Duurzaamheid: van afval naar overschot
Waarom cradle-to-cradle -ontwerpen met materialen die oneindig herbruikbaar of bilogisch afbreekbaar zijn - goed is voor het milieu en bedrijven.
Mark Baal, van
| Ode-bijlage bij NRC maart 2011 issue

Van Gansewinkel zamelt glas en ander afval in om het te leveren als grondstof aan bedrijven die het gebruiken als basis voor nieuwe producten
Foto: Van Gansewinkel groep; fotogotrack/dreamstime.com
In één van de fabriekshallen van tapijttegel- en kunstgrasfabrikant Desso in Waalwijk laat een lopende band oude tapijttegels één voor één in een machine vallen. Het monotone, raspende geluid van de machine stokt even als er een tegel in valt. De recyclemachine voor oude tapijttegels is de toekomst voor Desso, dat af wil van de bijna dagelijkse aanlevering van tankwagens met hete bitumen (een bestanddeel van aardolie) en vrachtwagenladingen vol rollen garen. Desso wil zijn eigen producten gebruiken als grondstof. De recyclemachine maakt van oude tapijten nieuwe, zodat Desso afval terugdringt en bespaart op grondstoffen. Het is onderdeel van de zogeheten cradle-to-cradle-filosofie: een concept waarin materialen oneindig herbruikbaar of biologisch afbreekbaar zijn. Het is een vernieuwende milieustrategie waar steeds meer bedrijven zich aan committeren.
Kort na de aftrap van Desso’s ambitieuze en kostbare strategie in 2008 sloeg de crisis toe. Samen met de markt van bouwend Nederland zakte de tapijtmarkt in elkaar met meer dan 30 procent. Overal in het bedrijfsleven werd bezuinigd om kosten terug te brengen. Bij Desso werd ook gesneden, maar op milieugebied zwichtte het niet voor de eerste reflex van bedrijven in crisistijd. Desso bleef trouw aan zijn ideologie en plukte zowaar de eerste commerciële vruchten. Ook voor andere Nederlandse bedrijven blijkt cradle to cradle een crisisbestendige strategie. Sterker nog: het helpt ze overeind te blijven tijdens de crisis, door geld te besparen op zowel de verwerking van afval als de aanschaf van grondstoffen. Bovendien spreekt de omarming van cradle to cradle aan – niet alleen bij bewuste consumenten, maar ook bij zakelijke partners, waardoor nieuwe inkomstenbronnen ontstaan in advieswerk.
‘Onze inspanningen gaan onverminderd voort’, zegt Rudi Daelmans, Desso’s directeur Duurzaamheid. De recylemachine, een miljoeneninvestering, werd vorig jaar aangeschaft en zal voorlopig geen winst opleveren. Ook werd midden in de crisis besloten om een recyclefabriek in Engeland te bouwen. Op marketing en reis- en verblijfskosten werd bezuinigd, maar niet op cradle to cradle. ‘Er is hooguit discussie geweest om wat gas terug te nemen,’ zegt Daelmans, ‘maar we geven juist extra gas.’
De motivatie om te blijven investeren wordt versterkt door de commerciële resultaten. Terwijl de markt instortte, daalde Desso’s omzet met ruim 10 procent, wat betekent dat het de tapijtfabrikant lukte zijn marktaandeel te vergroten in een dalende markt. Volgens Stef Kranendijk, bestuursvoorzitter van Desso, is meer dan de helft van de groei in marktaandeel te danken aan cradle to cradle. ‘Als ik bij een klant kom, praat ik niet meer over tapijt, maar over hoe wij hem kunnen helpen met duurzaamheid.’ De expertise op milieugebied heeft geleid tot een concurrentievoordeel wanneer andere bedrijven een duurzame bedrijfsvoering nastreven.
Kantoormeubelfabrikant Ahrend koos er drie jaar geleden voor om in 2020 te voldoen aan de strenge eisen van het cradle-to-cradle-productieproces. Ahrend werd in het crisisjaar 2009 misschien nog wel harder getroffen dan Desso. In sommige landen zakte de markt met 55 procent in elkaar. Ahrend moest hierdoor medewerkers ontslaan, maar bezuinigde niet op de gekozen milieustrategie. Het consultancybureau van Michael Braungart – de Duitse chemicus die met de Amerikaanse architect William McDonough bedenker is van cradle to cradle – en de investeringen in nieuwe machines kosten Ahrend kapitalen, maar ook daar werd niet gesneden.
