verwijt. Ik heb het al 36 jaar. Ik vind het heel pijnlijk om te hebben en ik schaam mij er verschrikkelijk voor. Het is volkomen vastgeroest. Het is absoluut niet mijn mooiste kant. Je kunt wel zeggen: het is een soort heks. Ik zeg het maar meteen. Ik loop inmiddels niet meer het risico om verbrand te worden. Dat scheelt een stuk. Het is echt niet leuk, maar ik dacht: ik ga mijn kist niet in voordat ik een keer het verwijt heb gemaakt. Ik wil het gewoon een keer tegen u zeggen. Kijk, zoals u eruitziet, kan ik u in uw eentje net hebben. Met zijn tweeen wordt linke soep en als groep vind ik u echt niet te trekken.
Kunt u dit nog aan of moet ik al weg?

Directeur: Nee, gaat u door.
Vrouw: Fijn. Maar ehh... ehh... Ik kan het gewoon niet zeggen. Ik kan het gewoon niet zeggen.

Directeur: Wat heeft u toch?
Vrouw: Waarom staat u er ook altijd ontspannen bij en waarom loop ik voortdurend als een kip heen en weer. Waarom?

Directeur: Ik ben een man.
Vrouw: Precies, ik heb eens een fijne theorie gelezen die mij heel goed uitkomt. Als u de verbinding met uw schaduw niet aangaat, word ik een heks. Want dan komt het er bij mij dubbel uit. Dan kunt u dat mij weer verwijten. Begrijpt u?

Directeur: Ja. Dat is het zo'n beetje?
Vrouw: Ach houdt u toch even uw kop.

Directeur: U moet zich concentreren?
Vrouw: Ja, ik moet me vreselijk concentreren.

Directeur: Dat dacht ik al. Dat is de moeilijkheid met u. Zo'n klus he. En waarop moet u zich concentreren?
Vrouw: Ik wil graag een verbinding met u aangaan. Ik wil al eeuwen met u een verbinding aangaan en het lukt mij niet. Ik wil graag functioneren in uw systeem en ik heb het idee dat ik dat alleen maar mag als ik er ongeveer zo uitzie als u. Mijn soort heeft zich dan ook zo aangepast en wij hebben daar een aantal dingen mee verworven. Inderdaad, posities, plekken. Weet ik veel. Eventueel macht in het ergste geval. Nou en nou dit. Ehhh... ehhh. Weet u, ik stotter me er wel door heen.

Directeur: Doet u dat. En weet u waar u met mij wilt uitkomen?
Vrouw: Hier word ik altijd bang. Omdat ik me ga schamen voor mijzelf. Ik ben de partij die wordt uitgelachen. Mij wordt hysterie verweten. Maar ik zou zo graag op mijn eigen termen met u willen blijven communiceren. Want als ik me aanpas aan die beheersbaarheid van u, kom ik er ook wel uit. Ik word in twee stukken geknipt. En met een masker op, red ik het best. Maar ik voel me een beetje dood of voor de helft leven...
Wat is voor u geluk, wat is nou voor u geluk?

Directeur: Nee, daar begin ik niet aan. We beginnen
niet aan geluk. Laat me alsjeblieft wel termen blijven hanteren, waarvan ik de reikwijdte kan overzien. Als u er zomaar wat in gaat gooien van geluk of dat soort dingen en u weet zelf ook niet waar het uitkomt, dan ga ik niet met u verder.

Vrouw: Ik weet heel goed waar geluk uitkomt. Ik hoef helemaal niet de reikwijdte van de dingen te overzien. Als ik iets voel is dat evident. Dat is de reikwijdte. U daarentegen houdt een tent draaiende.
Directeur: Precies; en een tent hou je niet draaiende op geluk. Dat is dus totaal niet aan de orde. Een tent hou je draaiende op een beetje gezond verstand, goede opleidingen, beschaving, educatie, sportiviteit. Zeg maar: moed, beleid en trouw. Daar hou je een tent op draaiende, niet op geluk. Stel je voor zeg dat ik een vergadering voorzit en zeg: hoe zit het met het geluk, heren?

