Moet je een zwerver geld gevenOver onze morele plicht tot liefdadigheid. In een grote stad ontkom je er niet aan zwervers tegen te komen die bedelen om geld. Wat doe je? Veel mensen twijfelen. Is het soms mijn schuld dat deze persoon het slechter heeft getroffen dan ik? Wat nu als hij het geld gebruikt voor drugs of alcohol: breng ik hem dan niet verder van huis? Al eeuwen houden filosofen zich bezig met de vraag of er een plicht is voor liefdadigheid, en als dat zo is, wat hiervoor de rechtvaardiging is. De achttiende-eeuwse filosoof David Hume stelde dat een ander het goede wensen en daarnaar handelen de belangrijkste morele plicht is. Het is de essentie van moraliteit, meende Hume, en komt voort uit de menselijke natuur: mensen zijn sociale wezens die handelen vanuit compassie. Geef aan die zwerver, zou Hume dus zeggen. Zijn tijdgenoot Immanuel Kant stelde echter dat liefdadigheid die is gebaseerd op een gevoel moreel onwaardig is, omdat het goede doen ongelimiteerd kan zijn en daardoor onmogelijke eisen kan stellen. Volgens Kant is er inderdaad een morele plicht om een ander te helpen, maar dan wel naar eigen kunnen. Kant zou zeggen dat je een zwerver alleen geld moet geven als je het zelf kunt missen. Van de hedendaagse filosofen heeft vooral de Australiër Peter Singer zich over deze vraag gebogen. In boeken als Eén wereld en Het kan wel! verdedigt Singer een vérgaande verplichting om bij anderen leed als honger te voorkomen. Hij gaat zelfs zover te stellen dat het een plicht is om geen overbodige uitgaven te doen wanneer dat geld kan worden gebruikt om een ander te helpen. Dat is geen offer, meent Singer, maar een simpel gevolg van een morele plicht. Volgens Singer moeten wij dus niet alleen de zwerver helpen, maar ook allerlei luxeproducten – parfum, een grote auto, een zoveelste setje kleding – laten voor wat ze zijn. Het morele dilemma om al dan niet geld te geven aan een zwerver heeft nog een ander aspect: wat gaat de zwerver met mijn geld doen? Uit angst dat het geld niet wordt gebruikt voor de basisbehoeften geven veel mensen liever geen geld, maar een boterham of een tomaat. Onzin, vond John Stuart Mill. Deze negentiende-eeuwse filosoof en econoom vond dat we datgene moeten doen dat het welzijn en geluk van andere mensen vergroot. Ook was Mill een voorvechter van individuele vrijheid. Hij meende dat iemands vrijheid niet mag worden beperkt, tenzij zij een ander schaadt. Maar iedereen heeft volgens Mill het recht zichzélf te schaden. Daarom zou Mill – en zijn latere gevolg van moderne liberale filosofen, die menen dat iedereen voor zichzelf moet bepalen wat het goede leven is – de zwerver geld hebben gegeven zonder te dubben over wat hij daarmee gaat doen. Paternalisme is nu eenmaal moreel niet verdedigbaar. Er zijn ook filosofen die de plicht om het goede te doen ontkennen. Zo meent de Amerikaan Bernard Gert dat het niet-toebrengen van leed of kwaad wél een morele plicht is, maar iets dóen weer niet. Het doel van moraliteit volgens Gert: het verkleinen van kwaad, niet het promoten van het goede. Er zijn volgens hem wel eisen te stellen aan mensen met een specifieke taak om te handelen – politieagenten, artsen – maar deze eisen gelden niet in algemene zin. Gert zou vermoedelijk de zwerver negeren. Tot slot een denkexperiment van John Rawls, de bekendste liberale moraalfilosoof van de vorige eeuw. Stel, je zit achter ‘een sluier van onwetendheid’: je weet niet wat voor leven je gaat leiden, of je veel talenten hebt of weinig, of je rijk bent of arm, of je veel geluk krijgt of veel ellende gaat meemaken. Welke rechten en plichten zou jij dan van tevoren willen afspreken? Zou je willen dat mensen de plicht hebben een dakloze te helpen? Voor mij is dit denkexperiment wezenlijk voor elk moreel vraagstuk. Uit onderzoek blijkt dat er bijna geen daklozen zijn – op een enkele romanticus na – die vrijwillig hebben gekozen voor hun bestaan op straat. Wat zouden zij vanachter hun sluier van onwetendheid hebben gezegd? Natuurlijk, een beetje geld geven is niet een duurzame oplossing; wij moeten instanties creëren die deze mensen helpen. Maar zolang die hulp niet iedereen bereikt, is geld geven als je dat kan missen te beschouwen als een morele plicht. Natasja van den Berg is freelance schrijver, gespreksleider en co-auteur van Praktisch idealisme.
|
|



