|
De hoer was oorspronkelijk een priesteres, de wegwijzer naar het goddelijke, want via haar lichaam trad je de gewijde cirkel binnen en werd je in ere hersteld. Krijgslieden, soldaten, bevlekt door de strijd binnen de mannenwereld, kwamen naar de Heilige Hoer, de Quedishtu, wat letterlijk ‘de ongeschondene’ betekent, om gereinigd te worden en herenigd met de goden. De Quedishtu of Quadesh wordt geassocieerd met een reeks godinnen waaronder Hathor, Ishtar, Anath, Astarte, Asherah en anderen. Patricia Monaghan vermeldt in The Book of Goddesses and Heroines het interessante feit dat Astarte oorspronkelijk ‘Zij van de Baarmoeder’ betekende, maar in het Oude Testament verschijnt zij als Ashtoreth, oftewel ‘De Schandalige’. Ondanks de heilige teksten en het orthodoxe gedachtengoed werd de oorlog gezien als iets wat de mannen afzondert van de goden, en je moest de verbinding herstellen om te kunnen terugkeren in de samenleving. Het lichaam – seks – was het middel tot terugkeer. Omdat het lichaam het medium was, was genot een onvermijdelijk bijverschijnsel, maar in deze context was bidden de voornaamste handeling binnen de seksualiteit. In de Turkse stad Pergamum heb ik de ruïne gezien van de Tempel van de Heilige Hoeren langs de Gewijde Weg, naast de andere tempels, paleizen en openbare gebouwen. Welke rituelen we in onze fantasie ook laten voltrekken in die andere bouwwerken, het is gebruikelijk om de Heilige Hoeren te associëren met orgies en liederlijk gedrag, of we ze nu ophemelen zoals de neo-heidenen, of veroordelen net als de Judeo-Christenen. Maar misschien zijn beide visies onjuist, omdat ze allebei de lichamelijke handeling overdreven onderstrepen en het spirituele aandeel negeren of betwisten. Onze materiële gerichtheid op de vorm maakt ons blind voor de inhoud. Maar het is geen wonder dat de eerste aartsvaders, de priesters in Judea en Israël, en de profeten van Jehova allen vanaf het begin de heilige hoeren veroordeelden, evenals de verering van Asherah, Astarte, Anath en de andere godinnen. Tot deze priesters ten tonele kwamen, waren de vrouwen de poort naar de goden. Als de priesters zich tussen het volk en de goden wilden installeren, moesten ze de vrouwen uit die rol stoten. Seksualiteit werd in het begin dan ook niet van nature als zondig ervaren, en de seksualiteit van vrouwen betekende ook niet per se de dreiging van armoede wegens een groot kindertal, maar er kwam bij dat de priesters alleen de macht in handen kregen wanneer ze de vrouw als route naar het goddelijke konden vervangen: die poort moest worden vergrendeld. En we mogen ervan uitgaan dat dit het doel was achter de afschuwelijke vrouwenhaat waaronder wij allemaal lijden. De vrouwen waren de onmisbare schakel tussen de drie werelden. Door je moeder kwam je in deze wereld. Via de Mysteriën, middels de riten van Demeter of Isis, kon je de onderwereld betreden. En via de Heilige Hoer kwam je tot God. De toegang was strikt persoonlijk en onvoorwaardelijk. Het was niet voldoende dat een nieuwe orde van priesters de plaats van de vrouwen innam. In de dagen van de Quedishtu diende iedere vrouw de goden als Heilige Hoer, vaak wel een jaar lang. Dit stond haaks op de hegemonie waar een priesterkaste naar streeft. Op zoek naar macht is het dikwijls nodig om de wereld op zijn kop te zetten. De priesters legden er dan ook de nadruk op dat de gewijde weg verdorven was, dat de weg naar de goden de weg naar de ondergang betekende. Dergelijke omkeringen zijn niet ongebruikelijk. Religies die een cultuur binnendringen, omarmen vaak de bestaande vormen van geloof en erediensten om ze vervolgens binnenstebuiten te keren. Op die manier werd Hades, het spirituele centrum van de Griekse voor-christelijke religie, vervormd tot de Hel. De afdaling in Hades, het brandpunt van de Eleusinische mysteriën en een verplicht inwijdingsritueel voor iedereen die zich met de ziel wilde bezighouden, werd op één lijn gesteld met lijden en verdoemenis. Waar ooit Pindarus had geschreven ‘Driewerf gezegend zijn zij die deze Mysteriën zagen, want zij kennen het eind van het leven en het begin’, bracht Dante later het opschrift aan ‘Laat alle hoop varen, alwie hier binnengaat’. Zo werd Dionysus, de god van het leven, tot Satan, en Adonis, Aphrodite’s metgezel, werd Christus. Maria Magdalena, de Heilige Hoer, werd verwisseld en vervormd, Aphrodite werd Eva werd de Maagd Maria. De omkeringen waren voltooid. De reis van Psyche (de ziel) naar individuatie werd nagenoeg onmogelijk nu Aphrodite, de moeder van Eros, er niet langer was als baken voor het Zelf. Drie cruciale wegen naar de drie werelden waren geblokkeerd of ontheiligd. God ging niet dood ten tijde van Nietzsche maar al eeuwen eerder, toen de priesteressen hun invloed en het heilige lichaam zijn waarde verloren. Dit is een essay over verleiding, over vamps, over erotiek – een poging om een traditie te doen herleven, om een levensvisie een nieuwe geldigheid te geven. Het gaat niet alleen over het terugbrengen van zekere gebruiken, maar vooral van het bewustzijn waaruit die gebruiken voortkomen. Welke uitwerking had het knevelen van de Heilige Hoer op de wereld? We houden ons hier nu niet bezig met het verlies aan inzicht waarmee dat knevelen gepaard gaat. Aan alle gebruiken die de vrouwelijke benadering eerbiedigden, werd een eind gemaakt. De Eleusinische mysteriën, die voor onsterfelijkheid hadden gezorgd, werden verboden. De mysteriedienst van de Kabiren, speciaal bedoeld om mensen met bloed aan hun handen van hun schuld te bevrijden, werd verboden. De menselijke voortplanting raakte verweven met angst en schuldgevoel. Vruchtbaarheidsfeesten die de verbinding konden vormen tussen aarde en geest werden veroordeeld. Toen de priesters een scheiding aanbrachten tussen het lichaam en het goddelijke, splitsten ze ook het goddelijke en de natuur, en schiepen zo het onderscheid tussen geest en lichaam. De wereld werd geseculariseerd. We kunnen alleen maar gissen wat de gevolgen geweest zijn, al mogen we aannemen dat het gevolgen had als de mannen van de oorlog terugkwamen zonder de gelegenheid om het bloed van hun handen te wassen, als de lijfelijke, dagelijkse omgang tussen goden en mensen niet intact bleef. Niet de vrouwen als zodanig werden aangevallen, maar de goden gingen in ballingschap. Misschien komt de wereld zoals we die nu kennen, onpersoonlijk, abstract, niet-betrokken en grofbesnaard, wel voort uit die scheiding. In een gewijd universum is de hoer een heilige vrouw, een priesteres. In een seculier universum is de hoer een slet. Dat onderscheid verbeeldt de kwelling in ons leven. De vraag is: hoe gaan we hier vandaag de dag mee om, als vrouw? Is er een manier om de samenleving opnieuw heilig te maken, om er weer de priesteres van te worden, onszelf in dienst te stellen van het goddelijke en de eros? Hebben we een nieuwe visie, een remedie? Weten we een nieuwe invulling voor het begrip ‘publieke vrouw’? Hoe past de nieuwe publieke vrouw in de maatschappij? We moeten weer vamps worden, seksueel-spirituele wezens. We moeten weer optreden vanuit de eros. Dat wil zeggen dat we eerst onszelf op de meest ingrijpende manier moeten veranderen. We kunnen niet het medium worden dat de samenleving opnieuw heiligt tenzij we weer de priesteressen willen zijn die de goden geheel van nature dienen, niet op een theoretische en loze manier. Het wil zeggen dat we ons met de eros moeten vereenzelvigen, ongeacht de eventuele gevolgen voor onszelf. Ook al lijkt het dwaas, onvoordelig, ook al maakt het ons kwetsbaar. Het wil zeggen dat we ons bij het uitvoeren van deze taak niet meer laten