Vrouw: Wat voor een tent heeft u?
Directeur: Een goedlopend bedrijf.

Vrouw: In welk genre?

Directeur: Software.
Vrouw: Software, kijk eens aan. Heeft u een zoon?

Directeur: Ja.
Vrouw: En zijn toekomst is al uitgestippeld?

Directeur: Het is een prachtig bedrijf. Hij heeft er al zin in.
Vrouw: Zo gaat dat van generatie op generatie?

Directeur: Inderdaad. Ik zal u wat zeggen: zijn zoon heeft er ook al zin in. Ik vind het een heel leuk idee als mensen later tegen hem zullen zeggen: ik heb nog zaken met je grootvader gedaan.
Vrouw: Weet u, ik blijf even in het verwijt, ik vind het grof.

Directeur: Wat vindt u grof?
Vrouw: Het is een soort dolksteek in mijn hart. Als ik de moeder ben van die zoon denk ik dat u op het moment van de overdracht uw zoon bij de hand moet nemen en die hele tent in de fik moet zetten.

Directeur: Wat zegt u?
Vrouw: U moet een prachtig groen grasveld aanleggen en tegen de jongen zeggen: dit is je plek, ontplooi je maar.

Directeur: Mijn bedrijf in de fik zetten!
Vrouw: Ja.

Directeur: Maar dat is kapitaalvernietiging!
Vrouw: Welk kapitaal?

Directeur: Alles: mijn investeringen, mijn know-how, mijn relaties.
Vrouw: Dat vindt zijn weg wel. Die investeringen, die know-how, gaan gewoon lekker naar anderen.

Directeur: Maar ik heb het mijn zoon al beloofd.
Vrouw: Misschien wil die jongen wel een ijscotent of een groen grasveld.
Directeur: Hij gaat toch geen ijscotent beginnen als hij in een goedlopend softwarebedrijf kan komen. Alsjeblieft zeg.

Vrouw: Maar waarom niet?
Directeur: Daarom niet. Omdat hij gebruik maakt van de mogelijkheden die hem worden geboden.

Vrouw: Dat is gebruik maken van de mogelijkheden binnen de beperking. Als die jongen een zielsbestemming heeft om een ijscotent te beginnen, moet hij dat doen.
Directeur: Hij heeft geen zielsbestemming voor een ijscotent. Dat garandeer ik u.

Vrouw: Hij is zeker generaties voorbestemd voor software...
Directeur: Wat heeft u tegen een goedlopend bedrijf?

Vrouw: Ik heb niets tegen een goedlopend bedrijf. Ik gun u alles. Ik gun u juist ook de andere helft van het leven. Het is een gevangenis. Waarom ziet u dat toch niet?
Directeur: Mevrouw, het is niet mijn probleem dat u bent aangeraakt door een soort foute feministische golf en alles een gevangenis noemt wat een behoorlijke bescherming biedt.

Vrouw: Dat is geen bescherming. Dat is niet kwetsbaar durven zijn.
Stel: u bent de directeur van Philips en u bent moe. Waarom kan de directeur van Philips niet de vergadering binnenkomen en zeggen: ik ben moe?
Directeur: Omdat dat niet aan de orde is.

Vrouw: Maar dat is juist de andere helft van het leven.
Directeur: Ga toch weg. Daar is het niet aan de orde.

Vrouw: Maar waarom is het niet aan de orde?
Directeur: U moet niet altijd naar het waarom vragen. U moet accepteren dat het daar niet aan de orde is. We gaan het in die vergadering niet over geluk hebben en niet over â??ik ben moeâ??.

Vrouw: U wilt voortdurend alles beheersen.
Directeur: Ik wil gewoon niet met u discussiëren over dit soort dingen. Het is niet aan de orde en deze discussie is voor mij ook niet aan de orde. Het wordt gedaan zoals het gedaan wordt.

Vrouw: Waarom wilt u van mij niks leren? Waarom mag ik niet functioneren zoals ik ben. Waarom gaat u de midlife crisis in, hebt u dertig minnaressen en hoopt u later als u zestig of ouder bent nog een beetje geluk op uw bankrekening te vinden? Waarom wilt u van mij mijn deel niet hebben? Waarom kan ik niet invoegen? Waarom kan ik mijn kwaliteit niet kwijt? Waarom moet ik worden zoals u? Waarom kunt u mijn tranen niet begrijpen?

Directeur: Wat moet ik doen om u te begrijpen?
Vrouw: Laten we het nog eens proberen. U zit een vergadering voor bij Philips. U komt binnen en dan zegt u: ik ben moe. En dan probeert u dat een beetje te integreren zodat het erg aan de orde is.

Directeur: Bent u ook in die vergadering?
Vrouw: We doen het zo: ik ben het leven, ik kom even bij u binnen en dan doe ik het u voor zoals ik het bedoel.

Directeur: Maar dat gaat niet. U kunt helemaal niet bij mij binnenkomen. De portier laat u er niet door, omdat hij weet dat ik in die vergadering zit.
Vrouw: Maar u bent toch ook het leven?

Directeur: Ja, maar daar komt u gewoon niet in. U hoort daar gewoon niet bij... Nou ja, kan mij het schelen. U heeft een pasje gestolen. U kunt er in.
Vrouw: Dat is goed. Ik steel een pasje en ik kom binnen. Ik ben het leven, ik ken u en ik ben goed met u bevriend en ik ga u ook zoenen.

Directeur: Zoenen?
Vrouw: Ja, zoenen in die vergadering. Het gaat zo: (loopt even af en komt direct weer op) â??Sorry (werpt een blik over de vergadertafel) dat ik even stoor. Geweldig trouwens, wat een leuke mannen allemaal bij elkaar. Wat lijken jullie allemaal op elkaar. Moet je horen, ik heb besloten om een hond te nemen. Ik heb hem vanmorgen uit de kennel gehaald. Het was een nest van dertien puppies en ik wist meteen welke ik wilde hebben.â??

Directeur: Schat straks, we gaan zo lunchen, nu even niet, echt, we gaan lunchen...
Vrouw: Ik was helemaal ontroerd. Zal ik hem even halen?

Directeur: Nee, nee ik zweet aan alle kanten. Ik kan dit volstrekt niet aan.
Vrouw: Waarom niet?
Directeur: Ik zie die mannen steeds kijken.

Vrouw: En wat kijken ze dan?
Directeur: Dat weet ik niet precies. Ik krijg dat niet bij elkaar. Ik krijg die vergadering en u gewoon niet bij elkaar.

Vrouw: Het zijn twee werelden.
Directeur: U brengt mij in een positie waarin ik volstrekt niet wil zitten. Begrijpt u dat?

Vrouw: Nee.
Directeur: Ik weet al wat ze gaan zeggen straks als u weg bent na die vergadering: â??Nou, dat viel even niet mee, kerel. Je hebt je er aardig doorheen geslagen, maar wel een beetje rood hoofd natuurlijk hè.â??

Vrouw: Maar wat is de consequentie?
Directeur: De consequentie is dat ze iets verzwijgen. Ze denken allemaal: als jij echt de macht had gehad, had je gezorgd dat dit niet gebeurde. Je hebt een steek laten vallen.

Vrouw: Dus, als u het vitale leven binnenlaat, laat u een steek vallen.

Directeur: In deze opzet, ja.
Vrouw: Ik krijg het hier zo benauwd van.

Directeur: Weet u wat, ik kan er alleen maar uit als ik â?? of althans doen alsof â?? als ik in een huisje op het strand ga zitten. Dan ben ik ook gelukkig.
Vrouw: Dat wil ik u zo graag besparen. Dan heeft u immers toch twee werelden. U heeft deze wereld en straks die palmhut op het strand, maar in allebei zit de essentie niet. Want, U bent dat samen.

Directeur: Maar dat krijg ik niet bij elkaar. Ik krijg ook die twee dingen niet bij elkaar.
Vrouw: Maar zou ik het u mogen leren? Zoals ik het zou doen.

Directeur: O ja, doet u dat. (staat op en geeft haar zijn stoel) U doet het beleid even. Prima, in zoâ??n pak. U hebt al een mantelpak aan. Zegt u maar iets over onze vestiging in Drachten, of zo...
Vrouw: (gaat zitten, staat direct weer op en zet de man weer op de stoel) Nee, dit klopt echt niet. Hier zijn hele groepen vrouwen aan mij voorgegaan. Dat heb ik echt gehad. Zo mis ik de essentie volledig. Dit bedoel ik niet met gelijkwaardigheid. Ik wil niet hetzelfde als u. Ik wil dat mijn ding hetzelfde waard is als het uwe. Ik wil gewoon naast u zitten. Ik wil met u delen. Ik hoef uw plaats niet. U kunt dat beter.
Wacht even, ik doe het in een andere vorm. (rent weg en komt terug met een enorme rode baljurk aan) Hier schrikt u niet van? Hierdoor voelt u zich niet bedreigd?
We oefenen nog een keer: u vertelt waarom u vanochtend te laat was.

Directeur: Laten we gauw met de vergadering beginnen, heren. Ik was tien minuten te laat, maar dat is al erg genoeg. Dus we beginnen meteen met...
Vrouw: Nee nu omzeilt u het. U moet er een punt van maarom was u te laat?

Directeur: Heren, ik was dus tien minuten te laat, maar laten we maar gauw beginnen.
Vrouw: Nee, u had gedroomd.

Directeur: Precies, ik heb vrij slecht geslapen. Ik heb een nogal vervelende droom gehad.
Vrouw: Over...

Directeur: Over een krokodil.
Vrouw: Kijk, dat is zinvol. Ik zou ook dromen over krokodillen als ik zoâ??n vergadering moest leiden.

Directeur: U bedoelt dat we daar iets over zouden kunnen zeggen?
Vrouw: Ja, natuurlijk!

Directeur: Dat we ervan uitgaan dat er ook wel misschien andere heren zijn die over een krokodil hebben gedroomd?
Vrouw: Juist, dit slaat dus ergens op. Wat symboliseren die krokodillen?

Directeur: Daar maken we het eerste agendapunt van. Als we van een krokodil hebben gedroomd: waar staat dat dan voor?
Vrouw: Een klem.

Directeur: Goed. ik stel voor om als eerste punt de klem aan de orde te stellen.
Vrouw: Precies, exact, werelds. En zo leidt dat, volgens mij, meteen naar de oplossing van de kwestie die hierna aan de orde komt.
Directeur: Is dit uw werk, dat corrigeren?

Vrouw: Ja, zo wil ik het doen. Ik pak niks af. Ik piep er alleen af en toe tussen. Het is een kwestie van gewenning.
Directeur: Ik ga gewoon trainen en u corrigeert mij.

Vrouw: Om niet al te dreigend te zijn, dacht ik, doe ik ook een transformatiestapje. Vandaar mijn jurk. Dan neemt u mij anders waar en zo kom ik in uw bedrijf.
Directeur: Heeft uw functie ook een naam?

Vrouw: Natuurlijk... Wat is uw functie?
Directeur: President-directeur.

Vrouw: Dan ben ik directeur van de stroom.
Directeur: Directeur van de stroom. Mooi de permanente stroom.

Vrouw: Ja en dan is die functie gelijkwaardig met die van u.
Directeur: Nou, dat weet ik nog niet.

Vrouw: Daar komen we nog wel uit.

Directeur: Heel goed. U corrigeert mij weer.

Vrouw: Het zijn twee helften van het leven.
Directeur: Ik heet u van harte welkom.

Vrouw: Ben ik aangenomen?
Directeur: Ja, u bent aangenomen,

Vrouw: Geweldig.
Directeur: En u weet zeker dat u in deze jurk uw functie wilt uitoefenen?

Vrouw: Yes! (gooit beide armen in de lucht)


© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright)