Email   Print
Share  

Niet zuinig, maar uitbundig

De cirkeleconomie vindt inspiratie in de natuur om verkwisting te zien als aanjager van innovatie.

Jurriaan Kamp | Ode-bijlage bij NRC maart 2011 issue

Foto: istockphoto.com/coldimages; istockphoto.com/cinoby

Er zijn niet alleen veel meer mieren dan mensen op onze planeet, hun biomassa overtreft die van alle mensen samen. Mieren vormen dan ook geen ondergeschikte soort. Ze zijn uiterst vlijtig en voortdurend aan het werk. En het bijzondere is dat die biljoenen mieren – die zwaarder drukken op de planeet dan alle mensen bij elkaar – niet vervuilen. Sterker nog, hun activiteit voedt de grond, planten en andere dieren.
Vergeleken met mieren vormen mensen een onbeholpen soort. De enorme vooruitgang van technologie en welvaart van de afgelopen twee eeuwen is gepaard gegaan met een gigantische verwoesting van de natuur. En dus rijst de vraag: wat kunnen wij van de mieren leren om onze economie beter in te richten? Dat is de uitdaging van de cirkeleconomie, die ervan uitgaat dat elke economische activiteit is verbonden met andere processen, die elkaar over en weer voeden in een voortgaande productieve – cradle to cradle, van wieg tot wieg – kringloop van groei en ontwikkeling.

Voor degene die op straat plastic zakken en lege blikjes ziet rondslingeren en uitpuilende vuilnisbakken op de stoep ziet staan, lijkt de cirkeleconomie een romantische utopie. Toch wordt dat ideaal al werkelijkheid. Bhutan is het eerste land dat de uitgangspunten van de cirkeleconomie breed heeft omarmd (zie pagina 6). Dichter bij huis gebruikt restaurantketen La Place de koffiepulp van haar vestigingen als voedingsbodem voor de teelt van oesterzwammen, die vervolgens in de restaurants worden verkocht (pagina 8). Tapijtfabrikant Desso maakt nieuw tapijt uit oud tapijt. En Van Gansewinkel, vroeger een afvalbedrijf, verkoopt tegenwoordig ook grondstoffen, die worden gewonnen uit het opgehaalde afval. De bedrijven die kiezen voor zo’n strategie slaan zich prima door de crisis (pagina 10). Ondernemingen hebben ontdekt dat zij hun financiële resultaten aanzienlijk kunnen verbeteren door zuiniger met de natuur om te gaan. Door hun productieprocessen te verbeteren, kunnen zij meer produceren met minder energie en grondstoffen. Grondstoffenefficiëntie is het nieuwe toverwoord op weg naar de duurzame economie, die zero afval en zero vervuiling produceert.

 
 

De doelstelling van de cirkeleconomie is niet om simpelweg zuiniger en efficiënter te produceren. Hoezeer zuinigheid ook geldt als een lovenswaardige deugd, met zuinigheid gaan we de duurzame cirkeleconomie niet bereiken. We kunnen een eind komen met het streven om meer te doen met minder, maar zolang we vasthouden aan het bestaande lineaire model van take, make, waste blijven we grondstoffengebruiken die we uiteindelijk weggooien. Dat wordt nooit een duurzaam proces. Bovendien: de focus op zuinige productie en op minder ondermijnt economische groei. Ontwikkeling heeft baat bij uitbundigheid; het zou niet veel geworden zijn als Beethoven maar met een paar noten had mogen componeren. De innovatie die nodig is om doorbraken te forceren, smoort in een economie die is gericht op minder. Minder slecht is immers nog niet automatisch goed.

Hoe onwaarschijnlijk dat ook moge klinken in de moderne wereld van vervuiling en verkwisting, echt goed kan wel degelijk. Dat bewijzen de mieren. En de appelboom. De appelboom produceert een overvloedige weelde aan bloesem. Lang niet alle bloemen leiden tot vruchten. Slechts enkele zaadjes van die vruchten ontkiemen vervolgens tot nieuwe appelbomen. De productie van de appelboom wordt gekenmerkt door vérgaande verkwisting. Niks zuinigheid. Maar alles wat de appelboom produceert, voedt andere processen: compost voor de grond, vruchten voor insecten, dieren en mensen. De appelboom laat zien dat het in de natuur niet gaat om efficiëntie, maar om effectiviteit, om het deelnemen aan kringlopen. In de cirkeleconomie is afval geen probleem. Het gaat erom dat afval kan worden gebruikt als grondstof voor een ander economisch proces. De cirkeleconomie draait om de integrátie van processen. Dat is een radicale ommekeer ten opzichte van het gangbare model, gericht op specialisatie en desintegratie, dat de economie sinds de lopende band van Henry Ford heeft gedomineerd. In de cirkeleconomie creëert elke activiteit een positief effect op een andere activiteit. Processen inspireren elkaar, met als gevolg een voortdurende innovatie. Vergelijk dat met de huidige, rechtlijnige focus op efficiëntie... Een voorbeeld: in een efficiënte, lineaire economie is het een mooi streven om een kantoorgebouw even veel energie te laten opwekken met behulp van zonnepanelen, windmolens en slimme isolatiematerialen als het verbruikt. In de cirkeleconomie is dat kantoorgebouw, net als de appelboom, verbonden met de omgeving. Het gebouw dient als een energieleverancier voor de buurt. Op de muren worden gewassen geteeld, die worden verkocht op de lokale markt. Het dak is begroeid en dient als voedsel voor vogels, terwijl die begroeiing ook bijdraagt aan de natuurlijke regulering van het klimaat in het gebouw. De efficiënte, lineaire economie tracht negatieve effecten – vervuiling, energieverbruik – slechts tegen te gaan; de effectieve cirkeleconomie creëert positieve effecten.

De belangrijkste hindernis op weg naar de cirkeleconomie is onze huidige mentaliteit. Wij zijn zo gewend geraakt aan het opdelen van processen om meer efficiëntie te bereiken, dat we ons nauwelijks kunnen voorstellen dat een holistische, integrale benadering meer kan opleveren. In biologische processen is de meerwaarde van het ‘afval is voeding’-concept nog betrekkelijk eenvoudig voor te stellen. In het geval van technologie en chemie is dat minder simpel. Toch is het ook heel goed mogelijk om alle chemicaliën en technologische onderdelen in moderne apparaten en instrumenten onderdeel te laten blijven van de economie, en niet als afval in een vuilstortplaats of verbrandingsoven te laten eindigen. Om dat te bereiken moeten fabrikanten eigenaar blijven van hun wasmachines, televisies en mobiele telefoons. De gebruiker least, de fabrikant blijft verantwoordelijk en neemt het product na gebruik weer terug. Hergebruiken is in de cirkeleconomie meer dan ouderwets recyclen, dat vaak neerkomt op een neerwaartse spiraal. Plastic zakjes kunnen een beperkt aantal malen worden hergebruikt voor nieuwe plastic zakjes. Op een gegeven moment is er geen bruikbare plastic molecuul meer over. Eigenlijk is er sprake van dowcyclen. De cirkel-economie moet andere processen productief blijven voeden en daarin past geen neerwaartse recyclespiraal. Met andere woorden: in de cirkeleconomie spelen alleen moleculen een rol die telkens in hun originele kracht kunnen worden herwonnen.

Voorstanders van de cirkeleconomie propageren een handig model om de integratie van productieve economische processen te stimuleren: backcasting, als het tegenovergestelde van forecasting, vooruitkijken. Bij backcasting wordt eerst het uiteindelijke doel vastgesteld – een kantoor dat energie en voedsel levert aan de omgeving – en vervolgens begint het proces om te kijken hoe dat doel kan worden bereikt met de beschikbare middelen. In het geval van forecasting wordt uitgerekend hoe met een bestaand proces zo veel mogelijk kan worden bereikt; backcasting daarentegen daagt heel nieuwe processen uit. Het resultaat: innovatie. Stelt u zich voor: auto’s die de lucht zuiveren en schoon drinkwater produceren. Wasmiddelen die het rivierwater en de vissen voeden. Sportschoenen die niet bij iedere stap schadelijke chemicaliën afscheiden, maar juist de grond bemesten. En wat zou het een heerlijk gevoel zijn om oude schoenen gewoon in de tuin te begraven, in de wetenschap dat ze de bodem zullen verrijken. De cirkeleconomie biedt het perspectief van opgeruimde, schone, duurzame, welvarende, regenererende en zelfvoorzienende samenlevingen. En in die economie komen uiteindelijk ook de twee meest vitale krachten van ons bestaan samen: de natuur en het bedrijfsleven.

Overvloed – de bloesem van de appelboom – is hét kenmerk van de cirkeleconomie. Dat geldt ook voor de financiële beloning voor de pioniers die bouwen aan de cirkeleconomie. Dat is de beste garantie dat het ideaal van nu de werkelijkheid van straks zal zijn. Het is vooral een kwestie van hard – en vervullend – werken. Maar daar draaien de mieren hun poten ook niet voor om.

Meer lezen?
Cradle to cradle is geen ethische kwestie
Urgenda - Nederland als proeftuin voor een groenere wereld
Honderd procent groen

Volg Ode ook op Twitter of Facebook , via de digitale nieuwsbrief, of neem een proefabonnement op Ode voor slechts €3,33 per maand



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: