Boer zoekt stadStadslandbouw is meer dan een grensoverschrijdende modegril. Ze verandert onze relatie met voedsel voor altijd. Op de lange termijn is niets zeker: de economie kan zo opeens weer aantrekken, de steden kunnen hun land weer terugnemen, de populariteit van lokaal voedsel kan even snel afnemen als die van het Atkins-dieet (kent u die nog?). Maar wanneer boerderijen als bedrijven stand kunnen houden en bewijzen dat ze in staat zijn hun gemeenschappen te voeden, dan zouden ze onze relatie met voedsel wel eens voor altijd kunnen veranderen. Terwijl Dave Bell op een lentedag in een van zijn velden staat te bellen, dreunt hij een lijstje op van aangeboden gewassen. ‘Op dit moment’, zegt hij, ‘kijk ik naar broccoli, wittekool, boerenkool, koolrabi, tuinbonen, uien, prei, doperwten, sjalotjes, knoflook, selderij, Chinese kool, spinazie, bieten, knolrapen, mosterdplanten, rucola, snijbieten, tien soorten pepers, veertig soorten wilde tomaten.’ Dat was nog maar het begin. Het was een indrukwekkende lijst voor iemand die zichzelf naar eigen zeggen jarenlang had gevoed met goedkoop, voorverpakt voedsel. Hoewel er boeren in zijn familie waren, had Dave zelf nooit op het land gewerkt. Hij hield zich het liefst bezig met klimsport en had door de jaren heen talrijke baantjes gehad, van steigerbouwer tot medewerker bij de televisie. Maar hij had altijd zijn eigen baas willen zijn, en toen hij en Jill met hun tuin begonnen, ontdekte Dave al snel dat hij van het boerenleven hield. Destijds, zegt hij, had hun project nog niets van de sociaal-culturele allure die het nu heeft. ‘Toen we begonnen, was het feit dat we lokaal voedsel teelden niet bijzonder sexy’, aldus Bell. ‘Het werd erg belangrijk gevonden dat we biologisch teelden, maar destijds bestond er nog steeds het romantische idee van producten uit exotische oorden. Pas vijf of zes jaar geleden zagen we een paradigmaverschuiving.’ Het verschil tussen hoe mensen tegenwoordig reageren op het idee van stadslandbouw en hoe ze dat nog maar een paar jaar geleden deden, is werkelijk spectaculair, zegt boerin en schrijfster Novella Carpenter. Sinds enkele jaren runt zij een kleine boerderij vanuit haar achtertuin en een aangrenzende leegstaande kavel in een verloederde achterbuurt in Oakland aan de baai van San Francisco. Naast groentes heeft ze ook bijen, konijnen, geiten, eenden, kippen, kalkoenen en varkens gehad op haar kleine boerderij. Vroeger moest Carpenter voortdurend uitleggen wat ze deed. En nu? ‘Mensen snappen het.’ Er zijn meer mensen die de term ‘voedselwoestijn’ (een wijk zonder kruidenierzaken of verse producten) begrijpen en die bezorgd zijn over ‘voedselkilometers’ (de afstand die wordt afgelegd voordat het eten op je bord ligt). Ze willen weten waar hun voedsel vandaan komt en als dat kan zonder hun stadsleven op te geven, des te beter. Zoals veel stadsboeren begon Carpenter haar project om te kijken of ze zichzelf kon voeden. Het duurde niet lang voordat ze ook aan haar buren leverde, en daarna genoeg geld ging verdienen om eten voor haar dieren te kopen. Nu, zegt ze, heeft de opbrengst van haar kavel ‘zijn plafond bereikt’. Vandaar dat ze een manier probeert te vinden om uit te breiden, een situatie waarin vele stadsboeren nu verkeren. ‘Stadslandbouw begon met nonprofits’, zegt Carpenter. ‘En dan waren er mensen zoals ik: de achtertuinhobbyisten. Nu zie ik steeds meer mensen die geld proberen te verdienen met stadslandbouw. Zij beschouwen het als een commerciêle activiteit.’
<< PREVIOUS
1
2
3
NEXT >>
|
|
Het Succes van Kopenhagen!
Zout zal het zijn
Optimistisch nieuwsoverzicht: Nederland heeft een jam-en-pindakaas-revolutie nodig
Optimistisch nieuwsoverzicht: geen bier op het werk? Bezopen!
Kaplaarzen met een boodschap
Leesvoer: Het chaospunt, dr. Ervin Laszlo
Eet een wereldmaaltijd op Wereldvoedseldag
Free the grass! Kom naar de Nationale Duurzaamheidsdag op 27/11 a.s.!
hanneke01, netherlands
henric, Gemany
jeltine, Nederland
HeavenofDelight, Nederland


