Duurzaamheid: Innovatie voor geen cent te veel
Goedkoop, klein, stevig en eenvoudig in gebruik: de wensen van miljarden arme consumenten dwingen ontwerpers tot creativiteit.
Mark Baal, van
| Ode-bijlage bij NRC maart 2011 issue

De v-scan, kleiner en goedkoper dan een standaard echo-apparaat, wordt ook door europese artsen gebruikt
Foto: GE Healthcare
Op een tafel in een Amsterdams café ligt een zwart doosje, niet groter dan een pakje sigaretten. Het lijkt op een MP3-speler; er zit een draad aan met twee oordopjes. Fernando de Oliveira Gil, een 28-jarige student computertechniek uit São Paulo, houdt het ding tegen een blauw Braziliaans bankbiljet. Als hij één van de twee knoppen op het doosje indrukt, klinkt uit de oordopjes: dois reais, Portugees voor twee reaal, de waarde van het biljet. Drukt hij de andere knop in, dan meldt het apparaatje: azul, blauw. Gil legt nu het kastje op de houten cafétafel: marrom, bruin, klinkt het. Op de mouw van zijn schipperstrui: preto, zwart.
Het lijken overbodige mededelingen, maar voor iemand die blind is, biedt het apparaat uitkomst. Alleen blinden realiseren zich hoe veel producten dezelfde vorm hebben, maar een verschillende kleur, meent Gil, die het prototype van de kleurenlezer vorig jaar ontwierp en bouwde. ‘Bovendien’ voegt hij toe, ‘ook al kun je het zelf niet zien, niemand wil de hele dag met twee kleuren kousen lopen.’
Kleurenlezers voor blinden bestaan al langer. Uniek aan dit model is dat het ook bankbiljetten leest. Dat is een onmisbare toevoeging, want Braziliaanse bankbiljetten hebben hetzelfde formaat en het reliëf van de merktekens slijt al na een paar maanden gebruik. Maar nog opvallender is dat het minder dan 70 euro kost, terwijl huidige kleurenlezers in Brazilië al gauw 400 euro kosten. De wereld telt volgens Gil zo’n 45 miljoen blinden, van wie de meesten zo’n dure kleurenlezer niet kunnen betalen. ‘Mijn doel is om hun autonomie en kwaliteit van leven te verbeteren met betaalbare technische hulpmiddelen.’ Auire, het bedrijf van Gil, is onlangs begonnen met produceren.
Deze ontwerpwijze is een voorbeeld van het bloeiende terrein van wat frugal innovation heet, letterlijk: sobere, eenvoudige innovatie. Innoveren op basis van beperkingen leidt tot creatieve oplossingen die ingenieurs niet hadden verzonnen als ze aan de slag waren gegaan zónder die restricties. Westerse ontwerpers zouden nooit zo’n goedkope kleurenlezer hebben gemaakt, simpelweg omdat ze niet te maken hebben met een armlastige afzetmarkt. Wil je miljarden potentiële klanten in ontwikkelingslanden bereiken, dan biedt sobere innovatie een enorme kans voor uitvinders en bedrijven – en arme mensen zullen daar nog het meest baat bij hebben.
Juist in crisistijd kan sobere innovatie niet alleen ontwikkelingslanden helpen om te groeien en banen te creëren; ook kunnen deze innovaties worden overgeheveld naar het Westen. Dat is een radicale ommekeer van het traditionele model, waarbij multinationals producten voor de Westerse landen maakten en die vervolgens probeerden te verkopen aan de midden- en hogere klassen in ontwikkelingslanden. Sobere innovatie kan het zelfbewustzijn van de armere wereldbevolking een impuls geven.
De term frugal innovation brak door dankzij innovatiegoeroe Vijay Govindarajan, samensteller van VG’s Innovation Quarterly. Hij meent dat deze nieuwe benadering de ontwikkelingslanden onafhankelijker maakt, doordat ze zelf banen creëren en niet zozeer de Westerse vraag naar goedkope arbeid invullen. ‘Niet langer is de vraag: hoe maken we een auto voor Amerika door gebruik te maken van de lage arbeidskosten in India?’, vertelt Govindarajan. ‘Nu zeggen Indiërs: hoe kunnen we de problemen van India zelf oplossen door hier te innoveren?’ Die innovaties hebben een wereldwijde potentie en kunnen de economieën van ontwikkelingslanden laten groeien.
Ook bespaart sobere innovatie grondstoffen en energie: een behoefte die overal ter wereld leeft, ook al doordat het leidt tot een lagere CO2-uitstoot. Zo ontwikkelde Godisa Technologies, een bedrijf uit Botswana, de Solar Aid, een betaalbaar gehoorapparaat dat niet op batterijen werkt, maar op een zonnecel.
Na zijn afstuderen had Gil kunnen solliciteren bij een producent van kleurenlezers. Misschien was zijn eerste opdracht geweest om de prijs omlaag te brengen. Misschien was het hem gelukt om wel 20 of 30 procent van de kosten af te krijgen. Hij zou de held van het bedrijf zijn geweest, want de lage prijs zou leiden tot nieuwe klanten: een dubbele klapper voor de winstcijfers. Maar met een iets lagere prijs zou de kleurenlezer nog altijd buiten het bereik van een hoop mensen blijven. Zou Gil tevreden zijn geweest? ‘Ik ben ingenieur en ik wil betaalbare technologie ontwikkelen’, zegt hij. ‘Ik wil dat zo veel mogelijk mensen mijn ontwerpen gebruiken.’
De beperkingen van zo’n goedkope kleurenlezer zaten ’m niet alleen in de consumentenprijs. Ook wilde hij dat het apparaat uitermate gebruiksvriendelijk zou zijn: vandaar dat er slechts twee knoppen op zitten; oorspronkelijk was het een kastje om een garagedeur mee te openen en sluiten. Gil zegt nog nooit van de term frugal innovation te hebben gehoord – ‘ik doe het gewoon zo’ – maar duidelijk is dat hij niet genoegen zou nemen met een ‘iets’ lagere verkoopprijs; hij wilde niets minder dan een radicale innovatie om zo veel mogelijk mensen te kunnen helpen.
Uiteraard is Gil niet de eerste die een product ontwerpt voor een arme doelgroep. Uit de jaren ’60 en ’70 stamt de beweging die wil ontwerpen voor ‘de andere 90 procent’: dat deel van de wereldbevolking zonder toegang tot wat door westerlingen als de gewoonste zaak ter wereld wordt gezien, zoals veilig drinkwater en elektriciteit. Een voorbeeld is de LifeStraw van het Zwitserse concern Vestergaard Frandsen: een buis met koolstof, waardoor mensen water kunnen drinken en ziekten als tyfus, cholera en diarree voorkomen. Of zie de Personal Internet Communicator van het Amerikaanse bedrijf M3: een grijsgroen kastje ter grootte van een broodtrommel, maar wel met internet en eenvoudige computerprogramma’s.
Ook is er niets nieuws aan bedrijven die hun producten aanpassen aan de wensen en portemonnee van consumenten in ontwikkelingslanden. Zoals McDonald’s in Nederland een McKroket aanbiedt, verkoopt het een McRice in Indonesië voor een bedrag dat de gemiddelde Indonesiër kan betalen. Voor vrouwen in islamitische landen maakt Nike sportkleding die het hele lichaam bedekt. Unilever en Procter & Gamble verkopen allang shampoo en zeep in miniverpakkingen voor klanten met een klein budget.
Wel nieuw is het uitgangspunt: in plaats van de toeters en bellen te verwijderen van bestaande producten, beginnen ontwerpers met een leeg tekenbord en gaan ze uit van de wensen van potentiële klanten in ontwikkelingslanden. Hierdoor zijn de uitvindingen niet alleen goedkoop, maar ook robuust, draagbaar en eenvoudig in gebruik. Ze werken dan ook zonder stopcontact of gebruiksaanwijzing.
En het Westen kan zijn voordeel doen met de rigoureuze kostenreductie. Neem de Nano, de Indiase auto van tweeduizend euro. Vanwege zijn beperkte comfort en veiligheid zal de Nano nooit de Westerse markt halen, maar de ingenieurs die de productielijn voor deze auto’s hebben opgezet misschien wel. Dankzij hun ervaring kunnen zij Europese en Amerikaanse autofabrikanten helpen hun massaproductielijnen efficiënter in te richten.
Nu al worden voorbeelden van sobere innovatie gebruikt buiten de oorspronkelijke afzetmarkt. Marc Grad, een Duitse cardioloog in Friedenau aan de rand van Berlijn, maakt gebruik van de V-scan, aan een eenvoudig echoapparaat dat op een batterij werkt, in een jaszak past en slechts een fractie kost van de echomachines op netspanning, waar tientallen knoppen op zitten. De V-scan – compleet met snoer met sonde – kan volgens Grad ‘een revolutie betekenen in medisch onderzoek aan het bed en in de praktijkruimte’. Grad heeft het al bij zeker honderd patiënten gebruikt om het hart van zijn patiënten te bekijken. ‘Doordat het apparaat van zakformaat is, kunnen we het de hele dag gebruiken en zien we dingen die we vroeger niet zagen in onze praktijk.’
De V-scan heeft veel toepassingen. In ontwikkelingslanden – waarvoor het apparaatje is bedoeld – is het ongebruikelijk dat bij zwangere vrouwen een echo wordt gemaakt; de apparaten kosten vaak honderdduizenden euro’s en buiten de steden zijn amper ziekenhuizen te vinden. Maar niet alleen kunnen vroedvrouwen snel kijken wat de positie van een baby is, ook veelvoorkomende medische vragen krijgen via de V-scan vlot een antwoord. Sinds de marktintroductie vorig jaar zijn er enkele honderden van verkocht, waaronder 25 aan een ziekenhuis in Nigeria, à minder dan 6000 euro. De V-scan laat zien dat ook een Westers bedrijf als General Electric (GE) in staat is om de aspecten van sobere innovatie te implementeren.
GE ziet ook mogelijkheden voor de Westerse markt. Bij een derde van de patiënten die door een arts worden doorgestuurd voor een uitgebreid onderzoek met een groot echo- of scanapparaat in een ziekenhuis, blijkt dit dure onderzoek niet nodig te zijn. ‘Het apparaat kan helpen de wachtlijsten en de kosten in de gezondheidszorg terug te brengen’, meent Mario Lois, manager eerstelijnszorg bij GE voor Afrika en het Midden-Oosten. Lois, die hoopt dat het over tien jaar heel gewoon is wanneer artsen een V-scan in de jaszak dragen: ‘We schatten de markt op meer dan een miljard. Het gaat om miljoenen artsen.’
Ook volgens Govindarajan heeft dit soort medische technologie potentie in rijke landen. Volgens hem is goede gezondheidszorg gebaseerd op lage kosten, goede toegang en hoge kwaliteit. ‘Raad eens: dat zijn dezelfde drie pijlers waarop de gezondheidszorgindustrie in India en China wordt gecreëerd.’ Nu met name de Verenigde Staten aanloopt tegen de limieten van wat het kan uitgeven aan gezondheidszorg, biedt sobere innovatie uitkomst, denkt Govindarajan. ‘De problemen van potentiële klanten in arme landen leiden tot out-of-the-box-oplossingen.’
Wie Fernando Gil hoort vertellen over het ontwerp van de kleurenlezer, de zoektocht naar goedkope componenten die passen in een bestaand kastje van een garagedeur-opener, kan maar een ding concluderen: sobere innovatie maakt een enorme creativiteit los. ‘Hoe meer beperkingen je hebt,’ zegt Gil, vrij naar de negentiende-eeuwse filosoof Søren Kierkegaard, ‘hoe creatiever je wordt.’
Meer lezen?
Lifestraw: schoon water voor iedereen
Het gaat steeds beter met Afrika
Werelds ondernemen: zakelijke plannen voor armoedebestrijding
Volg Ode ook op Twitter of Facebook, via de digitale nieuwsbrief, of neem een proefabonnement op Ode voor slechts €3,33 per maand