|
De school als boegbeeld |
|
Dick Atkinson, leraar en socioloog, heeft de afgelopen 25 jaar geprobeerd het gevoel voor verbondenheid in de buurt te bevorderen. In zijn pamflet, The Common Sense of Community, staat: ‘In plaats van het oude model van een plaatselijk gezag als een monopolist van macht, kunnen we in eigen beheer netwerken opbouwen, die de cohesie in gemeenschappen bevorderen en waarop mensen trots kunnen zijn.’ Atkinson heeft met anderen zijn eigen netwerk gesticht: St Paul’s Community Project. St Paul’s drijft een school, een verpleeghuis, een inloopcentrum en een stadsboerderij. Volgens Atkinson werkt het project als een dorpscentrum en is het een brandpunt voor de buurt.
Boegbeeld van dit ‘stadsdorp’ is St Paul’s voortgezet onderwijs. Voor Atkinson is een school een morele gemeenschap. ‘Nu de rol van de familie en de kerk verdwijnt, moeten scholen het gat opvullen, als steunpunt voor gezinnen en gemeenschap’, schrijft hij in zijn pamflet. St Paul’s school is klein, telt slechts 35 leerlingen. Tien daarvan zijn van andere scholen in Birmingham gestuurd. Anderen waren volhardende spijbelaars. Allemaal hebben ze emotionele problemen. Schoolhoofd Anita Halliday: ‘Als ik een halve minuut achter elkaar aan het woord kan zijn zonder dat de hel losbreekt, ben ik goed bij stem die ochtend. Grapje.’ Prompt daarop gilt een tiener door de gang: ‘Ik haat deze rotschool.’ Maar de 35 zijn er wel elke dag. ‘De leerlingen hebben het gevoel dat ze serieus worden genomen en de helft haalt redelijke cijfers.’ Er wordt veel aan handenarbeid gedaan in het onderwijs. Halliday vindt leren omgaan met elkaar tenminste zo belangrijk als leren. ‘Ze hebben een eigen schoolraad en maken tripjes in de weekends.’ De ouders betalen 2,50 pond schoolgeld per week. De gemeente subsidieert de school een beetje en de rest wordt via bedrijfsleven en particulieren bij elkaar gesprokkeld. |
© Ode Magazine USA, Inc. and Ode Luxembourg 2009 (further information in Privacy & Copyright) |