‘Natuurlijk is hier en daar discussie over de hoge uitgaven aan cradle to cradle’, zegt Roel van der Palen, manager business development. ‘Maar klanten kiezen juist omdat we deze koers varen voor ons. Bedrijven die innoveren ondanks een tegenzittende markt, pakken die markt.’ Ook Ahrend vergrootte zijn marktaandeel. Vorig jaar was 36 procent van de omzet toe te schrijven aan cradle-to-cradle-producten; dit jaar moet het de helft zijn. De crisis heeft geen rem gezet op de ambities.
Niet alleen heeft cradle to cradle omzet opgeleverd; het heeft ook een gunstig effect op de kosten, zo bewees Ahrend. Wie cradle to cradle consequent toepast, ziet kosten dalen, omdat zowel de organisatie als de productie effectiever worden. Bovendien ontstaat steeds minder afval. Van der Palen: ‘Afval kost gewoon keihard geld.’
Minder afval is ook een gevolg van de economische malaise. Wanneer bedrijven minder produceren, creëren ze immers minder afval. Voor afvalbedrijven is dat een zorgelijke zaak. Maar de Van Gansewinkel Groep, oorspronkelijk een afvalbedrijf, had in 2008 cradle to cradle omarmd door een stap verder te gaan dan recyclen. Door afval in oneindige cycli te brengen, heeft Van Gansewinkel het begrip afval min of meer opgeheven. Het afvalbedrijf van de toekomst is geen afvalbedrijf, maar een grondstoffen- en energiebedrijf, zo luidde het nieuwe adagium. Drie jaar later verdient Van Gansewinkel niet langer alleen aan het ophalen van vuilnis, maar ook aan advieswerk en de verkoop van grondstoffen.
Tijdens de reorganisatie, geïnitieerd om de crisis het hoofd te bieden, hebben managers van Van Gansewinkel gesproken over de mogelijkheid de cradle-to-cradleprojecten stop te zetten. Maar dat was volgens de directie geen optie, vertelt marketingmanager Florens Slob. ‘Het is een cruciaal onderdeel van onze bedrijfsvoering’, legt Slob uit. ‘Daar gaan we mee door.’ Sterker nog, tijdens de financiële onrust zaten alle 150 topmanagers en directeuren van het bedrijf eens per week in Hamburg voor een opleiding van EPEA, het instituut van Braungart.
Ook Van Gansewinkel boekt commercieel succes met de nieuwe koers. ‘Het verdiept ons contact met klanten’, zegt Slob. ‘Cradle to cradle brengt ons van de achterdeur van het bedrijf, waar we normaal gesproken het afval ophaalden, naar de voordeur, waar we grote beslissingen nemen.’ Medewerkers van Van Gansewinkel adviseren tegenwoordig productdesigners van Philips hoe ze apparaten kunnen ontwerpen die te recyclen zijn. De inkomsten uit consultancy gingen van 0 euro naar een paar ton per jaar. Van Gansewinkel laat zien dat medewerkers van afvalbedrijven niet meer de laatste schakel zijn van de consumptieketen, maar trendsetters in de transformatie naar een duurzame economie.
Cradle to cradle laat zien dat economische ontwikkeling en milieubescherming samen kunnen gaan. Josee van Eijndhoven, professor Duurzaamheidsmanagement aan de Erasmus Universiteit, bevestigt dat: ‘De cradle-to-cradlefilosofie zorgt ervoor dat materialen hun waarde behouden.’ Ook meent ze dat die uitnodigt tot een vernieuwende manier van denken. ‘In een periode van crisis is niets belangrijker dan dat.’
Weliswaar sloeg de crisis te hard toe voor de Nederlandse pioniers om te kunnen groeien, maar ze deden het wel beter dan hun concurrenten, juist doordat ze vasthielden aan hun idealen. ‘Wanneer het enkel idealisme was,’ zegt Slob, ‘dan waren we er niet aan begonnen.’
De regels van cradle-to-cradle
Na gebruik moeten alle ingrediënten volledig gescheiden kunnen worden.
Natuurlijke materialen moeten biologisch afbreekbaar zijn en dienen als voedsel voor de biosfeer.
Niet-afbreekbare grondstoffen moeten volledig bruikbaar zijn voor nieuwe producten in de technosfeer.
Gebruik duurzame energie in het productieproces.
Bij het productieproces en gebruik van het product komen geen schadelijke stoffen vrij.
Het productieproces of het gebruik van het product maakt het milieu schoner.
Meer lezen?
Niet minder slecht, maar goed.
Honderd proecnt groen
Cradle-tocradle is geen ethische kwestie
Volg Ode ook op Twitter of Facebook, via de digitale nieuwsbrief, of neem een proefabonnement op Ode voor slechts €3,33 per maand