Mag je een illegaal in dienst nemen?Over de morele dimensies van landsgrenzen. Ons huis versloft. Mijn geliefde en ik hebben besloten te zoeken naar iemand die gaat helpen in het huishouden. Een vriendin raadde ons Iris aan, die nog werk zoekt, maar ze verblijft illegaal in Nederland. Mogen wij Iris in dienst nemen? Juridisch is het antwoord eenvoudig: nee. Maar wat zegt de moraalfilosofie, die de rechtvaardiging voor onze keuzes onderzoekt? Iris is naar Nederland gekomen, omdat ze in haar eigen land in Afrika in armoede leefde en geen kansen had op een menswaardig bestaan. Ze kon geen beroep doen op een belangrijk mensenrecht, namelijk dat van voldoende inkomen om zichzelf en haar gezin te onderhouden. Veel mensen als Iris willen naar Europa komen en daardoor zijn de Europese grenzen steeds dichter komen te zitten. Dat heeft grote humanitaire gevolgen. De schatting van diverse maatschappelijke organisaties is dat er jaarlijks een paar duizend mensen omkomen die de zee oversteken van het Afrikaanse continent naar de Canarische eilanden, vanwaar de reis door Europa begint. Daarbij is er bewijs dat een restrictief beleid leidt tot meer mensensmokkel, met alle gevolgen van dien. De morele vragen achter het dilemma over Iris zijn dan ook: hoe open of gesloten mogen onze landsgrenzen zijn, en welke argumenten zijn er om bepaalde mensen de status van burgerschap te onthouden? Binnen de moraalfilosofie is weinig aandacht geweest voor dit onderwerp. Politiek filosoof John Rawls, die het standaardwerk over moraal schreef, had het er niet over. Filosofe Hannah Arendt, zelf vanuit nazi-Duitsland naar Amerika gevlucht, vroeg in haar werk aandacht voor de erváring van de illegaal. Vanwege een fixatie op algemene wetten en principes krijgen ervaringen volgens haar te weinig aandacht. Ze betoogde dat ervaringen het denken kunnen verruimen. Bij illegalen is dat duidelijk. Vrouwen uit Oost-Europa die via een smokkelaar in Nederland zijn gekomen en werken in de prostitutie worden ofwel gezien als illegale criminelen die moeten worden uitgezet, ofwel als slachtoffers van mensenhandel die moeten worden beschermd. Die tweedeling is niet de werkelijkheid van veel van deze vrouwen. Gedwongen door omstandigheden als armoede in eigen land gaan de meesten bewust in zee met mensensmokkelaars. Sommigen weten heel goed dat ze in de prostitutie zullen belanden en zien geen andere manier om een inkomen te verkrijgen. Het boek Ik laat je nooit meer gaan van de Nederlandse journaliste Ruth Hopkins geeft hiervan een goede illustratie. Filosoof René Gabriëls, verbonden aan de Universiteit Maastricht, pleit dan ook voor een breder perspectief op illegale vreemdelingen: bij het beschrijven en analyseren van hun situatie moet niet de natiestaat, maar de mondiale samenleving het vertrekpunt vormen. Immers, in dit tijdperk van globalisering hebben landsgrenzen hun waarde verloren voor dit soort vraagstukken. Betekent dit dat onze grenzen moreel niets waard zijn? Moet Fort Europa de grenzen openzetten voor iedereen die niet in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien? Hierover is de laatste jaren veel geschreven door filosofen uit de hoek van de communitaristen, die kritiek hebben op de individualisering en de rol van de gemeenschap willen versterken. Een prominente vertegenwoordiger onder hen is de Amerikaanse politicoloog Michael Walzer. Zijn stelling is dat leden van een politieke gemeenschap zelf mogen bepalen wie zij toelaten en afwijzen. Dat is volgens hem de essentie van een gemeenschap. Een politieke gemeenschap wordt namelijk gekenmerkt door gedeelde tradities die zich vertalen in waarden en normen. Door grenzen open te gooien kunnen deze tradities worden bedreigd. Gemeenschappen hebben het recht om mensen geen toegang te geven, meent Walzer. Omdat mijn politieke gemeenschap Iris de toegang heeft geweigerd, heb ik dat als lid te respecteren. Ik mag haar volgens Walzer dus niet aannemen, maar ik moet haar aansporen om te vertrekken. Dat klinkt hard en wreed. De vraag of ik Iris in dienst mag nemen, hangt af van de vraag hoe ik nationale grenzen moreel duidt. Als ik de wet respecteer en besluit Iris niet aan te nemen, ben ik nog altijd moreel verplicht om bij te dragen aan een eerlijke verdeling van rijkdom in deze wereld — bijvoorbeeld door anders te bankieren, eerlijk te consumeren en politiek actief te worden. Als ik echter die grenzen immoreel vindt en toch iets wil doen aan het aantal illegale vreemdelingen, moet ik niet een verscherpte grensbewaking steunen, maar de armoedebestrijding. Alleen zo zullen minder mensen ertoe worden aangezet hun geluk in rijke landen te beproeven. Natasja van den Berg is freelance schrijver, gespreksleider en co-auteur van Praktisch idealisme. Bestel dit nummer na via onze klantenservice: T 0251 - 257 927. Iedere maand Ode thuis ontvangen? neem nu een proefabonnement vanaf 3,33 per maand. Meer columns van Natasja van den Berg lezen?
|
|