afleiden door genot, macht, lust of kwaadheid. Het vraagt om een oprechte nieuwe toewijding. Juist die nieuwe toewijding aan de beginselen van het vrouwelijke levert jammer genoeg talrijke problemen op. Het vrouwelijke wordt zo geminacht, is zo onteerd, heeft zo weinig invloed in de wereld, we hebben zoveel kansen voorbij zien gaan, zijn zo sterk onderdrukt, dat het moeilijk is – of af en toe haast onmogelijk – om door te gaan met het uitdragen van het vrouwelijke in de wereld zonder het gevoel te hebben dat we onszelf blootstellen aan weer nieuwe aanrandingen. Dus zitten we klem in een vreselijke paradox. Om ons krachtig te voelen, om iets van een vinger in de pap te krijgen, moeten we juist die mannenmanieren aanleren die ons onderdrukken en binnenkort de hele wereld kunnen verwoesten. In beide gevallen lijken we mee te werken aan onze eigen ondergang. Maar als we het vrouwelijke principe weten in te schakelen, kan de planeet misschien overleven, en ook de menselijke soort, en kunnen we uiteindelijk in voorspoed leven. En zonder het vrouwelijke en de eros gaat alles onherstelbaar verloren. Dus moeten alle vrouwen weer Heilige Hoeren worden. Vanuit het feminisme ontstond bij vrouwen een grote belangstelling voor geestelijke zaken. De Godin en godinnen werden opnieuw aangeroepen. Er kwam een opvallende belangstelling los voor spiritualiteit, mythen, rituelen en ceremonies. Het geestelijke instinct, dat diep begraven lag in ons seculiere universum, brak door naar de oppervlakte. Als onderdeel van deze nieuwe spirituele wereldorde moeten we meewerken aan twee vormen van ketterij. De tweede is de hernieuwde heiliging van ons eigen lichaam. De eerste opdracht, nog veel moeilijker, is terugkeren naar het oeroude, neolithische, heidense, matriarchale concept van het gewijde universum zelf. Maar het loslaten van de seculiere manier van denken betekent waarschijnlijk de ketterij van de eeuw. Vandaar onze enorme psychische pijn. Maar hoe worden we dan Heilige Hoeren? Hoe brengen we haar tot stand zonder haar letterlijk te zijn? Hoe brengen we haar kern tot leven? Hoe bouwen we de tempel weer op? Hoe veranderen we niet alleen ons gedrag, maar ook ons inzicht? Om een Heilige Hoer te worden moet je bereid zijn om aan het benarde bewustzijn te lijden dat de ketter kenmerkt. Het betekent de bereidheid en kracht om een bepaalde wereldvisie vol te houden als de meerderheid een andere aanhangt. Het betekent jezelf wijden aan eros, binding en koppeling, terwijl de wereld hangt aan thanatos, scheiding en losmaken. De Heilige Hoer was de vrouwelijke Elkerlyck, en ze maakte zich ter ere van de goden met name dienstbaar aan degenen die buiten het domein van de goden verkeerden. De hedendaagse Heilige Hoer moet bereid zijn om het gewijde te brengen bij degene die bezoedeld is. Zij moet degene zijn die ‘de ander’ binnenhaalt – degene die haar liefde deelt met ‘de ander’ om hem weer in verbinding te brengen met de gemeenschap. Ze koestert het geloof dat ‘de ander’ geen buitenstaander wil blijven. Dit zijn oude en vertrouwde ideeën, makkelijk uit te spreken, zo lastig in praktijk te brengen. Toch kan er, als ze binnen onszelf veranderen van idee in overtuiging, buiten onszelf ook zo’n verandering volgen. Ik heb de laatste tijd een paar keer iets uitgeprobeerd wat ik Persoonlijke Ontwapening noem. Ik vraag dan aan mensen om zich even te beschouwen als een onafhankelijke staat, en zichzelf de regels op te leggen die volgens hen voor hun land moeten gelden. Bij deze oefening moeten ze hun vijanden, legers, defensieve en offensieve systemen, geheime wapens enzovoorts beschrijven. Na dit staaltje van zelfonderzoek vraag ik ze om publiekelijk althans één daad van persoonlijke ontwapening te stellen, om de overgang naar een vreedzame wereld op gang te brengen. Volgens