Email   Print
Share  

Leiderschap als partnerschap

‘Inclusief denken’ zal onze manier van samenleven en samenwerken voorgoed veranderen.

Manfred van Doorn and Victor van Doorn | Ode-bijlage bij NRC maart 2012 issue

De periode van 2001 tot 2011 bracht twee interessante leiders tegenover elkaar: Eric Schmidt van Google en Steve Jobs van Apple. Beide leiders hebben niet alleen grote bijdragen geleverd aan hoe onze computers werken, maar vooral ook aan hoe wij zelf denken. Ze hebben meegeholpen de wereld te maken tot wat ze nu is: de door Marshall McLuhan voorspelde global village. Schmidt zat van 2006 tot 2009 ook in de raad van bestuur van Apple, tot hij moest vertrekken door de toenemende concurrentie tussen de twee reuzen die te veel op elkaar gingen lijken toen Apple meer op de cloud ging doen en Google telefoons ging verkopen. Toch bestaan er nauwelijks meer tegengestelde persoonlijkheden dan Jobs en Schmidt. En daar kunnen wij ons voordeel mee doen.

Van de vorig jaar overleden Steve Jobs is bekend dat hij sterk verticaal – topdown – leidinggaf. Hij had een visie en die wilde hij aan zijn bedrijf en aan de wereld verkopen. Hij had weinig op met focusgroepen om te vernemen wat de klant wilde. Hij was ervan overtuigd dat je als pionier voorop moet lopen en aan de klant moet vertellen wat hij of zij nodig heeft. Hij citeerde graag zijn geestverwant, Henry Ford: ‘Als je vlak voor de introductie van de auto aan de klant had gevraagd wat hij het liefst wilde, was het antwoord geweest: een sneller paard.’ Eric Schmidt daarentegen kenmerkt zich als een horizontale verbinder, een facilitator. Hij vindt dat hij als leider zo veel mogelijk kan overlaten aan een grotere groep hoogintelligente en gemotiveerde medewerkers. Van hem is bekend dat hij als algemeen directeur van Google aan zijn managementteam voorstelde: ‘We hebben een visie nodig en als jullie die ontwikkelen, breng ik hem wel naar buiten’ en dat hij stellingen poneerde als ‘de beste ideeën komen gewoonlijk niet van de topmanagers’. Na Google van 2001 tot 2011 succesvol te hebben geleid, gaf hij de leiding over aan de inmiddels volwassen genoeg geworden medeoprichters van Google, Larry Page en Sergey Brin. Het bijzondere is dat hij in de tien jaar als algemeen directeur altijd al het bedrijf samen met deze twee als driemanschap heeft geleid en ook bij zijn terugtreden gewoon bij Google blijft als adviseur.

‘Inclusief werkende’ leiders combineren het hiërarchische aspect van Steve Jobs en het verbindende aspect van Eric Schmidt. Ze zijn in staat tot samenwerken én dicteren, tot schitteren in de media én dienstbaar zijn voor het grotere geheel. Dat betekent dat veel principes in dit leiderschap samenkomen. Inclusieve leiders beseffen dat veel goede ideeën geboren worden tússen mensen en dat deze ideeën in de dialoog aan kracht winnen. Ze weten dat groepen verschillen in de mate waarin ze zelf verantwoordelijkheid kunnen en willen dragen en passen daarin de eigen stijl aan. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze in de ene situatie aan crowd sourcing doen en in de volgende topdown ideeën en richting opleggen.

Hun bereik is groot omdat de omgeving voelt dat ze beide krachten in huis hebben en dat deze elkaar versterken. Iemand met visie die ook kan luisteren, dwingt respect af. De ideale synthese is dan dat de leider aan groepsleden oplegt wat ze zelf hebben gekozen, mogelijk in de vorm van concreet te behalen resultaten en een strenge deadline. In feite is het driemanschap van Google al een voorbeeld van deze nieuwe manier van leidinggeven: leiderschap als partnerschap en leidinggeven om leiders te genereren. Hoewel deze vorm van leiderschap al incidenteel in de hele geschiedenis van de mensheid valt te herkennen, gaat ze nu voor het eerst de norm worden. Dat heeft te maken met de toenemende emancipatie, niet alleen van vrouwen en minderheden, maar van mensen over de hele wereld. Leiders kunnen niet langer alleen maar dicteren of alleen maar overleggen, ze zullen moeten voorgaan om anderen in de gelegenheid te stellen te floreren, ze zullen inclusief moeten denken en handelen.

We denken er niet elk moment aan, maar ergens weten we het wel: we leven in de meest turbulente periode uit de geschiedenis van de mensheid. Nooit eerder waren zo veel mensen zo goed opgeleid en nog nooit eerder leden zo veel mensen honger, waren we tegelijkertijd zo dicht bij de totale extinctie als bij de totale verlossing van armoede en onwetendheid, was er zo veel rijkdom en waren onze bronnen zo uitgeput, waren de problemen zo complex en nooit eerder waren de oplossingen zo simpel. Om goed te kunnen functioneren in deze wereld van complexe tegenstrijdigheden zullen wij zelf ook complex en tegenstrijdig moeten worden. Sterker nog: we zullen een ‘simplex’ bewustzijn moeten ontwikkelen, getraind om het simpele in het complexe te zien en omgekeerd. Klassiek scheidingsdenken gaat worden overstegen door vormen van inclusief denken die onze manier van samenleven en samenwerken voorgoed zullen transformeren. Dit alles betekent een afscheid van tweeduizend jaar oude dominantie van Westers denken en de integratie met een meer Aziatische en Afrikaanse denkwijze. De nieuwe wereldburger kan tegengestelde opvattingen tegelijkertijd voor waar nemen. Dit zal niet alleen gelden voor de manier waarop we waarheid ervaren, maar ook voor de manier waarop we rijkdom verdelen. We zien het nu al steeds gewoner worden om voorbij de zogenaamde nulsomspellen te gaan, naar een denken waarbij iedereen kan winnen, hetgeen eigenlijk de basis vormt van elke gezonde economische transactie. Het is de essentie van waardecreatie.

Als we het oude 0-of-1-paradigma exclusiviteit noemen (je bent winnaar of verliezer, je hebt gelijk of niet), dan wordt het nieuwe paradigma inclusiviteit. Dit houdt in dat we anders omgaan met goed en fout, waar en onwaar. Het bijzondere is zelfs dat we niet hoeven te kiezen tussen inclusief of exclusief. De nieuwe omgang met tegenstellingen betekent dat inclusiviteit het oude model niet uitsluit, maar kan omvatten en incorporeren. Deze nieuwe manier van denken, voelen en handelen maakt nieuwe combinaties mogelijk van ratio en intuïtie en helpt ons om voller in het leven te staan, minder van onszelf en van elkaar te hoeven buitensluiten. Ook op maatschappelijk en politiek niveau is het niet meer links of rechts. We zullen beide benaderingen hard nodig hebben. Het is immers niet gelukt via het communisme de solidariteit zo vorm te geven dat iedereen voldoende verantwoordelijkheid en eigen initiatief ging nemen. En het is niet gelukt via het kapitalisme de eigen verantwoordelijkheid zo vorm te geven dat iedereen voldoende solidariteit ging tonen. De dans is tussen staat en markt. Hierbij heeft de dominantie van de markt geleid tot verschraling van de sociale verantwoordelijkheid en afname van de slagkracht van de staat als vertegenwoordiger van het grotere belang. De wereldwijde serie van crises vraagt om een nieuwe samenlevingsvorm die de twee uitersten verbindt.

Laten we deze nieuwe samenlevingsvorm communalisme noemen, een samentrekking van kapitalisme en communisme. In deze samenleving pakken de leiders niet alleen de macht, maar vooral ook de verantwoordelijkheid. Ze doen dit niet als een soort verdienste. Het is niet ‘kijk mij eens verantwoordelijk zijn, nou moet ik wel veel geld van jullie krijgen’. Ze doen het omdat ze weten dat ze niet anders kunnen. Deze nieuwe leiders hoeven zich niet uniek en eenzaam aan de top te voelen. Ze zijn in staat om samen te werken en macht uit te besteden. Ze hoeven niet verheerlijkt te worden. Ze doen immers wat ze niet kunnen laten. En met plezier. Daarmee nemen we afscheid van exorbitante beloningen voor mensen met een aangeboren talent in een bepaald gebied. Ze kunnen en willen immers niet anders, zoals iemand met een aangeboren motorisch talent misschien niet anders kan en wil dan ambachtelijk werk.

De nieuwe leiders geven leiding omdat ze binnen een nieuwe maatschappij zijn opgegroeid waar hen is duidelijk gemaakt dat het voor hen en voor de maatschappij het best is als ze tot hun optimale zelfverwerkelijking komen. Dus optimale zelfontplooiing ten behoeve van het collectief. Daarmee laten we het ik-tijdperk achter zonder terug te vallen op oude vormen van collectivisme. We noemen die vorm van samenleven collectividualisme. Zowel dit collectividualisme als het communalisme worden gekenmerkt door grote samenwerkingsprojecten en brede draagkracht. Iedereen mag meedoen en de leiders pakken het mandaat. Deze leiders zijn diverser dan vroeger. Er zijn sociale, morele en technische mandaatdragers. Ze ontvangen zonder te graaien en dragen bij omdat dit bijdraagt aan hun levensvreugde. Als het ons lukt om in dit beladen jaar te handelen vanuit het besef dat we ons zowel in een ernstige als in een feestelijke fase bevinden van de volwassenwording van de mensheid, dan kunnen we juist met de acceptatie van onze fysieke grenzen komen tot een wereld van onbeperkte mogelijkheden.

De zeven eigenschappen van inclusief leiderschap

Een inclusieve leider...
- kan samenwerken én dicteren
- kan schitteren in de media én dienstbaar zijn voor het grote geheel
- stimuleert krachten van onderaf én legt van bovenaf ideeën op
- kan een richtinggevende visie uitdragen én goed luisteren
- kan stralen én anderen laten stralen
- ziet het simpele in het complexe én het complexe in het simpele
- kan macht uitbesteden én naar zich toe trekken

 
 


Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: