Email   Print
Share  

Duurzaamheid te huur

Woningcorporaties kunnen heel veel doen om duurzaam wonen te bevorderen. Op bezoek in Dronten bij Truus Sweringa, directeur van Oost Flevoland Woondiensten.

Elleke Bal | 144 maart 2012 issue

Truus Sweringa, Directeur van woningcorporatie Oost Flevoland Woondiensten, was de eerste die in energiebesparing en CO2-reducties het grote voordeel voor bewoners zag: lagere woonlasten
Foto: Ilse Boon, Ilseonline Fotografie

De rijtjeswoningen in de straat De Oeverloper in Dronten staan in de steigers. Busjes van aannemers en bouwbedrijven rijden af en aan. Truus Sweringa, directeur van woningcorporatie Oost Flevoland Woondiensten, wijst naar de overkant van de straat. ‘Die komen uit de jaren zeventig. Ze worden in een nieuw jasje gestoken. Straks zien ze er weer uit als nieuw en zijn ze veel energiezuiniger.’ Een buurtbewoonster loopt langs en herkent Sweringa. ‘Hé, u bent van de woningcorporatie!’, roept ze. ‘Wat een werk, hè? We hebben er wel last van, maar het is het waard, het wordt mooi.’ Sweringa glimlacht.

Even later vertelt ze dat bewoners in Dronten niet kunnen wachten tot ze aan de beurt zijn voor een verbouwing. Dat is uniek, want in de rest van het land hebben corporaties moeite om bewoners voor langdurige en overlastgevende verbouwingen te interesseren. Het geheim van Dronten? Natuurlijk is het belangrijk dat de huizen weer aan de eisen van deze tijd voldoen, stelt Sweringa, ‘maar laat de bewoners vooral zien hoe veel geld ze terugkrijgen door de energiebesparingen. Dat kan oplopen tot wel 500 euro per jaar. En dat is veel, als je alleen van de AOW moet rondkomen. Iedereen heeft het erover’.

Oost Flevoland Woondiensten was de eerste corporatie die in 2000 het begrip duurzaamheid opnam in haar beleid. Dat klinkt vaag, maar is voor de inwoners van Dronten heel concreet geworden. In de afgelopen elf jaar bespaarde de corporatie gemiddeld al 30 procent energie op het hele huizenbestand van 5000 woningen in de gemeente Dronten door huizen te renoveren, beter te isoleren en HRketels te plaatsen. Dat doen ze zonder grote huurverhogingen door te voeren. In 2008 won de corporatie daarvoor een prijs van het toenmalige ministerie van VROM: voor duurzame renovatie en bouwprojecten. Het jaar daarvoor werd Sweringa door de branchevereniging van woningcorporaties Aedes uitgeroepen tot corporatiedirecteur van 2007. En de organisatie heeft veel ambitieuze plannen, zoals een energiebesparing van 43 procent in 2018, ten opzichte van 2000.

Sweringa was de eerste die een verband legde tussen energiebesparingen en het verlagen van woonlasten voor bewoners. Ze constateerde hoe gek het is dat mensen die in Nederland zwak staan op de woningmarkt vaak in huizen wonen die veel energie en warmte opslokken. Alleen al de gasprijzen stijgen met zo’n 10 procent per jaar, vertelt Sweringa. ‘Dus als je naar een goed geïsoleerde nieuwbouwwoning gaat, dan is die qua huur wel duurder, maar als je de stookkosten erbij optelt, is ie goedkoper dan een nietgerenoveerde woning.’ Sweringa blijft tijdens buurtbijeenkomsten uitleggen dat duurzaamheid in het belang van de bewoners is. ‘CO2 zegt mensen niets. Dat is zielig voor ijsbeertjes. Maar als je zegt: “Je huis wordt mooier en je krijgt geld terug”, dan gaan ze met je mee.’

Woningcorporaties zijn volgens Sweringa de aangewezen organisaties om duurzaam wonen te bevorderen. In Nederland is een op de drie huizen in het bezit van een corporatie. Veel van die huizen zijn van voor 1990, er moet veel aan gedaan worden. Sweringa: ‘Mensen denken dat duurzaamheid alleen voor nieuwbouw is, maar ook in bestaande woningen kan het toegepast worden.’ Dat vraagt wel nieuwe manieren van denken, zegt ze. En ze vindt dat het debat over duurzaam wonen in Nederland te langzaam op gang komt. Neem het voorbeeld van zonneenergie opwekken, allerlei regelgeving maakt dat nu een te complex vraagstuk. Bijvoorbeeld in deze situatie: als ze het dak van een huurhuis, die op het zuiden ligt, helemaal vol legt met zonnepanelen, en daarin investeert als corporatie, voor wie is dan die opbrengst? Is het voor die mensen die in het huis wonen? Of is het voor het collectief, omdat de mensen die toevallig niet op het zuiden wonen dat niet kunnen doen? Sweringa geeft nog een voorbeeld. ‘Als er straks elektrische auto’s rijden en je koppelt een laadpaal aan het energienet van je huis, dan kost dat veel energie. Hoe gaan we dat doen? En dan moeten mensen dus voor hun huis parkeren, in Amsterdam kan dat niet zomaar. Is daar al over nagedacht?’

Maar soms gaat de corporatie iets te snel voor deze tijd. In een nieuw seniorencomplex liet Oost Flevoland Woondiensten een modern systeem van warmtekoudeopslag aanleggen. ‘Maar de ouderen zijn natuurlijk niet de mensen die het snelst openstaan voor dit soort nieuwe ontwikkelingen’, lacht Sweringa. Het systeem koelt het gebouw in de zomer, heel goed voor de gezondheid van ouderen, maar aan die nieuwigheid moeten ze nog een beetje wennen. En duurzame warmte is een ander soort warmte. Je kan niet even lekker tegen een radiator aan gaan zitten of even de boel opstoken; dat missen de ouderen. Maar Sweringa is alweer een stap verder. ‘Ik zou eigenlijk willen nadenken over of je geen stoelen of kleding voor ouderen kunt ontwerpen die je kunt verwarmen: veel energiezuiniger dan de hele ruimte te verwarmen, toch?’

Dit is het achtste deel van een tiendelige serie portretten van duurzame Nederlandse ondernemingen. Deel negen verschijnt in het aprilnummer van Ode.

Meer lezen?
Laat niet als dank...
Prachtig plastic
Van afval naar overschot


Volg Ode ook op Twitter of Facebook, via de digitale nieuwsbrief, of neem een proefabonnement op Ode voor slechts €3,33 per maand



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: