Email   Print
Share  

Blauw is het nieuwe groen

Gunter Pauli, auteur van The blue economy, legt uit hoe we kunnen innoveren door naar de natuur te kijken. Het resultaat: meer welvaart en meer banen.

Jurriaan Kamp and Marco Visscher | 143 januari /februari 2012 issue

Foto: Gunter Pauli

Met een diploma bedrijfskunde van de Franse businessschool INSEAD op zak was Gunter Pauli midden dertig, toen hij de leiding overnam bij Ecover, de Belgische fabrikant van schoonmaakmiddelen die tijdens de snelle internationale uitbreiding in financiële problemen verkeerde. Pauli liet Europa’s eerste ‘ecologische fabriek’ bouwen, maar verliet Ecover in 1994, toen hij ontdekte dat de palmolie voor zijn producten het oerbos in Indonesië aantastte. Sindsdien overschrijdt hij grenzen met zijn missie ‘om een leven te leiden op een pad naar een duurzame wereld’. De 55jarige Belg, vloeiend in zeven talen, heeft gewoond op vier continenten, waar hij minstens tien bedrijven heeft opgezet en via zijn stichting ZERI (Zero Emissions Research and Initiatives) zijn steun biedt aan initiatieven die duurzame productiemethoden ontwikkelen. Ook heeft hij vijftien boeken geschreven, gepubliceerd in dertig talen, waaronder korte verhalen die wetenschap en techniek inzichtelijk maken voor kinderen. Na zijn pionierende werk om het bedrijfsleven te vergroenen heeft Pauli een visie ontwikkeld voor de volgende stap. Daarover schreef hij The blue economy: 10 years, 100 innovations, 100 million jobs, dat is verschenen in 22 talen, maar curieus genoeg niet in het Nederlands, dat naar eigen zeggen bij hemzelf ‘wat verroest’ is geraakt. In de blauwe economie is duurzaamheid het resultaat van een productieproces dat net zo geïntegreerd is als een ecosysteem. Het verbruik van grondstoffen zou zo veel mogelijk moeten worden vermeden door innovaties die zijn gebaseerd op de natuur.

Uw concept van een blauwe economie is ontstaan uit kritiek op de groene economie, die gebaseerd is op menselijk welzijn, sociaaleconomische ontwikkeling en milieubescherming. Wat kan daar nu mis mee zijn?
‘De groene economie heeft ernstige tekortkomingen: we vragen consumenten om meer te betalen voor minder kwaliteit, we vragen geldschieters om meer te investeren voor minder rendement. Misschien werkt dat voor een klein deel van de wereldbevolking zolang het goed gaat met de economie. Maar we worden geconfronteerd met een economische crisis en de werkloosheid is overal hoog. Het is dus niet logisch te verwachten dat mensen meer gaan betalen zonder dat ze daar betere kwaliteit voor terugkrijgen, of meer gaan investeren en genoegen nemen met een lager rendement. Een economie van hogere prijzen en lager rendement gaat gewoon niet werken.’

Vindt u niet dat de pioniers van de groene economie enorm veel bereikt hebben?
‘Ik zeg niet dat we in het verleden dom bezig waren. Wat we op dit moment hebben, is het beste wat we konden bedenken. Nu kunnen we onszelf een schouderklopje geven en zeggen: “Goed gedaan, laten we daarmee doorgaan.” En we kunnen zeggen: “Eens kijken of we het nog beter kunnen doen.” Ik denk dat de groene economie een interessant begin was, maar in tijden van crisis moeten we naar een ander type economie kijken: een economie die minder investeringen nodig heeft, een economie met meerdere geldstromen die sociaal kapitaal opbouwt, een economie die kan voldoen aan onze basisbehoeften met wat er voorhanden is.’

En zo kwam u op het concept van de blauwe economie. Wat is het verschil?
‘In plaats van beloften te doen die pas in een later stadium uitkomen, brengt de blauwe economie al direct iets goeds: inkomsten en banen. Daar is niet eens heel veel kapitaal voor nodig, maar wel slimme innovaties die gebaseerd zijn op de wijsheid van de natuur. De blauwe economie heeft een eenvoudig uitgangspunt: welke uitdagingen de mens ook kent, de natuur biedt daar een oplossing voor. We moeten de natuurlijke systemen goed bestuderen. Als we eenmaal begrijpen hoe de natuur het doet, kunnen we die oplossingen overbrengen naar onze moderne wereld en alles opnieuw ontwerpen. Door van de innovaties van de natuur gebruik te maken en door te proberen de oplossingen van het ecosysteem te evenaren, zullen we duurzaam zijn in alles wat we doen.’

