Boer zoekt stadStadslandbouw is meer dan een grensoverschrijdende modegril. Ze verandert onze relatie met voedsel voor altijd. In Nederland getuigen de schooltuinen, moestuinen en volkstuinen van het verlangen om in de stad eten te verbouwen. ’s Zomers ontstaan zelfs complete leefgemeenschappen aan de rand van de stad, compleet met jetset, allochtonen, burenruzies en bestuurscrises. Lees De Zaadvergadering van journalist Tony van der Meulen er maar op na. In Lelystad is er zelfs een ‘tuinbutler’, die inspeelt op de trend om zelf groente te verbouwen: je zaait en oogst zelf in je eigen moestuin, maar het vervelende onkruid wieden laat je over aan ‘butler Tim’. Ook de industrie verzint producten om de groeiende honger naar eigen verbouwde groenten te stillen. Zo bracht potgrondproducent Naturado de Tomaten Groeizak op de markt, die op elk balkon past: een plastic zak met aarde en alle groeistoffen die tomaten nodig hebben. Koop een plantje, prik een gat in je zak, stop de plant erin en een paar weken later begint de oogst. Intussen verrijzen in grote steden zogeheten smulbossen, grazen schapen in de bermen van Rotterdam en leveren groenvoorzieningen voer voor allen. Gemeenten kiezen niet alleen voor kastanjebomen; ook appels en bessenstruiken krijgen plaats in plantsoenen om burgers meer voeling met voedsel te bezorgen. In Amsterdam heeft de ecologische vrijstaat Swomp zich ontfermd over ongebruikte grond en daar een ‘ekologische experimenteertuin’ gemaakt om stedelingen te laten zien hoe je op een duurzame en klimaatneutrale manier kunt leven. Ook elders worden braakliggende terreinen benut door buurtinitiatieven. Eetbaar Nederland is een bureau dat is ‘gespecialiseerd in het advies, ontwerp, onderwijs, aanleg en onderhoud van eetbare groensystemen’, van een kleine achtertuin tot een volledig eetbare groenstrook midden in een woonwijk. De meer professionele voedselproductie, die eerder door stadsuitbreidingen werd weggejaagd, komt hier en daar dankzij groeiende belangstelling terug in dichtbebouwde gebieden. Bij Kwekerij Osdorp, in Amsterdam Nieuw-West, merken ze hoe leuk stedelingen en kinderen het vinden om langs te komen om te zien hoe groenten inclusief de gele komkommers en roodlof groeien. ‘En helemaal om voedsel te oogsten’, vult Walter Abma aan. Met drie anderen nam Abma ruim een jaar geleden de rozenkwekerij over, waarna ze die verbouwden tot een groentenkwekerij. ‘Wij maken in Amsterdam voedsel voor de Amsterdammers’, zegt Abma. Een nog te openen winkel moet klanten naar het bedrijf lokken. Jan Duijndam boert al jaren aan de rand van Den Haag. Zijn bedrijf is ingesloten door bebouwing en kan geen enkele kant meer op groeien. Daar heeft Duijndam zich bij neergelegd. ‘Laat mij alsjeblieft in de drukke Randstad blijven’, zegt hij. ‘Ik ben een gezelligheidsmens. Ik zou absoluut niet naar Flevoland willen.’ Duijndam noemt zichzelf een praatboer. Zijn woorden vullen de kamer zodra hij binnenwandelt. Toch kostte het hem tien jaar om ambtenaren en banken ervan te overtuigen dat hij midden in deze groene stadszone koeien wil blijven melken. Tegenwoordig moet hij overal uitleggen hoe hij er een natuurgericht bedrijf van aan het maken is nota bene in een gebied waar alles draait om huizen, kantoren en fabriekshallen. Inmiddels heeft hij de nieuwsgierige stedelingen bij zijn melkbedrijf betrokken. Een actieve groep vrijwilligers helpt de boer een handje, telt weidevogels en helpt de sloten schoonmaken. De stedelingen komen ook af op de Bourgondische maaltijden die op zijn Hoeve Biesland worden georganiseerd en in het weekend is het druk als de boerin vlees van eigen koeien verkoopt. Met het omarmen van de milieubewuste consumenten uit de stad zijn kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen van het erf verdreven. Ondanks het enthousiasme over stadslandbouw blijft het voor boeren erg