mij zijn ons militarisme en onze defensieve houding uitingen van onze innerlijke angst en agressie. Ik geloof dat het uiteindelijk voor ons als landen gemakkelijker zal zijn om te ontwapenen als we individueel al ontwapend zijn. Een dergelijk zelfonderzoek is onmisbaar bij de kwestie waarover ik schrijf. Als we bordelen tegen onze tempels aanbouwen en daar onze meisjes van achttien heensturen, zou dat bespottelijk zijn en niets veranderen: er kan niets veranderen zolang we het vrouwelijke minachten, afgeven op ons lichaam en het gewijde universum met ongeloof bezien. Dat is onomstotelijk bewezen door de seksuele revolutie, want daardoor is niets veranderd. Dus is het helemaal niet de seks waar we naar op zoek zijn, het gaat om iets veel diepers. De taak is om het lichaam te leren beschouwen als iets spiritueels, en seksualiteit en erotische liefde als spirituele bezigheden, te geloven dat de eros doelgericht is, en het vrouwelijke te eren, zelfs waar dat onteerd en achtergesteld wordt. Hier volgt daarom een aantal vragen die we onszelf volgens mij heel oprecht moeten stellen:
Voor wie sluit ik mezelf af? Wanneer heb ik geen tijd voor liefde of erotiek? Wanneer vind ik erotiek gevaarlijk voor mezelf? Wanneer laat ik toe dat erotiek beladen wordt met schuldgevoel? Waar sta ik open voor, aanvaard ik, stimuleer ik het idee van de zonde? Wanneer gebruik ik seksualiteit als afleiding in plaats van eenwording? Wanneer misbruik ik mijn lichaam? Hoe versterk ik de scheiding tussen lichaam en geest? Wanneer en hoe kleineer ik het vrouwelijke? Wanneer aanvaard ik het goddelijke alleen als het me goed uitkomt? Hoe vaak leg ik me neer bij het ‘echte leven’?
Tijdens een meditatie kwam ik onlangs in aanraking met een grote, stralende vrouw, pakweg 2,5 meter lang, duidelijk de verschijning van een godin. Haar haren waren van zuiver licht. Terwijl ze op mij toekwam, werd ik zowel vervuld van ontzag voor haar schoonheid als van doodsangst door haar aanwezigheid. Als ik haar in mezelf zou sluiten, wist ik zeker dat mijn leven voortaan anders zou zijn, ik zou veel van de mannelijke rollen moeten loslaten die ik me had eigengemaakt om me staande te kunnen houden in de wereld. De vrouw was heel machtig, maar het was een macht die wortelde in ontvankelijkheid, weerklank, magnetisme en uitstraling. Zij had de kracht van de eros, ze trok me naar zich toe. Bij haar verschijnen moest ik denken aan de uitspraak van een vriendin. ‘In het geval van de kerkklok’, had zij gezegd, ‘willen we allemaal de klepel zijn, niemand is liever de klok. Maar het is de klok die zingt.’ Toch ervoer ik toen zij verscheen heel bewust de angst voor het vrouwelijke waarover ik zo vaak had gelezen en gehoord. Ik was bang voor mijn eigen wezen. Op dat ogenblik koos ik volledig voor de risico’s van de ketterij, voor de overstap naar het vrouwelijke, hoe zwaar ik daar ook voor moest boeten. En hoewel ik erover heb geschreven en nagedacht, en heb geprobeerd om ernaar te handelen, moet ik toegeven dat het me niet lukt om me volledig in de mantel van de Heilige Hoer te hullen. Dit maakt me treurig, en ook nederig tegenover de eisen die zo’n opdracht stelt. Maar ik heb mijn keuze gemaakt: dat is de vrouw die ik graag wil zijn. Waar inzicht ontbreekt is handelen nutteloos, zelfs gevaarlijk. Inzicht leidt daarentegen onvermijdelijk tot de juiste handeling. Dat inzicht verwerven kan oneindig lang duren. Een samenleving inzicht verschaffen kan soms lichtjaren lijken te kosten. Maar onze omstandigheden zijn nu zo precair, dat we ons geen actie zonder inzicht kunnen veroorloven. Er is te veel te verliezen. We moeten de tijd nemen, hoe lang het ook duurt, om het inzicht van de Gewijde Hoer zijn plaats terug te geven. We moeten onszelf de tijd gunnen, hoe lang ook, om de eros te rehabiliteren.
|