Wees een rebel!
Hoe u weer grip krijgt op uw welzijn, door niet zíektegericht te zijn, maar gezóndheidsgericht.
H.C. Moolenburgh Sr.
| 138 juli/augustus 2011 issue
 Foto: Istockphoto.com/Gannet77
De laatste jaren zijn vele miljarden in kankeronderzoek gestoken. Men zou dus verwachten dat er zo langzamerhand een goed idee moet bestaan van wat kanker nu exact is, waarom het de grote ziekte van onze beschaving is, en wat men er blijvend aan zou kunnen doen. Onderzoek heeft dan wel een onafzienbare reeks feiten aan het licht gebracht, maar opvallend is dat een overkoepelende visie ontbreekt. Er bestaat namelijk een opvallend verschil tussen kennis en begrip. Kennis is het directe gevolg van zintuiglijke waarneming, die tegenwoordig aangevuld wordt met onze wonderbaarlijke instrumenten en laboratoriumgegevens, maar begrip is het doorzíen van al dat materiaal waardoor er een overkoepelende visie ontstaat en men als het ware door de feiten heen kijkt. Dat is de werkelijke betekenis van diagnose. Het ontbreekt ons aan een algemene filosofie, zoals die bijvoorbeeld in de tijd van Hippocrates, de vader van de geneeskunde, nog wel bestond. Geneeskunde is niet alleen wetenschap, maar tevens kunst. Een goede arts is ook een artiest, tenzij hij of zij een grotendeels technisch beroep heeft als bijvoorbeeld chirurg. De ‘hippocratische arts’ ziet elke patiënt als een uniek geval.
In tegenstelling tot de reguliere geneeskunde, waar het zeker in de ziekenhuizen zo is dat u uw lichaam inlevert om hersteld te worden – zoals u uw auto voor een reparatie bij de garage aflevert – en waarbij van u verwacht wordt (zowel in het ziekenhuis als in de garage) dat u zich er verder niet mee bemoeit, wordt bij de andere geneeskunde uw volledige inzet verwacht. Veel patiënten kiezen voor de passieve weg. Toch is gebleken dat als ze hun reguliere behandeling aanvullen met een van de vormen van de complementaire geneeskunde, ze door hun eigen activiteit voor het eerst het gevoel krijgen greep te hebben op hun situatie – en dat blijkt heilzaam te zijn voor het immuunsysteem.
De reguliere en de hippocratische geneeskunde
sluiten elkaar niet uit, maar vullen
elkaar aan, zoals de ‘harde’ rechter- en
de ‘zachte’ linkerhand van ons lichaam. Dit
mag nooit vergeten worden. Een ontstoken
appendix móet eruit, een been móet gezet
of geschroefd worden als het gebroken is,
een lenstroebeling móet geopereerd, een
kankergezwel móet verwijderd, en een
kind met diabetes móet insuline hebben.
Maar het allerbelangrijkst is dat een leven
dat uit balans geslingerd is weer zekerheid
en structuur krijgt. In de praktijk
beginnen we met de tips, wat in het boek
juist het einde van een verhaaltje is. ‘Tracht
eens die kant op te lopen. Dan zijn je kansen
om in de prijzenklasse te vallen veel
groter.’ De arts geeft wegwijzers, richtlijnen
voor het hele leven, maar vooral niet
dingen die de patiënt móet doen. Hij heeft
zijn hele leven al zo veel gemoeten. Als
de patiënt er plezier in begint te krijgen,
komen de vragen als ‘waarom geeft u dat
middel?’ en ‘wat is het nut van de schoonmaakkuren?’.
Dat geeft de arts de kans het praktische doen met gerichte antwoorden
te onderbouwen, zodat de patiënt begrijpt
dat hij hier met een goed uitgedokterde en
van een solide wetenschappelijke grondslag
voorziene therapie te maken heeft.
Vervolgens gebeurt er iets belangrijks,
dat mijns inziens een groot deel van de
genezing uitmaakt. Langzaam maar zeker
beseft de patiënt dat hij weer grip krijgt op
zijn eigen leven. Hij is niet langer passief.
Aangezien kanker een ziekte is waarbij
cellen ongecontroleerd gaan woekeren, is
het onder controle krijgen van het leven in
al zijn facetten van cruciaal belang.
Zelfs in vergevorderde gevallen zag ik
mensen als het ware een innerlijke knop
omdraaien en tegen alle verwachtingen in
genezen. Laat me u na meer dan een halve
eeuw praktijkervaring dit meegeven: u
kunt meer dan u denkt. Veel meer.
Innerlijke activiteit blijkt een van onze
belangrijkste mogelijkheden te zijn om kanker
te voorkomen of – in het geval iemand
al is aangetast – te genezen. Want verkijkt
u zich er niet op: afgezien van het noodzakelijke
verwijderen of verkleinen van de
tumor – zoals de reguliere kankerbehandeling
dat doet – is de verdere behandeling
om de patiënt zo mogelijk geheel gezond
te krijgen een zeer persoonlijke
zaak.
In behandelingen hebben we namelijk
niet met een almachtige behandelaar te
maken bij wie de bange leek zijn lichaam
inlevert, zoals u uw auto ter revisie aan een
garage geeft. Nee, de behandeling is teamwerk,
met gelijkwaardige leden: de patiënt
die zichzelf als een ouderwetse koning of
koningin moet beschouwen met adviseurs
om zich heen, de behandelaar, die zelfs als
hij een professor is in dienst staat van de
patiënt en niet omgekeerd (dat wordt wel
eens vergeten), en de achterban van de patiënt,
dus de partner of in het geval van kinderen
de ouders. Ze zijn allen van belang.
Zonder zo’n team zijn de vooruitzichten
minder goed.
Zelf wordt de kankerpatiënt vaak overvallen
door een gevoel van onmacht, hopeloos-
en hulpeloosheid. Dat gevoel is
intens, doordringend en niet te ontwijken,
maar geeft niet de werkelijkheid aan. U bent niet machteloos, er is in de
meeste gevallen veel hoop en u bent allesbehalve
hulpeloos. Uw lichaam heeft u
alleen een dringende boodschap gegeven:
het roer moet om!
In India bestaan Westerse en traditionele
ziekenhuizen en zegt de bevolking: voor
acute zaken gaan we naar het Westerse ziekenhuis,
voor al het andere naar het traditionele
– met zijn kruiden, homeopathie,
acupunctuur en ayurvedabehandelingen.
Dat duidt op gezond verstand.
Ook in het Westen hoop ik op een nieuw
samengaan van geneeskunde en geneeskunst.
Misschien moeten onze universiteiten
eens hun oor te luisteren leggen bij de
volksgeneeskunde in China en Japan – of
zelfs hier in West-Europa, waar nog veel
echte geneeskunst verstopt zit bij wonderlijke
kruidenvrouwtjes of andere met een
gave geboren therapeuten. Deze mensen
missen natuurlijk de hoognodige universitaire
discipline, maar ze kunnen ons toch
leren hoe we intuïtie, warmte en eerbied
voor de natuur weer in ons verkilde systeem
terug te brengen. Het zou zijn alsof
een wat gedegenereerde zoon uit een oud
adellijk geslacht huwt met een frisse boerendochter.
Er komt dan even onrust in de
familie, maar eindelijk ook eens wat vers
bloed in de inteelt.
Een oude uitdrukking luidt: ‘Als u in
Rome bent, doe dan als de Romeinen’.
Maar ik zeg dat in onze tijd een nieuw devies
geldt – zeker als u minstens 90 procent
kans wilt hebben om de kankerepidemie
te ontlopen: wees een rebel! Ga dwars
tegen de stroom in. Vorm groepen in uw
woonplaats en netwerken op internet met
gelijkgezinden. Ik hoop dat u – in deze
steeds duisterder wordende tijd – als een
vuurtoren zal zijn op een rotseiland in een
stormachtige zee, die ver in de omtrek haar
licht verbreidt. Zo kunt u zijn voor uw omgeving
en voor uzelf. Mijn vuistregel luidt:
mensen zijn uniek en ongelijk, dus bestaan
er geen standaardbehandelingen.
Dit is een bewerkt fragment uit het boek U
kunt meer dan u denkt (uitgeverij Lemniscaat)
van Hans Moolenburgh sr.
Koop deze Ode in de winkel of bestel hem via 0251 257927. 3x Ode proberen voor €10,- ? Neem nu een proefabonnement.
Meer lezen?
genezen is iets anders dan ziekten wegdrukken
Het instinct om te helen
De gave van aandacht
Volg Ode ook op Twitter of Facebook, via de digitale nieuwsbrief, of neem een proefabonnement op Ode voor slechts €3,33 per maand
MORE ON THIS STORY
Eten, bidden, gezond zijn - 10 manieren om gezondheidsgericht te worden
|

|