Waarom ‘blauw’?
‘Vanuit het heelal gezien is de aarde blauw. Door al het blauwe water en de blauwe lucht is de aarde in feite een blauwe soort.’

Een blauwe economie heeft bedrijven nodig. Bestaan er al ‘blauwe bedrijven’?
‘Ja, ik weet zeker van zo’n honderd businessmodellen, in verschillende delen van de wereld, die deze fundamentele verschuiving in de economie vertegenwoordigen. Elke zakelijk leider in welk segment van de markt dan ook zal erachter komen dat wat deze pioniers doen helemaal niets te maken heeft met wat de grote bedrijven ons vandaag de dag te bieden hebben.’

Geeft u eens een voorbeeld.
‘Neem de batterij. Wie kan zich een computer, mobiele telefoon of hoortoestel voorstellen zonder batterij? Maar natuurlijke systemen produceren constant elektriciteit uit verschillende bronnen die niets te maken hebben met batterijen of accu’s, en ook niet met fossiele brandstoffen, kerncentrales of windturbines. Wat kunnen we leren van een boom die elektriciteit opwekt via zijn gewicht op de rotsen? Hoe kunnen we elektriciteit creëren door kalium, natrium en calcium te genereren, de manier waarop ons hart werkt? Als we eenmaal begrijpen hoe elektriciteit wordt opgewekt in ecosystemen over de hele wereld – van Afrikaanse woestijnen tot Antarctica, van het Amazoneregenwoud tot het afval in onze eigen achtertuin – dan kunnen we beginnen met het opnieuw ontwerpen van honderden producten. Daar liggen de grootste mogelijkheden.’

Maar er zijn al heel veel groene, oplaadbare batterijen verkrijgbaar. Bieden die niet een afdoende oplossing voor het batterijprobleem?
‘Een groene batterij is nog steeds een batterij, en voor alle batterijen is mijnbouw nodig. In een blauwe economie kunnen we deze afhankelijkheid van metalen tot nul terugbrengen. Niet alleen gebruiken we dan geen loodzuur en cadmium meer, maar ook geen zeldzame aardmetalen, die nu nog steeds nodig zijn voor die zogenaamde “groene” batterijen. Daarom kunnen groene batterijen nooit bijdragen aan een duurzame wereld. Als je de batterij helemaal wegdenkt, ontstaat er ineens een heel nieuwe wereld.’

Dat is een mooi idee. Is iets hiervan al toegepast?
‘Het Duitse Fraunhoferinstituut voor Productietechnologie heeft al een prototype van een mobiele telefoon ontwikkeld die zonder batterij werkt, met behulp van een warmtewisselaar. De meeste mensen dragen hun telefoon dicht op hun lichaam. Het menselijk lichaam is zo’n 37 graden Celsius, en de buitentemperatuur is doorgaans veel lager of hoger dan dat. Als er drie graden verschil is in temperatuur tussen het lichaam en de telefoon, wordt er al genoeg elektriciteit opgewekt om de telefoon op standby te laten staan. Als je gaat bellen, veroorzaakt je stem een zekere druk, waarna de kracht van je stem ook nog wordt omgezet in elektriciteit. Dus hoe harder en hoe langer je praat, des te langer je kunt bellen. Het is aangetoond dat dat echt werkt.’

Hoe kunnen dergelijke ideeën worden verspreid?
‘We kunnen dit soort dingen niemand opleggen; voorschrijven werkt niet. Wat we wel kunnen doen, is jonge mensen inspireren en hen kennis laten maken met alle mogelijkheden, ervoor zorgen dat iedereen de fundamentele verschuiving begrijpt: dat iets, zoals de batterij, kan worden vervangen door niets. Deze verschuiving kan wereldwijd een stroom aan ondernemerschap losmaken. Het gaat om een state of mind.’

En uiteindelijk gaat het ook om geld.
‘Uiteraard. Mensen die iets nieuws opzetten, willen ook weten: waar zit het geld? En daar zien we een van de grootste verschuivingen: we moeten erop vertrouwen dat er altijd meerdere voordelen zijn, net als in natuurlijke systemen. Als je de mogelijkheid hebt om water te genereren, kan dat tegelijkertijd zorgen voor temperatuurregeling en nog meer zaken. De veelvoudige voordelen die we in natuurlijke systemen zien, leiden tot mogelijkheden om deze innovaties te introduceren en te profiteren van die veelvoudige voordelen.’