moeilijk om van hun boerderijwerk rond te komen. Dave Bell verdient een zakcentje in onroerend goed, Carpenter werkt in deeltijd bij een biobrandstoftankstation en allebei geven ze les in boerderijvaardigheden, om hun inkomen aan te vullen. Zelfs degenen die genoeg verdienen om hun kosten te dekken, maken geen winst; het geld, zeggen zij, wordt meteen weer gestopt in het onderhouden en uitbreiden van de boerderij. ‘Voordat dit maatschappelijk gezien duurzaam kan zijn, moet het eerst financieel duurzaam worden’, meent Brooke Budner, een stadsboerin uit San Francisco. ‘We betalen onszelf helemaal niet veel. We zijn enthousiast, we hebben een bedrijfsplan en het voelt alsof we het van de grond gaan krijgen. Maar we weten het nog niet.’ Het gevoel dat de beweging toekomst heeft, wordt grotendeels veroorzaakt door het enthousiasme waarmee de boeren in hun gemeenschappen zijn ontvangen. Mensen zijn niet alleen geînteresseerd in het kopen van streekproducten, ze willen ook weten hoe ze die zelf kunnen verbouwen. Brooke Salvaggio, een stadsboerin uit Kansas City, zegt dat ze nauwelijks kan voldoen aan de vraag naar de lessen die zij en haar man geven over tuinieren, inblikken en inmaken en andere huishoudvaardigheden. Dat was een paar jaar geleden anders. ‘In het begin was het slechts een nichemarkt’, zegt ze. ‘Mensen dachten dat ze geen tijd hadden om dit soort dingen te doen.’ Maar de combinatie van sombere economische omstandigheden en steun van bekende tuinierders als First Lady Michelle Obama, denkt ze, heeft mensen gemotiveerd om zelf te proberen voedsel te verbouwen. ‘Weet je, wij vinden het heerlijk om voedsel voor mensen te verbouwen en we vinden het heerlijk om mensen te voeden, maar ik zou het nog fijner vinden als mensen zichzelf konden voeden’, zegt Salvaggio. ‘Het grotere doel is deze vaardigheden door te geven, zodat mensen zichzelf kunnen helpen en we een duurzamer systeem creêren.’ En het is dit type samenwerking met de gemeenschap, zeggen de boeren, dat uiteindelijk zal bepalen of stadslandbouw een blijvertje is. Katherine Kelly, die het Stadskantoor voor Stadslandbouw in Kansas City runt, zegt dat hoe beter een boerderij in het stadsleven is geîntegreerd, hoe groter haar overlevingskansen zullen zijn. ‘Tuinieren en landbouw zijn dingen die mensen doorgaans leren van buren, moeders, tantes, nichten. Ze hebben dat soort rolmodellen nodig’, zegt Kelly. ‘Als je een gemeenschap van beoefenaars hebt, zijn er mensen met wie je kunt praten of die je tegenkomt op de markt en met wie je verhalen kunt uitwisselen. Je voelt je gesterkt.’ Dave Bell zegt in ieder geval dat hij en Jill alles doen om andere mensen die interesse in landbouw hebben te steunen. En die steun werpt al zijn vruchten af: ze kennen een man die eerst als vrijwilliger op de boerderij kwam werken en nu zijn eigen kippenhandel is begonnen. De Bells hebben hem ruimte op hun boerderij gegeven om zijn pluimvee te fokken. ‘Ik denk niet dat iedereen halsoverkop terugkeert naar het boerenleven’, zegt Dave. ‘Maar mensen gaan wel zien dat het een optie is.’ In de tussentijd doen de gevestigde stadsboeren datgene waar ze het best in zijn: zaadjes planten in hun gemeenschap en ze water geven tot ze bloeien. Bestel dit nummer na via onze klantenservice: T 0251 - 257 927. Iedere maand Ode thuis ontvangen? neem nu een proefabonnement vanaf 3,33 per maand. Meer lezen?
<< PREVIOUS
1
2
3
|
|
Het Succes van Kopenhagen!
Zout zal het zijn
Optimistisch nieuwsoverzicht: Nederland heeft een jam-en-pindakaas-revolutie nodig
Optimistisch nieuwsoverzicht: geen bier op het werk? Bezopen!
Kaplaarzen met een boodschap
Leesvoer: Het chaospunt, dr. Ervin Laszlo
Eet een wereldmaaltijd op Wereldvoedseldag
Free the grass! Kom naar de Nationale Duurzaamheidsdag op 27/11 a.s.!
hanneke01, netherlands
henric, Gemany
jeltine, Nederland
HeavenofDelight, Nederland