Dit klinkt allemaal als een heel interessante droom.
‘Het is geen fantasie. Het gaat om een visie die kan worden vertaald naar de werkelijkheid. Een van mijn mentoren vertelde me ooit dat sommige mensen dromen om aan de realiteit te ontsnappen, maar ik droom om de realiteit te veranderen. Ik denk dat we dat aan jonge mensen moeten voorleggen, die opgroeien in een wereld met veel werkloosheid, een wereld waar we niet in staat zijn te zorgen voor genoeg eten of drinkwater voor een miljard mensen. Tegen deze jonge mensen moeten we zeggen: “We kunnen dromen en de realiteit veranderen – voorgoed.”’




De natuur in bedrijf
Vier voorbeelden van de blauwe economie in de praktijk.


Vang de wind
Als je een grassprietje tussen je duimen perst en erop blaast, gaat het trillen en fluiten. Dat is de ook kracht achter de Windbelt, bedacht door de Amerikaanse uitvinder Shawn Frayne. De Windbelt is een strak gespannen lint van twee of drie meter, met aan beide uiteinden een kleine magneet die is omwonden met koperdraad. Onder invloed van de wind gaat het lint vibreren, wat wordt omgezet in elektriciteit. In Haïti, waar Frayne zijn innovatie heeft getest, kost de Windbelt slechts een paar dollar en kan het genoeg energie leveren voor kleine apparaten als een LEDlamp, een radio of oplader voor de mobiele telefoon.

Waar rook is, is citroen
Tip voor wie niet tegen Spaanse pepers kan: neem wat yoghurt. Maar wat is nu de afkoelende reactie op echte vuurvlammen? Mats Nilsson, een Zweedse productontwikkelaar, vond een milieuvriendelijk alternatief voor de gangbare brandvertragers, gebaseerd op mogelijk schadelijke PBDE’s, die opduiken in alledaagse producten, zoals kleding, cosmetica en computers. Nilsson ontwikkelde een brandvertrager, op de markt beschikbaar onder de merknaam MHE, dat is gebaseerd op een mengsel van citrusvruchten, druiven en bloem. Het heeft dezelfde kwaliteit als gewone brandvertragers, maar zonder de nadelige effecten voor mens en milieu. MHE is verkrijgbaar in poeder, vloeistof en gel en wordt onder meer toegepast in meubels, vloerbedekking en behang.

Geef het leven kleur
Vlinders en kolibries hebben geen haarverf of pigment nodig om hun heldere kleuren te verkrijgen en te behouden. Andrew Parker, professor fysiologie aan de universiteit van Oxford, heeft bij insecten en vogels gezien dat hun kleuren het gevolg zijn van een opstapeling van essentiële functies. Zo ontwikkelde hij een geheime methode om kleuren te fabriceren zonder gebruik te maken van chemie en zware metalen. De wereldmarkt voor kleurpigmenten, verf en inkt – voor alles van textiel tot industrieel gebruik – wordt geschat op 20 miljard dollar.

Kippen eten alles
Angus MacIntosh, biologisch boer aan de Westkaap in ZuidAfrika, gebruikt alle afvalstromen van zijn omgeving in zijn bedrijfsvoering. Zo krijgen zijn kippen onder meer overrijpe bananen uit de lokale supermarkt, vissen die te klein zijn om op de markt te worden verkocht en zelfs de maden die worden gekweekt in het slachtafval in zijn eigen slachterij. De kosten voor kippenvoer zijn daardoor minimaal, waardoor MacIntosh de biologische eieren voor een lage prijs kan verkopen.


Meer lezen over De Blauwe Economie? Ode geeft 5 exemplaren van de Nederlandse uitgave weg! Om kans te maken mail naar mailenwin@ode.nl. Geef de mail als onderwerp 'Blauwe Economie' en vergeet niet je adres te vermelden. De winnaars krijgen uiterlijk 18 juli bericht.

Tijdelijke actie
Wie nu De Blauwe Economie koop via de uitgever Nieuw Amsterdam, ontvangt gratis de volledige registratie van het Odenow-evenement met Pauli! Lees hier meer.

Meer lezen?
Waar geld blauw is
De wereld wordt blauw
Lees een fragment uit The Blue Economy
Denk als een ecosysteem


Volg Ode ook op Twitter of Facebook, via de digitale nieuwsbrief, of neem een proefabonnement op Ode voor slechts €3,33 per maand














Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: